Verslag van een commissiedebat : Verslag van een commissiedebat, gehouden op 12 maart 2026, over Internationale Klimaatstrategie
31 793 Internationale klimaatafspraken
Nr. 300
VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBAT
Vastgesteld 24 april 2026
De vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en de vaste
commissie voor Klimaat en Groene Groei hebben op 12 maart 2026 overleg gevoerd met
de heer Sjoerdsma, Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking,
en mevrouw Van Veldhoven-van der Meer, Minister van Klimaat en Groene Groei, over:
− de brief van de Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking d.d. 10 maart
2026 inzake internationaal klimaatbeleid (Kamerstuk 31 793, nr. 297);
− de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 19 juli 2021 inzake evaluatie
van Internationaal Onderzoek en Beleidsevaluatie (IOB) over klimaatfinanciering (Kamerstuk
32 813, nr. 811);
− de brief van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking d.d. 29 september
2023 inzake IOB-evaluatie over klimaatdiplomatie (Kamerstuk 31 793, nr. 253);
− de brief van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking d.d. 5 december
2023 inzake IOB-evaluatie over klimaatadaptatie (Kamerstuk 34 124, nr. 30);
− de brief van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking d.d. 6 mei
2024 inzake beleidsreactie op IOB-evaluatie Periodieke rapportage internationaal klimaatbeleid
2016–2022 (Kamerstuk 31 793, nr. 267);
− de brief van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp d.d. 25 oktober
2024 inzake kabinetsreactie op AIV-advies over klimaatrechtvaardigheid (Kamerstuk
32 813, nr. 1418);
− de brief van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp d.d. 18 december
2024 inzake IOB-evaluatie De coherentie van het Nederlandse beleid en de effecten
op voedselzekerheid, water en klimaat in ontwikkelingslanden (Kamerstuk 36 180, nr. 131);
− de brief van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp d.d. 17 februari
2025 inzake kabinetsreactie op periodieke rapportage van IOB over beleidscoherentie
voor voedselzekerheid, water en klimaat (Kamerstuk 36 180, nr. 132);
− de brief van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp d.d. 20 februari
2025 inzake reactie op verzoek commissie over het kader van rapporteurschap Internationale
Klimaatstrategie (Kamerstuk 31 793, nr. 279);
− de brief van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp d.d. 9 mei
2025 inzake voortgang Internationale Klimaatstrategie (Kamerstuk 31 793, nr. 281);
− de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groei d.d. 15 december 2025 inzake
afschrift brief aan CARE Nederland over het rapport Climate Finance Shadow Report
2025 (Kamerstuk 31 793, nr. 288).
Van dit overleg brengen de commissies bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.
De voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, Den Hollander
De voorzitter van de vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei, Zwinkels
De griffier van de vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, Van der Leeden
Voorzitter: Bamenga
Griffier: Prenger
Aanwezig zijn zes leden der Kamer, te weten: Van Ark, Bamenga, Van den Berg, Kröger,
Rajkowski en Teunissen,
en de heer Sjoerdsma, Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking,
en mevrouw Van Veldhoven-van der Meer, Minister van Klimaat en Groene Groei.
Aanvang 10.02 uur.
De voorzitter:
Goedemorgen iedereen. Laten we beginnen. Welkom iedereen, in het bijzonder de nieuwe
bewindspersonen: Minister Sjoerdsma van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking
en Minister van Veldhoven van Klimaat en Groene Groei. Aan de zijde van de Kamer zie
ik mevrouw Kröger van GroenLinks-PvdA, mevrouw Teunissen van de Partij voor de Dieren,
mevrouw Rajkowski van de VVD en meneer Van den Berg van JA21. Ikzelf ben Mpanzu Bamenga
van D66. Ik ben ook de voorzitter van dit debat. Ik wil de mensen op de publieke tribune
en de mensen die thuis en online meekijken welkom heten.
Dit commissiedebat is voortgekomen uit twee rapporteurs: mevrouw Teunissen van de
Partij voor de Dieren en mevrouw Hirsch van GroenLinks-PvdA. Aan de orde vandaag is
een commissiedebat over de Internationale Klimaatstrategie. Ik wil in eerste instantie
graag vier interrupties toestaan vanuit de Kamer. Ik zou zeggen: laten we beginnen.
Ik geef het woord aan mevrouw Kröger.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Ik ben ongelofelijk blij dat we dit debat vandaag hebben en
dat het eerste debat dat we met deze Minister hebben over zo’n belangrijk onderwerp
gaat. Ondertussen woedt in de plenaire zaal het debat over de situatie in het Midden-Oosten
en over alle gevolgen die dat heeft voor onze fossiele afhankelijkheid. We hebben
het hier over wat er echt nodig is voor onze toekomstige veiligheid, want dat is waar
internationaal klimaatbeleid over gaat. Hoe sneller we af zijn van fossiel, hoe veiliger
we zijn en blijven.
Internationaal klimaatbeleid is net zozeer een kwestie van solidariteit als van eigenbelang
en zou de hoogste urgentie moeten hebben, maar dat heeft het overduidelijk niet gehad
in de afgelopen jaren. Ik ben dan ook blij dat er een eerste aanzet ligt van de Minister.
Uit een van de eerste Kamerbrieven die hij schreef, blijkt dat Nederland wél weer
een belangrijke rol wil gaan spelen. Maar vervolgens is de vraag natuurlijk: wat betekent
dat in de praktijk? Ik mis echt de financiering die met deze mooie woorden gepaard
zou moeten gaan. Juist nu de VS onzeker zijn als bondgenoot, hebben we nieuwe bondgenoten
nodig en is samenwerking met andere landen in het Mondiale Zuiden op basis van wederzijds
vertrouwen zo ongelofelijk belangrijk. Daarbij hoort klimaatsteun, waarmee we deze
landen helpen, die het hardst geraakt worden maar die ook de minste verantwoordelijkheid
hebben.
Om vertrouwen te winnen is het belangrijk dat we beloften nakomen, maar dat zie ik
niet in de financiële plaat. Want uit de begroting voor 2026, die nog is gemaakt door
het PVV-kabinet, blijkt dat het budget voor klimaat met 33% daalt en dat het in de
komende jaren met wel 58% kan dalen. Dat is meer dan een halvering. Zet het nieuwe
kabinet deze lijn serieus voort? Hoeveel van het extra geld dat in het regeerakkoord
is uitgetrokken voor ODA wordt daadwerkelijk gealloceerd voor het klimaat? Kan de
Minister schetsen wat het Nederlandse aandeel is aan klimaatfinanciering? Hoeveel
van dat extra geld gaat toch naar asielopvang?
In de brief die ook op de agenda staat, heeft Minister Klever toegelicht wat de gevolgen
van de bezuinigingen zijn voor de uitvoering van de Internationale Klimaatstrategie.
Twee doelen worden onder meer niet gehaald: de verdubbeling van de bijdrage tegen
ontbossing en het doel om voor 2030 100 miljoen mensen toegang te bieden tot hernieuwbare
energie. Gaat het nieuwe kabinet zich inspannen om die doelen wél te halen? Worden
dat harde KPI’s en komt er een opvolger van de Internationale Klimaatstrategie, waarin
dat vastligt?
Voorzitter. Erkent de Minister dat er echt aanvullende publieke financiering moet
komen, dus los van ODA, om aan de internationale verplichtingen te voldoen? Uit onderzoek
van Follow the Money blijkt dat het potje voor klimaatfinanciering ook wordt gevuld
met projecten waarbij de link met het klimaat nogal ver te zoeken is. Zo wordt 100
miljoen voor noodhulp als klimaatsteun gerekend. Dat geldt ook voor de uitvoeringskosten
van onder andere Invest International, voor UNICEF en voor subsidies aan kunstenaars
in arme landen. Hoe kan dat? Is de Minister het met mij eens dat we zorgvuldig moeten
zijn en dat we klimaatsteun ook echt klimaatsteun moeten laten zijn?
Voorzitter. Dan het andere stuk van de portefeuille van de Minister, dat ongelofelijk
belangrijk is voor het tegengaan van de CO2-uitstoot en het aanjagen van de groene transitie. Wat zijn de plannen van de Minister
op het vlak van handel? Hoe wil hij binnen de handelspolitiek het klimaat centraal
stellen en hoe kijkt hij naar de verantwoordelijkheid van bedrijven om ook hun ketenemissies,
dus alle scope 3-emissies, terug te dringen? Dat lijkt me een vraag waarover ook de
Minister van Klimaat en Groene Groei zich kan uitspreken.
Vorige week hadden we hier in de Kamer iemand van Exxon, die beweerde dat bedrijven
geen verantwoordelijkheid hebben onder het klimaatverdrag. Hoe kijken de bewindspersonen
naar die uitspraak? Zijn zij het met mij eens dat het doodzonde is dat de klimaattransitieplannen
uit de CSDDD zijn gesloopt en gaan we dan toch stappen zetten? Hoe zorgen we er ondertussen
voor dat de andere belangrijke klimaatwetgeving, namelijk de EUDR, niet verder wordt
afgezwakt en dat niet dezelfde truc herhaald wordt?
Ten slotte, voorzitter, want ik kan me voorstellen dat ik ... Ja, heel kort. Klimaatdiplomatie
is de derde poot. Je hebt financiering, onze eigen handel en klimaatdiplomatie. Het
is bijzonder positief dat Nederland samen met Colombia een grote conferentie organiseert
over het uitfaseren van fossiel. Dat is cruciaal, maar wat is nou echt de Nederlandse
inzet? Wat laten wij zelf zien als medeorganisator? Ik ben vooral benieuwd of de Minister
een rol ziet binnen de Internationale Klimaatstrategie om landen te helpen met het
uitfaseren van fossiel.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik zie de hand van de heer Van den Berg.
De heer Van den Berg (JA21):
Ik hoor mevrouw Kröger spreken over wat de inzet zou moeten zijn in Colombia. Ik heb
daar van de week een idee van gekregen, want ik heb begrepen dat GroenLinks heeft
aangevraagd om een afvaardiging van Nederland naar Colombia te sturen. Hoe kijkt u
daarnaar in het licht van de klimaatcrisis, die we zouden moeten hebben?
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Wij hebben in de procedurevergadering inderdaad voorgesteld dat het goed zou zijn
als ook het Nederlandse parlement daar vertegenwoordigd is. Het is een grote conferentie,
die Nederland samen met Colombia organiseert. Het is politiek gezien een van de belangrijkste
uitkomsten geweest van de afgelopen klimaattop. De dingen zaten daar behoorlijk vast
en toen heeft Nederland samen met Colombia gezegd: wij gaan echt werk maken van het
uitfaseren van fossiel. Bij iets van zo’n groot belang zou het wat ons betreft goed
zijn als het Nederlands parlement vertegenwoordigd is, net zoals we ook naar de klimaattoppen,
de WTO en de jaarvergadering van de Wereldbank gaan. Dat zijn belangrijke momenten
om als parlement bij te zijn.
De voorzitter:
Ik zie nog een verdere interruptie van de heer Van den Berg.
De heer Van den Berg (JA21):
Zeker. Is het echt nodig dat het Nederlands parlement naar Colombia reist? Ik heb
begrepen dat wij technisch covoorzitter zijn. Het verbaast mij van de partij van mevrouw
Kröger dat we per persoon een reis gaan organiseren voor wie zijn afgevaardigd. Dat
is gelijk aan een jaarverbruik van een huishouden in de vorm van energie. Dat zou
toch niet helemaal moeten passen bij de aanpak die u voorstaat?
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Ik moet een beetje lachen. Zolang ik mij uitspreek over het onderwerp klimaat is er
altijd wel iemand die zegt «vliegt u zelf weleens?» of die vraagt hoe het zit met
welk ander gedrag dan ook waarmee je uitstoot kunt veroorzaken. Ik zou tegen de heer
Van den Berg willen zeggen dat de klimaatcrisis zo groot is dat die een systeemaanpak
vraagt. Het vraagt van overheden, bedrijven en burgers om allemaal in actie te komen
om de uitstoot tegen te gaan. Ik denk niet dat de heer Van den Berg moet onderschatten
hoe groot het belang is van deze top. Dit gaat om grote discussies: hoe krijgen wij
bedrijven als Shell en Exxon zo ver dat we de uitstoot daadwerkelijk naar beneden
krijgen doordat we fossiel uitfaseren? De focus op individueel gedrag – een beter
milieu begint bij jezelf – is de allerslimste truc geweest van de fossiele industrie
en de fossiele lobby om echt klimaatbeleid op de lange baan te schuiven.
De voorzitter:
Ik zie nog een interruptie van de heer Van den Berg.
De heer Van den Berg (JA21):
Ik rond af, voorzitter. Wij gaan vanuit onze fractie in ieder geval zeer kritisch
kijken naar wat de resultaten zijn van onze afvaardiging naar die top, want ik heb
er een groot bezwaar tegen dat we een afvaardiging sturen naar zo’n top, met alle
kosten en, in uw geval, alle uitstoot van dien. Ik vind dat niet juist en ook niet
gepast in deze context.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Dat verbaast mij helemaal niets van een partij die vooral de gaswinning wil aanjagen.
De voorzitter:
Dank u wel voor de reactie. Ik meende mevrouw Van Ark te zien.
Mevrouw Van Ark (CDA):
Ik heb een vraag aan mevrouw Kröger. U geeft aan dat het belangrijk is om te weten
wat de inzet is van Nederland als het gaat om de top in Colombia. Ik denk dat het
heel belangrijk is dat we daar vertegenwoordigd zijn en dat het ook een kans is om
de andere kant te laten zien, bijvoorbeeld van het stoppen van kolenmijnen. Ik weet
dat mensen in Colombia zich heel erg zorgen maken over wat het betekent als wij hier
opeens stoppen met kolen. Dat betekent dat heel veel kolenmijnen soms in een keer
worden gestopt. Dat zien we nu al. Mensen worden in een keer ontslagen. We hebben
in Nederland gezien wat voor effecten dat kan hebben, bijvoorbeeld op een provincie
als Limburg, waar mijnbouw jarenlang heel belangrijk was. We zien daar nog steeds
de effecten van. Bent u het ermee eens dat het belangrijk is dat Nederland ook daar
aandacht voor vraagt? Je kunt niet in een keer stoppen; dat moet ook een zorgvuldig
proces zijn, met de mensen om wie het gaat.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Dit is een hele belangrijke vraag. Daarom denk ik ook dat het zo belangrijk is dat
we met beide bewindspersonen dit debat voeren. In internationaal klimaatbeleid gaat
het uiteindelijk immers om een rechtvaardige transitie. Die rechtvaardigheid zit er
natuurlijk in dat wij landen die zelf historisch nauwelijks hebben bijgedragen aan
uitstoot, helpen om de transitie naar duurzame energie te maken, dat we steun geven
aan compensatie voor de schade die klimaatverandering nu al veroorzaakt. Maar natuurlijk
moeten we er ook op een eerlijke en rechtvaardige manier mee omgaan als bepaalde vervuilende
industrieën, waar wij decennialang van geprofiteerd hebben, afgebouwd moeten worden
– en dat zal moeten. Steun voor werknemers, omscholing hoort daar allemaal bij. Dat
geldt overigens niet alleen voor Colombia. Dat geldt wereldwijd, maar dat geldt ook
in Nederland zelf. Wij zullen de fossiele industrie moeten afbouwen en dat betekent
iets voor werknemers. Dat kan je alleen maar op een rechtvaardige manier doen, als
je het mét de werknemers doet.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik zie verder niemand zijn hand opsteken. Dan wil ik graag doorgaan met
mevrouw Teunissen van de Partij voor de Dieren.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Voorzitter, hartelijk bedankt. Eerst een praktische mededeling: ik moet helaas over
een kwartier naar het debat over Iran, dus ik houd het bij mijn bijdrage. Daarna gaan
we natuurlijk wel heel goed luisteren naar de beantwoording van het kabinet. Ik wens
de nieuwe bewindsleden van harte welkom. Het is heel fijn om hier voor het eerst met
elkaar in debat te gaan. Ik hoop van harte op een goede samenwerking.
Voorzitter. Ik denk dat het bij zo’n eerste debat met nieuwe bewindspersonen ook goed
is om even te zeggen dat klimaat onterecht een hele lange tijd in de linkse hoek is
gedrukt en dat er geen sprake is van links of rechts, maar dat klimaatverandering
ons allemaal raakt, niet alleen mensen maar ook natuur. Dat is nú aan de hand en we
hebben nú oplossingen nodig voor dit gigantische probleem. Dus ik hoop ook dat vooral
de rechtse partijen in deze Kamer dat heel goed zien en dat we samenwerken aan echte
oplossingen.
Voorzitter. Vorige week meldde de NOS dat de zeespiegel wereldwijd gemiddeld zo’n
30 centimeter hoger ligt dan werd aangenomen, in delen van Zuidoost-Azië zelfs tot
1,5 meter hoger. Dat betekent dat miljoenen mensen in kustgebieden wereldwijd veel
eerder gevaar lopen dan we dachten. Wanneer de werkelijkheid onze klimaatmodellen
inhaalt, kunnen wij het ons niet veroorloven om te korten op klimaatfinanciering en
klimaatrechtvaardigheid. Daarom vindt de Partij voor de Dieren deze klimaatstrategie
ook zo ontzettend belangrijk, want klimaatverandering bedreigt niet alleen de natuur
maar ook onze veiligheid. De Partij voor de Dieren wil daarom dat we vooral ook als
Nederland onze historische uitstoot inperken en onze voetafdruk verkleinen, maar ook
internationaal onze rechtvaardige bijdrage leveren en transparant zijn over onze uitgaven.
We moeten klimaatrechtvaardigheid verankeren in die klimaatstrategie, zodat we de
meest kwetsbare mensen, die het minst hebben bijgedragen aan klimaatverandering maar
wel het meest geraakt worden, echt op een goede manier helpen.
Voorzitter. De brief van het kabinet zet drie accenten voor het internationale klimaatbeleid:
coalities en partnerschappen, klimaatweerbaarheid ten behoeve van veiligheid en slimmer
financieren. Ik wil met dat laatste punt, het financieren, beginnen. Het kabinet investeert
naar eigen zeggen dit jaar nog 100 miljard – dat is nog van het oude kabinet – in
klimaatfinanciering, maar wie goed leest ziet dat het vooral gaat om het labelen van
klimaatrelevantie van bestaande projecten op het gebied van water, voedselzekerheid
en humanitaire hulp. Dat is dus geen extra geld voor de bescherming maar vooral het
toevoegen van andere zaken aan klimaatfinanciering. Erkent de Minister dat dit een
boekhoudkundige oplossing is en dit geen nieuwe additionele publieke middelen zijn,
waar in de IOB-evaluatie wel over wordt gesproken? Dus hoe gaat dit kabinet daarmee
om? Kunnen we verwachten dat dit nieuwe kabinet ook echt een beter onderscheid maakt
en echt transparant is over wat additioneel en wat onze rechtvaardige bijdrage is?
