Voorstel van wet : Voorstel van wet
36 911 Wijziging van de Wet kinderopvang in verband met de verbetering van enkele bepalingen op het terrein van kinderopvangtoeslag
ARTIKEL I
ARTIKEL II
Nr. 2 VOORSTEL VAN WET
Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is om enige verbeteringen
in de Wet kinderopvang aan te brengen op het terrein van de kinderopvangtoeslag;
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen
overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden
en verstaan bij deze:
ARTIKEL I
De Wet kinderopvang wordt als volgt gewijzigd:
A
Artikel 1.6 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid wordt als volgt gewijzigd:
a. Onderdeel g komt te luiden:
g. inburgeringsplichtig is op grond van de Wet inburgering 2021 en activiteiten verricht
die zijn gericht op het voldoen aan de inburgeringsplicht, bedoeld in artikel 6, eerste
lid, van die wet. Voor zover het een cursus betreft, gericht op het behalen van het
inburgeringsexamen, bedoeld in artikel 7, van die wet, of de zelfredzaamheidsroute
voor zover het betreft het verwerven van mondelinge en schriftelijke vaardigheden
in de Nederlandse taal, bedoeld in artikel 9, van die wet, is de cursusinstelling
in het bezit van een certificaat als bedoeld in artikel 28 van die wet of een keurmerk
als bedoeld in artikel 32 van die wet, of, indien het een inburgeringsplichtige als
bedoeld in artikel 13, eerste lid, van die wet betreft, de opleiding of cursus wordt
aangeboden door het college als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van die wet,.
b. Onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel l door een puntkomma wordt
een onderdeel toegevoegd, luidende:
m. een traject volgt gericht op promotie of anderszins onderzoek verricht aan een instelling
of academisch ziekenhuis als bedoeld in artikel 1.2 van de Wet op het hoger onderwijs
en wetenschappelijk onderzoek, waaronder in ieder geval:
1°. een traject gericht op promotie als bedoeld in artikel 7.18 van de Wet op het hoger
onderwijs en wetenschappelijk onderzoek; en
2°. een opleiding tot technologisch ontwerper als bedoeld in artikel 1.3, eerste lid,
van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.
2. In het derde lid, onderdeel c, wordt «onder f, g, j, k of l» vervangen door «onder f,
g, j, k, l of m».
3. In het negende lid, onderdeel c, en het elfde lid, onderdeel c, wordt «onder b, f,
g, j, k of l» vervangen door «onder b, f, g, j, k, l of m».
B
Aan artikel 1.7, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1, wordt toegevoegd «zoals
schriftelijk overeengekomen en waarop kinderopvang beschikbaar is, waarbij de algemeen
erkende feestdagen, genoemd in artikel 3, eerste lid, van de Algemene termijnenwet,
Eerste Paasdag en Eerste Pinksterdag kunnen worden meegerekend,».
C
In artikel 1.8, eerste lid, vervalt «en waarbij tevens wordt bepaald in welke gevallen
de ouder aanspraak heeft op een kinderopvangtoeslag die 33,3 procent of minder bedraagt
van de kosten van kinderopvang, bedoeld in artikel 1.7, eerste lid».
ARTIKEL II
1. Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat
voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
2. In het besluit, bedoeld in het eerste lid, kan worden bepaald dat artikel I, onderdeel A,
onder 1, subonderdeel a, van deze wet terugwerkt tot en met 1 januari 2022 en dat
artikel I, onderdeel A, onder 1, subonderdeel b, en onder 2 en 3, terugwerkt tot en
met 1 januari 2025.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries,
autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering
de hand zullen houden.
Gegeven
De Minister van Werk en Participatie,
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.