Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Mooiman en Maeijer over het verwijderen van schilderijen uit een zorgcentrum vanwege brandveiligheid
Vragen van de leden Mooiman en Maeijer (beiden PVV) aan de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over het verwijderen van schilderijen uit een zorgcentrum vanwege brandveiligheid (ingezonden 11 februari 2026).
Antwoord van Minister van Boekholt-O’Sullivan (Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening),
mede namens de Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport (ontvangen 13 maart 2026)
Vraag 1
Bent u bekend met het artikel van het Algemeen Dagblad waarin valt te lezen dat zorgorganisatie
Zorgwaard vanwege brandveiligheid heeft opgedragen schilderijen te verwijderen uit
de gangen van zorgcentrum Immanuël in ’s-Gravendeel en daarbij dreigde met een boete
van 25.000 euro?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Deelt u de mening dat, alhoewel brandveiligheid van groot belang is, het ook mogelijk
moet zijn om een gebouw (zoals in dit geval een zorgcentrum) van inrichting te voorzien
dat niet enkel op functioneel gebruik is gericht?
Antwoord 2
Het is nog steeds mogelijk om een zorgcentrum te voorzien van inrichting die niet
enkel op functioneel gebruik is gericht. In de kamers van de bewoners en in de bijeenkomstruimten
is nog allerlei inrichting mogelijk, zoals het ophangen van schilderijen. Dit is alleen
anders voor een gemeenschappelijke verkeersruimte (gangen) waardoor bij brand moet
worden gevlucht. In deze gangen mogen geen brandgevaarlijke objecten aanwezig zijn
of objecten die het vluchten belemmeren. Met de wijziging van het Besluit bouwwerken
leefomgeving (Bbl) in 2024 is dit verduidelijkt in opvolging van de aanbevelingen
van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OvV) in zijn rapport van 14 juli 2021 over
de flatbrand in Arnhem in 20202.
Vraag 3
Is bij de wijziging van het Bouwbesluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) uit 2024 rekening
gehouden met mogelijke gevolgen voor inrichting van bijvoorbeeld zorgcentra, door
te kijken naar alternatieve zaken om brandveiligheid te waarborgen? Zo ja, graag een
toelichting & zo nee, waarom niet?
Antwoord 3
Zoals gemeld in mijn vorige antwoord was het rapport van de OvV over de flatbrand
in Arnhem de aanleiding voor de wijziging van het Bbl. De OvV heeft hierin aanbevolen
om te zorgen voor verbetering van het toezicht op de brandveiligheid in de gebruiksfase
van woongebouwen en te bezien of een aanpassing van de geldende wet- en regelgeving
nodig is. Aansluitend zijn door het voormalig Ministerie van VRO gesprekken gevoerd
met gemeenten, Brandweer NL en organisaties van gebouweigenaren3 waaruit bleek dat de regelgeving op het gebied van het vrijhouden van vluchtwegen
in woongebouwen onvoldoende duidelijk was. Duidelijkere regelgeving zou gemeenten
en ook woningeigenaren helpen bij het uitvoeren van toezicht op het gebied van brandveiligheid
en communicatie hierover met bewoners. Hierop is in samenspraak met genoemde partijen
besloten om in het Bbl concreter te beschrijven wat wel en niet aanwezig mag zijn
in de gemeenschappelijke verkeersruimtes, waar dit voorheen alleen algemeen geformuleerde
regelgeving betrof. De wijziging van het Bbl is op 23 november 2023 gepubliceerd4 en op 1 juli 2024 in werking getreden.
Hoewel het al vóór 1 juli 2024 kon, is het voor gemeenten met de verduidelijkte regelgeving
eenvoudiger om handhavend op te treden als in een gemeenschappelijke verkeersruimte
sprake is van brandgevaarlijke objecten of objecten die het vluchten belemmeren. Dit
was ook voorzien en beoogd met de wijziging van het Bbl.
Vraag 4
Bent u bereid te onderzoeken op welke manier het gewijzigde Bbl uit 2024 kan worden
aangepast óf ruimte voor interpretatie geeft die mogelijk onbekend is voor zorgcentra,
zodat niet alleen de brandveiligheid kan worden gewaarborgd, maar ook zodat regelgeving
niet «doorslaat» zoals in zorgcentrum Immanuël in ’s-Gravendeel?
Antwoord 4
Door het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV) wordt in samenspraak met
het Ministerie van BZK al informatie gegeven aan eigenaren over het brandveilig gebruik
van woongebouwen.5 In het kader daarvan zijn door het NIPV het afgelopen jaar al veel vragen beantwoord
over de toepassing van de betreffende Bbl-eisen voor vluchtroutes. Aansluitend daarop
is het NIPV recent opdracht gegeven om een handreiking op te stellen over de toepassing
(interpretatie) van deze Bbl-eisen. In deze handreiking zal door het NIPV ook worden
ingegaan op de ruimte die er is om met een gelijkwaardige oplossing te voldoen aan
de eisen, als dit beter past bij een specifiek gebouw en het gebruik daarvan.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
E. Boekholt-O’Sullivan, minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
Mede namens
W.R.C. Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.