Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op van het lid Beckerman over het gebrek aan passende leermiddelen in het speciaal onderwijs
Vragen van het lid Beckerman (SP) aan de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over het gebrek aan passende leermiddelen in het speciaal onderwijs (ingezonden 17 februari 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Tielen (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) (ontvangen
16 maart 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht van de NOS dat leerlingen in het speciaal onderwijs
les krijgen uit schoolboeken die niet geschikt voor hen zijn, omdat commerciële uitgevers
van schoolboeken het financieel niet interessant genoeg vinden passende schoolboeken
uit te geven?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Deelt u de mening dat commercialisering er nooit toe mag leiden dat leerlingen afhankelijk
zijn van lesmateriaal dat niet geschikt voor hen is en zelfs averechtse gevolgen kan
hebben voor hun ontwikkeling en zelfbeeld? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 2
Ik vind het belangrijk dat iedere leerling toegang heeft tot kwalitatief goed en toegankelijk
lesmateriaal dat aansluit bij zijn of haar ontwikkelbehoefte.
Vraag 3
Ziet u dit als een voorbeeld van het falen van marktwerking in het onderwijs? Zo nee,
waarom niet?
Antwoord 3
Het gespecialiseerd onderwijs kent een heel diverse populatie aan leerlingen, met
specifieke behoeften. Daardoor zijn leermiddelen vaak alleen geschikt voor een kleine
groep en is soms tot op leerlingniveau maatwerk nodig. Ik zie dat marktpartijen niet
altijd in staat zijn om oplossingen te bieden die aansluiten bij wat leerlingen in
het gespecialiseerd onderwijs nodig hebben. Daarom zet ik voor deze groepen extra
stappen om het bieden van maatwerk te ondersteunen.
Ik ondersteun bijvoorbeeld Dedicon, die schoolboeken voor blinde en slechtziende leerlingen
toegankelijk maakt en ondersteuning biedt voor leerlingen met dyslexie.
Via het Nationaal Groeifondsprogramma Impuls Open Leermateriaal (IOL) realiseer ik
met vele partners een brede kwaliteitsimpuls in het hele funderend onderwijs voor
het effectief gebruiken van open leermiddelen. Het voordeel van open leermateriaal
is dat leraren dit zelf kunnen aanpassen aan de behoeften van hun leerlingen, om zo
meer maatwerk mogelijk te maken, maar het niet helemaal zelf te hoeven doen.
Het project GOpen wordt binnen het programma Impuls Open Leermateriaal ondersteund
met als doel om open leermiddelen voor het gespecialiseerd onderwijs te verbeteren
en toegankelijk te maken. Leraren kunnen dit materiaal hierdoor eenvoudig vinden,
hergebruiken en aanpassen aan de specifieke onderwijsbehoeften van hun leerlingen.
Het combineren en arrangeren met open en methodisch materiaal kan leiden tot kwalitatief
goed en passend materiaal, juist ook voor leerlingen in het gespecialiseerd onderwijs.
Hierover vinden verkennende gesprekken plaats, onder andere tussen IOL, de sectorraad
GO en Neon. Ik volg deze ontwikkeling om te zien of dit nu voldoende impact heeft.
Daarnaast vind ik het belangrijk om structurele verbeteringen in de toegankelijkheid
van leermiddelen voor alle leerlingen met diverse ondersteuningsbehoeften te realiseren.
Daarom onderzoekt OCW via een nulmeting naar de toegankelijkheid van leermiddelen
wat er nog meer nodig is om leermiddelen voor alle leerlingen toegankelijk te maken.
Zoals verzocht in de motie Ceder (ChristenUnie)2, wordt daarbij ook gekeken naar het oplossen van één van de bestaande knelpunten:
het ontbreken van standaarden, normen en richtlijnen voor de toegankelijkheid van
digitale leermiddelen.
Vraag 4
Wat vindt u ervan dat docenten nu in hun vrije tijd zelf geschikt lesmateriaal maken
om alsnog te zorgen dat deze leerlingen op een passende manier les kunnen krijgen?
Antwoord 4
Ik waardeer alle inzet van leraren in het gespecialiseerd onderwijs die er veel tijd
en energie in steken om hun leerlingen het beste en meest passende te bieden. Tegelijkertijd
vind ik het niet wenselijk als het passend maken van lesmateriaal structureel in de
vrije tijd van leraren plaatsvindt. Daarom is GOpen een belangrijk initiatief. Dit
geeft scholen en leraren de mogelijkheid om gezamenlijk lesmateriaal te ontwikkelen
op een professionele manier. Krachten worden gebundeld en leraren houden regie over
hun eigen leermateriaal, wat tijd kan besparen en de kwaliteit kan verhogen.
Vraag 5
Bent u in gesprek gegaan met het onderwijsveld om na te gaan hoeveel docenten dergelijke
taken bovenop hun functie uitvoeren? Zo nee, waar wordt de uitspraak dat dit geen
structureel probleem is op gebaseerd en bent u bereid hier onderzoek naar te laten
uitvoeren?
