Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Jumelet over de bekendheid en vindbaarheid van isolatiesubsidies en vertraging bij de isolatie van woningen
Vragen van het lid Jumelet (CDA) aan de Ministers van Klimaat en Groene Groei en van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening over de bekendheid en vindbaarheid van isolatiesubsidies en vertraging bij de isolatie van woningen (ingezonden 20 februari 2026).
Antwoord van Minister Van Boekholt-O’Sullivan (Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening)
(ontvangen 16 maart 2025).
Vraag 1
Bent u bekend met het opiniestuk «Overheden, wijs weg naar isolatiesubsidies»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Klopt het dat gemeenten in totaal 1,5 miljard euro aan specifieke uitkeringen kunnen
ontvangen voor de isolatie van 750.000 koopwoningen? Hoeveel van dit bedrag is tot
op heden daadwerkelijk bij de gemeenten terechtgekomen en welk deel daarvan is al
daadwerkelijk uitgegeven aan uitgevoerde isolatiemaatregelen? Klopt het tevens dat
het deel van deze 1,5 miljard euro dat eind 2030 nog niet is besteed aan isolatie
terug zal vloeien naar het Rijk?
Antwoord 2
Er is in totaal ruim 1,6 miljard euro beschikbaar gesteld aan gemeenten voor het isoleren
van 750.000 koopwoningen en woningen in gemengde vereniging van eigenaars (VvE’s).
Dit is onderdeel van de lokale aanpak van het Nationaal isolatieprogramma (NIP). Deze
middelen zijn in drie tranches (in 2023, 2024 en 2025) al volledig uitgekeerd aan
gemeenten, met de Specifieke Uitkering Lokale aanpak isolatie. Ook is een klein deel
als onderdeel van de Energiearmoede middelen in 2022 (68,5 miljoen) al uitgekeerd.
Uit de meest recente verantwoording van de besteding van de Specifieke Uitkering Lokale
aanpak isolatie, uit maart 2025, is op te maken dat er tot en met 2024 ongeveer 40 miljoen euro
door gemeenten is uitgegeven. Meer recente cijfers over de bestedingen in 2025 zullen
in juli 2026 door gemeenten worden aangeleverd. De uitvoeringstermijn voor de Specifieke
uitkering loopt tot en met eind 2028, met twee keer een mogelijkheid voor een jaar
verlenging. Middelen die niet tijdig of onrechtmatig zijn uitgegeven kunnen worden
teruggevorderd en vloeien dan terug naar het Rijk.
Vraag 3
Hoe verklaart u dat, ondanks aanvragen van gemeenten voor de isolatie van circa 500.000 woningen,
tot nu toe slechts 21.823 woningen daadwerkelijk zijn geïsoleerd? Welke concrete oorzaken
liggen ten grondslag aan deze achterblijvende realisatie?
Antwoord 3
Met de 1,6 miljard euro die aan gemeenten is toegekend zullen ongeveer 750.000 woningen
worden geïsoleerd tot en met 2030. Tot maart 2025 waren er 20.191 woningen geïsoleerd.
Ik verwacht uiterlijk eind maart meer recente cijfers en de verwachting is dat deze
cijfers flink hoger zullen liggen.
In 2024 en 2025 zagen we dat gemeentes een aanloopperiode kenden om te komen tot aanbestedingen,
samenwerkingen opbouwen en vertrouwen winnen van bewoners. Ik zie steeds meer goede
voorbeelden in het gehele land. Belangrijke aandachtspunten blijven capaciteit, en
daarnaast praktische vraagstukken rond het bereiken van de doelgroep, natuurvriendelijk
isoleren, de complexiteit bij VvE’s, monitoring en het gebruik van persoonsgegevens.
Om gemeenten te helpen deze knelpunten op te lossen en de nodige versnelling op gang
te brengen is vorig jaar 9 miljoen euro via de Specifieke uitkering isolatieopgave
Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie
(SpUk isolatieopgave NPLW) uitgekeerd voor extra regionale ondersteuning. Hiermee
kunnen regio’s gemeenten snel en praktisch ondersteunen die in hun isolatieaanpak
tegen knelpunten aanlopen en waarbij de uitvoering nog niet goed loopt.
Vraag 4
Wat doen gemeenten nu om kwetsbare bewoners zoveel mogelijk te ontzorgen tijdens het
hele proces van verduurzamen van advies, financiering tot uitvoering?
Antwoord 4
Uit de rapportage Lokale Warmtetransitie in Beeld 20252 en gesprekken met gemeenten blijkt dat er advies en ondersteuning geboden wordt via
fixteams, energiecoaches, energieadviseurs, lokale initiatieven, VvE-cursussen en
collectieve inkoop acties. Ook wordt er financiële hulp geboden in de vorm van aanvullende
subsidies, goedkope leningen, vouchers voor doe-het-zelvers en gratis isolatiemaatregelen
voor bewoners in energiearmoede.
