Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Van Baarle over de hongercrisis in Afghanistan
Vragen van het lid Van Baarle (DENK) aan de Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking over de hongercrisis in Afghanistan (ingezonden 23 februari 2026).
Antwoord van Minister Sjoerdsma (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking)
(ontvangen 13 maart 2026)
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Wereldvoedselprogramma: hongercrisis in Afghanistan, mede door bezuinigingen voedselhulp»?1
Antwoord 1
Het kabinet heeft kennisgenomen van het bericht.
Vraag 2
Wat is uw reactie op het feit dat volgens het Wereldvoedselprogramma in maart waarschijnlijk
17,4 miljoen mensen in Afghanistan in voedselonzekerheid zullen leven en 4,9 miljoen
kinderen en moeders ondervoed zullen zijn?2
Antwoord 2
Het kabinet is bezorgd over de humanitaire situatie in Afghanistan, in het bijzonder
over berichten dat Afghanistan afstevent op grootschalige voedseltekorten.
Vraag 3
Klopt het dat het budget van het Wereldvoedselprogramma in Afghanistan in 2024 600
miljoen dollar bedroeg, dat dit in 2025 werd gehalveerd en dat dit jaar het budget
ongeveer 200 miljoen zal zijn? Zo ja, deelt u de mening dat het onacceptabel is dat
er zoveel minder budget gaat naar het helpen van mensen in een van de meest acute
voedselcrises ter wereld?
Antwoord 3
Het klopt dat WFP te maken heeft met financieringstekorten door wereldwijde bezuinigingen
op humanitaire hulp. Hierdoor worden het WFP en andere VN-organisaties gedwongen om
moeilijke keuzes te maken. Ook budgetten die WFP beschikbaar heeft voor hulpverlening
in specifieke crises worden noodgedwongen verlaagd, zoals in Afghanistan. De combinatie
van verlaagd budget en stijgende noden maakt dat WFP in Afghanistan zich nu richt
op de meest urgente noden, op de acuut ondervoede mensen, met speciale focus op kinderen.
Nederland heeft de bijdrage aan WFP stabiel gehouden en blijft ook de komende jaren
een stabiele en ongeoormerkte donor voor humanitaire hulp en maakt zich zorgen over
de wereldwijde daling van humanitaire financiering. Het kabinet roept andere landen
op om meerjarige, ongeoormerkte financiering te geven aan VN-organisaties, zodat zij
effectief en efficiënt hulp kunnen verlenen daar waar de noden het hoogst zijn.
Vraag 4
Welke gerichte bijdrage doet Nederland om de mensen met honger in Afghanistan te helpen?
Antwoord 4
De humanitaire noden in Afghanistan blijven onverminderd hoog, en dat zal naar verwachting
door de huidige conflicten in de regio niet snel veranderen. Daarom maakt Nederland
humanitaire hulpverlening in Afghanistan mogelijk door flexibel inzetbare financiering
via meerdere kanalen: VN, de Rode Kruis- en Halve Maanbeweging, en de Dutch Relief
Alliance. De Nederlandse inzet op voorspelbare en flexibel inzetbare financiering
stelt organisaties in staat om wendbaar te zijn en snel in te spelen op veranderende
noden wereldwijd, en dus ook in Afghanistan. Daarnaast is Nederland een van de grootste
donoren van het het centrale VN-noodhulpfonds (CERF), evenals van het humanitaire
landenfonds van de VN voor Afghanistan. Deze fondsen maken, mede dankzij onze financiering,
regelmatig geld vrij voor hulpverlening in Afghanistan, waarmee o.a. voedselhulp aan
hulpbehoevende Afghanen kan worden geleverd, alsook hulp na natuurrampen.
Vraag 5
Bent u bereid om een aanvullende bijdrage te doen voor voedselhulp in Afghanistan?
Zo nee, waarom niet?
Antwoord 5
Zie antwoord op vraag 4. De Nederlandse humanitaire inzet blijft, conform de Kamerbrief
over de financiële invulling van humanitaire hulp in 2026 van dd. 12 januari 2026
(Kamerstuk 36 180, nr. 189), gestoeld op meerjarige, flexibel inzetbare financiering aan onze humanitaire partners.
Deze professionele partners, waaronder WFP, de Rode Kruis- en Halve Maanbeweging en
Dutch Relief Alliance bepalen op basis van noden en de bijdragen van andere organisaties
waar en in welke mate zij hulp verstrekken Deze partners zijn betrokken bij de hulpverlening
in Afghanistan en kunnen er voor kiezen hun activiteiten met Nederlandse financiering
op te schalen. Regelmatig spreken we met onze partners over de ontwikkelingen in Afghanistan.
Vraag 6
Bent u bereid om met urgentie in internationaal verband de noodzaak te bespreken voor
acuut meer inzet en budget voor voedselhulp in Afghanistan? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 6
Nederland pleit in internationaal verband frequent voor het belang van voldoende humanitaire
financiering en aandacht voor onderbelichte crises. Deze inzet zal het kabinet voortzetten.
Ondertekenaars
S.W. Sjoerdsma, minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.