Voorstel van wet : Voorstel van Rijkswet
36 910 (R 2218) Regeling van grondslagen voor zelfstandige algemene maatregelen van rijksbestuur die hun gelding dienen te behouden (Rijkswet delegatiegrondslagen artikel 38, tweede lid, Statuut voor het Koninkrijk)
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 7
Nr. 2 VOORSTEL VAN RIJKSWET
Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat de rijkswet van 21 oktober 2023 tot wijziging
van de artikelen 14 en 38 van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden (beperken
van de mogelijkheid een algemene maatregel van rijksbestuur uit te vaardigen zonder
wettelijke grondslag daartoe) (Stb. 2023, 407) de mogelijkheid beperkt een algemene maatregel van rijksbestuur uit te vaardigen
zonder wettelijke grondslag daartoe, dat de regeringen van Aruba, Curaçao, Nederland
en Sint Maarten van oordeel zijn dat enkele in onderling overleg vastgestelde algemene
maatregelen van rijksbestuur of onderdelen daarvan die thans een wettelijke grondslag
ontberen, hun gelding dienen te behouden en dat zij het wenselijk achten daarvoor
wettelijke grondslagen te creëren in een rijkswet op grond van artikel 38, tweede
lid, eerste zin, van het Statuut voor het Koninkrijk;
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk
gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, de bepalingen van het Statuut
voor het Koninkrijk in acht genomen zijnde, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk
Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel 1
Bij algemene maatregel van rijksbestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking
tot:
a. de overgang onder algemene titel van alle op het voormalige land de Nederlandse Antillen
rustende rechten en verplichtingen naar burgerlijk recht op de landen Curaçao, Sint
Maarten en, met betrekking tot de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba,
de Staat der Nederlanden;
b. het bij het ingaan van de nieuwe staatkundige verhoudingen met ingang van 10 oktober
2010 van rechtswege onder algemene titel overgaan van schulden op de Staat der Nederlanden
en met betrekking tot de direct opeisbare vorderingen die Nederland in verband met
de overgang van die schulden krijgt op de landen Curaçao en Sint Maarten;
c. de positie van de Sociale Verzekeringsbank van de Nederlandse Antillen en de bij deze
organisatie betrokken belanghebbende verzekerden en gerechtigden na het ingaan van
de nieuwe staatkundige verhoudingen binnen het Koninkrijk met ingang van 10 oktober
2010;
Artikel 2
Bij algemene maatregel van rijksbestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking
tot:
a. de vrijwillige hulpverlening aan gewonden, zieken, krijgsgevangenen, geïnterneerden
en anderszins hulpbehoevenden door erkende en toegelaten verenigingen;
b. de toekenning van een medaille aan vrijwilligers die in repressieve dienst taken op
het terrein van de openbare orde en veiligheid verrichten;
c. tijdelijke voorzieningen voor de samenwerking bij en de waarborging van de uitvoering
van de plannen van aanpak door de landen Curaçao en Sint Maarten die waarborgen dat
landstaken die op de datum dat Curaçao en Sint Maarten land zijn geworden binnen het
Koninkrijk nog niet door Curaçao dan wel Sint Maarten kunnen worden uitgevoerd overeenkomstig
de overeengekomen toetsingscriteria, vanaf die datum op een voldoende niveau worden
uitgevoerd;
d. de beveiliging van zeeschepen en de navigatie van zeeschepen die niet de vlag van
het Koninkrijk voeren.
Artikel 3
Aan artikel 29 van de Rijkswet openbare ministeries van Curaçao, van Sint Maarten
en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba wordt een lid toegevoegd, luidende:
5. Het toe te passen begrotings- en verantwoordingsstelsel wordt vastgesteld bij algemene
maatregel van rijksbestuur.
Artikel 4
Na de inwerkingtreding van deze rijkswet berust:
a. het Rijksbesluit rechtsopvolging burgerlijke rechten en verplichtingen Nederlandse
Antillen op artikel 1, onderdeel a, van deze rijkswet;
b. het Rijksbesluit overname geldleningen Nederlandse Antillen, Curaçao en Sint Maarten
op artikel 1, onderdeel b, van deze rijkswet;
c. het Rijksbesluit opvolging Sociale Verzekeringsbank Nederlandse Antillen op artikel
1, onderdeel c, van deze rijkswet;
Artikel 5
Na de inwerkingtreding van deze rijkswet berust of berusten:
a. het Besluit Rode Kruis 1988 op artikel 2, onderdeel a, van deze rijkswet;
b. het Besluit vrijwilligersmedaille openbare orde en veiligheid op artikel 2, onderdeel b,
van deze rijkswet;
c. de Samenwerkingsregeling waarborging plannen van aanpak landstaken Curaçao en Sint
Maarten op artikel 2, onderdeel c, van deze rijkswet;
d. de artikelen 9, eerste lid, onderdeel b, 19, 24, 28, 40, derde lid, 44, 50, 63, tweede
en derde lid, van het Schepenbesluit 2004 op artikel 2, onderdeel d, van deze rijkswet;
e. artikel 13 van het Rijksbesluit financiering parket van de procureur-generaal op artikel 29,
vijfde lid, van de Rijkswet openbare ministeries van Curaçao, van Sint Maarten en
van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 6
Deze rijkswet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van
het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 7
Deze rijkswet wordt aangehaald als: Rijkswet delegatiegrondslagen artikel 38, tweede
lid, Statuut voor het Koninkrijk.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad, in het Afkondigingsblad van Aruba, in
het Publicatieblad van Curaçao en in het Afkondigingsblad van Sint Maarten zal worden
geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
De Minister van Justitie en Veiligheid,
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
De Minister van Defensie,
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.