Hoe gaat het kabinet dat invullen?
Voorzitter. Het kabinet zegt ook meer private klimaatfinanciering te mobiliseren en
rekening te houden met de schuldhoudbaarheid. De Kamer heeft een motie van ons aangenomen
om de schuldenlast van landen niet te verhogen bij klimaatfinanciering. Ik vraag me
af hoe het kabinet ervoor gaat zorgen dat die schuldenlast niet wordt verhoogd?
Voorzitter. Dan ga ik naar de afbouw van fossiele brandstoffen. Ik wil dan toch even
richting de heer Van den Berg zeggen dat de partijen die hier aan tafel zitten, GroenLinks-PvdA
en Partij voor de Dieren, willen dat we vooral ook onze nationale verantwoordelijkheid
nemen om fossiele subsidies af te bouwen. Het is vooral aan de coalitiepartijen dat
dit nu op internationaal niveau gaat plaatsvinden. Dat is dus heel goed. We moeten
dan wel als Kamer kunnen controleren dat dat op een goede manier gebeurt. Het is goed
dat de regering daarheen gaat, maar als parlementariërs hebben wij ook de controlerende
taak om te zien wat daar precies gebeurt en of het ook de goede richting op gaat.
Daarom steunt de Partij voor de Dieren van harte een afvaardiging vanuit het parlement.
Wij gaan zelf niet mee, vanwege het capaciteitsgebrek, maar vinden het uitermate belangrijk
dat ook de controlerende macht daar aanwezig is.
Voorzitter. Dan ga ik naar de inzet. Wij zijn echt heel benieuwd naar de inzet op
de conferentie in Colombia over de afbouw van fossiele brandstoffen. Wij zien in de
berichtgeving dat is besloten dat Nederland niet als partij, maar als technisch covoorzitter
naar Colombia gaat. Ik vroeg mij dus af of we daar dan wel een stevige inzet hebben.
De voorzitter:
Kunt u afronden alstublieft?
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Ja. Ik zal inderdaad afronden, voorzitter. Ik kijk even naar de belangrijkste punten
die ik nog had. Dat is klimaatrechtvaardigheid. Het rapport van de AIV benoemt zes
perspectieven op een rechtvaardige transitie: het historische schuldenperspectief,
het rechtenperspectief, het solidariteitsperspectief, het eerlijke marktperspectief
en het ontwikkelingsperspectief. Hoe gaat het kabinet nou die klimaatrechtvaardigheid,
die principes dus, verankeren in het beleid?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik kijk even rond of er interrupties zijn. Die zijn er niet. Dan wil ik
graag het woord geven aan mevrouw Rajkowski van de VVD.
Mevrouw Rajkowski (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Laat ik beginnen met iets waarover voor de VVD geen enkele
twijfel bestaat: klimaatverandering is een serieus probleem en Nederland heeft zich
gecommitteerd aan de doelstellingen van het klimaatakkoord van Parijs. Die doelen
nemen wij dan ook serieus. Tegelijkertijd vinden wij dat klimaatbeleid alleen effectief
is als het ook haalbaar, realistisch en zo meetbaar mogelijk is. Sommigen in deze
zaal zullen vinden dat er te weinig geld gaat naar Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking,
of specifiek naar de klimaatstrategie. Toch is dit ook zuurverdiend belastinggeld;
daar moeten we zuinig mee omgaan. Goede bedoelingen zijn niet genoeg. Uiteindelijk
telt wat daadwerkelijk werkt.
Voorzitter. Mijn eerste onderwerp is handel. Volgens de VVD ligt bij handel een enorme
kans. Als handelsland kan Nederland een leidende rol spelen in de mondiale energietransitie,
niet alleen door geld over te maken, maar ook door kennis, innovatie en ondernemerschap
in te zetten. Nederlandse bedrijven lopen wereldwijd voorop in watermanagement, duurzame
landbouw, circulaire technologie, maar ook slimme energieoplossingen. Als we het goed
doen, versterkt onze Internationale Klimaatstrategie ook de economie in Nederland.
Tegelijkertijd – het debat over Iran gaat zo beginnen – opereren we vandaag de dag
in een wereld die geopolitiek een stuk harder is geworden. Internationale politiek
gaat steeds vaker over macht, invloed en toegang tot vitale grondstoffen. Dat betekent
voor Nederland dat we moeten samenwerken met landen die wij nodig hebben voor onze
vrijheid, veiligheid, energiezekerheid, maar ook voor het maken van klimaatafspraken.
Aangezien dit het eerste debat is met het nieuwe kabinet, wil ik dit toch even gezegd
hebben. We gaan het nog over de hoofdlijnenbrief hebben, maar dan heb ik dit hier
vast even gemarkeerd.
Ik wil de Ministers vragen hoe de Internationale Klimaatstrategie nadrukkelijker kan
worden ingezet als strategisch instrument, ook voor nieuwe partnerschappen met het
Mondiale Zuiden. Dat zijn partnerschappen die bijdragen aan onze toegang tot kritieke
grondstoffen en nieuwe markten aanboren voor Nederlandse ondernemers. Ons verdienvermogen
moet dus leidend zijn. Daarom vraag ik aan deze Ministers om, daar waar handig en
nodig, ook het Ministerie van Economische Zaken te betrekken. De VVD verwacht daarnaast
dat er in de aanstaande hoofdlijnenbrief ook een integraal kader komt met specifieke
exportdoelen. Graag een reactie van de Minister.
Voorzitter. Dan ga ik naar doeltreffendheid en financiering. Een tweede punt is namelijk
de effectiviteit van ons internationale klimaatbeleid. In de periode 2016 tot 2022
ging het om miljarden euro’s aan publieke middelen, naast miljarden aan gemobiliseerd
privaatkapitaal. Tegelijkertijd constateren zowel de Algemene Rekenkamer als de IOB
dat de daadwerkelijke doeltreffendheid van deze uitgaven moeilijk objectief vast te
stellen is, mede door gebrekkige monitoring. Zo bleek ook de aanname dat geld bij
kwetsbare groepen terecht zou komen niet te kloppen, terwijl juist de mensen in kwetsbare
posities bij klimaatadaptatie vaak overgeslagen worden. Dit soort middelen kunnen
dan juist helpen om het leven van deze mensen misschien net iets minder onveilig te
maken. Dit kan natuurlijk niet de bedoeling zijn. Als we belastinggeld inzetten voor
internationale klimaatdoelen, moeten wij ook zo goed als mogelijk laten zien wat dat
oplevert voor het klimaat, maar ook voor Nederland. Daarom hoor ik graag van de Minister
welke structurele verbeteringen inmiddels zijn doorgevoerd in monitoring, verantwoording
en evaluatie, zodat elke euro voortaan beter te controleren is. Ook zet de VVD grote
vraagtekens bij de wenselijkheid van de huidige financieringsstructuur, waarbij maatschappelijke
organisaties die de Staat structureel in rechten bestrijden voor een groot deel van
hun budget afhankelijk blijven van overheidsfinanciering.
Ik ga snel door naar Europa, vanwege mijn tijd. Als we echt geopolitieke slagkracht
willen hebben, moeten we als Europese Unie ook meer gezamenlijk gaan optrekken, bijvoorbeeld
door de uitbouw van de Global Gateway. Dit moet fungeren als een geloofwaardig groen
alternatief voor het Chinese Belt and Road Initiative, waarbij we kansen creëren om
juist de belangen van Nederlandse ondernemers te borgen.
De voorzitter:
Er is een interruptie ...
Mevrouw Rajkowski (VVD):
Ik heb nog twee zinnen, maar het is goed.
De voorzitter:
Maak anders uw twee zinnen af.
Mevrouw Rajkowski (VVD):
Ja. Afsluitend. De VVD wil dat ons klimaatbeleid ambitieus is maar ook realistisch,
dat het bijdraagt aan de Parijsdoelen en tegelijkertijd ook onze economie versterkt
en onze strategische belangen beschermt. Dank u wel.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Ik hoorde mevrouw Rajkowski in een heel snel zinnetje iets zeggen wat ik goed probeer
te begrijpen. Hoorde ik haar nou suggereren dat de VVD het problematisch vindt dat
ngo’s een rol hebben in ons internationale klimaatbeleid via diverse programma’s,
aangezien die ngo’s ook betrokken zijn bij rechtszaken waarbij de Staat verantwoordelijk
gehouden wordt voor de wetten en de verdragen waaraan we ons gecommitteerd hebben?
Mevrouw Rajkowski (VVD):
Dat vinden wij inderdaad lastig. Idealiter zouden de subsidies die zij krijgen voor
bijvoorbeeld de Internationale Klimaatstrategie, ook gebruikt worden voor de doelen
die wij in Nederland hebben of die we in Europa of in andere verbanden afspreken.
Het geld zou dus ook daarvoor ingezet kunnen worden. Denk aan strategische partnerschappen
en het werken op de grond, wat zij daar doen. Je hebt natuurlijk een rechtsstaat.
Daar wil ik niet aan tornen. Dus als ze willen procederen, moeten ze dat vooral doen.
Aan de andere kant vind ik het ook wringen dat dat geld gebruikt wordt om hier rechtszaken
te voeren, terwijl er internationaal ook nog zo veel te doen is om ons beleid daar
te versterken. Dat is een spanning die mijn fractie zeker voelt.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Dit is dan toch weer een beetje een frame, desinformatie die hier rondgebazuind wordt.
Er is geen sprake van dat maatschappelijke organisaties met subsidiegeld rechtszaken
tegen de Staat voeren. Als mevrouw Rajkowski die aantijging doet, ben ik heel benieuwd
naar welke bewijzen ze daarvoor heeft. Of vindt ze het überhaupt problematisch dat
wij subsidiegeld geven aan organisaties die tevens rechtszaken voeren? Gaat het haar
erom dat met het subsidiegeld rechtszaken gefinancierd worden? Want daar is geen sprake
van. Of gaat het erom dat die ngo’s überhaupt rechtszaken voeren?
Mevrouw Rajkowski (VVD):
Dan begin ik even een persoonlijk feit over de definitie van desinformatie. Dan gaat
het om landen die niet veel ophebben met de westerse democratie en als doel hebben
om de democratie te ontwrichten door middel van het verspreiden van informatie. Tegen
iedereen die mij dat probeert aan te smeren, zal ik mij met hand en tand verdedigen.
Waarschijnlijk is het niet zo bedoeld. Misschien wordt er nepnieuws bedoeld, of dat
soort dingen. Dat is dan prima. Maar desinformatie gaat niemand mij aanpraten; zeker
niet. Dan nog even over de inhoudelijke vragen die zijn gesteld. Ik ben nu net anderhalve
week woordvoerder. Misschien weet ik het dan niet goed genoeg. Ik heb begrepen dat
het gaat om ngo’s die op verschillende manieren geld ontvangen, publiek en privaat,
en die misschien via andere fondsen het geld ophalen. Ik leg het hier maar neer. Misschien
kan de Minister er ook verder op reflecteren. Er ligt ook een amendement van mevrouw
Kröger over het Focus-kader, om teniet te doen dat er 50% publiek en 50% privaat moet
worden opgehaald. Ik vind het wel lastig. Als wij zuurverdiend belastinggeld vrijmaken,
vind ik het wel lastig dat ngo’s de totale pot niet gebruiken om die zo veel mogelijk
elders in te zetten, omdat ik denk dat daar grotere klimaatwinsten te behalen zijn
dan hier in Nederland. Daar zit voor mij ook wel een spanning om uit te kunnen leggen
waarom wij ngo’s subsidiëren die ontwikkeling in Nederland proberen tegen te houden.
Dat vind ik moeilijk uitlegbaar. Ik ga hier geen voorstel doen om iets te verbieden
of te veranderen, maar het is wel een spanning die ik meteen in mijn eerste debat
hier neerleg.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Kijk, als mevrouw Rajkowski het liever «nepnieuws» noemt, vind ik dat ook prima, want
dat is wel precies wat het is. In de beantwoording geeft mevrouw Rajkowski heel duidelijk
aan waar de angel zit. Er is geen enkele aanleiding om te denken dat organisaties
met subsidiegeld rechtszaken voeren tegen de overheid, dus dat is nepnieuws. Als ik
dan doorvraag, blijkt het mevrouw Rajkowski inderdaad te gaan om het feit dat organisaties
die subsidie krijgen tevens rechtszaken voeren tegen een overheid, met andere middelen
en via andere wegen, bijvoorbeeld door een heleboel donateurs, om die overheid te
houden aan de eigen wetten en regels. Dat vind ik een heel problematisch standpunt.
Ik denk dat het in onze rechtsstaat ongelofelijk belangrijk is dat maatschappelijke
organisaties een rol en een verantwoordelijkheid hebben en dat de gang naar de rechter
daar onderdeel van is, net als voor ons allemaal. Dat vermengen en zeggen dat je als
je subsidie krijgt niet naar de rechter kunt stappen tegen de Staat, vind ik een heel
gevaarlijk, glibberig pad. Ik zou hopen dat de VVD, die in principe in de rechtsstatelijke
hoek zit – al was het de afgelopen twee jaar wat minder – dat pad niet opgaat.
Mevrouw Rajkowski (VVD):
Dan is het misschien goed om straks in het debat of later via een schriftelijke reactie
te horen of dit inderdaad werkt op deze manier, of die rechtszaken wel of niet worden
gefinancierd met subsidie vanuit de overheid.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan wil ik graag mevrouw Van Ark het woord geven.
Mevrouw Van Ark (CDA):
Een interruptie is het, toch? Ja. We hebben het hier wel vaker over. Ook in de vorige
periode hebben we het hierover gehad, met Staatssecretaris De Vries. Ik denk dat het
heel goed is als de Minister het idee uit de wereld kan helpen dat maatschappelijke
organisaties met geld van het ministerie rechtszaken voeren, want dat is gewoon niet
zo. Dat herken ik ook niet vanuit de praktijk waar ik heel lang in gewerkt heb. Ik
denk dat het heel goed is als de Minister dat bevestigt. Dan hoeven we het niet elke
keer te herhalen. Ik denk dat het inderdaad zo is als mevrouw Kröger zegt: het gebeurt
wel, maar dan met andere middelen. Het is voor het CDA wel belangrijk dat maatschappelijke
organisaties in staat worden gesteld om met ons parlementariërs in gesprek te gaan
over het werk dat zij doen. Ik benieuwd hoe u daarnaar kijkt. Dat is een wat ander
punt. Misschien kunt u daarop reageren.
Mevrouw Rajkowski (VVD):
Natuurlijk. Dat moeten ze ook zeker kunnen doen. In de anderhalve week dat ik woordvoerder
ben, heb ik ook al contact en gesprekken gehad met verschillende lobbyisten van verschillende
ngo’s. Dat is zeker belangrijk. Het is voor mij ook een belangrijke informatiebron.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik zie volgens mij een interruptie van meneer Van den Berg.
De heer Van den Berg (JA21):
Dat klopt. Ik herken natuurlijk een hele hoop zaken bij de VVD, specifiek wat betreft
het zuurverdiende belastinggeld. Ik ben toch wel nieuwsgierig. Als de VVD nou moet
kiezen tussen klimaatsubsidies of economische ontwikkeling, waar kiest de VVD dan
voor? Voor het geval we dan het verhaal krijgen van «klimaat kan ook voor economische
ontwikkeling zorgen»: dat snap ik, maar het gaat echt om subsidies en ontwikkelingen
zoals die exportproducten waar de VVD het over had.
Mevrouw Rajkowski (VVD):
Eigenlijk heeft meneer Van den Berg het antwoord al gegeven, want ik zie het inderdaad
als iets wat hand en hand kan gaan. Zoals ik al eerder zei: sommigen in deze zaal
of sommige luisteraars thuis zullen misschien vinden dat er te weinig geld op deze
begroting staat; voor anderen is het weer te veel. Volgens mij kan ik wel objectief
constateren dat wij met het budget vanuit Nederland niet het hele internationale klimaatprobleem
gaan oplossen. Je zult dus sowieso keuzes moeten maken in wat je wel en niet financiert
en op welke manier. Dan zijn er volgens mij tal van voorbeelden te noemen. Ik heb
net watermanagement genoemd. Er zijn innovaties waar Nederland in vooroploopt, waarmee
we mensen op andere plekken in de wereld beter kunnen helpen en die ook een bijdrage
leveren aan de Nederlandse economie, en tegelijkertijd het wereldwijde klimaatprobleem
een beetje kunnen afremmen, zo bescheiden als mogelijk. Ik zie hier dus geen tegenstelling
in. Volgens mij kan het heel goed hand in hand gaan. Soms zal er ook weleens geld
worden uitgegeven aan iets waar misschien minder rendement uit komt. Neem klimaatadaptatie.
Aan ergens buiten Nederland een zeedijk verhogen is niet zo snel een euro te verdienen,
maar dat zijn wel maatregelen die nodig zijn om de wereld een beetje veilig te houden.
Ik zou dus ook niet zeggen dat elke euro 100% economisch rendement moet opleveren.
Maar waar we kunnen kiezen: heel graag.
De voorzitter:
Dank u wel voor uw reactie. Dan wil ik graag het woord geven aan de heer Van den Berg
van JA21.
De heer Van den Berg (JA21):
Dank u wel, voorzitter. De overheid houdt zich met allerlei zaken bezig: onderwijs,
zorg, defensie, wegen, dijken en hulpdiensten, en dus ook een Internationale Klimaatstrategie.
Nederland pint zich op allerlei manieren vast aan onhaalbare en onbetaalbare klimaatdoelen,
niet alleen dichtbij maar uiteraard ook ver weg. We committeren er ons inmiddels formeel
aan om de wereldwijde transitie naar netto nul te versnellen en om wereldwijd klimaatkwetsbaarheid
en klimaatweerbaarheid te verspreiden. Het prijskaartje: tussen 2016 en 2022 4 miljard
euro overheidsgeld. En jaarlijks gaat er ook nog altijd 200 miljoen euro naartoe,
hetgeen in de komende begrotingen, gezien de politieke kleur van de coalitie, alleen
nog maar meer dreigt te worden.
