Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen de leden Vondeling en Wilders over het dreigement van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) om naar de rechter te stappen teneinde een omgevingsvergunning voor een asielzoekerscentrum (azc) in Terneuzen af te dwingen
Vragen van de leden Vondeling en Wilders (beiden PVV) aan de Minister voor Asiel en Migratie over het dreigement van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) om naar de rechter te stappen teneinde een omgevingsvergunning voor een asielzoekerscentrum (azc) in Terneuzen af te dwingen (ingezonden 27 november 2025).
Antwoord van Minister Van den Brink (Asiel en Migratie) (ontvangen 16 maart 2026).
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 770.
Vraag 1
Bent u bekend met het artikel «COA «indien nodig» naar rechter voor omgevingsvergunning
azc Terneuzen» van 25 november 2025?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Deelt u de mening dat het volstrekt onacceptabel is dat een door de Rijksoverheid
gefinancierd overheidsorgaan als het COA een democratisch gekozen gemeenteraad met
juridische dwang en intimidatie probeert te dwingen een azc op te leggen tegen de
uitdrukkelijke wil van die raad en haar inwoners?
Antwoord 2
Het COA heeft een omgevingsvergunning aangevraagd bij de gemeente Terneuzen. Zoals
iedere initiatiefnemer heeft het COA het recht om binnen een redelijke termijn een
beslissing te krijgen op een vergunningsaanvraag. Als dit niet tijdig gebeurt, kan
het COA, met tussenkomst van de rechter, vragen om een besluit. Uiteindelijk heeft
het COA geen procedure bij de rechter gestart maar enkel een zienswijze in het kader
van het voorgenomen besluit op de vergunningsaanvraag ingediend.
De aanvraag voor een vergunning voor een opvanglocatie is tot stand gekomen na een
intensief traject met het college, waarbij de gemeenteraad op meerdere momenten is
geïnformeerd over de voortgang.
Vraag 3
Deelt u de mening dat lokale overheden nooit of te nimmer, op geen enkele wijze, door
het COA, door de Rijksoverheid of door wie dan ook mogen worden gedwongen tot het
accepteren van asielopvang? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 3
Vanuit de wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvang (spreidingswet) krijgen
gemeenten middels de verdeelbesluiten een wettelijke taak om asielopvang te realiseren.
Iedere commissaris van de Koning levert, op basis van de inbreng van de gemeente zelf,
een provinciaal plan aan bij de Minister van Asiel en Migratie met daarin onder meer
de beoogde verdeling van opvangplekken binnen de provincie. De gemeente heeft dus
zelf invloed op de hoogte van de eigen opgave en ook Terneuzen heeft in dit kader
als inbreng in het provinciaal verslag aangegeven te werken aan een duurzame opvanglocatie.
Op basis van het provinciaal verslag neemt de Minister conform de wet een bindend
verdeelbesluit en krijgt iedere gemeente een wettelijke taak om opvangplekken te realiseren.
De gemeente kan zelf met het COA-afspraken maken over waar in de gemeente de opvang
gerealiseerd wordt. Pas als dit niet tijdig lukt treedt het stelsel van het interbestuurlijk
toezicht in werking.
Vraag 4
Kunt u aangeven hoeveel rechtszaken het COA de afgelopen vijf jaar heeft aangespannen
tegen Nederlandse gemeenten om asielopvang af te dwingen? Kunt u een overzicht per
jaar, per gemeente en met de uitkomst van de procedure verstrekken?
Antwoord 4
In het recente verleden is één maal eerder door het COA een rechterlijke procedure
gestart in het kader van de verstrekking van een vergunning tegen een gemeente. Dit
betrof het instellen van een beroep tegen het uitblijven van een besluit op een omgevingsvergunning
voor het voorzetten van asielopvang door het college van de gemeente Cranendonck.
Uiteindelijk besloot de Raad van State dat het door de rechtbank opgelegde termijn
werd verworpen, maar dat voor 1 juli 2024 alsnog een beslissing door de gemeente genomen
diende te worden.
Vraag 5
Hoe beoordeelt u de bemoeienis van de commissaris van de Koning, die onmiddellijk
na het democratische raadsbesluit aankondigde «in gesprek te willen» met de raad?
Ziet u dit als ongeoorloofde druk van de Rijksoverheid op een gemeente?
Antwoord 5
Ik vind het goed dat de commissaris van de Koning direct verbinding zoekt en het gesprek
aangaat na een besluit van de burgemeester om per direct op te stappen. Hiermee zet
de commissaris geenszins druk op het democratische besluit.
Vraag 6
Deelt u de mening dat het opstappen van een burgemeester omdat een raad een besluit
neemt dat hem niet bevalt, getuigt van een schokkend gebrek aan respect voor de lokale
democratie? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 6
Dit besluit is een eigen afweging geweest van de burgemeester. Hij heeft zijn beweegredenen
nader gemotiveerd. Het betreft een beslissing binnen het gezag van de burgemeester
waardoor het niet aan mij is om hier een oordeel over te vellen.
Vraag 7
Bent u bereid het COA per direct de opdracht te geven af te zien van elke rechtsgang
tegen de gemeente Terneuzen en de wil van de gekozen gemeenteraad te respecteren?
Zo nee, waarom niet?
Antwoord 7
Nee, zoals hiervoor aangegeven is het COA een zelfstandig bestuursorgaan dat, na de
aanvraag van een omgevingsvergunning, recht heeft op een besluit op de aanvraag binnen
een redelijke termijn.
Vraag 8
Bent u bereid ervoor te zorgen dat er géén azc komt in Terneuzen, conform de duidelijke
wens van de gemeenteraad en een groot deel van de bevolking? Zo nee, waarom blijft
u dan een azc doordrukken tegen de lokale bevolking in?
Antwoord 8
Zoals in de beantwoording op vragen 1 en 2 aangegeven heeft de provincie Zeeland in
samenwerking met de gemeente Terneuzen aangegeven hoeveel opvangplekken de gemeente
zou realiseren. De Minister stelt op basis van de provinciale verslagen per provincie
vast hoe de opvangopgave wordt ingevuld middels een verdeelbesluit per gemeente. Gemeenten
blijven wettelijk gehouden aan de plekken die aan hen zijn toegewezen in het verdeelbesluit.
De gemeente staat er samen met het COA voor aan de lat om afspraken over deze opvang
te maken.
Vraag 9
Wanneer komt u eindelijk met wetgeving om de Spreidingswet in te trekken?
Antwoord 9
Op verzoek van gemeenten en uitvoeringsinstanties blijft de spreidingswet in stand
zolang de wet nodig is, om zo een rechtvaardige verdeling van asielzoekers over gemeenten
te borgen. Het kabinet onderschrijft het belang van goed georganiseerde opvang.
Ondertekenaars
G. van den Brink, minister van Asiel en Migratie
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.