Antwoord 5
Ik ben in gesprek met de sectorraad GO. Uit onderzoek van de sectorraad GO blijkt
dat leraren veelal materiaal aanpassen of ontwikkelen voor hun eigen leerlingen. Leraren
geven aan structureel bezig zijn met lesmateriaal geschikt maken voor hun lessen.
Exacte aantallen ontbreken. Ook is onbekend of leraren dat als een structureel probleem
ervaren3. Uit de meest recente Monitor Digitalisering Onderwijs (MDO) blijkt dat het aandeel
leraren dat zelf materiaal ontwikkelt gelijk is aan leraren in het po. Ook blijkt
uit de MDO dat de tevredenheid over de leermiddelenmarkt in het gespecialiseerd onderwijs
hoger is dan in het vo.4
Vraag 6
Deelt u de mening dat structurele problemen om een structurele oplossing vragen?
Antwoord 6
Ik vind het belangrijk om problemen te helpen oplossen.
Vraag 7
Deelt u de mening dat een tijdelijke subsidie van nog onbekende hoogte onvoldoende
en te onzeker is om het initiatief van scholen voor een eigen landelijk platform met
passend lesmateriaal goed te ondersteunen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 7
Die mening deel ik niet. Het programma Impuls Open Leermateriaal en het project GOpen
zijn ingericht om een kwaliteitsimpuls te geven aan open leermateriaal via bestaande
initiatieven en organisaties. Er is voldoende budget beschikbaar om de beoogde kwaliteitsimpuls
te realiseren, aanvullend op bestaande middelen van initiatieven en organisaties.
Het is in eerste instantie aan deze partijen zelf om te voorzien in borging van de
kwaliteitsimpuls na afloop van het programma. Recent heeft de Minister van EZK aangekondigd
€ 38 miljoen euro beschikbaar te stellen voor het programma Impuls Open Leermateriaal
t/m 2030. Dat biedt meerjarig financiële zekerheid. Het programma werkt momenteel
aan een verdere concretisering van de plannen. Dat betekent dat ook GOpen kan rekenen
op voortgezette ondersteuning binnen deze programmaperiode, mits passend binnen de
programmadoelen.
Vraag 8
Heeft u contact gehad met de sectorraad GO om te kijken wat zij nodig hebben om een
dergelijk platform structureel te kunnen laten voortbestaan? Zo ja, wat was daarvan
de uitkomst?
Antwoord 8
Het programma Impuls Open Leermateriaal en de sectorraad GO zijn in constructief overleg
over de plannen voor GOpen tot en met 2030. Omdat het programma als een tijdelijke
kwaliteitsimpuls is ingericht, is daarbij ook aandacht voor de borging van de opbrengsten
na afloop van deze periode.
Vraag 9
Wat is de hoogte van het subsidiebedrag dat de sectorraad GO kan verwachten of, indien
dit nog niet bekend is, wanneer kan de sectorraad GO hier meer informatie over verwachten?
Antwoord 9
De plannen en bijbehorende budgetten worden uitgewerkt in het gesprek tussen Impuls
Open Leermateriaal en GOpen. In de loop van 2026 zal daar meer over bekend worden.
Vraag 10
Deelt u de mening dat een subsidie voor een kwaliteitsimpuls voor een structureel
en wezenlijk onderdeel van het speciaal onderwijs de werkdruk voor de desbetreffende
docenten die de leermiddelen ontwikkelen niet vermindert en te weinig is om een structurele
tekortkoming op te lossen?
Antwoord 10
Nee, zoals hierboven toegelicht deel ik deze mening niet.
Vraag 11
Wordt in het onderzoek dat het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap samen
met het Ministerie van Economische Zaken laat doen naar marktwerking rondom leermiddelen
ook specifiek gekeken naar het aanbod van leermiddelen voor het speciaal onderwijs?
Zo nee, kan dit nog meegenomen worden?
Antwoord 11
Ja, in het onderzoek dat het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap samen
met het Ministerie van Economische Zaken laat uitvoeren, wordt ook het gespecialiseerd
onderwijs meegenomen. De onderzoekers van Dialogic, Oberon en eConomics zijn gevraagd
om de marktwerking van het gehele funderend onderwijs, inclusief gespecialiseerd onderwijs,
in beeld te brengen.
Vraag 12
Wat gaat u naast de subsidie voor een kwaliteitsimpuls doen om te garanderen dat elke
leerling op het speciaal onderwijs in de toekomst les kan krijgen op basis van voor
hen geschikte leermiddelen?
Antwoord 12
Op grond van artikel 23, zesde lid, van de Grondwet hebben scholen vrijheid in de
keuze van hun leermiddelen. Het is daarmee in eerste instantie aan leraren en scholen
om te voorzien in passende leermiddelen. Schoolbesturen ontvangen hiervoor een bekostiging
waarmee zij het onderwijs kunnen organiseren. Hier valt ook de aanschaf van leermiddelen
onder. In het antwoord op vraag 3 is toegelicht op welke wijze ik het onderwijs ondersteun
om leerlingen in het gespecialiseerd onderwijs van passende leermiddelen te voorzien.
Ondertekenaars
J.Z.C.M. Tielen, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.