Ondertussen worden astronomische bedragen voor mondiale klimaatfinanciering genoemd
in de brief: 100 miljard, 120 miljard, 300 miljard. En tijdens de COP30 in Brazilië,
in Belém, ging het over een routekaart naar 1.300 miljard euro in 2035. Mijn vraag
aan de Ministers: is er al meer bekend over hoe de verdeelsleutels eruit gaan zien?
Voor hoeveel euro is Nederland de pineut? Graag een specifiek antwoord op deze specifieke
vraag. En verwacht het kabinet hierover volgende maand ook afspraken te maken in Colombia?
Maar daarover later meer.
Voorzitter. Mijn fractie kan dit mondiale herverdeelcircus niet uitleggen aan de Nederlandse
belastingbetaler. Zouden deze uitgaven eigenlijk wel een taak van de overheid moeten
zijn? Als Nederlanders willen meedoen met buitenlandse klimaatfinanciering, dan moeten
ze dat toch vooral particulier doen. Er staan genoeg ngo’s in de rij. Hoe ziet het
kabinet zijn roeping om voor buitenlandse klimaatinvesteringen in de bres te springen?
Voorzitter. Volgens mij is het pijnlijkste dat de verantwoording van al deze uitgaven
kant noch wal raakt. De Algemene Rekenkamer merkte twee jaar geleden op dat er geen
oordeel kon worden geveld over de doeltreffendheid en de doelmatigheid van het hele
Nederlandse internationale klimaatbeleid. Lekker is dat! Een vraag aan de bewindspersonen:
hoe gaan zij ervoor zorgen dat elke euro aan Nederlandse klimaatfinanciering inzichtelijk
en uitlegbaar wordt gemaakt, conform de aanbevelingen van de Rekenkamer? Is daar misschien
al vooruitgang op geboekt de afgelopen jaren?
Voorzitter. In het kader van onze Internationale Klimaatstrategie organiseert Nederland
volgende maand met Colombia de conferentie Transitioning Away from Fossil Fuels. Op
dit moment draait Nederland voor 73% op fossiele brandstoffen en tegelijkertijd zien
we, zeker in de regio Flevoland, Gelderland en Utrecht, dat het elektriciteitsnet
het afstappen van fossiele brandstoffen al niet aankan.
Mijn collega Ceulemans stelde in het debat over COP30 ook al een aantal vragen over
deze bijeenkomst, maar nu het binnen anderhalve maand zover is, ga ik er graag dieper
op in. De voorgangers van deze Ministers stelden dat er bij alle afspraken rekening
gehouden zal worden met betaalbaarheid en onze concurrentiepositie. Hoe ziet de inzet
van de nieuwe ministersploeg eruit? Wijkt deze op punten af van de oude lijn? Hoeveel
draagt Nederland bij aan de organisatiekosten? En hoeveel kost het afvaardigen van
een Nederlandse delegatie?
Voorzitter, afrondend. Zelfs Milieudefensie uit kritiek op het kabinet over deze bijeenkomst
in Colombia. Ik citeer: «Tot onze verbijstering horen we dat de regering heeft besloten
dat Nederland niet als partij naar Colombia gaat, maar alleen als technisch covoorzitter.
Dan kan de Minister dus niet inhoudelijk meepraten, geen positie innemen en geen druk
uitoefenen op tegenstribbelende delegaties. Ga dan niet naar Colombia.» Ik ben het
voor een keer eens met Milieudefensie! Laten we lekker thuisblijven.
Dank en tot zover.
De voorzitter:
Dank u wel voor uw bijdrage, mijnheer Van den Berg. Ik kijk even rond en zie dat er
geen behoefte is aan interrupties. Ik geef daarom nu het woord aan mevrouw Van Ark
van het CDA.
Mevrouw Van Ark (CDA):
Allereerst wil ik graag beginnen met veel succes te wensen aan de bewindspersonen.
Leuk dat we voor het eerst met elkaar in debat zijn. Van harte succes gewenst!
Voorzitter. Nederland heeft een duidelijke verantwoordelijkheid in het internationale
klimaatbeleid. Als welvarend land dragen we bij aan de oplossing van een probleem
dat wereldwijd wordt gevoeld, vaak juist in landen die het minst hebben bijgedragen
aan de uitstoot. Het CDA steunt daarom deze ambitieuze Internationale Klimaatstrategie,
maar ambitie alleen is niet genoeg. Ambitie moet ook uitvoerbaar, meetbaar en geloofwaardig
zijn.
Voorzitter. In het debat van maart 2023 stelde mijn collega Mustafa Amhaouch al dat
de Internationale Klimaatstrategie een ambitieus plan was, maar dat er een concreet
actieplan richting 2030 ontbrak. Als we naar de stukken van vandaag kijken, zien we
dat precies dit punt nog steeds relevant is. Ook de internationale klimaatcoalitie
wijst erop dat veel doelstellingen uit de strategie onvoldoende meetbaar zijn en dat
de voortgangsrapportages vooral activiteiten beschrijven in plaats van resultaten.
Daarom vraag ik de Minister: wanneer komt er een concreet en meetbaar uitvoeringsplan
voor de Internationale Klimaatstrategie?
Voorzitter. Eerdere doelen uit de strategie zijn inmiddels deels verdwenen of onduidelijk
geworden, denk aan de ambitie om 100 miljoen mensen toegang te geven tot hernieuwbare
energie. Daarom wil ik de Minister vragen welke oorspronkelijke doelen uit de strategie
nog gelden en welke er zijn losgelaten? Welke nieuwe prioriteiten stelt het kabinet
daarvoor in de plaats?
Voorzitter. In de Kamerbrief van vandaag staat terecht dat publieke klimaatfinanciering
alleen niet voldoende zal zijn. Het kabinet wil daarom meer gebruikmaken van multilaterale
ontwikkelingsbanken en private investeringen. Het CDA steunt dat van harte. Als we
publieke middelen slim inzetten, kunnen we een hefboomeffect creëren. Maar er zitten
ook risico’s aan. Financiering via ontwikkelingsbanken bestaan vaak uit leningen,
die de schuldenlast van kwetsbare landen kunnen vergroten. En private financiering
gaat logischerwijs vaak naar landen en projecten met het minste risico. Hoe voorkomen
we dat de minst risicovolle landen profiteren, wil ik de Minister vragen, terwijl
de meest kwetsbare landen achterblijven. En welke kansen ziet de Minister om nog meer
strategisch via Invest International en FMO te werken aan het bereiken van klimaatdoelstellingen,
ook voor de meer kwetsbare landen?
Mijn volgende punt. Uit de recente IOB-evaluatie blijkt dat er van artikel 1.3, handel
en investeringen, heel weinig, slechts 15%, naar klimaatdoelstellingen gaat. Daar
lijkt mij nog veel winst te behalen. Hoe verklaart de Minister dit? Ziet de Minister
ook dat hier echt kansen liggen om te zorgen dat juist de inzet op handel en economische
groei een grotere bijdrage kan leveren aan klimaatdoestellingen in ontwikkelingslanden?
Mijn laatste punt. Succesvolle klimaatprojecten werken alleen als lokale gemeenschappen
betrokken zijn. Dat geldt in het bijzonder voor vrouwen, jongeren en inheemse gemeenschappen,
die vaak het hardst worden geraakt door klimaatverandering. De strategie erkent dit
belang, maar de uitwerking daarvan is nog beperkt. Hoe zorgt het kabinet ervoor dat
lokale gemeenschappen, met name vrouwen en jongeren, daadwerkelijk betrokken worden
bij besluitvorming en financiering? Kan de Minister de inzet op de participatie van
deze groepen beter uitwerken?
Tot slot. Het CDA wil dat Nederland een betrouwbare partner is in het internationale
klimaatbeleid. Dat vraagt ambitie, maar ook om eerlijkheid en coherent beleid.
Ik zie uit naar de reactie van de Minister. Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Van Ark. Ik zie dat er geen interrupties voor u zijn. Ik ben de
volgende spreker en daarom zou ik de heer Van den Berg willen vragen om het voorzitterschap
over te nemen, want hij heeft toch geen interrupties meer! Is dat goed?
Voorzitter: Van den Berg
De voorzitter:
Ik ben gisteren al warmgedraaid, want dat was mijn eerste dag als voorzitter. Ik geef
graag het woord aan de heer Bamenga van D66.
De heer Bamenga (D66):
Dank u wel, voorzitter. Allereerst wil ik graag de bewindslieden feliciteren in hun
nieuwe functies. Goed dat we dit debat vandaag hebben met de Ministers Sjoerdsma en
Van Veldhoven.
Ik wil graag beginnen met complimenten aan Minister van Veldhoven. Vol overtuiging
ging zij namelijk uit de startblokken om de versnelling op verduurzaming in de wereld
in te zetten. Geweldig dat deze Minister vorige week in een brief aan de Kamer liet
weten dat ze zich gaat inzetten voor de voortzetting van het ETS. Dit biedt kansen
aan het Nederlandse en Europese bedrijfsleven, want het zorgt voor slimme emissiereductie
tegen lage kosten.
Voorzitter. Dat is ook nodig; kijk maar naar de huidige energieprijzen. Die gaan door
het dak! Dit keer door de oorlog in het Midden-Oosten en de vorige keer door de inval
van Rusland in Oekraïne. Zolang wij afhankelijk blijven van fossiele brandstoffen
lopen wij onnodige risico’s. Daarom moeten we inzetten op internationale klimaatactie,
duurzame energie en economische veiligheid. Kortom, de economie van de toekomst.
Voorzitter. We hebben nog een bewindspersoon die zich gaat inzetten op het internationale
groene toneel. Minister Sjoerd Sjoerdsma! De eerste vraag die bij mij opkomt, luidt,
zoals we dat in Brabant zouden zeggen: hoe groen benne gij eigenlijk? Hoe gaat de
heer Sjoerdsma in zijn rol als Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking
bijdragen aan internationale klimaatpolitiek?
Voorzitter. Laat ik beginnen met de klimaatfinanciering. Het is zowel in ons eigen
belang als in dat van de rest van de wereld dat Nederland wereldwijd helpt om de klimaatkwetsbaarheid
te verminderen en landen weerbaarder te maken. In veel delen van de wereld worden
mensen nu al hard geraakt door droogte, overstromingen en mislukte oogsten. De gevolgen
van klimaatverandering vergroten het risico op voedseltekorten, politieke instabiliteit
en migratiestromen. Investeren in klimaatmitigatie en klimaatadaptatie elders is dus
ook investeren in stabiliteit en veiligheid voor onszelf.
Het vorige kabinet heeft het OS-budget wegbezuinigd, waardoor internationale klimaatbeloftes
onder druk zijn komen te staan. Hoe gaat de Minister publieke klimaatfinanciering
effectief inzetten en ook andere private financieringsstromen aanjagen om te voldoen
aan de klimaatfinancieringsbehoefte in ontwikkelingslanden? Is de Minister bereid
om bij de extra middelen voor klimaat concreet te kijken naar een extra bijdrage voor
het ontbossingsfonds?
Voorzitter. Een tweede punt betreft de koppeling tussen klimaat en handel. Handelsakkoorden
kunnen gebruikt worden als instrument om klimaatactie te stimuleren. Kan de Minister
toezeggen dat hij in de onderhandelingen over toekomstige handelsakkoorden zich ervoor
gaat inzetten om tot concrete acties en concrete afspraken te komen om klimaatactie
te versnellen?
Voorzitter. Gezien de geopolitieke situatie is het belangrijk dat Europa leiderschap
toont door de industrie te verduurzamen en te investeren in de economie van de toekomst.
Instrumenten zoals het ETS en CBAM zorgen ervoor dat vervuiling een prijs krijgt en
creëren kansen voor Europese bedrijven die vooroplopen in verduurzaming. Dit vraagt
om politieke moed, enthousiasme en doorzettingsvermogen. Ik heb er vertrouwen in dat
deze twee bewindspersonen die kwaliteiten in huis hebben. Daarom een vraag aan Minister
van Veldhoven. Hoe ziet zij de rol van Europa in deze geopolitieke context? Welke
stappen zijn volgens haar nodig om Europa daadwerkelijk de wereldleider in de groene
economie te maken? Als co-host van de First Conference on Transitioning Away from
Fossil Fuels hebben we een extra verantwoordelijkheid om de conferentie te laten slagen.
Op welke resultaten wil de Minister inzetten? Als Nederland en Europa nu investeren
in internationale samenwerking, eerlijke handel en sterke klimaatregels kunnen we
niet alleen de planeet beschermen, maar ook onze economie versterken.
Ik kijk uit naar de antwoorden van de Minister. Dank u wel.
De voorzitter:
Ik zie een interruptie van mevrouw Kröger van GroenLinks-Partij van de Arbeid. Gaat
uw gang.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Zoals ik heb aangegeven, ben ook ik blij dat er een steven is gewend – zeg je dat
zo? – dat de koers is verlegd en dat internationaal klimaatbeleid weer een serieus
onderwerp is. Ik denk dat dat met deze twee bewindspersonen hopelijk in heel goede
handen is. Alleen blijft toch het vraagstuk van het geld. Ik heb de volgende vraag
aan D66. In de begroting die nu voorligt, waar we over twee weken over stemmen, wordt
meer dan de helft van het budget voor het artikel Klimaat op de BHOS-begroting wegbezuinigd.
Is dit nou een begroting waar D66 mee akkoord kan gaan? Of is het nú nodig dat we
dat repareren en dat we ten minste de koppeling herstellen?
De heer Bamenga (D66):
Volgens mij vindt mevrouw Kröger mij aan haar zijde op het moment dat ze zegt er door
het vorige kabinet ontzettend is bezuinigd op de begroting en dat we er samen alles
aan moeten doen om in ieder geval die bezuiniging zo veel als mogelijk terug te draaien
en te investeren in ontwikkelingssamenwerking. Er is al een belangrijke eerste stap
gezet door het kabinet door aan te geven dat er 257 miljoen extra wordt geïnvesteerd
in ontwikkelingssamenwerking. Een deel daarvan zal terechtkomen bij klimaat, heb ik
ook kunnen lezen. GroenLinks-PvdA zal ons altijd aan haar zijde vinden als het gaat
om de vraag hoe we ervoor zorgen dat er nog meer geïnvesteerd kan worden en dat we
deze huidige begroting nog veel meer kunnen verbeteren. Dat heb ik tijdens de begroting
ook aangegeven. Laten we daarin samenwerken en kijken hoe we dat voor elkaar kunnen
krijgen, zou ik zeggen.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Bamenga. Dan wil ik het voorzitterschap weer teruggeven aan u.
Voorzitter: Bamenga
De voorzitter:
Dank u wel, voorzitter. Ik ben weer voorzitter; het is niet dat ik mezelf nogmaals
wil bedanken! Dit waren volgens mij de vragen en de bijdrages van de kant van de Kamer.
Ik kijk even hoelang de bewindslieden nodig hebben.
Minister Sjoerdsma:
Misschien kunnen we even een kwartiertje schorsen.
De voorzitter:
Een kwartier schorsen? Ik kijk even. Dat is heel kort.
Minister Sjoerdsma:
Vergeef ons als het vijf minuten langer is, maar dat zou onze intentie zijn.
De voorzitter:
Dan komen we terug om 11.05 uur.
De vergadering wordt van 10.47 uur tot 11.10 uur geschorst.
De voorzitter:
We gaan weer beginnen. We beginnen met de eerste termijn van de bewindspersonen, de
Ministers. Ik zou de bewindspersonen graag willen vragen om vooraf even aan te geven
welke blokjes er zijn, zodat alle leden dat weten. Misschien kunnen we aan het einde
van ieder blokje eventuele interrupties doen. Zullen we weer vier voorstellen? Is
dat voldoende? Ja. U heeft dus maximaal vier interrupties. Minister van Veldhoven,
wilde u als eerste gaan spreken?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Dank u wel, voorzitter. Als ik als eerste zou mogen spreken, dan mag ik u wellicht
vragen, mocht de Kamer vervolgens geen aanvullende vragen meer aan mij hebben, omdat
de bulk van de vragen gesteld is aan Minister Sjoerdsma, of u het mij eventueel toestaat
om mijn werkzaamheden elders te vervolgen. Er is veel aan de hand op dit moment. Natuurlijk
blijf ik zo lang als de Kamer vragen aan mij heeft, maar mocht u zeggen dat wij alles
naar tevredenheid hebben beantwoord, dan zou ik het fijn vinden om alvast te kunnen
gaan. Maar het ligt geheel in uw handen. Daarom begin ik graag.
Voorzitter. De Kamerleden hebben er eigenlijk allemaal aan gerefereerd. We staan in
de wereld, in Europa en in Nederland voor grote veranderingen. We zien de spanningen
toenemen in verschillende delen van de wereld. Dat raakt ons. Vorige week hebben we
inderdaad twee debatten gevoerd hier in de Kamer met een aantal van u, waarin ook
onze afhankelijkheid van fossiele brandstoffen nadrukkelijk naar voren kwam. Daarvan
zei de Kamer in een grote breedte dat het goed zou zijn om die te verminderen. Dus
nog los van ...
De voorzitter:
Misschien is het goed om even aan te geven welke blokjes u heeft.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Ik heb eigenlijk maar één blokje, voorzitter. Alles komt in één blokje.
De voorzitter:
Eén blokje? Oké, maar dan is het ook goed om te weten welke blokjes Minister Sjoerdsma
heeft.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Ah, oké; excuses.
Minister Sjoerdsma:
Absoluut, dat is geen probleem. Nadat Minister van Veldhoven haar blokje heeft gedaan,
heb ik een wat algemenere inleiding om misschien ook even terug te grijpen, want het
laatste debat hierover, althans in de Tweede Kamer, is enige tijd geleden. Daarna
heb ik het blokje klimaatfinanciering, het blokje partnerschappen en het blokje bossen
en handel. Als er dan nog resterende vragen zijn, zitten ze in het blokje overig,
maar dat is niet vervelend bedoeld.
De voorzitter:
Oké, dank u wel. U vervolgt uw betoog.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Dank u wel, voorzitter, en excuses. Ik had op uw vraag inderdaad even kunnen aangeven
dat het één blokje is. De meeste vragen gaan over Colombia en de inzet daar, en er
zijn wat aanpalende vragen. Vorige week hebben we twee keer gesproken over het belang
van het afbouwen van onze afhankelijkheid van fossiele brandstoffen. Er zijn heel
veel redenen om dat te doen. Het is ook duidelijk dat hoe meer andere landen tegelijkertijd
met Nederland die fossiele brandstoffen afbouwen, hoe makkelijker de context voor
ons bedrijfsleven is om dat te doen, nog naast het vraagstuk van de geopolitieke onafhankelijkheid
die daarmee versterkt zou worden.
