Mededeling (uitstel antwoord) : Uitstel beantwoording vragen van de leden Neijenhuis en Belhirch over de rechtspositie van reservisten
Vragen van de leden Neijenhuis en Belhirch (beiden D66) aan de Staatssecretaris van Defensie en de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over het bericht «Rechtspositie reservisten is juridisch mijnenveld voor werkgever en werknemer» (ingezonden 25 februari 2026).
Mededeling van Staatssecretaris Boswijk (Defensie) (ontvangen 16 maart 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Rechtspositie reservisten is juridisch mijnenveld voor werkgever en werknemer»?1
Vraag 2
Herkent u het beeld dat de huidige aanpak onvoldoende rechtszekerheid biedt voor zowel
reservisten als werkgevers? En herkent u het beeld dat de inzet van reservisten bij
Defensie in de praktijk neerkomt op een dubbele rechtspositie, terwijl verantwoordelijkheden
en risico’s niet eenduidig zijn geregeld? Zo ja, welke gevolgen heeft dit voor de
voorgenomen opschaling van het aantal reservisten?
Vraag 3
Kunt u aangeven in welke sectoren de knelpunten rond loondoorbetaling, vervanging
en rechtszekerheid het meest spelen? Ziet u verschillen tussen grote werkgevers en
kleinere ondernemers?
Vraag 4
Kunt u uiteenzetten hoe de verantwoordelijkheid momenteel is verdeeld wanneer een
reservist tijdens een oefening gewond raakt, in het bijzonder wat betreft loondoorbetaling
en re-integratie?
Vraag 5
Deelt u de inschatting dat de huidige onzekerheid over aansprakelijkheid, loondoorbetaling
en re-integratie bij letsel of arbeidsongeschiktheid tijdens reservistentaken een
drempel kan vormen voor werkgevers om reservisten in dienst te nemen of te houden?
Vraag 6
Kunt u toelichten hoe het maximale bedrag van € 55 per dag bij langdurige afwezigheid
als tegemoetkoming tot stand is gekomen en in hoeverre dit bedrag in verhouding staat
tot de werkelijke vervangings- en loonkosten van werkgevers?
Vraag 7
Hoe wilt u voorkomen dat werkgevers op grote schaal hun risico beperken door aanvullingen
op loondoorbetaling bij ziekte uit te sluiten bij letsel dat ontstaat door reservistentaken,
zonder dat hier een andere regeling tegenover staat?
Vraag 8
Hoe verhoudt de inzet als reservist zich tot de maximale arbeidstijd, wanneer reservistentaken
plaatsvinden in weekenden of avonden, en welke verantwoordelijkheid heeft de werkgever
om overtreding van arbeidstijden te voorkomen?
Vraag 9
Acht u het wenselijk dat er geen ontslagbescherming bestaat voor reservisten die (tijdelijk)
niet kunnen werken wegens reservistentaken en dat er geen garantie is op terugkeer
in de oude functie?
Vraag 10
Bent u het ermee eens dat vanwege de voorgenomen opschaling van het aantal reservisten
het wenselijk is om werkgevers en reservisten meer zekerheid te bieden? Zo ja, welke
concrete stappen gaat u op korte termijn zetten om dit te regelen?
Vraag 11
Hoe kijkt u naar de optie om de bovengenoemde onduidelijkheden en onzekerheden door
middel van een wetswijziging weg te nemen?
Mededeling
Op 25 februari jl. hebben de leden Neijenhuis en Belhirch (beiden D66) mij vragen
gesteld over de rechtspositie van reservisten (kenmerk 2026Z03719).
Hierbij informeer ik u dat de beantwoording meer tijd in beslag neemt dan de gestelde
termijn van drie weken. Dit in het belang van zorgvuldige interdepartementale afstemming.
U ontvangt de beantwoording zo spoedig mogelijk.
Ondertekenaars
D.G. Boswijk, staatssecretaris van Defensie
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.