Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Van Houwelingen over een tweet van de directeur van de Amerikaanse inlichtingendiensten
Vragen van het lid Van Houwelingen (FVD) aan de Ministers van Buitenlandse Zaken en van Defensie over een tweet van de directeur van de Amerikaanse inlichtingendiensten (ingezonden 12 februari 2026).
Antwoord van Minister Berendsen (Buitenlandse Zaken) en van Minister Yeşilgöz-Zegerius
(Defensie) (ontvangen 16 maart 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met deze tweet1 van Tulsi Gabbard, directeur van de Amerikaanse inlichtingendiensten, waarin ze stelt
dat Rusland niet de militaire capaciteit heeft om Oekraïne, laat staan heel Europa,
te veroveren?
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Deelt de Nederlandse regering deze analyse van de Amerikaanse regering? Zo nee, waarom
niet?
Antwoord 2
Nee, het kabinet deelt deze analyse niet. Rusland beschikt over grote militaire capaciteiten
en blijkt in staat om de verliezen in Oekraïne aan te vullen. Daarbij heeft Rusland
zich bereid getoond om grote verliezen te accepteren om militaire doelen te behalen.
Oekraïne is tot nu toe in staat geweest om een volledige verovering te voorkomen,
mede dankzij de militaire en niet-militaire steun van partners, waaronder Nederland.
Het kabinet zal Oekraïne blijven steunen en partners hiertoe oproepen. De veiligheid
en stabiliteit in Europa zouden immers nog verder ondermijnd worden, als Rusland zou
worden beloond voor zijn agressie.
Vraag 3
Is, wat de Nederlandse regering betreft, Rusland militair in staat Europa te veroveren?
En is de Nederlandse regering wel of niet van mening – los van het feit of Rusland
hier militair toe in staat is – dat Rusland de ambitie heeft om Europa in het algemeen
en Nederland in het bijzonder militair te veroveren?
Antwoord 3
Het kabinet ziet Rusland als de grootste veiligheidsdreiging voor Nederland en Europa.
Het Kremlin beschouwt de oorlog tegen Oekraïne als onderdeel van een breder conflict
met de NAVO. Rusland bereidt zich voor op een langdurige confrontatie met de NAVO,
ook op militair gebied. Rusland is niet alleen in staat gebleken de substantiële verliezen
in Oekraïne op te vangen, maar zelfs de krijgsmacht uit te breiden en te hervormen.
Mede door de materiële steun die Rusland ontvangt van landen zoals Noord-Korea en
Iran kan het een deel van de eigen productie gebruiken en vergroten om de strategische
reserves aan te vullen. De invloed van de oorlog in Iran zou hier verandering in kunnen
brengen, maar de precieze consequenties blijven vooralsnog onduidelijk. Ook hebben
de verschillende Russische krijgsmachtonderdelen aanzienlijk geïnvesteerd in de integratie van onbemande systemen, waarbij
geleerde lessen uit de oorlog tegen Oekraïne ingezet worden om de effectiviteit van
deze inzet te vergroten.
De Russische inspanningen zijn er op gericht de NAVO politiek uiteen te spelen. Indien
de oorlog met Oekraïne is beëindigd, is Rusland militair in staat om een in tijd en
ruimte beperkte operatie tegen één of meerdere bondgenoten uit te voeren. Mede gezien
onze bondgenootschappelijke verplichtingen, raakt dit Nederland direct. De Russische
krijgsmacht voert daarnaast verschillende activiteiten uit om de escalatiebereidheid
van de NAVO te testen. De Russische risicobereidheid is de afgelopen jaren toegenomen,
getuige de diverse drone-incidenten en Russische schendingen, al dan niet opzettelijk,
van NAVO-luchtruim. Ook zijn andere hybride activiteiten, cyberaanvallen, sabotage-
en desinformatie-activiteiten in Europa toegenomen en vinden regelmatig Russische
schendingen van het NAVO-luchtruim plaats. Deze strategie richt zich ook steeds vaker
op Nederland, waarbij zowel grootschalige cyber-attacks, gerichte beïnvloeding van politici als spionageoperaties in de Noordzee de nationale
veiligheid ondermijnen.
Daarom is het van belang dat NAVO bondgenoten de collectieve verdediging en afschrikking
versterken door het verhogen van de bijdrages naar 3,5% defensie-uitgaven en 1,5%
bredere veiligheid- en defensie gerelateerde uitgaven van het bruto binnenlands product.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken -
Mede ondertekenaar
D. Yesilgöz-Zegerius, minister van Defensie
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.