Bovendien zien we helaas dat de kosten van klimaatverandering overal oplopen, ook
in Europa en in Nederland. Het afbouwen van fossiele brandstoffen voor een schone
leefomgeving is dus niet alleen goed om klimaatverandering tegen te gaan, maar ook
voor onze economische stabiliteit. Ik geloof dat de heer Van den Berg het had over
4 miljard tussen 2016 en 2021. Ik wil daar alleen het volgende tegenover zetten. Op
de laatste dag van de vorige keer dat ik in het kabinet zat, toen ik mijn afscheid
met alle ambtenaren had gepland, heb ik dat allemaal afgezegd om naar het zuiden van
Limburg te gaan, waar op dat moment ernstige overstromingen waren in Valkenburg. Ik
stond daar tot aan mijn enkels in het water, voor een weggespoelde brug. Ik zag hoe
mensen aan de overkant uit een bejaardentehuis werden geëvacueerd achter in een vrachtwagen
om daar veilig weg te komen. De kosten voor Nederland van die ene regenbui waren ongeveer
1 miljard. Recent is in Slovenië ook een ernstige wateroverlast geweest. Dat heeft
Slovenië in dat jaar 15% van het GDP, hun bnp, gekost. We moeten de kosten van klimaatverandering
dus afzetten tegen: wat kost het om die te voorkomen? Elke scherpte bij alle uitgaven
is geheel terecht, maar ik denk dat het belangrijk is dat we de kosten van nietsdoen,
die heel erg hoog zijn, er ook continu bij nemen wanneer we het hebben over hoe we
ons belastinggeld besteden. Uiteindelijk moeten namelijk ook dat soort kosten, die
veel hoger zijn, met belastinggeld betaald worden.
Voorzitter. We zien het dan ook echt als een kans. Duurzaamheid, klimaat en economie
gaan hand in hand als we die goed en in samenhang weten aan te pakken; mevrouw Rajkowski
refereerde daar ook aan, net als mevrouw Kröger en mevrouw Teunissen. Dan is het juist
belangrijk dat de rest van de wereld ook een beetje meebeweegt. Dat maakt het toch
makkelijker. Dat geeft meer ruimte. Nu zien we dat er in de wereld natuurlijk veel
in beweging is – daar zal de heer Sjoerdsma ook verder op ingaan – maar er zijn ook
landen die dit als hun toekomststrategie zien. Dan is het smeden van coalitions of
the willing, dus verbanden met andere landen die dezelfde toekomstvisie hebben, heel
belangrijk. Rapporten van Draghi, Letta en Wennink laten ook zien dat dit voor Nederland
een belangrijke toekomstvisie is. Het gaat niet vanzelf, dus de samenwerking met andere
landen is belangrijk. UNFCCC, de klimaatorganisatie van de Verenigde Naties, is natuurlijk
dé plek waar alle internationale onderhandelingen plaatsvinden. Daar zeg ik bij dat
wat er in die organisatie wordt afgesproken, altijd bij volledige consensus is. Zodra
een of twee landen ergens niet mee instemmen – sommige landen hebben natuurlijk meer
fossiele belangen dan andere – dan komt het niet in de eindtekst, maar dat wil niet
zeggen dat er niet heel veel landen zijn die wel heel graag meer actie willen ondernemen.
Dat kan ook een kritische massa zijn voor Nederland om actie te kunnen ondernemen.
Dat zag je gebeuren tijdens de laatste COP. Daar was heel veel steun om nadere invulling
te geven aan de referentie die in een van de eerdere klimaattopuitkomsten zat, namelijk
om fossiele brandstoffen te gaan afbouwen. Je zag dat die landen heel veel behoefte
hebben aan het delen van strategieën. Voor ieder land zal die strategie namelijk anders
zijn en ieder land wil die strategie op een manier vormgeven die haalbaar is, die
betaalbaar is, die zorgvuldig is. Maar we moeten allemaal naar beneden, want van alleen
meer zonnepanelen gaat de CO2-uitstoot niet achteruit. Die gaat uiteindelijk pas naar beneden als er ook minder
fossiele brandstoffen worden gebruikt of als er meer CO2 wordt afgevangen.
Waar het in UNFCCC-verband voorheen heel erg ging om de vraag wat de doelen zijn,
zijn we met elkaar ook echt aanbeland bij de vraag hoe we het dan doen. We kunnen
daarbij maar beter van elkaar leren om allemaal zo veel mogelijk gebruik te maken
van de slimme ideeën die er zijn wereldwijd. Ik denk in ieder geval niet dat wij als
Nederland alle wijsheid in pacht hebben, dus ik ga ook heel graag luisteren naar andere
landen. Daarnaast helpt het natuurlijk ook geopolitiek als je op een positieve manier
met gelijkgestemde landen kunt samenwerken. Wat dat betreft biedt die conferentie
ook Nederland een kans om ons als zodanig, als een partner goed neer te zetten. Minister
Sjoerdsma zal daar vast nog verder op ingaan.
Dan meer specifiek. U heeft er allemaal vragen over gesteld: wat gaat de conferentie
doen? Laat mij eerst een ding wegnemen: ik ga er echt niet alleen als technisch voorzitter
heen. Ik weet niet hoe dat in de wereld is gekomen, maar dat was niet mijn plan. Ik
ben van plan om een verbindend, enthousiasmerend en activerend voorzitter te zijn.
Natuurlijk zullen we ook vanuit Nederland onze ervaringen en lessen inbrengen. Het
is alleen geen onderhandeling. Dit is anders dan de formele COP, waar het echt een
onderhandeling is, waar gezamenlijk een tekst moet worden vastgesteld. Dit is een
conferentie om met elkaar te leren om een coalition of the willing te bouwen, wat
voor Nederland dus ook weer een goede context zal bieden voor onze eigen keuzes en
ons eigen beleid. Maar dit gaat echt over wat de grootste barrières zijn, hoe we die
kunnen slechten, wat goed gaat en wat beter moet, hoe je elkaar kunt ondersteunen
en hoe we beter gebruikmaken van de faciliteiten en de initiatieven die er ook zijn.
Met deze conferentie probeer ik ook heel veel verschillende initiatieven die op verschillende
manieren al proberen om de weg naar de afbouw van fossiele brandstoffen vorm te geven
en al dat soort leerervaringen bij elkaar te brengen. Voor elk land is de energiemix
immers anders. Ook de transitie is dus voor elk land anders. Dat wil ik bij elkaar
brengen. Dat is dus mijn inzet. Ik ben dus niet alleen technisch voorzitter, maar
we hoeven niet te onderhandelen. Wellicht is daardoor verwarring ontstaan. Ik zal
u graag nog nadere toelichting geven in de brief die ik al heb toegezegd. Die komt
voor 1 april naar u toe. We zullen allemaal ons eigen pad moeten vinden, maar we zijn
samen sterker, maar ook samen slimmer. Ik denk dat dit een belangrijke uitkomst zal
zijn van deze conferentie.
Voorzitter. Dan ga ik nog even naar een paar aanpalende vragen van onder anderen de
heer Bamenga van D66. Hij benadrukt hoe belangrijk een stabiel ETS is. Ik wil dat
nogmaals onderstrepen. Waar Nederland als onderdeel van Europa de transitie wil vormgeven,
doen we dat natuurlijk wel in de context van een wereld die nog niet altijd even hard
gaat als wij. Dan moeten wij ervoor zorgen dat onze bedrijven geen oneerlijk speelveld
hebben. Daarvoor zijn zo’n ETS en een CBAM ontzettend belangrijk. Ik vertrek zondagavond
richting Brussel voor twee dagen aan Raden: de Energieraad en de Milieuraad, waar
dit ook op de agenda staat in aanloop naar de Europese Raad later die week. Nederland
zet zich heel hard in en zoekt ook de alliantie met andere landen om ervoor te zorgen
dat we gezamenlijk het ETS versterken en om, zo zeg ik ook richting mevrouw Rajkowski,
aandacht te hebben voor de zorgen van bepaalde bedrijfseconomische takken in Europa
die het toch zwaar hebben onder de internationale concurrentie. We gaan kijken hoe
we ervoor kunnen zorgen dat die groene productie in Europa kan voortbestaan en kan
blijven worden uitgebouwd, want daar hebben we ook die bedrijven hard voor nodig.
Dat was ook een van de vragen: zijn het alleen maar de overheden die hier een rol
in hebben? Nee, het bedrijfsleven heeft ook een rol. Wel moeten we zorgen voor de
juiste randvoorwaarden. Nederland zet zich daar hard voor in.
Dan was er nog een vraag van de heer Van den Berg over de kosten. De precieze kosten
hangen af van hoeveel deelnemers uiteindelijk naar Colombia komen. Dat aantal is nog
niet stabiel. Maar we betalen het als Nederland niet alleen. We delen de kosten met
verschillende andere overheden, bedrijven, filantropische instellingen die hebben
aangeboden een financiële bijdrage te leveren. Ook mijn ministerie heeft een taakstelling.
Daar zijn we zeer scherp op: waar geven we wat aan uit? Maar in dit soort instanties,
op dit soort momenten is het ook de kost die voor de baat uit gaat. Het creëren van
een goede context voor ook ons Nederlandse bedrijfsleven om te kunnen concurreren
terwijl het vergroent, vraagt ook wel om het leren van hoe dat zo slim mogelijk kan.
Wij hebben niet alleen de wijsheid in pacht, dus ik ga ook graag luisteren naar andere
landen en kijken of we daar slimmere oplossingen kunnen vinden, die ook bij elkaar
weer kunnen helpen om de kosten van de hele transitie om ons meer onafhankelijk te
maken, omlaag te brengen.
Voorzitter. Ook in de Internationale Klimaatstrategie – Minister Sjoerdsma zal daar
zeker nog verder op ingaan – is een van de dingen het verkleinen van de voetafdruk
van de Nederlandse consumptie in het buitenland. Iets wat bij mij ligt is de circulaire
economie. Daar gaan we zeker ook kijken hoe het verminderen van de import van met
name fossiele grondstoffen onze afhankelijkheid kan verkleinen en hoe we de CO2-voetafdruk in internationale ketens daarmee kunnen verkleinen. U begrijpt wellicht
dat we in de afgelopen ruim twee weken nog een beetje aan het begin staan van wat
ik daar verder zelf mee wil vormgeven, maar daar ga ik hard mee aan de slag.
Voorzitter. Dat waren volgens mij de vragen die aan mij gesteld waren. Ik check nog
even mijn aantekeningen, maar ik kijk ook graag even in uw richting, voorzitter, of
ik nog iets vergeten ben van een van de leden.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik zie graag een hand van de heer Van den Berg.
De heer Van den Berg (JA21):
Fijn u dat mijn interruptie ziet aankomen, en graag ziet aankomen. Ik hoorde de Minister
erover spreken dat de kosten nu eigenlijk niet gekwantificeerd kunnen worden voor
de klimaattop in Colombia. Ik zou dat wel heel graag willen, zeker voor mijn werk
als parlementariër, zodat ik de regering kan controleren op haar uitgaven. Het is
volgens mij een hele eenvoudige vraag: wat kost die top aan belastinggeld? En specifiek
ook: wat kost het om de parlementariërs af te vaardigen? Volgens mij kan dat heel
eenvoudig: per parlementariër is het bedrag x en als er meerdere parlementariërs gaan,
wordt het bedrag y.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
De Kamer gaat zelf over haar eigen budget, dus ik denk dat ik daar geen verantwoording
over afleg, maar dat u met elkaar wat dat betreft uw budget beheert. Ik kan me voorstellen
dat u die vraag intern met elkaar beantwoordt. Verder merk ik in relatie tot het kabinet
op dat er een jaarlijks verantwoordingsmoment is. Dat is bij het jaarverslag. Daarin
wordt voor alle conferenties en voor alles wat een kabinet doet verantwoording afgelegd
over waar de gelden naartoe gaan. Dat lijkt me ook het goede moment om daar met elkaar,
mocht u er toch nog vragen over hebben, dit gesprek verder te vervolgen.
De voorzitter:
Nog een vervolgvraag.
De heer Van den Berg (JA21):
Helder wat betreft de kosten voor de parlementariërs. Daar ga ik dan nog achteraan.
Maar het is toch net zoals met een huis verbouwen? Als ik van tevoren een aannemer
inhuur, wil ik ook weten wat de begroting van de verbouwing is. Dat moet hier toch
ook wel gedaan zijn? Vanuit het ministerie is van tevoren toch wel een inschatting
gemaakt van wat we hier zo ongeveer aan kwijt zijn?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Van tevoren krijgt een departement natuurlijk een begroting. Daarmee geeft de Kamer
ook ruimte aan de Minister om bepaalde uitgaven te doen. Daar wordt jaarlijks verantwoording
over afgelegd. Mijn vraag aan de heer Van den Berg is een beetje waar hij precies
naar op zoek is. Het feit dat de kosten hier voor de baat uit gaan, is een investering
die ik bereid ben om te doen. Dat valt ook onder mijn verantwoordelijkheid. Maar ik
heb een beetje de neiging om te denken dat de heer Van den Berg ongeacht het getal
dat het zou zijn, zou zeggen dat het te veel is. Ik ben dus een beetje op zoek naar
de achtergrond van zijn vraag. Waar is hij precies naar op zoek? Of wat zou het wel
mogen kosten?
De heer Van den Berg (JA21):
Volgens mij is dat een omgekeerde redenering die niet helemaal past. We gaan hier
over het budget van de regering. Ik wil simpelweg weten wat wij daaraan uitgeven,
zodat wij daar zelf een politieke afweging in kunnen maken of dat wel of niet ...
Ik kom even niet op het woord. O ja, «doelmatig» is het woord dat ik zocht. Dat doet
me denken aan de Rekenkamer. Kortom, ik wil concreet hebben wat het kost. Dan is aan
ons de politieke afweging om te bezien of dat doelmatig is. Wat er voor de rest nog
allemaal aan overwegingen speelt, doet volgens mij niet ter zake.
De voorzitter:
Ik heb deze vraag trouwens niet opgenomen omdat er een wedervraag kwam. Dan weet je
dat.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Over de doelmatigheid van alle uitgaven van een ministerie hebben we een keer per
jaar een verantwoordingsdebat. Dan heeft ook de Algemene Rekenkamer ernaar gekeken.
Ik stel voor dat we dat op dat moment met elkaar vervolgen.
De heer Van den Berg (JA21):
Ik blijf erbij dat het toch niet zo’n hele gekke vraag is dat ik van tevoren wil weten
wat voor inzet wij hier hebben op politiek niveau, maar ook wat het kost om daaraan
deel te nemen of om zelfs het covoorzitterschap op ons te nemen. Dat is toch gewoon
een hele normale vraag die we ook moeten kunnen uitleggen aan alle Nederlanders die
ons naar die top zien gaan? Ik wil gewoon een bedrag weten dat daar ongeveer voor
is begroot. We kunnen dan altijd achteraf kijken of dat een beetje binnen die begroting
is gevallen of niet, maar volgens mij is het helemaal niet zo gek om dat van tevoren
te vragen.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
De reden waarom ik niet een precies bedrag kan geven, is dat ik nog niet weet hoeveel
mensen er precies gaan deelnemen. Dat aantal is niet stabiel. Ook zijn we nog in overleg
met andere partijen, die mogelijk een deel gaan bijdragen. Als ik nu een bepaald bedrag
noem, kan dat ook betekenen dat de prijs voor Nederland hoger uitvalt, wat mij ook
niet in het gemeenschappelijk belang lijkt. Daarom ben ik daar wat voorzichtig mee.
Wel kan ik de heer Van den Berg aangeven dat wij zeker niet alle kosten zullen betalen.
Over het geheel zal het wat ons betreft onder de miljoen euro blijven, maar hoever
het daaronder zit, laat ik nog even in het midden vanwege de afwegingen die ik daar
net over heb geschetst.
De heer Van den Berg (JA21):
Dan had ik het mooi gevonden als zo’n antwoord gelijk bij de eerste interruptie was
gekomen of, beter zelfs, in antwoord op mijn vraag in eerste termijn. Ik denk dat
dit veel logischer was geweest. Voordat we naar de klimaattop gaan, moeten de bedragen
een stuk concreter zijn dan nu. Daarom zou ik graag een Kamerbrief willen zien over
wat de uiteindelijke inzet is. Daarbij doe ik toch ook het verzoek dat als we deze
vraag een volgende keer stellen, we die gelijk beantwoord krijgen.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Ik wil toch voorkomen dat wij onze schaarse ambtelijke capaciteit gaan inzetten voor
tussentijdse verantwoordingen over kleine onderdelen van de begroting. We hebben daar
een jaarverslag voor, een moment waarop de Rekenkamer ook alle uitgaven van een departement
bekijkt. Laten we ook zorgen dat we onze energie inzetten op de juiste momenten. Ik
heb de heer Van den Berg toch een inschatting willen geven omdat ik zie dat hij daar
erg aan hecht, maar er zijn ook goede redenen waarom we de verantwoording met elkaar
doen in het budgetrecht van de Kamer op zo’n moment. Ik zou toch graag zo veel mogelijk
bij dat moment willen blijven, maar gezien de bijzondere interesse van de heer Van
den Berg heb ik hem in ieder geval een inschatting willen geven. Dat is ook waarom
ik die niet in eerste instantie gaf, want als we zo veel mogelijk naar die jaarlijkse
momenten gaan, is dat eigenlijk beter voor het hele proces en daarmee ook voor ons
allemaal.
