Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Russcher over (duurzaamheids)eisen aan de woningbouw
Vragen van het lid Russcher (FVD) aan de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening over (duurzaamheids)eisen aan de woningbouw (ingezonden 16 januari 2026).
Antwoord van Minister Van Boekholt-O’Sullivan (Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening)
(ontvangen 10 maart 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het artikel van ABN AMRO genaamd «Housing market monitor – Energy
transition» uit augustus 2025 waarin onder andere wordt gesteld dat de Bijna Energieneutrale
Gebouwen (BENG)-eisen leiden tot hogere bouwkosten en daarmee tot hogere huizenprijzen?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Kan u aangeven in hoeverre dit soort duurzaamheidseisen de bouwkosten per woning verhogen?
Antwoord 2
Bij de implementatie van de BENG-eisen zijn destijds de financiële gevolgen in kaart
gebracht. Kortheidshalve verwijs ik naar het rapport waarin dit is onderbouwd. https://www.internetconsultatie.nl/wijziging_bouwbesluit_2012_ivm_beng_…
Vraag 3
In hoeverre is er bij de invoering van BENG en aanverwante eisen rekening gehouden
met de effecten op de bouwkosten en huizenprijzen?
Antwoord 3
Bij alle extra eisen in de bouwregelgeving wordt het effect op de bouwkosten meegewogen.
Het is evident dat de BENG-eisen leid(d)en tot hogere bouwkosten dan de nul-optie,
waarin de energiezuinigheid niet wordt verhoogd. Maar tegelijkertijd wordt de gebruiker
van een gebouw gecompenseerd door een structureel lagere energierekening: de investeringen
worden bij normaal gebruik terugverdiend binnen de daarvoor gestelde termijn. En met
de onzekere energieprijzen op de wereldmarkt en leveringszekerheid is energiebesparing
nodig. Daardoor sloeg en slaat de weging positief uit.
De bouwkosten en huizenprijzen worden naast extra duurzaamheidseisen natuurlijk ook
bepaald door andere economische variabelen, zoals renteontwikkeling, inflatie, lonen,
vraag naar woningen, wereldmarktprijzen voor bouwmaterialen en lokale grondprijzen.
Deze kennen gezamenlijk een groter effect.
Vraag 4 en 5
Deelt u de mening dat hogere bouwkosten als gevolg van duurzaamheidseisen vooral terechtkomen
bij kopers en huurders?
Indien uw antwoord op vraag 4 erkennend luidt, acht u dit dan wenselijk in de huidige
woningmarkt?
Antwoord 4 en 5
De hogere kosten bij nieuwbouw moeten afgewogen worden tegen de lagere kosten door
minder energiegebruik tijdens het gebruik van een woning. Bij de implementatie van
energetische verduurzamingseisen wordt gewerkt met kostenoptimalisatiestudies2 om de technische haalbaarheid vast te stellen en de kosten in lijn te brengen met
de energiebesparing. Op deze manier blijven de kosten van verduurzaming economisch
verantwoord. Deze bepaling van kostenoptimaliteit is een regulier onderdeel bij de
implementatie van de Europese richtlijn energieprestatie gebouwen, waar de BENG-eisen
uit voortvloeien.
Vraag 6
Kan u aangeven hoeveel projecten sinds 2021 alleen nog rendabel zijn door subsidies
of aanvullende overheidsbijdragen, juist vanwege aangescherpte duurzaamheidseisen?
Antwoord 6
In algemene zin worden vanuit het Rijk geen subsidie of aanvullende overheidsbijdragen
in nieuwbouwprojecten verstrekt voor de zaken, die verplicht zijn in de bouwregelgeving
op het terrein van duurzaamheid. De nieuwbouweisen op het terrein van energiezuinigheid
(BENG) zijn daarnaast kostenoptimaal.
Vraag 7
Acht u het wenselijk dat woningbouw steeds afhankelijker wordt van subsidies om aan
wettelijke eisen te kunnen voldoen?
Antwoord 7
Zie vraag 6.
Vraag 8
Kan u aangeven in hoeverre strengere duurzaamheidsregels hebben geleid tot vertraging/uitstel
of afstel van woningbouwprojecten?
Antwoord 8
Mij is niet bekend dat woningbouwprojecten vertraagd of uitgesteld zijn vanwege duurzaamheidseisen
aan de woningbouw. In mijn antwoord op vraag 3 heb ik al aangegeven dat naast bouwkostenstijging
ook andere economische variabelen effecten hebben op de doorlooptijd van het ontwikkel-
en bouwproces. Daarnaast bepaalt in de praktijk het vergunningsverleningsproces de
doorlooptijd.
Vraag 9
Kan u inzicht geven in de extra doorlooptijd van vergunningstrajecten als gevolg van
aanvullende duurzaamheidsberekeningen en rapportageverplichtingen?