Voor veel huishoudens in energiearmoede is het van belang dat gemeenten in de isolatieaanpak
ook samenwerken met het sociaal domein. Op deze manier lukt het om ook achter de voordeur
te komen bij mensen, en zo uit te kunnen leggen wat deze aanpak voor hen kan opleveren.
Gebruik maken van de netwerken in de wijk is ook van belang om de mensen te bereiken
die hulp het hardste nodig hebben.
Aan het begin van het jaar is een aantal praktijkverhalen gepubliceerd op de website
van de RVO waarin gemeenten die vorig jaar het verst waren met de lokale opgave hun
aanpak delen.3 Zo zet de gemeente Nieuwkoop, die al een derde van de lokale opgave had afgerond,
in op een energiebesparingsfonds, energiecoaches, wijkacties en persoonlijke begeleiding
bij het isolatieproces.
Vraag 5
In hoeverre deelt u de analyse uit het artikel dat het huidige stelsel van landelijke
en lokale isolatiesubsidies versnipperd is, waardoor veel huiseigenaren niet weten
welke regelingen er bestaan of dat zij landelijke en gemeentelijke subsidies kunnen
stapelen?
Antwoord 5
Ik deel de analyse in zoverre dat het niet vanzelfsprekend is dat alle huishoudens
op de hoogte zijn van de ondersteuning die voor hen beschikbaar is. Om verduurzaming
te stimuleren is het van belang dat mensen de beschikbare subsidies weten te vinden
en benutten. Vooral de doelgroep die extra ondersteuning het hardste nodig heeft.
Hier wordt zowel landelijk als lokaal op ingezet. Allereerst staan op verbeterjehuis.nl naast de landelijke ook lokale subsidies vermeld. Op lokaal niveau
gebeurt er veel, via bijvoorbeeld lokale campagnes, adviseurs, coaches en energieloketten.
Hierbij worden de mensen voor wie de aanvullende lokale subsidies bedoeld zijn, ook
proactief benaderd. Naast advies en ondersteuning bij het verduurzamingsproces zelf,
bieden veel gemeenten uitgebreide ondersteuning ook bij het aanvragen van de subsidies
en financiering. Zo creëren gemeenten voor deze mensen één aanspreekpunt en worden
landelijke en lokale subsidies bij elkaar gebracht.
Vraag 6
Welke acties onderneemt u om de bekendheid, begrijpelijkheid en vindbaarheid van deze
regelingen te vergroten, in het bijzonder voor minder zelfredzame en kwetsbare huiseigenaren?
Antwoord 6
Gemeenten communiceren in eerste instantie zelf rechtstreeks met de doelgroep die
in aanmerking komt voor de lokale isolatieacties. Vaak gebeurt dit via lokale campagnes,
brieven, huis aan huis bezoeken en keukentafelgesprekken. Samen met Milieu Centraal
zijn hiervoor ter ondersteuning toolkits ontwikkeld.4
Daarnaast is op verbeterjehuis.nl informatie over zowel landelijke als lokale beschikbare
subsidies te vinden via de energiesubsidiewijzer. Ook is er bij het laatste deel van
de publiekscampagne «Wie isoleert profiteert» in 2025 aandacht besteed aan de lokale
ondersteuning via energieloketten. Gemeenten konden bij deze campagne gebruik maken
van de whitelabel communicatiematerialen. Dit zal in campagne van 2026 in de zomervakantie
herhaald worden.
Milieu Centraal heeft tevens het energiehulpnetwerk opgericht met subsidie van de
Minister van VRO om mensen te ondersteunen die de overheid doorgaans moeilijk weet
te bereiken.5 Het energiehulpnetwerk biedt gemeenten en energiehulporganisaties een cultuur sensitieve
en inclusieve aanpak voor bewoners met en zonder migratieachtergrond. Hierbij speelt
de vertrouwde kring een belangrijke rol. Dit zijn mensen uit de directe omgeving van
de huurder of huiseigenaar. Met deze aanpak worden ook moeilijk te bereiken doelgroepen
geholpen. Het energiehulpnetwerk is een samenwerking tussen Milieu Centraal, de Nederlandse
Schuldhulproute en de Alliantie Inclusieve Energietransitie. Het netwerk bereikt momenteel
ruim 200 aangesloten gemeenten en meer dan 230 energiehulporganisaties.
Daarnaast biedt Milieu Centraal gemeenten ondersteuning bij het opzetten van een VvE-aanpak.
Door middel van een-op-een adviestrajecten, via een kennisbank voor VvE Professionals
en via opleidingsdagen.6 Bij de ondersteuning is in het bijzonder oog voor het in kaart brengen, bereiken
en helpen van kwetsbare doelgroepen die in een VvE wonen.