De voorzitter:
Ik begrijp dus ook dat er een inzetbrief zal komen. De Minister had dat zojuist al
aangegeven. Dan wil ik het woord geven aan mevrouw Kröger.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Onze energie, en dan het liefst duurzame energie, inzetten op de juiste zaken klinkt
me als muziek in de oren. Ik hoor de Minister schetsen dat ze geen technisch voorzitter
wordt, maar verbindend, enthousiasmerend voorzitter. Prachtig. Maar eigenlijk is de
vraag naar de Nederlandse inzet ook wat wij meebrengen naar Colombia en op welke manier
wij laten zien dat het ons menens is met de afbouw van fossiel, welke stappen wij
gaan zetten, zowel in het internationale klimaatbeleid als in ons eigen land als wat
betreft de scope 3-emissies van bedrijven. Kan de Minister aangeven dat de inzetbrief
die wij als Kamer nog krijgen, die zij al heeft toegezegd, daadwerkelijk inhoudelijk
geladen is met wat wij als Nederland naar de tafel brengen? Dat kunnen zowel beleidsmatige
acties zijn als diplomatieke inzet in allerlei gremia.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
De brief die ik heb toegezegd, is niet specifiek een inzetbrief, maar een voorbereidende
brief waarin ik nadere informatie geef. Ik hoor wel de vraag van mevrouw Kröger om
daar al zo veel in op te nemen van wat ik van plan ben om te gaan doen. Dat zullen
we doen, maar dingen waartoe we nog niet besloten hebben, kunnen nog niet in die brief
terechtkomen. Dat wil niet zeggen dat het kabinet daar niet in de loop van de kabinetsperiode
op inzet. Ik hoor bij mevrouw Kröger de wens voor misschien al meer details dan ik
op dit moment zou kunnen geven. In ieder geval zullen we lessons learned vanuit Nederland
ook opnemen. Ik ben graag bereid om op te nemen wat we kunnen opnemen over wat we
de komende tijd van plan zijn. Het kan zo zijn dat ik op bepaalde punten nog niet
zover ben. Even een concreet voorbeeld: ik heb de Kamer toegezegd na de zomer te komen
met een plan voor de strategische afbouw van gaswinning. Over twee weken kan ik in
die brief niet al schetsen hoe ik dat precies ga doen als de brief over dat plan pas
na de zomer komt. Maar ik kan natuurlijk wel ook in Colombia zeggen dat wij in het
najaar met zo’n plan gaan komen. Wellicht kan ik ook wat zeggen over de aanpak. Dat
is even waar ik mevrouw Kröger wil meenemen in de afwegingen die ik maak ten opzichte
van die brief.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Dank. Het is goed om te horen dat Nederland in ieder geval van plan is om inhoudelijk
te gaan laden wat wij verstaan onder het afbouwen van fossiel en welke stappen daarin
gezet worden. Ik denk dat het ongelofelijk belangrijk is om dat ook als covoorzitter
te laten zien, want dat inspireert natuurlijk ook de rest. Wij zien die brief, hopelijk
met zo veel mogelijk detail en ambitie, tegemoet. Eén ambitievraagstuk heb ik dan
nog. Circulaire economie is nu natuurlijk ook onder KGG terechtgekomen. Ik hoorde
de Minister praten over het verminderen van onze ecologische voetafdruk. Mijn vraag
is of de doelstelling die altijd gold, namelijk het halveren van de ecologische voetafdruk
in 2050, voor dit kabinet weer leidend gaat zijn.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Ik wil zowel de resultaten van waar we nu staan met betrekking tot circulaire economie
als de specifieke doelstelling ... Ik heb nog niet de gelegenheid gehad de afgelopen
twee weken om met mijn ambtenaren daarover te spreken. Ik spreek ze toevallig vanmiddag.
Deze vraag zal ik daar zeker op tafel leggen. Mijn ambitie is om in ieder geval op
circulair te zorgen voor een versnelling. De afgelopen tien jaar is in Europa het
gehalte circulair met 1% toegenomen. Dat is niet hoopgevend, dus we moeten echt die
versnelling inzetten. Hoe zich dat relateert aan doelstellingen die in het verleden
hebben gegolden, toen het gesprek misschien nog vooral ging over de doelstelling en
niet over het hoe, durf ik zo niet in te schatten. Het belangrijkste vind ik nu dat
we echt die versnelling inzetten en dat we concreet worden over hoe we dat gaan doen
en wat we gaan doen. We komen daar zeker nog over te spreken met mevrouw Kröger. Ze
kent mijn ambitie op dat terrein. Ik zal zo veel mogelijk doen wat ik kan om die versnelling
in te zetten. Daar moet ik het op dit moment even bij laten, maar we komen daar zeker
nog met elkaar over te spreken.
De voorzitter:
Oké. Dank u wel voor de reactie. Ik kijk even rond en zie verder geen andere interrupties.
De Minister heeft verzocht om, als er verder geen vragen zijn, eerder weg te gaan.
Er zijn wel al toezeggingen gedaan. Het is er een, meen ik. Ik zal ’m even noemen.
− De Minister van Klimaat en Groene Groei zegt nogmaals toe voor 1 april een brief aan
de Kamer te sturen over de First Conference on Transitioning Away from Fossil Fuels
in Colombia.
Ja? Dat is zo? Ja. Bij dezen willen we de Minister bedanken voor haar bijdrage en
alle antwoorden.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Dank u wel, voorzitter. Dank aan de Kamerleden voor deze flexibiliteit.
De voorzitter:
Dan gaan we nu door naar de Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.
Minister Sjoerdsma:
Voorzitter, dank u wel. Dank aan alle woordvoerders voor hun aardige, verwelkomende
woorden. Ik kijk er zelf echt enorm naar uit om vaak met deze commissie in debat te
gaan. Ik kijk ook uit naar de samenwerking. Ik vond het ontzettend belangrijk dat
dit debat vandaag doorgang zou vinden, al was het maar omdat sommige van de stukken
die vandaag op de agenda staan nog parlementair aanhangig waren toen ik nog aan uw
kant van het huis zat. Mevrouw Van Ark had het nog over het laatste klimaatdebat waarin
de heer Amhaouch de woordvoerder van het CDA was. Ik zat even terug te denken, maar
volgens mij was ik toen de woordvoerder namens D66. Op uw vraag, meneer Bamenga, als
woordvoerder van D66, hoe groen ik ben, kan ik zeggen dat ik de Kamer in ieder geval
groen heb afgesloten en dat ik hoop nu ook zeer groen te beginnen.
Een paar dingen wellicht vanuit mijn kant. Ik heb u net de blokjes geschetst. Allereerst
wat algemene woorden. Wat ik goed vond om weer even te proeven in uw inbreng, maar
ook in de onderlinge discussies, is hoe breed eigenlijk de steun is voor het klimaatbeleid
hier in Nederland, of dat nou nationaal is of internationaal. Daar worden natuurlijk
verschillende bewoordingen aan gegeven. Mevrouw Rajkowski heeft het over ambitieus
en realistisch. Mevrouw Teunissen benadrukte juist dat dit niet alleen links aangaat,
maar links én rechts én midden. Mevrouw Van Ark had het over het belang van ambitie,
maar dat proef ik hier in de Kamer heel breed. Ik denk dat dit ongelofelijk belangrijk
is, ook in de steun voor wat het kabinet hier gaat doen.
Hetzelfde geldt misschien voor het volgende. De woordvoerders leggen verschillende
accenten. Aan de ene kant ligt er meer nadruk op de publieke financiering en oog hebben
voor de meest kwetsbaren. Dat is ook zeer begrijpelijk. Aan de andere kant ligt er
meer nadruk op de private financiering of de positionering van bedrijven. Ik vond
dat als je die inbrengen bij elkaar optelt, je toch behoorlijk in de buurt komt van
hoe het kabinet dit ziet en hoe de voordelen van de verschillende inbrengen elkaar
zouden kunnen versterken.
Een opmerking van mevrouw Kröger zou ik zelf zeer willen onderstrepen. Natuurlijk,
er zijn allerlei andere debatten gaande in dit huis op dit moment, maar dit is het
debat over de veiligheid van onze toekomst, van onszelf en van die van onze kinderen.
Dat onderstreept nog maar eens even de urgentie, want door alle spanningen en conflicten
in de wereld lijkt het misschien alsof de aandacht voor klimaatverandering en de gevolgen
daarvan verslapt. Dat is niet terecht. Dat is niet terecht, vanwege de zorgen die
Nederlanders daaromtrent hebben, maar zeker ook wereldwijd. Als je ziet hoeveel mensen
wereldwijd te maken hebben met de gevolgen van extreem weer, zoals overstromingen,
hittegolven en tekorten aan water en voedsel, is dat cruciaal.
Dat brengt me bij het volgende punt. Die urgentie voelt dit kabinet ook. Ik denk dat
we daarom ook meteen ons best hebben gedaan om u een brief te sturen om te laten zien
dat we inderdaad de ambitie hernemen; mevrouw Kröger noemde het «de steven wenden».
Ik weet dat die brief misschien niet het antwoord bevat op al uw vragen, maar ik hoop
dat u dat mij als Minister en het kabinet niet meteen euvel duidt. We hebben echt
geprobeerd om dat zo snel als mogelijk te doen, ook in de wetenschap dat we in het
proces richting beleidsbrieven en begrotingen nog niet klaar zijn. Ik zie dit debat
dus ook als een gelegenheid om uw wensen en uw inzichten mee te nemen richting volgende
brieven. Dat is toch wel belangrijk om te zeggen, vanuit de nieuwe positie die dit
kabinet heeft.
Ik zei al dat de blokjes de volgende zullen zijn: klimaatfinanciering, partnerschappen,
bossen en handel. Maar als het mag, wil ik eerst toch ook even terugkijken. Ik bedoel
het niet al te stichtelijk, maar ik wil even terugkijken op wat Nederland, gesteund
vanuit dit parlement, de afgelopen jaren heeft gedaan. Ik denk dat er veel is waar
wij trots op kunnen zijn. Natuurlijk is Nederland een betrouwbare partner voor klimaat.
De beschikbare financiering steeg jaar op jaar en is ook innovatief. Zo weten wij
met Nederlands geld miljoenen mensen te bereiken en weerbaarder te maken tegen de
gevolgen van klimaatverandering. Met partnerlanden werken we aan oplossingen op het
gebied van voedselzekerheid, watermanagement en early warning voor extreem weer.
Ik pak er een paar voorbeelden uit. In Sub-Sahara-Afrika werken we aan de toegang
tot hernieuwbare energie. We zorgen ervoor dat mensen energiezuinig kunnen koken.
Die oplossingen ontwikkelen we overigens weer met Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen
– ik kijk weer naar mevrouw Rajkowski. Een ander mooi voorbeeld vind ik onze inzet
op het gebied van de verbeterde toegang tot financiering voor de minst ontwikkelde
landen, bijvoorbeeld binnen het Green Climate Fund. Ook het Readiness Programme is
ingezet voor het verbeteren van de capaciteitsopbouw van deze landen, om de toegang
tot financiering te vergemakkelijken. Om nog even terug te grijpen op die bedrijven:
wij blinken uit in klimaatadaptieve oplossingen en planvorming voor steden in bijvoorbeeld
Colombia, India en Vietnam. Minister van Veldhoven had het ook even kort over klimaatdiplomatie,
waar IOB echt serieus van onder de indruk is en die effectief is. Dat is natuurlijk
ook echt een politieke opgave. Dat kunnen we niet alleen maar van onze diplomaten
laten afhangen. Dat is ook iets wat Minister van Veldhoven en ikzelf als een persoonlijke
opdracht beschouwen. Tot slot in dit stukje verwijs ik naar de opmerking die mevrouw
Rajkowski terecht maakte. De hele wereld heeft er belang bij om dit te doen, er is
sprake van een gezond eigenbelang en er is natuurlijk ook nog een strategisch belang.
Dat gaat over het afbouwen van onze afhankelijkheden en ervoor zorgen dat wij toegang
houden tot kritieke grondstoffen voor de energietransitie.
U heeft de brief gelezen, maar ik wil hier toch even kort de drie accenten introduceren.
Ten eerste coalities en partnerschappen. Ik denk dat bilaterale samenwerking meer
dan ooit stut wat wij in multilaterale verbanden, die grote onderhandelingsverbanden,
doen. Via samenwerking vanuit gedeelde belangen kunnen we de scheidslijnen tussen
Noord en Zuid overbruggen. Daarvoor is de samenwerking tussen ministeries natuurlijk
ook van belang, maar het is ook van belang om de inzet op weerbaarheid via water-
en voedselzekerheid – daar heb ik sommigen van u ook over gehoord – meer dan ooit
te koppelen aan de klimaatagenda. Dat mag niet alleen maar administratief zijn, zeg
ik maar alvast. Ik kom nog op uw vraag, maar bij de klimaattoppen in Turkije in 2026
en in Ethiopië in 2027 zullen adaptatie en weerbaarheid weer hoog op de agenda staan.
Ik kijk heel even naar rechts. 60% van onze inzet is op dit moment gericht op adaptatie.
Dat is dus al fors.
Ten tweede klimaat en veiligheid. Dat gaat de komende vier jaar een hele grote rol
spelen bij alles wat we internationaal doen, denk ik. We zullen scherper moeten kijken
waar watertekorten en tegenvallende oogsten nieuwe conflicten kunnen veroorzaken.
Daar zou ik via bijvoorbeeld het initiatief van Water, Peace and Security graag een
actieve rol in willen spelen.
Ten derde slimmer financieren. Gelet op hoe groot de financiële opgave is, zullen
we ook echt slimmer moeten zijn. Daar kunnen we simpelweg niet omheen. Dat betekent
dat private investeringen en de rol van ontwikkelingsbanken belangrijker zullen worden,
hoe je het ook wendt of keert. Dat heeft natuurlijk ook te maken met de wereldwijde
terugloop van beschikbare publieke middelen. Maar wij denken dat we dankzij financiële
innovaties met behulp van grote institutionele investeerders, maar ook een substantiële
bijdrage van multilaterale banken, hier toch koploper in kunnen zijn en ook moeten
zijn. Dat zou ook mijn inzet zijn.
Tot slot: wat gaan we nog meer anders doen? Natuurlijk ook aandacht voor de kwaliteit
van de financiering, wat ook aandacht betekent voor inclusiviteit en gender in onze
keuzes. Dat wordt weer een standaard uitgangspunt. Op die manier hopen we te komen
tot een internationaal klimaatbeleid waarmee we weer resultaten kunnen boeken, we
met een versterkte bilaterale inzet de verschillen proberen te overbruggen en multilateraal
de stappen te zetten die nodig zijn. Nederland heeft de kennis en de kunde om hier
effectief aan bij te dragen.
Dan wil ik nu overgaan naar uw vragen, om te beginnen over klimaatfinanciering. U
zult het mij moeten vergeven, want u heeft best wel wat vragen gesteld, als ik bij
uw vragen ben ... Ik ben in de handen van de voorzitter uiteraard, en excuus, maar
mocht ik ergens iets vergeten, kom er dan even op terug aan het einde van het blokje.
Dus om te beginnen een aantal vragen van mevrouw Kröger. Een belangrijke vraag: erkent
de Minister dat het, ook bij de aanvullende publieke financiering los van ODA, nodig
is om aan de internationale verplichtingen te voldoen? Ik denk dat we hier een aantal
dingen moeten erkennen. Eén is dat de opgave die er ligt, echt enorm is. Het tweede
wat we denk ik moeten erkennen is dat de beschikbare publieke financiering onvoldoende
is. Dat geldt niet alleen voor Nederland, maar helaas wereldwijd. Drie: als ik kijk
naar hoe Nederland zich verhoudt tot wat andere landen doen, dan zijn we – ik zeg
dit uit mijn hoofd – op dit moment vierde in Europa en misschien zevende wereldwijd
– al is dat misschien te ambitieus, dus laat ik daar iets voorzichtiger mee zijn:
top tien wereldwijd. Wij doen ontzettend veel. Maar de vraag hierachter is, denk ik
of zo interpreteer ik hem: hoe overbruggen wij dat gat? Ik antwoord natuurlijk veel
te lang op deze vraag, maar ik ga dan toch even terug naar het begin van mijn Kamerperiode
in 2012, toen ik op het gebied van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking
te maken had met de Minister van de PvdA, Lilianne Ploumen. Wij zagen dit dilemma
toen al aankomen. Er zijn eigenlijk twee dilemma’s: een, die financiering is nooit
voldoende; en twee, hoe zorgen we er nou voor dat die klimaatfinanciering binnen de
ontwikkelingssamenwerking een koekoeksjong wordt – al bedoel ik het niet zo lelijk
– waardoor je niks anders meer kan doen? Wat wij toen een beetje samen hebben bedacht,
heen en weer hebben gepingpongd en wat uiteindelijk ook in een motie is geland, is
wat Minister Ploumen toen als beleid heeft ingezet: wij moesten hiervoor echt 5% private
financiering vinden, om ervoor te zorgen dat we überhaupt in de buurt zouden kunnen
komen van deze opgave, omdat het simpelweg met publieke financiering alleen niet kon.
Maar ik heb mevrouw Kröger zeker ook gehoord. Het gat tussen wat we hebben en de opgave
is echt vrij groot.
Mevrouw Kröger en ook mevrouw Teunissen vroegen naar aanleiding van een Follow the
Money-artikel of er nu wel – ik verwoord het maar even zo, want ik snap die vraag
goed – eerlijk werd gekeken naar hoe klimaatfinanciering wordt boekgehouden – om het
zo maar te zeggen. Dus of alles wel het label «klimaatfinanciering» mag dragen. Het
is evident dat klimaat invloed heeft op ontwikkeling en vice versa, dus dat dit in
gezamenlijkheid moet worden aangepakt. Het is denk ik ook evident dat wij in het bepalen
van klimaatrelevantie de internationale richtlijnen van de OESO moeten volgen. Daarin
zijn we als Nederland transparant; ieder project dat bijdraagt aan klimaatfinanciering
is in te zien in het online klimaatdashboard. Maar ik denk dat we hierbij op sommige
van deze punten ook wel de les hebben geleerd dat niet alles er zo onder valt als
destijds is aangegeven.
Dan de vraag van mevrouw Kröger of de klimaatstrategie aangepast gaat worden aan de
huidige realiteit, inclusief duidelijke doelstellingen en rapportages. Dat was ook
een vraag van mevrouw Van Ark, en via mevrouw Van Ark misschien ook nog een vraag
van haar verre voorganger de heer Amhaouch. Ik heb geprobeerd in de brief die de Kamer
gisteren heeft mogen ontvangen, de inzet van mijzelf, van mijn ministerie en van het
kabinet uiteen te zetten. Die is natuurlijk geschetst binnen de huidige geopolitieke
ontwikkelingen en de effecten van klimaatveranderingen. Ik zal mij in eerste instantie
richten op de uitvoering van die agenda en dan uiteraard de Kamer informeren over
de voortgang van die agenda. Tegelijkertijd – en dat zei ik ook in het begin – staan
we aan het begin van de kabinetsperiode; we moeten nog beleidsbrieven maken, we moeten
nog goed kijken naar de invulling van de begroting. We gaan dit dus zeker serieus
meenemen.