Antwoord 9
Een initiatiefnemer toont het voldoen aan duurzaamheidseisen bij vergunningstrajecten
aan met een energieprestatieberekening en een milieuprestatieberekening. Deze berekeningen
zijn zo ingericht dat deze tijdens het ontwerp en vergunningproces uitgevoerd kunnen
worden met de dan beschikbare gegevens van het gebouw. Er is daardoor geen of een
minimale extra doorlooptijd. Ook de beoordeling van deze eisen is volledig geïntegreerd
in het vergunningsproces en leidt niet tot extra doorlooptijd.
Vraag 10
Kan u aangeven in hoeverre de duurzaamheidseisen bijdragen aan het verschuiven van
woningbouw naar hogere prijssegmenten, ten koste van betaalbare woningen?
Antwoord 10
De duurzaamheidseisen zijn geformuleerd in termen van prestatie-eisen aan een bouwwerk.
Deze prestatie-eisen zijn voor het betaalbare segment gelijk aan die voor het duurdere
segment. Duurzaamheidseisen leiden tot extra bouwkosten voor gebouwen, maar in vergelijkbare
mate voor betaalbare woningen en hogere prijssegmenten. Ook zijn de duurzaamheidseisen
erop afgestemd dat deze door de bewoner terugverdiend worden.
Vraag 11
Hoe verhoudt de verplichting tot bijna energieneutrale en straks emissievrije nieuwbouw
zich volgens u tot de urgente woningnood, en acht u het wenselijk dat klimaatdoelstellingen
voor nieuwbouw zwaarder wegen dan het realiseren van voldoende en betaalbare woningen?
Antwoord 11
Het realiseren van voldoende en betaalbare woningen is een prioriteit in mijn beleid.
Daarnaast is ook het behalen van klimaatneutrale nieuwbouw, vanaf 2030, van groot
belang. Een betaalbare energierekening en nationale energiezekerheid, vanwege de geopolitieke
situatie, spelen daarbij een even grote rol. Bij het vaststellen van eisen houd ik
er rekening mee dat zowel voldoende betaalbare woningen als een klimaatneutrale gebouwvoorraad
naast elkaar haalbaar moeten zijn.
Vraag 12
Kan u concreet aangeven hoeveel extra woningen er jaarlijks sinds 2021 gebouwd hadden
kunnen worden als deze eisen er niet of minder streng waren?
Antwoord 12
Nee, zie ook het antwoord op vraag 8.
Vraag 13
Bent u het eens dat vooral kleinere ontwikkelaars onevenredig hard worden geraakt
door dit soort duurzaamheidseisen?
Antwoord 13
Regelgeving verandert regelmatig en alle ontwikkelaars moeten zich verdiepen in de
eisen die gesteld worden. Voorafgaand aan de inwerkingtreding van de BENG-eisen in
2018 heeft intensief nader overleg met het MKB plaatsgevonden, om na te gaan of en
zo ja welke specifieke aandachtspunten er voor de MKB’ers zijn.
Het gaat zowel om deelname van het MKB aan de klankbordgroep BENG en de begeleidingscommissie
Kostenoptimaliteit-BENG, als om deelname aan de Juridisch Technische Commissie en
het Overlegplatform Bouwregelgeving. Ook zijn de reacties in het kader van de internetconsultatie
voor een groot deel afkomstig van het MKB. De inbreng van het MKB over de uitvoeringsmodaliteiten
is meegewogen, juist om de uitvoerbaarheid te borgen.
Vraag 14 en 15
Bent u bereid zich te verzetten tegen bestaande en nieuwe EU-wetgeving die het invoeren
van duurzaamheidseisen verplicht stelt?
Indien het antwoord op vraag 14 erkennend luidt, op welke wijze wilt u zich dan verzetten?
Antwoord 14 en 15
Ik beoordeel elk voorstel voor nieuwe wetgeving vanuit Europa op zijn merites en handel
daarnaar. Natuurlijk ben ik extra gespitst op voorstellen, die de woningbouwopgave
mogelijk belemmeren of vertragen. Daar wordt al jarenlang kritisch naar gekeken en
dat zal ik ook blijven doen. Verder is ook in Europees verband opgeroepen om te komen
tot het schrappen van tegenstrijdig en overbodige eisen in Europese regelgeving. Met
de Europese Strategy for Housing Construction en het Affordable Housing Plan worden
stappen in de goede richting gezet.
Vraag 16
Bent u bereid om dit soort duurzaamheidseisen af te schaffen of (tijdelijk) te versoepelen
om de woningbouw te versnellen?
Antwoord 16
Voor de versnelling van de woningbouw ben ik nu bezig met de uitvoering van het programma
STOER. Met de brief van mijn ambtsvoorganger d.d. 10 oktober 2025, over het advies
van de commissie STOER, is uw Kamer hierover geïnformeerd.
Vraag 17
Kan u toezeggen dat bij toekomstige aanscherpingen van duurzaamheidseisen expliciet
wordt getoetst op de effecten voor bouwkosten en huizenprijzen?
Antwoord 17
Ja. Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 4 en 5 is een kostenoptimaliteitsstudie
een standaard onderdeel van het wetgevingsproces voor duurzaamheidseisen.
Ondertekenaars
E. Boekholt-O’Sullivan, minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.