Vraag 7
Hoe beoordeelt u het signaal dat bestaande informatievoorziening, zoals de Energiesubsidiewijzer,
geen volledig en actueel overzicht biedt van alle beschikbare landelijke en lokale
subsidies? Welke stappen worden gezet om te komen tot één integraal en betrouwbaar
overzicht van subsidiemogelijkheden?
Antwoord 7
Uitgebreide informatie over alle landelijke subsidies en financieringsmogelijkheden
is beschikbaar via verbeterjehuis.nl en in de energiesubsidiewijzer. Ook lokale subsidies
zijn te vinden in deze energiesubsidiewijzer. Doordat gemeenten regelmatig lokale
subsidies openstellen of wijzigen kan het zijn dat dit overzicht niet altijd volledig
is. Milieu Centraal voert daarom regelmatig verbeteringen door in de energiesubsidiewijzer
om te zorgen dat de informatie zo accuraat mogelijk blijft. Sinds kort wordt daarbij
gebruik gemaakt van een geautomatiseerd systeem welke alle relevante overheids- en
gemeentewebsites controleert voor nieuwe of gewijzigde subsidies, zodat deze kunnen
worden toegevoegd.
Daarnaast zijn ook de lokale energieloketten terug te vinden op verbeterjehuis.nl en kunnen zowel huurders als woningeigenaren gebruik maken van de
energiehulp tool om hulp en advies in hun buurt te vinden.7 Halverwege maart lanceert Milieu Centraal de helpdesk voor VvE's, waar mensen met
specifieke subsidievragen terecht kunnen, zowel telefonisch als per mail.
Vraag 8
Op welke wijze wilt u bevorderen dat er meer uniformiteit komt in uitvoering en dat
ondersteuning niet afhankelijk is van één commerciële partij per gemeente?
Antwoord 8
De lokale aanpak biedt gemeenten vrijheid om hun eigen isolatieaanpak te ontwikkelen,
zodat de ondersteuning aansluit bij de uiteenlopende behoeften van hun inwoners in
hun wijken en dorpen. Bijvoorbeeld door hun plannen af te stemmen op bestaande lokale
initiatieven en specifieke doelgroepen en de warmteprogramma’s. Ik zal gemeenten daarom
niet beperken in de manier waarop ze hun rol bij de lokale isolatieopgave invullen
of in de afspraken die ze maken met private partijen. Wel weet ik dat veel gemeenten
voor verschillende onderdelen van hun aanpak al met diverse partijen samenwerken waaronder
lokale initiatieven. Bij het wegvallen van één partij valt hierdoor meestal niet de
gehele ondersteuningsaanpak weg.
Om deze risico’s verder te verkleinen en daarnaast versnelling mogelijk te maken,
bied ik gemeenten ondersteuning en advies over de uitvoering via programma’s als Verbouwstromen,
Actienetwerk Energiehulp en het NPLW. Zij richten zich op standaardisatie vertaald
naar aanpakken en formats waar gemeenten en ook intermediairs gebruik van kunnen maken.
Ook op het gebied van risico’s bij het opstellen van contracten en afspraken over
de continuïteit van dienstverlening bij faillissement bestaat ondersteuning. Zo worden
geleerde lessen benut en hoeven gemeenten niet het wiel zelf uit te vinden.
Vraag 9
Welke mogelijkheden ziet u om de aanvraagprocedures en uitvoeringsvoorwaarden van
de Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE) en gemeentelijke
regelingen te harmoniseren en te vereenvoudigen, zodat versnippering tussen gemeenten
wordt tegengegaan en kwetsbare huiseigenaren beter worden ontzorgd? Hoe gaat u dit
bewerkstelligen voordat de gelden na 2030 weer terugvloeien naar het Rijk?
Antwoord 9
De voorwaarden die gesteld worden aan de maatregelen zelf die kunnen worden gesubsidieerd
in de Specifieke Uitkering Lokale Aanpak Isolatie (SpUk LAI) komen al geheel overeen
met de ISDE en SVVE voorwaarden. Wel hebben gemeenten met de SpUk LAI ruimte om ook
doe-het-zelf maatregelen te subsidiëren en om bij een beperkt aantal woningen maatregelen
te treffen die niet voldoen aan de oppervlakte-eis. Hiermee kan een bredere groep
geholpen worden in gevallen waar zelfs relatief lage investeringskosten een barrière
kunnen vormen voor de verduurzaming.
Verder is het al enige tijd mogelijk om als gemeenten de ISDE-subsidie namens woningeigenaren
aan te vragen en te ontvangen om zo volledige ontzorging te bieden aan huiseigenaren
die extra ondersteuning nodig hebben. Daarnaast worden de landelijke regelingen en
het aanvraagproces regelmatig geëvalueerd en aangepast om deze zo gebruiksvriendelijk
mogelijk te maken.
Ondertekenaars
E. Boekholt-O’Sullivan, minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.