De tweede vraag die hierover is gesteld, ook van mevrouw Kröger, ging over de bezuinigingen
die door mijn voorganger, Minister Klever, zijn doorgevoerd op het gebied van de uitvoering
van de Internationale Klimaatstrategie. Zij heeft eerder in een brief aan uw Kamer
aangegeven dat twee van die doelstellingen niet meer gehaald gingen worden, simpelweg
omdat zij het geld dat beschikbaar was ten behoeve van de uitvoering van die doelstellingen,
had wegbezuinigd. Een paar woorden van mijn kant daarover. Ten eerste. Dit kabinet
zal binnen Ontwikkelingssamenwerking evident aandacht blijven besteden aan het tegengaan
van ontbossing en het bevorderen van de energietransitie. Maar misschien ook hier:
dit is tegelijkertijd niet alleen maar een kwestie van geld of publiek geld, maar
vooral ook van politiek; van hoe een land zijn bossen beschermt, hoe het land zijn
transitie organiseert. Daarbij moeten we misschien nadrukkelijk met onze partners
– ik kijk nu ook even naar rechts – bekijken hoe we daarmee zouden kunnen omgaan.
Een van de meest interessante instrumenten hierbij, ook aangedragen in eerdere debatten
door woordvoerder Teunissen, vind ik de Tropical Forest Forever Facility. Daar zit
al – zo zeg ik uit mijn hoofd – 5 miljoen euro aan Nederlands geld in. De heer Bamenga
vroeg daar ook naar. Ik denk dat wij in eerste instantie eerst heel goed gaan bekijken
of wij private investeerders enthousiast kunnen krijgen om dat instrument verder te
vergroten. Het is eigenlijk een omkering van alles wat we tot nu toe hebben gedaan,
dus landen betalen om ervoor te zorgen dat er niet gekapt wordt. Maar dit is wel een
innovatie waarvan ik denk dat die de toekomst zou kunnen zijn. Misschien moet ik naar
aanleiding van deze vragen vanuit de Kamer de toezegging doen dat we daar heel serieus
naar gaan kijken. In eerste instantie proberen we private investeerders hier warm
voor te krijgen, maar we zullen ook zelf even kijken naar wat wij hierbij aan eigen
ondersteuning zouden kunnen doen.
De voorzitter:
Even de vraag of u daarop terugkomt per brief.
Minister Sjoerdsma:
Ja, dat is goed. Dan hoop ik wel dat u mij iets van tijd gunt, ook omdat die facility
in de opstartfase zit en even de kans moet krijgen om te landen. Voordat wij zelf
in onze begroting duiken, wil ik ook even kijken hoe we anderen kunnen enthousiasmeren.
Ik denk dat ik daar zo rond het zomerreces wel uitsluitsel over zou kunnen geven,
als dat akkoord is voor uw Kamer.
De voorzitter:
Oké. Even kijken hoor ... Mevrouw Kröger, wilt u hier meteen op ingaan of aan het
einde van het blok? Oké, we wachten gewoon tot het einde van dit blok. Of was dit
al het einde?
Minister Sjoerdsma:
Nee, dit is nog niet het einde.
De voorzitter:
Oké. Dan mevrouw Rajkowski hierover.
Mevrouw Rajkowski (VVD):
Ja, voorzitter, dank. Ik begrijp dit niet helemaal. De toezegging is dus dat wij nog
een update krijgen van die Tropical Forest Forever Facility, en dat we daarover voor
het zomerreces geïnformeerd worden? Ik vind de strategie van ontbossen voorkomen in
plaats van betalen en zorgen voor herbeplanten, een heel logische strategie inderdaad,
en ook beter voor de wereld. Begrijp ik het zo goed?
Minister Sjoerdsma:
Ja, absoluut, mevrouw Rajkowski begrijpt dat goed. Ik denk dat u de kern ook goed
aanhaalt, en het is goed om daarbij stil te staan: het voorkómen van kappen. Het is
een beetje raar om daar een bonus op te zetten, maar toch is het denk ik de belangrijkste
incentive, en misschien ook wel de goedkoopste incentive als we kijken naar het gebruiken
van belastinggeld, om eraan bij te dragen dat die ontbossing niet voortschrijdt zoals
ze nu doet. En de toezegging begreep u ook goed. Voor de zomer komen we daarop terug
en daar nemen we dan twee, misschien drie, elementen in mee. Eén: hoever is die faciliteit
gevorderd? Het is goed als u ook een goed begrip krijgt van hoe volwassen en voldragen
die is. Twee: wat betekent dit, hoe succesvol zijn wij geweest om ook private investeerders
hiervoor warm te laten draaien? En drie: wat betekent dat voor de eigen Nederlandse
inzet?
Als het gaat over de klimaatfinanciering had mevrouw Kröger ook nog een specifieke
vraag. Ik hoop dat we die goed hebben begrepen; als dat niet zo is, moet zij ons even
corrigeren. Ik heb wel begrepen dat het ging over een bepaald begrotingsartikel dat
nu, in 2026, met 33% daalt en de komende jaren met 58%. Ik denk dat u wijst naar de
bezuiniging op een onderdeel van de klimaatinzet en met name op het gebied van energie.
Daar wil ik een paar dingen over zeggen. Eén. De Nederlandse bijdrage blijft an sich
publiek en privaat heel substantieel. Doorkijkend naar 2030 zie je dat het niet een
perfect opgaande lijn is – dat zal ik meteen toegeven – maar dat er in de trend richting
2030 een opgaande lijn bij zit. Dat blijft zeer substantieel. Het tweede punt is meer
een procespunt. Ik kan me voorstellen dat dit nu misschien een beetje frustrerend
is, maar ook richting de beleidsbrief en de begroting moeten we hier even goed naar
kijken. In het coalitieakkoord staat namelijk dat de extra middelen ook voor een deel
naar klimaat gaan. Ik durf daar nu nog geen concrete uitspraken over te doen.
Mevrouw Teunissen en mevrouw Van Ark hadden het over het belang – dat is een groot
belang – om de schuldenlast van landen niet te verhogen terwijl ze klimaatfinanciering
geven. Dat ziet denk ik ook op de aangenomen motie van mevrouw Teunissen. Niet alleen
delen we natuurlijk de inhoud en de oproep van die motie, maar wij letten bij de klimaatfinanciering
ook nadrukkelijk op het voorkomen van die onhoudbare schuldenlast. Daarbij geldt dat
de publieke klimaatfinanciering natuurlijk beperkt bijdraagt aan de schuldenlast en
dat de klimaatfinanciering vanuit ontwikkelingsbanken vaak in de vorm van leningen
is. Daar gaan weliswaar zorgvuldige analyses aan vooraf, maar wij zullen ons ervoor
inzetten dat klimaat goed verankerd wordt in die relevante raamwerken.
De heer Bamenga, de heer Van den Berg en mevrouw Van Ark vroegen hoe wij de publieke
klimaatfinanciering effectief inzetten en andere private financieringsstromen aanjagen
om te voldoen aan de klimaatfinancieringsbehoefte in ontwikkelingslanden, en dus ook
voorkomen dat de minst risicovolle landen profiteren terwijl de meest kwetsbare landen
achterblijven. Ik denk dat dat eigenlijk een heel belangrijke notie is en voor een
deel misschien wel de kern van dit debat. Dat was misschien ook waarom ik net wilde
teruggrijpen op dat een-tweetje dat ik destijds met voormalig Minister Ploumen had.
Er is het belang van én publiek én privaat om de omvang van die uitdaging aan te kunnen
gaan, maar de wijzen waarop die middelen zijn ingezet, dienen natuurlijk wel een ander
doel. Als het dus gaat over hoe we bereiken dat de meest risicovolle landen en de
meest kwetsbare mensen niet achterblijven – dat is een punt dat mij zeer aan het hart
gaat – dan is die publieke financiering van groot belang. Die is essentieel. Bij die
private financiering gaat het inderdaad meer over hoe we ervoor zorgen dat we de omvang
van de uitdaging kunnen aangaan en voor een deel ook over hoe we ervoor zorgen dat
we ons bedrijfsleven daar zo positioneren dat groen in zekere zin het nieuwe goud
is.
De heer Van den Berg vroeg ook of er meer bekend is over hoe de verdeelsleutels eruit
gaan zien, of in zijn woorden: voor hoeveel euro is Nederland de pineut? Ik zie hem
nu zelf ook lachen. Ik zou het eigenlijk willen omdraaien. Dat zei Minister van Veldhoven
net ook: de kosten van niksdoen zijn echt enorm. We kunnen het dan, vanuit de menselijke
optiek bezien, hebben over verlies van levens en verlies van levensjaren. Ik vermoed
dat de heer Van den Berg het wat meer ingekaderd zou willen zien vanuit het eigenbelang.
Ik weet dat JA21 Nederlandse bedrijven ontzettend belangrijk vindt. Als je wil exporteren,
als je wil importeren, als je wil handeldrijven ... Een derde van onze banen in Nederland
is afhankelijk van handel. Die bedrijven zijn afhankelijk van steeds ingewikkeldere
aanvoerketens. Die aanvoerketens zijn ongelofelijk gevoelig voor schokken. Die schokken
hebben in toenemende mate te maken met het klimaat. Ik denk dat we van mening kunnen
verschillen over nut en noodzaak van klimaatfinanciering. Dat hoort ook bij dit debat.
Ik denk echter dat er ook vanuit de opvattingen van JA21 echt een goede argumentatie
te houden valt voor de noodzaak ervan voor ons eigen verdienvermogen en ons bedrijfsleven.
Misschien zou het vanuit uw optiek iets minder naar de kwetsbaren moeten gaan, maar
daarom denk ik dat ons klimaatbeleid zo goed is: wij doen hier en-en.
De voorzitter:
Volgens mij heeft u geen interruptie meer.
De heer Van den Berg (JA21):
Ik was het eerlijk gezegd een beetje kwijt door de situatie van zojuist, waarbij ik
geen antwoord kreeg. Zou ik ...
De voorzitter:
Laten we aan het einde even kijken of we, gezien de tijd en zo, coulance kunnen bieden.
Minister Sjoerdsma:
Al had ik de heer Van den Berg in alle eerlijkheid misschien een beetje uitgedaagd
door hem te voorspellen dat dit ook voor JA21 goed beleid zou zijn, maar ik probeer
zijn vraag zo direct telepathisch te beantwoorden.
We zijn nog bij het blokje financiering. Nee, we zijn nog niet klaar. Uw Kamer heeft
een groot aantal vragen gesteld. Ik ben er bijna doorheen.
Dan zijn we aangekomen bij ook een belangrijke vraag, namelijk die van mevrouw Rajkowski.
Zij verwijst naar de IOB-evaluatie. Daarbij haalt zij aan dat we ook moeten kunnen
laten zien wat onze inzet oplevert voor het klimaat en voor Nederland. Zij vraagt
daarbij ook of wij al verbeteringen hebben doorgevoerd op het gebied van monitoring,
verantwoording en evaluatie. Daar wil ik twee dingen over zeggen. Ik denk dat het
eerste mevrouw Rajkowski gaat aanspreken. Voor het jaarverslag van mijn ministerie
bereiden we op dit moment namelijk een nieuwe manier van verantwoording voor. Daarin
zullen we ook de opmerkingen van de Algemene Rekenkamer meenemen. Dat is het zoete
deel. Ik permitteer me hier ook nog één algemene opmerking over. Die is dat Ontwikkelingssamenwerking
echt een van de meest geëvalueerde beleidsterreinen hier in Den Haag is. Natuurlijk
zijn er opmerkingen, aanmerkingen, punten, komma’s en vraagtekens te plaatsen bij
sommige programma’s en projecten die onder de hoede van mijn ministerie vallen. Ik
vind dat we die ook heel serieus moeten nemen. Mevrouw Rajkowski heeft er namelijk
zeer gelijk in dat we van die aanbevelingen veel kunnen leren. Tegelijkertijd wil
ik er ook voor waken dat we die evaluatie, behoudens de lessen die ik net noemde,
nog zwaarder maken. Op een gegeven moment komen we dan namelijk in een situatie dat
we meer belastinggeld uitgeven aan het vooraf opzetten van programma’s en het goed
monitoren en evalueren daarvan, en dat we dan niet aan de uitvoering toekomen. Maar
volgens mij heb ik mevrouw Rajkowski goed gehoord. De zorgen die zij over de IOB heeft,
gaan terugkomen in de manier waarop wij naar het jaarverslag kijken. Daar nemen we
de opmerkingen van de Rekenkamer absoluut in mee.
Dan ben ik, zoals ik het nu zie, door de vragen in het blokje klimaat en financiering
heen. Dan zijn er ongetwijfeld nog vragen van uw kant.
De voorzitter:
Dank u wel voor de reactie van de Minister. Ik zag volgens mij een hand van mevrouw
Kröger. Daarna is mevrouw Van Ark.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Dank voor de beantwoording. Ik realiseer me dat deze Minister is opgezadeld met een
erfenis van een gigantische monsterbezuiniging op ontwikkelingssamenwerking, zoals
we die nooit eerder gezien hebben. Mijn vraag was echter of de erkenning er is dat
er additionele publieke financiering nodig is. Ik kreeg als antwoord dat het nooit
genoeg zal zijn, dat het gat heel groot is en dat er dingen met privaat geld moeten.
Dat is allemaal goed, maar ik wil heel graag de erkenning dat, als je kijkt naar de
internationale verplichtingen die we zijn aangegaan en naar wat we nu doen, er additionele
publieke financiering nodig is. Is die erkenning er?
Minister Sjoerdsma:
Misschien moet ik allereerst zeggen dat ik heel goed begrijp waar mevrouw Kröger op
doelt. Ik laat haar constatering over de bezuiniging van het vorige kabinet even bij
haar, maar ik denk zeker dat we daar een flinke stap achteruit hebben gezet en dat
we met deze begroting een stap vooruit zetten. Dat is wel een bescheiden stap vooruit,
waarmee we misschien niet alles kunnen doen wat noodzakelijk is. Het punt van additionele
financiering is op twee manieren uitlegbaar. Eén. De coalitiepartijen zien inderdaad
dat er meer financiering op het gebied van klimaat nodig is. Dat staat ook nadrukkelijk
in het coalitieakkoord. De intensiveringen die wij doen binnen ontwikkelingssamenwerking
zullen voor een deel naar klimaat gaan. Daar staan natuurlijk ook andere zaken bij,
zoals jongeren en maatschappelijke organisaties. Dat kan elkaar versterken. Dat is
denk ik één uitleg. Twee. Wij doen wel echt een inspanning om – ik wil het niet zo
technisch zeggen, dus ik zeg het even zo – de projecten en programma’s, onder andere
die op het gebied van water en voedselzekerheid, zo klimaatrelevant mogelijk te maken.
Dat doen wij zonder de boekhoudkundige trucjes waar mevrouw Kröger over sprak, zoals
het verkeerd labelen van projecten. Ik kan me voorstellen dat dat vanuit mevrouw Kröger
bezien heel makkelijk klinkt, maar ik denk dat we echt een enorme wereld aan winst
te boeken hebben als we dat goed doen. Is dat vervolgens voldoende voor wat hier ligt?
Dat denk ik niet. Maar doen we het internationaal gezien echt ambitieus en behoorlijk
goed? Dat denk ik wel.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Is dit dan mijn laatste interruptie?
De voorzitter:
Dit is uw laatste, inderdaad.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Nou ja, het zij zo. Ik hoor dat de Minister voornemens is om het creatief boekhouden
waardoor nu allerlei dingen als klimaatfinanciering worden geoormerkt die dat niet
zijn, gaat aanpakken. Ik zie heel graag in een beleidsbrief terug hoe dat gedaan wordt.
Dat lijkt me ongelofelijk belangrijk. Maar een zin in de brief van 10 maart intrigeert
mij. Daar staat: «Daarbij wordt onderzocht hoe vanuit deze begroting nog dit jaar
een gerichte, aanvullende financiële bijdrage kan worden geleverd aan de beschreven
agenda.» Dan gaat het dus over de begroting 2026. Ik ben benieuwd waar de Minister
aan denkt, om welk bedrag het dan gaat en om welke post. Op alle vlakken zien we dat
er grof, grof bezuinigd moet worden. Ik zie op dit moment geen meerderheid in deze
Kamer voor steun aan de begroting 2026. Het gaat, nogmaals, om de grootste kaalslag
ooit op het gebied van ontwikkelingssamenwerking.
Minister Sjoerdsma:
Dat laatste heb ik goed gehoord en goed in mijn oren geknoopt.
Dan over dat eerste. We onderzoeken hoe we hierin binnen de beschikbare gelden, ook
wat betreft 2026, nog ambitieuze stappen kunnen zetten. Ik zou u dit graag na deze
tweeënhalve week meteen willen kunnen uitserveren en heel duidelijk willen kunnen
zeggen hoe dat eruit gaat zien en wat we gaan doen, maar ik wil iets van coulance
vragen. Ik ben er simpelweg nog niet aan toegekomen. Maar we gaan het wel doen; dat
is al dit jaar. Dat kan gaan over die prachtige facility waarover we het net hebben
gehad, maar het kunnen ook nog andere dingen zijn. Ik wil me daar nu niet honderd
procent op vastpinnen. Maar we gaan het dus ook doen richting 2027.
Mevrouw Van Ark (CDA):
Ik had in mijn inbreng nog een vraag gesteld aan de Minister over artikel 1.3 uit
de BHOS-begroting. Misschien komt de Minister daar later nog op terug, maar anders
zou ik de vraag nog een keer willen formuleren. Het gaat over het staatje uit de BHOS-begroting
dat we als commissie op 22 januari tijdens een technische briefing hebben ontvangen.
Uit dat artikel, dat vooral te maken heeft met de financiering inzake handel, blijkt
dat slechts 15% naar klimaatdoelstellingen gaat. Ik zal daar even een beeld bij geven,
om het te concretiseren. Ik weet dat het gaat om geld voor onder andere de textielindustrie.
We weten allemaal dat de textielindustrie ook een heel vervuilende industrie is. Dat
zijn volgens mij juist mooie voorbeelden van hoe je dit soort financieringen vanuit
ons budget ook ten goede kan laten komen aan klimaat. Ik bedoel niet dat je ineens
allerlei activiteiten labelt aan klimaat, maar wel dat je echt bijdragen levert aan
klimaat. Ziet de Minister daar nog kansen? 15% van dat budget naar klimaat lijkt mij
heel erg weinig.
Minister Sjoerdsma:
Ik wil daar in het blokje overig even op terugkomen, als het kan. Daar zit deze vraag
bij. Ik kijk ook even naar de voorzitter omdat ik niet wil dat dit een interruptie
kost, maar deze vraag zit dus in het volgende blokje.
De voorzitter:
Oké. Dan kijk ik even rond om te zien of er nog vragen zijn over dit blok. Nee? Dan
gaan we naar het volgende blok en dat is volgens mij partnerschappen.
Minister Sjoerdsma:
We zijn even op zoek naar de map partnerschappen, maar die komt eraan! Het goede nieuws,
begrijp ik, is dat ik het grootste deel van de vragen al heb beantwoord. Als dat niet
zo is, ga ik dat van u horen. De vragen over de extra middelen voor ontbossing hebben
we denk ik net besproken, naar aanleiding van de vragen van mevrouw Kröger, de heer
Bamenga en mevrouw Teunissen.
Er was nog een belangrijke vraag van mevrouw Van Ark. Dat vind ik wel echt een cruciale
vraag; die proefde ik overigens ook in de inbreng van anderen. Het gaat over hoe het
kabinet ervoor zorgt dat lokale gemeenschappen, met name vrouwen en jongeren, worden
betrokken bij de besluitvorming en de financiering. Hoe kan het kabinet dat beter
uitwerken? Ik denk dat mevrouw Van Ark erop doelt dat het bewezen is dat het erbij
betrekken van lokale gemeenschappen resultaten oplevert, dat de besluitvorming vaak
duurzamer wordt en dat de maatregelen goedkoper en effectiever zijn. Dat betekent
dat we, waar mogelijk, graag lokaal leiderschap aanspreken. Misschien is het aardig
om een paar voorbeelden te noemen om er wat kleur aan te geven. We hebben een aantal
activiteiten waarbij locally led adaptation centraal staat, bijvoorbeeld bij Water
at the Heart of Climate Action. Lokale Rode Kruisorganisaties geven leiding aan projecten
met een eigen budget. Denk ook aan het Climate & Development Knowledge Network, waarbij
juist lokale kennis over en ervaringen met adaptatie en mitigatie worden geïnventariseerd
en beschikbaar worden gemaakt voor het wetenschappelijk bureau van de VN op het gebied
van het klimaatverdrag, het IPCC. Volgens mij is dit dus al een grote prioriteit.
Als er nog concrete punten zijn waarvan de Kamer zegt «let daar nog een keer goed
op», dan neem ik dat heel graag mee. We hebben deze aansporing goed gehoord.
Mevrouw Rajkowski vroeg in het kader van partnerschappen hoe we de klimaatstrategie
inzetten als een strategisch instrument voor nieuwe partnerschappen in het Mondiale
Zuiden en hoe dat bijdraagt aan de toegang tot grondstoffen. Zij vroeg ook of we de
Minister van Economische Zaken daarbij betrekken. Ik zei daar net ook al kort iets
over. Ik denk dat dit ongelofelijk belangrijk is om goed te doen. Dit is ook iets
waar organisaties als Invest International een ongelofelijk belangrijke rol in spelen.
De samenwerking tussen mijn ministerie en het Ministerie van EZK is van cruciaal belang.
Het versterken van die win-winpartnerschappen met het Mondiale Zuiden, waar mevrouw
Rajkowski het over heeft, vraagt om een gezamenlijke inzet. Het vraagt iets van ons
op twee manieren. Enerzijds moeten we ons bedrijfsleven maximaal positioneren om ter
plekke goed te doen en om daarmee ook weer banen in Nederland te creëren. Dat is de
ene kant. Denk aan landbouwbedrijven voor zaadveredeling of aan onze watersector voor
adaptatie. De andere kant waar mevrouw Rajkowski het over heeft, zijn de grondstoffen.
Het gaat daarbij om wederzijds belang: hoe zorgen we ervoor dat we de lokale economische
ontwikkeling in vaak grondstofrijke OS-landen, die cruciaal is, inzetten voor het
vergroten van de leveringszekerheid in Nederland en Europa? Ook dat kan een win-winsituatie
zijn.
Dat is ook het mooie van instrumenten als Invest International. Ik was gastspreker
bij hun congres over investeren in weerbaarheid. Vroeger – dan heb ik het over een
hele lange tijd geleden – hebben we de Nederlandse economie, de wereldeconomie en
de Europese economie ingericht op: just in time. We hebben ongelofelijk ingewikkelde
toeleveringsketens gecreëerd, die heel kwetsbaar blijken te zijn voor de schokken
waar ik het net over had in de richting van de heer Van den Berg. Hoe zorgen we ervoor
dat we weerbaarder zijn? Het gaat dan om beschermingsmaatregelen: het «just in case»-beleid.
Ik vind het interessant dat zij nu een transitie maken naar: hoe investeer je in weerbaarheid?
Dat doen we zodat weerbaarheid winstgevend wordt, niet alleen voor ons maar ook voor
de gebieden ter plekke.
Mevrouw Kröger stelde een heel terechte vraag, waar ik ook een beetje buikpijn van
heb, namelijk over het schrappen van het klimaat in de CSDDD. Het moge duidelijk zijn
dat Nederland geen voorstander was van het schrappen van deze verplichting en dat
wij ons daartegen hebben verzet, maar met een meerderheid in het Europees Parlement
tegen dit plan en een verdeeld krachtenveld in de Raad was behoud van het klimaattransitieplan
geen mogelijkheid. Ik snap haar teleurstelling. Die deel ik volkomen.
Mevrouw Kröger vroeg ook: «Wat zijn de plannen op het gebied van handel? Hoe stellen
we het klimaat centraal binnen de handelspolitiek?» Ik zou drie dingen willen noemen.
Het belangrijkste instrument zijn de handelsakkoorden. Dat is niet per se een Nederlands
instrument, maar een Europees instrument. Ik moet eerlijk zeggen dat er echt wel iets
veranderd is. Toen ik tweeënhalf jaar geleden de Kamer verliet, was de gang van zaken
rondom de handelsakkoorden ongelofelijk moeizaam en stroperig. Er was bijna geen beweging.
Er gebeurde bijna niks. Onder druk van de geopolitieke situatie is het vloeibaar geworden
en gebeurt er nu echt ongelofelijk veel. Klimaat is een van de aspecten die moeten
worden meegenomen in ons handelsbeleid. Dat doen we natuurlijk ook door bij de onderhandelingen
van handelsakkoorden in te zetten op ambitieuze duurzaamheidsafspraken. De standaardinzet
van de EU, die mevrouw Kröger beter kent dan ik, is om de Overeenkomst van Parijs
als essentieel element mee te nemen in die handelsakkoorden. Dat is ook gedaan bij
Mercosur. Dat is een: de EU. Dan ten tweede wat wij doen. Ik zal niet de hele menukaart
uitrollen, maar wel twee belangrijke dingen noemen. In de handelsmissies van Nederland,
waarop deze Minister en andere Ministers met plezier meegaan om deuren te openen,
zetten we ons echt in voor de groene transitie. Ik vind het mooi dat we ook het bedrijfsleven
hebben om dat te doen. En drie: het gaat misschien te langzaam, maar de bedrijfsleveninstrumenten
die we hebben, zijn aan het vergroenen. Ik denk dat dat grote winst is.
Dan helemaal tot slot, want dit is de laatste vraag die ik heb. Mevrouw Kröger vroeg
hoe we ervoor zorgen dat de EUDR niet verder wordt afgezwakt. Voor de kijkers thuis
zeg ik: dat is de Europese Ontbossingsverordening. In nauwe samenwerking met de Commissie
en andere EU-lidstaten zijn we aan het toewerken naar een zorgvuldige uitvoering daarvan.
Ik denk dat het belangrijk is om te voorkomen dat producten die bijdragen aan ontbossing,
op de Europese markt terechtkomen. Ik denk dat dat de kern is. Ik hoop dat mevrouw
Kröger dat ook zo bedoelt. Het nevendoel daarbij, waarvan ik denk dat het ook niet
onbelangrijk is, is om de administratie wat te verlichten, maar dat mag niet leiden
tot een verzwakking van die wetgeving.
Voorzitter. Dat waren alle vragen die aan mij zijn gesteld in de eerste termijn. O
nee, excuus. Ik had mevrouw Van Ark beloofd terug te komen op haar interruptie over
artikel 1, over de duurzame economische ontwikkeling en handel. Daarvan is nu circa
17% à 18% klimaatrelevant. Ik proefde uit de vraag dat dat te weinig is, maar wij
verwachten daar wel een stijging van. Dat komt omdat we heel veel aandacht besteden
aan de integrale aanpak op het gebied van klimaat, voedsel en water. Dat is natuurlijk
sterk met elkaar verbonden. Ik zou hier met name het volgende willen noemen, dat ook
in het coalitieakkoord sterk naar voren komt: de Dutch Diamond, die Nederlandse partijen
verbindt. We nemen dan bijvoorbeeld water mee in de textielketen, maar ook in klimaatslimme
landbouw.
De voorzitter:
Oké. Dat was de beantwoording van de vragen. Ik zie dat in ieder geval mevrouw Van
Ark daarop wil reageren. Gezien de tijd wil ik, als de rest het daarmee eens is, voorstellen
om twee extra vragen toe te staan, omdat ik proef dat daar vanuit de Kamer behoefte
aan is.
Mevrouw Van Ark (CDA):
Ik ben heel blij met het antwoord van de Minister daarop. Ik denk dat er echt nog
wel winst te behalen is op artikel 1.3. De Minister ziet dat ook. Daarbij kunnen we
volgens mij veel beleidscoherenter werken en het klimaat dus ook slimmer koppelen
aan uitgaven die we doen voor handel, bijvoorbeeld voor de textielindustrie. Ik zie
daar dus graag verbetering in. Er is de kans om dat omhoog te halen.
Ik heb nog één vraag. Dat mag nu al, toch? Ja. Mijn vraag is de volgende. Ik begreep
dat u al langs bent geweest bij Invest International. Dat is hartstikke mooi. Ik denk
dat het heel belangrijk is om Invest International in te zetten voor de doelen die
we willen bereiken. Mijn vraag is eigenlijk hoe u de rol van uw ministerie bij Invest
International ziet in de komende maanden en jaren, ook in verband met het samengaan
met Invest-NL. Er zullen natuurlijk ook best wat instrumenten worden uitgevoerd door
Invest International. Dat gaat straks op in de nationale investeringsinstelling. Hoe
ziet u de rol van uw ministerie dan nog?
Minister Sjoerdsma:
Dat is een goede en tegelijkertijd ook best complexe vraag. Op dit moment wordt er
natuurlijk gekeken naar de samenvoeging van Invest-NL en Invest International. Vanuit
het coalitieakkoord is weer een nieuw instituut geboren, waar deze twee organisaties
mogelijkerwijs onder zouden kunnen vallen. Ik denk dat ik niet ga vooruitlopen op
dat proces en op de precieze contouren van dat instituut. Ik denk wel dat het goed
is om kort stil te staan bij de randvoorwaarden. Ik weet niet of het een geruststelling
is voor mevrouw Van Ark, maar de wijze waarop Invest International nu opereert ...
Het gaat me dan niet zozeer om de werkwijze of de procedures maar wel om hetgeen ze
doen met de regelingen die vanuit mijn begroting worden gefinancierd en ook om hun
impactfinanciering voor bedrijven. Die is eigenlijk buitengewoon succesvol en ook
buitengewoon innovatief. Ik sprak van de week met Eurocommissaris Jozef Síkela. Dat
is een voormalig bankier. Ik weet niet hoeveel ervaring hij in zijn vorige leven met
ontwikkelingssamenwerking had, maar hij wil heel graag zo snel mogelijk naar Nederland
komen om dit instrument te zien. Hij denkt namelijk dat dit de toekomst is, ook vanuit
de Europese Unie. Die succesformule moet wel overeind blijven staan; laat ik het maar
zo in algemene zin zeggen.
De voorzitter:
Een vervolgvraag.
Mevrouw Van Ark (CDA):
Dat ben ik helemaal met de Minister eens. Ik denk dat Invest International een heel
mooi instrument in handen heeft. Laten we dat niet vergeten en laten we ervoor zorgen
dat dat niet ondersneeuwt in de hele fusie.
Minister Sjoerdsma:
Die aansporing neem ik graag mee.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Ik denk dat het ongelofelijk belangrijk is om juist via handel ook klimaatdoelen te
dienen. Dan gaat het niet alleen om de handelsakkoorden, maar ook om alle andere instrumenten
die we inzetten om onze handel te vergroenen. Mijn vraag is de volgende. De klimaattransitieplannen
zitten niet meer in de CSDDD. De Minister geeft aan dat hij daar, net als wij, buikpijn
van heeft. Op welke manier gaan we er toch voor zorgen dat bedrijven plannen maken
zodat die scope 3-emissies naar beneden gaan? Want dat is natuurlijk de crux. Op welke
manier wil hij dat meenemen in zijn beleid?
Minister Sjoerdsma:
Er wordt mij iets ingefluisterd, maar ik denk dat ik het toch iets anders ga doen.
Dat is vooral omdat ik recht wil doen aan het belang van de vraag. Ik denk dat er
vanuit het kabinet op een gegeven moment weer een brief gaat komen over de beginvraag
van mevrouw Kröger in meer algemene zin, namelijk: hoe gaan we dit verder oppakken?
Laat ik het maar zo zeggen. Dat is, denk ik, de hoofdvraag. Ik zou de vraag van mevrouw
Kröger daar eigenlijk in willen meenemen. Dan kunnen we de vragen over de zorgen die
genoemd zijn beantwoorden in die brief. Ik durf eerlijk gezegd niet te zeggen wanneer
we die precies gaan sturen, maar ik denk dat het ergens rond april of mei zal zijn.
Dan nemen we dit element mee.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Dat gaat dan specifiek over hoe wij CSDDD gaan implementeren in Nederland. Maar mijn
vraag ziet natuurlijk ook op het volgende. Als je klimaat serieus meeneemt in je handelsbeleid,
hoe komt de verantwoordelijkheid die ook grote bedrijven hebben om hun scope 3-emissies
te verminderen dan terug in je verschillende instrumenten? Ik kan me heel goed voorstellen
dat de Minister daar niet nu acuut een antwoord op heeft, maar dat is wat mij betreft
wel de inzet die er zou moeten zijn. Dat zit in verschillende instrumenten. Dat zou
goed meegenomen kunnen worden in die brief van mei.
Minister Sjoerdsma:
Eendachtig met wat ik zei in mijn introductie, is dit voor mij een heel belangrijk
moment om te proeven wat er leeft in de Kamer en welke zorgen, wensen en ambities
er zijn op dit terrein. Ik heb deze heel goed gehoord. Ik heb een aantal woordvoerders
ook zien knikken. Dit neem ik daar graag in mee.
De heer Van den Berg (JA21):
Ik hoorde de Minister net spreken over hoe je klimaatbeleid afzet tegenover nietsdoen
en een scenario daarvoor. Wij van JA21 zijn van mening dat klimaatverandering bestaat
en dat we ermee te dealen hebben. Juist daarom moet je ook inzetten op adaptatie.
Adaptatie kan juist een heel effectief middel zijn om doden of schade te beperken
in het geval van bijvoorbeeld overstromingen. Ik wil dus niet alles overboord gooien,
maar ik wil wel het volgende vragen. Als we dan zo’n 1.300 miljard euro toezeggen
op de klimaattop in Brazilië, dan wil ik wel weten wat dan ongeveer de verdeelsleutel
voor Nederland is. Zetten we dan in op klimaatadaptatie of -mitigatie? Dat is heel
concreet. Daar kunnen we een debat over voeren.
Minister Sjoerdsma:
Dat zijn natuurlijk hele terechte vragen van de heer Van den Berg. Ik probeerde net
een brug te slaan naar zijn partij om te laten zien dat er, denk ik, echt ingangen
zijn om je daar vanuit het uitgangspunt van JA21 positief tegenover op te stellen.
Ik denk dat de heer Van den Berg nu ook het omgekeerde doet: hij bouwt een brug naar
mij. Dat waardeer ik zeer. Hij zegt: adaptatie is echt ontzettend belangrijk. Dat
is ook belangrijk. Om u een beeld te geven: ongeveer 60% van onze financiering gaat
naar die adaptatie. Dus ja, ik heb u daarover goed gehoord. Mijn voorgangers hebben
u daar al eerder goed over gehoord, denk ik. Die hebben gezien dat dit cruciaal is.
Dan die 1.300 miljard. De luisteraars thuis krijgen misschien de indruk dat die rekening
nu in zijn geheel door onze brievenbus komt, maar zo is het natuurlijk niet. Dit is
de mondiale uitdaging waarbij Nederland geacht wordt om de, in die beroemde termen,
«fair share» te pakken. Misschien is het volgende geruststellend voor de heer Van
den Berg. Ik hoor sommigen van deze woordvoerders zeggen dat er te weinig geld is
en anderen dat er te veel geld wordt uitgegeven. Ja, we gaan een klein stapje vooruit.
Nee, het is nog niet voldoende. Ja, we gaan er alles aan doen om met private financiering
en instituten als de Wereldbank dat gat te dichten. Ik ben eigenlijk best trots op
hoe wij het als Nederland de afgelopen jaren hebben gedaan. Ik denk ook dat wij het
de komende jaren behoorlijk goed gaan doen als je dat afzet tegen andere landen. Ik
zeg dat niet om dit kabinet of vorige kabinetten op de borst te kloppen, maar ik heb
het over oordelen van onafhankelijke instituten die ik hoog acht. Mijn wens zou zijn
dat dat richting JA21 ook leidt tot iets van comfort: ja, adaptatie, maar dit is ook
voor ons bedrijfsleven en voor onze economie van levensbelang. Dat geldt wel als het
dan niet gaat over de kwetsbaren daar, wat voor mij dan weer van ongelofelijk groot
belang is.
De heer Van den Berg (JA21):
Als ik de Minister veelvuldig ja hoor zeggen, word ik natuurlijk enthousiast als JA21’er.
Ik merk dat er inderdaad beide kanten op bruggen worden gebouwd. Maar laat ik afronden
door nog even concreet te maken waar we hier mee te dealen hebben. Wat komt er nou
wel door die brievenbus? De Minister spreekt over fair share. Als Nederland zo’n 1%
van de hele wereldeconomie uitmaakt, betekent dat dan ook dat we zo’n 1% kunnen verwachten,
oftewel zo’n 13 miljard euro? Kan de Minister daar concreet over zijn?
Minister Sjoerdsma:
Ook dit is wel een begrijpelijke vraag. Tegelijkertijd is er geen verdeelsleutel.
Er is geen afspraak over welk deel van de rekening bij de Europese Unie terechtkomt
en welk deel bij Nederland of België. Zo is het niet. Wij bepalen zelf wat we doen
vanuit onze ambities richting de meest kwetsbaren of vanuit onze ambities voor het
positioneren van ons bedrijfsleven. Ik val een beetje in herhaling, maar ik denk dat
datgene wat we doen behoorlijk ambitieus is. Het is wellicht nog niet zoveel als het
zou moeten zijn. Daarom kijken we naar wat we nog meer kunnen doen. Maar het is niet
zo dat in een keer het grootste deel van die 1.300 miljard in een blauwe envelop bij
ons binnenkomt.
De voorzitter:
Dank voor de reactie. Ik kijk even rond om te zien of er nog vragen zijn. Die zijn
er niet. Dank u wel. Dit was het dan voor de eerste termijn. We gaan meteen door naar
de tweede termijn. Ik wil mevrouw Kröger graag het woord geven. We hebben een minuut
twintig. Ik wil graag drie interrupties toelaten.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Ik vraag meteen een tweeminutendebat aan, want anders vergeet
ik dat wellicht.
Klimaatfinanciering. Ik hoor dat er erkend wordt dat er meer publieke financiering
nodig is. Ik denk dat het ongelofelijk belangrijk is dat die er komt. Dat betekent
dat de grote bezuinigingen die nu nog ingeboekt staan, onhoudbaar zijn. Ik hoor ook
dat de Minister toezegt dat er heel scherp gekeken gaat worden naar het creatief boekhouden
zoals dat nu gaande is. Ik hoor graag nog wanneer wij precies een brief krijgen waaruit
blijkt hoe dat aangepakt gaat worden. Ik zou graag van de Minister horen hoe financiering,
en dus ook de aanvullende financiering die er moet komen, onderdeel gaat worden van
de update van de Internationale Klimaatstrategie.
Dan handel. De Minister geeft aan dat hij buikpijn heeft van het feit dat de klimaattransitieplannen
uit de CSDDD zijn en dat er in april of mei een brief komt waarin staat op welke manier
we die scope 3-emissies van bedrijven toch gaan terugdringen. Overigens was het afzwakken
van de CSDDD met het afzwakken van de klimaatplannen wel degelijk de inzet van het
vorige kabinet. Maar goed, hier is de steven dus ook op gewend.
Tot slot heb ik een vraag over de EUDR. De Minister geeft aan dat simplificatie niet
mag leiden tot het afzwakken van de ambities. Hoe gaat Nederland daarvoor zorgen?
Ik wil daar graag heel concreet nog antwoord op.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel voor uw bijdrage. Ik ga door naar mevrouw Rajkowski.
Mevrouw Rajkowski (VVD):
Dank, voorzitter. Ook dank voor de toezeggingen. Ik begrijp uiteraard de opmerking
die de Minister maakte over mijn verzoek over de monitoring. Ik begrijp ook dat aan
de ene kant OS misschien wel het meest geëvalueerd is. Ik snap ook dat sommige projecten
niet altijd tot op de euro meetbaar zijn en uitgerekend kunnen worden. Ik denk dat
het vooral belangrijk is dat we meer inzicht kunnen krijgen. Dat is beter dan helemaal
geen monitoring, dus dank voor de toezegging.
Ik heb dan nog twee vragen ten aanzien van de hoofdlijnenbrief. U zei iets over de
handelsakkoorden en kritieke grondstoffen. U zei dat niet, voorzitter, maar de Minister.
Kan de Minister in de hoofdlijnenbrief verder terugkomen op de vraag hoe hij handelsakkoorden
wil inzetten, zodat we niet alleen de win-winsituatie houden, maar ook toegang tot
de kritieke grondstoffen blijven houden. Kan hij daarin naast het economische deel
en het deel over onze eigen energietransitie ook meenemen hoe hij de migratieafspraken
wil vormgeven?
Dat was het. Dank.
De voorzitter:
Dank u wel voor uw bijdrage. Ik ga door naar de heer Van den Berg.
De heer Van den Berg (JA21):
Dank, voorzitter. Ik zal mild afsluiten. Ik heb in de eerste termijn wel genoeg gevuurd.
Ik wil de Minister veel succes wensen bij de verdere invulling van zijn ambt en ik
wens hem veel wijsheid bij het uitvoeren van dit beleid. Laat ik wel duidelijk zijn:
JA21 is heel erg gemotiveerd om zorgvuldig en doelmatig om te gaan met de belastinggelden
van onze inwoners. Het werd net al even gezegd door het VVD-Kamerlid naast mij: het
gaat om het zuur verdiende geld, of het met het hart verdiende geld. We moeten daar
zorgvuldig mee omgaan. Daarom zullen wij er zorgvuldig naar blijven kijken en er streng
op zijn. Het staat natuurlijk wel boven water dat wij vooraan staan wanneer er geld
wordt verdiend met buitenlandse handel, dus de export van producten. Misschien kunnen
wij op een dag wel exporteur worden van kernenergietechnologie. Dat is pas een echte
klimaatmaatregel.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik geef nu het woord aan mevrouw Van Ark.
Mevrouw Van Ark (CDA):
Dank u wel. Ik wil de Minister ook heel veel wijsheid en heel veel succes wensen.
Ik ben heel blij om te horen dat de Minister het CDA erin steunt dat we vrouwen en
jongeren meer aan tafel moeten zetten. Ik zei onlangs tijdens mijn maidenspeech ook
dat ik denk dat de wereld er een stukje beter zou uitzien als we meer vrouwen en jongeren
aan tafel zouden hebben, dus dank voor de steun op dat punt. Ik wil ook graag concreet
weten hoe de Minister van plan is om klimaat goed te verankeren in de raamwerken met
Invest International en FMO om zo onze klimaatdoelstellingen nog beter te bereiken
en beleidscoherentie op dit punt te verbeteren, maar daar kunnen we het ook op een
ander moment in het debat verder over hebben. Tot slot wil ik de Minister daarbij
veel succes wensen. Ik vond dit een goed eerste debat van de Minister.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Van Ark. Ik zie nog een interruptie van mevrouw Kröger.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Ik ga die zeker gebruiken om die complimenten te echoën. Ik zou wel van mevrouw Van
Ark het volgende willen weten. Ik heb een aantal vragen gesteld over hoe we klimaat
nou in het bedrijvenbeleid gaan borgen. Zij noemt Invest International als een optie.
Is zij ook met mij van mening dat het dan ook echt gaat om de scope 3-emissies en
om de vraag hoe Nederlandse bedrijven of bedrijven die onze steun krijgen hun CO2-emissies in de hele keten kunnen reduceren?
Mevrouw Van Ark (CDA):
Ik deel met mevrouw Kröger de mening dat we handel echt als een hefboomeffect kunnen
gebruiken, dus dat moeten we slim doen. Wat mij betreft moeten we dus ook naar de
hele keten kijken. Dat geldt ook voor bijvoorbeeld handelsakkoorden. We moeten ervoor
zorgen dat we dat soort akkoorden slim inzetten om onder andere onze klimaatdoelen
te bereiken.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan kijk ik even rond wie mijn voorzitterschap wil overnemen. Meneer Van
den Berg weer? Dank u wel.
Voorzitter: Van den Berg
De voorzitter:
Voor u doe ik dat zeker. Meneer Bamenga van D66. Gaat uw gang.
De heer Bamenga (D66):
Dank u wel. Ik ben heel erg blij met de beantwoording vanuit de Minister. Ik ben ook
blij met de toezegging als het gaat om het ontbossingsfonds rondom de extra bijdrage
en de brief die eraan zit te komen. Ik kijk uit naar verdere samenwerking, en ook
ik vind dat het eerste debat met de Minister smaakt naar meer. Ik wil hem hiermee
feliciteren en verder veel succes wensen.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik het voorzitterschap weer terug.
Voorzitter: Bamenga
De voorzitter:
Dank u wel. Volgens mij was dit de tweede termijn vanuit de Kamer. Ik kijk even hoelang
de Minister nodig heeft voor de beantwoording. Niets? Nou, fantastisch. Dat is voortvarend.
Dan geef ik nu meteen voor de tweede termijn het woord aan de Minister.
Minister Sjoerdsma:
Voorzitter, dank. Dank aan alle aanwezige Kamerleden, en aan alle Kamerleden die moesten
vertrekken naar andere debatten, voor hun inbreng en vragen. Wat ik mooi vind om te
horen en wat ik in ieder geval meeneem, is ambitie. Die heb ik overduidelijk gehoord.
Ik heb ook het belang gehoord om middelen te vinden dan wel te mobiliseren. Ik heb
ook het belang gehoord van zorgvuldigheid en doelmatigheid, maar daarin zit gelukkig
ook een snufje realisme. Ontwikkelingssamenwerkingsprojecten herbergen ook risico’s
en bereiken niet altijd het resultaat waar je op hoopt. Het is best een weerbarstige
werkelijkheid zodra je de tekentafel verlaat. Ik heb ook het belang gehoord van de
balans tussen publiek, privaat, de meest kwetsbaren van deze wereld en ons eigen verdienvermogen.
Die zullen we goed moeten bewaken.
Ik ga mijn woorden uit de eerste termijn een klein beetje corrigeren. Waar ik zei
«boekhoudkundige trucs», zeg ik nu even «stop de tijd». Er heeft mislabeling plaatsgevonden;
dat is waar. Maar dat betekent niet dat het systeem van labeling dat wij hanteren
niet klopt. Het betekent meer dat de signalen die u hier terecht te berde brengt,
helpen om die labeling nog preciezer te doen. Dat is een beetje een leerproces. Dus
even voor de duidelijkheid, en zo bedoelde ik het ook toen ik het zei: het is essentieel
dat die labeling goed plaatsvindt. Gelet op alle criteria en projecten die er zijn,
gaat dat af en toe niet helemaal zoals het zou moeten zijn. Maar als dat wordt gecorrigeerd,
is dat volgens mij hartstikke goed.
Mevrouw Rajkowski vroeg of ik in de beleidsbrieven die wij nog gaan sturen twee elementen
zou willen meenemen. Ik denk dat ik haar kan geruststellen, want dat waren de Minister
van Buitenlandse Zaken en ik sowieso van plan. Dat zag op handelsakkoorden, grondstoffen
en hoe dat wederzijds kan uitwerken, en op migratie. Dat zijn elementen die zullen
terugkomen in deze beleidsbrief. Overigens zullen ook andere elementen die vandaag
aan bod zijn geweest daar waarschijnlijk in terugkomen. We hopen die zo snel als mogelijk
bij u te krijgen, maar dat zal niet deze maand nog zijn.
Ik heb mevrouw Kröger goed gehoord, wederom over het belang van publieke klimaatfinanciering.
Zij is daar heel helder in. Zij is ook heel helder geweest over wat zij vond van de
begroting. Het enige wat ik daar, denk ik, over kan zeggen, los van de intenties die
ik als Minister heb met de begroting zoals die nu voorligt en met de extra middelen,
is dat het kabinet ook in zekere zin in uw handen is. Datgene wat deze Kamer aan ambities
heeft, datgene wat deze Kamer daar aan middelen voor toeschrijft, is waar het kabinet
het mee doet. Op dit moment doe ik het met wat de coalitiepartijen mij hebben meegegeven.
Ik denk dat ik daarmee uit de voeten kan, ook al is het een klein stapje vooruit.
Maar als u daar anders over denkt, is dat natuurlijk aan u. Als voormalig Kamerlid
kan ik dat alleen maar waarderen.
Er is het een en ander gezegd over monitoring. Ik waardeerde de woorden van mevrouw
Rajkowski en de realiteitszin daarvan zeer.
De heer Van den Berg sloot mild af. Dat is, denk ik, heel goed. Ik heb sowieso de
indruk dat we vandaag hebben geprobeerd de brug te bouwen tussen Kamer en kabinet.
We zullen die brug nog wel vaak over moeten om elkaar te blijven vinden en te blijven
vasthouden, want deze uitdaging is echt ontzettend groot. Als we dit niet goed doen
met elkaar – Nederland is hierin een kleine, maar belangrijke speler – zijn de gevolgen
ontzettend groot, allereerst voor de mensen wie het aangaat, waaronder ook Nederlanders,
maar ik heb het ook over gevolgen die wij hier zullen ondervinden. Het exporteren
en positioneren van het bedrijfsleven zoals de heer Van den Berg dat wenst, snap ik
goed. Of het nou in zijn hoek van het energieveld is of juist in de wat duurzamere
hoek, daar zijn vast kansen.
Tot slot misschien toch nog heel kort over wat mevrouw Van Ark zei over vrouwen en
jongeren. Ik heb daar al iets over gezegd, maar misschien moet ik toch even iets herhalen.
Zij legde daar nog iets onder, en ik denk dat dat van groot belang is, namelijk dat
er heel veel beslissingen, besluitvorming, maatregelen en beleid ontzettend veel beter
zouden zijn in deze wereld, en dus ook in Nederland, als vrouwen en jongeren beter
betrokken zouden zijn. Dat is wat mij betreft iets dat hier in de Nederlandse politiek
geldt, of het nou gaat om de zijde van het kabinet of om de zijde van de Kamer, maar
dat geldt natuurlijk nadrukkelijk ook in de landen waar de man vaak nog letterlijk
de poortwachter is van de vrouw. Ik heb dat zelf gezien in landen als Afghanistan
en Sudan, maar ook wel in andere gebieden. Niet alleen wordt daar de helft van de
mensheid in zekere zin gekneveld, maar we doen ook de gemeenschap enorm tekort doordat
daar geen gelijkwaardigheid, geen gelijkheid en dus ook geen betrokkenheid is. Niet
alleen voor de mens zelf, maar ook voor de gemeenschap is dat dus een groot gemis.
Ik heb dat zeer goed in mijn oren geknoopt.
Dank verder voor alle goede wensen en goede recensies. We hopen dit vol te houden,
ook bij volgende debatten.
De voorzitter:
Dank voor uw reactie. Ik zag een hand van mevrouw Kröger.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Ik had nog specifiek een vraag gesteld over de Ontbossingsverordening. We hebben met
z’n allen kunnen zien hoe de CSDDD is uitgekleed onder druk van een zeer zware fossiele
lobby. De Minister geeft aan te gaan kijken hoe we daar in Nederland het beste van
kunnen maken. Maar met betrekking tot de Ontbossingsverordening is die strijd nú gaande.
Op dit moment is de VS met een zware lobbydelegatie op pad om te kijken hoe ze die
nog verder kunnen verzwakken. Ik hoor de Minister zeggen: ik kan kijken naar simplificatie,
maar de ambitie moet overeind blijven. Hoe gaat Nederland zich daarvoor inzetten?
Minister Sjoerdsma:
Het is inderdaad belangrijk dat bedrijven hun verantwoordelijkheid nemen, ook buiten
de landsgrenzen. De Minister van KGG heeft net volgens mij iets gezegd over het belang
van de circulaire economie en het verminderen van de import, maar dat weet mevrouw
Kröger veel beter dan ik. In de kern is dit misschien iets wat ik mee kan nemen naar
de Minister van LVVN. Hij gaat natuurlijk formeel over die Ontbossingsrichtlijn, dus
ik moet ook even voorkomen dat ik meteen op zijn tenen trap, ook al is hij volgens
mij heel vergevingsgezind. Ik zal ervoor zorgen dat hij dit in deze Raden meeneemt,
en dan zal het ongetwijfeld als hij naar die Raden gaat, terugkomen in de inbreng.
Mevrouw Kröger wordt op die manier, denk ik, zo snel mogelijk bediend.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik kijk even rond en zie geen verdere vragen. Dan wil ik graag naar de
toezeggingen gaan. We hebben de toezegging rondom de Minister van Klimaat en Groene
Groei al genoemd, dus die ga ik niet nog een keer voorlezen. Er is een tweeminutendebat
aangevraagd door het lid Kröger. Verder zijn er nog de volgende toezeggingen.
− De Minister zegt toe de Kamer rond de zomer per brief te informeren over de Tropical
Forest Forever Facility, en daarin in te gaan op: hoever dit initiatief is gevorderd,
de initiatieven om private investeerders hiervoor aan te trekken en hoe succesvol
deze tot dusver zijn geweest, en wat dit betekent voor de Nederlandse inzet.
− De Minister zegt toe de Kamer rond april, mei per brief te informeren over de implementatie
van de CSDDD en daarbij in te gaan op de inzet op het terrein van klimaat.
Die toezegging is aan de Kamer. Even een check vanuit mevrouw Kröger.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Ik had de toezegging iets breder opgevat. CSDDD is natuurlijk een manier, maar er
zijn allerlei mogelijkheden om bedrijven te stimuleren om hun scope 3-emissies naar
beneden te brengen. Daar is CSDDD er een van. Volgens mij ging de toezegging dus iets
breder over hoe de Minister die instrumentaria gaat inzetten om ook via handel het
klimaat te bevorderen.
Minister Sjoerdsma:
Ik durf even niet te zeggen in welke brief dat gebeurt, omdat we bezig zijn met de
voorbereiding van een aantal zaken, maar dit zal daarin terugkomen.
De voorzitter:
Oké. Dan gaan we naar de volgende toezegging.
− De Minister zegt toe in de aangekondigde hoofdlijnenbrief in te gaan op handelsakkoorden,
grondstoffen en hoe dat wederzijds goed kan uitwerken, en op migratie. Deze toezegging
is gedaan aan mevrouw Rajkowski.
Minister Sjoerdsma:
Voor de duidelijkheid: dat zijn onder andere elementen die terug zullen komen. De
brief zelf zal een stuk breder zijn, maar deze elementen zullen zeker aan bod komen.
De voorzitter:
Oké. Dat waren de toezeggingen. Ik zie dat meneer Van den Berg nog een vraag heeft.
De heer Van den Berg (JA21):
Dat klopt, voorzitter. Volgens mij heeft de Minister van Klimaat en Groene Groei ook
toegezegd dat in de brief over de klimaattop in Colombia ook een dekkingsvoorstel
of in ieder geval een inschatting van de te maken kosten zal terugkomen. Zo heb ik
het verstaan.
De voorzitter:
Dat heb ik niet gehoord. Volgens mij hebben we die toezegging al eerder gecheckt bij
de Minister. Dat is dus eventjes wat het is.
Ik wil iedereen bedanken voor het debat. Ik wil de Ministers bedanken voor hun eerste
debat hier. Ik wil de Kamerleden bedanken voor hun betoog, de mensen op de publieke
tribune omdat ze het zo hebben volgehouden, en de mensen die thuis en online aan het
kijken zijn. Natuurlijk wil ik ook onze griffier bedanken voor de ondersteuning. Ik
sluit hierbij de vergadering.
Sluiting 12.43 uur.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
R. den Hollander, voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking -
Mede ondertekenaar
Drs. M.J. van der Leeden, griffier -
Mede ondertekenaar
J.M. Zwinkels, voorzitter van de vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei