Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Van Duijvenvoorde en Dekker over de handelsdeal tussen de EU en India
Vragen van de leden Van Duijvenvoorde en Dekker (beiden FVD) aan de Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken over de handelsdeal tussen de EU en India (ingezonden 9 februari 2026).
Antwoord van Minister Sjoerdsma (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking)
(ontvangen 10 maart 2026).
Vraag 1
Kunt u bevestigen welke categorieën Indiase burgers onder het Europese Unie (EU)-India
handels- en mobiliteitsakkoord in aanmerking komen voor toegang tot Nederland en andere
EU-lidstaten? Kunt u dit uitsplitsen naar studenten, arbeidsmigranten, zelfstandigen
en gezinsleden?
Antwoord 1
De definitieve tekst van de EU-India handelsovereenkomst is momenteel nog niet publiekelijk
beschikbaar. Zodra de Europese Commissie het definitieve onderhandelingsresultaat
ter besluitvorming aan de EU-lidstaten in de Raad voorlegt zult u, zoals bij alle
handelsovereenkomsten, een beschrijving van de inhoud met bijbehorende kabinetsappreciatie
van de overeenkomst ontvangen.
Wel kan worden opgemerkt dat het gebruikelijk is dat de EU in haar handelsoverenkomsten
met derde landen afspraken maakt over handel in diensten. Onderdeel daarvan zijn afspraken
over personen die een dienst in de andere verdragspartij willen leveren door fysieke
aanwezigheid in die andere verdragspartij, de zogenaamde «mode-4» afspraken. Deze
dienstverleners komen enkel en alleen tijdelijk naar de andere verdragspartij om hun
dienst aan een eindverbruiker of consument te leveren, waarbij zij ofwel bij een werkgever
in het thuisland in dienst blijven ofwel als in het thuisland gevestigde zelfstandige
opereren. Het is dus niet zo dat deze personen permanent de arbeidsmarkt van de andere
verdragspartij betreden of zich permanent in het andere land vestigen. Mode-4 afspraken
gelden uitsluitend voor sectoren die onder de reikwijdte van de handelsovereenkomst
vallen en voor bepaalde categorieën hooggekwalificeerde dienstverleners, zoals zakelijke
bezoekers voor vestigingsdoeleinden, dienstverleners op contractbasis, zelfstandigen
en personen die op tijdelijke basis naar een buitenlandse vestiging van hun werkgever
worden overgeplaatst (zgn. intra-corporate transferees). Voor elke categorie dienstverlener gelden specifieke voorwaarden. Voorbeelden daarvan
zijn de eis voor een universitair of gelijkwaardig diploma, een minimum aantal jaar
werkervaring en een maximale verblijfsduur variërend van een aantal maanden tot drie
jaar. Ook blijven nationale en Europese eisen voor (beroeps-)kwalificatie en -licenties
onverminderd van toepassing, net als Europese en nationale wetgeving over visa, toegang,
verblijf, werk en sociale zekerheid.
Parallel aan de EU-handelsovereenkomst hebben de EU en India op 26 januari jl. een
Memorandum van Overeenstemming (Memorandum of Understanding, MoU) op het gebied van mobiliteit gesloten. Dit MoU staat los van de EU-India handelsovereenkomst
en betreft een niet-juridisch bindend kader met afspraken over onderwerpen die zowel
irreguliere migratie als reguliere migratie raken. Daarmee bevat het MoU voornamelijk
intentieverklaringen en blijven nationale competenties op het gebied van arbeidsmarkttoegang
en toelating onverminderd gelden. Uw Kamer heeft recent een kabinetsappreciatie van
dit MoU ontvangen.1
Vraag 2
Hoeveel extra migratie vanuit India verwacht u als gevolg van dit akkoord, uitgesplitst
naar tijdelijke en langdurige verblijven? Is hiervoor een impactanalyse uitgevoerd
en zo ja, kan deze met de Kamer worden gedeeld?
Antwoord 2
Zoals aangegeven in antwoord op vraag 1 zien afspraken in EU-handelsovereenkomsten
over het verkeer van dienstverleners op bepaalde categorieën dienstverleners die enkel
en alleen voor het leveren van een specifieke dienst op tijdelijke basis in de andere
verdragspartij verblijven. De Europese Commissie heeft eerder een sustainability impact assessment uitgevoerd, dat o.a. nader ingaat op de verwachte economische effecten van het akkoord
op dienstenhandel.2 Dit onderzoek geeft geen analyse van migratiestromen tussen de EU en India.
Vraag 3
In hoeverre behoudt Nederland volledige zeggenschap over toelating, verblijf en uitzetting
van Indiase burgers nu mobiliteitsafspraken op EU-niveau worden gemaakt?
Antwoord 3
De finale teksten van de EU-India handelsovereenkomst zijn nog niet beschikbaar, maar
in algemene zin geldt dat dienstverleners die op basis van een EU-handelsovereenkomst
een dienst aan een consument in de EU leveren op tijdelijke basis en alleen voor het
aanbieden van die dienst in de EU verblijven. Verdragspartijen bij een EU-handelsovereenkomst
behouden bovendien beleidsruimte om maatregelen te treffen ter regulering van de toegang
van personen tot en van hun tijdelijke verblijf op Europees grondgebied. Daartoe behoren
ook maatregelen die nodig zijn voor het beschermen van de integriteit van landsgrenzen
en het verzekeren van een ordelijk verkeer van personen over die grenzen.
Vraag 4
Klopt het dat het akkoord voorziet in versoepelde toegang voor Indiase hoogopgeleide
professionals en dienstverleners? Hoe wordt voorkomen dat deze regeling in de praktijk
leidt tot verdringing op de Nederlandse arbeidsmarkt?
Antwoord 4
Zoals hierboven uiteengezet zijn de finale teksten van de EU-India handelsovereenkomst
nog niet beschikbaar. In algemene zin geldt dat dienstverleners die op basis van een
EU-handelsovereenkomst een dienst aan een consument of eindgebruiker in de andere
verdragspartij leveren op tijdelijke basis en alleen voor het aanbieden van de betreffende
dienst in de andere verdragspartij verblijven. Daarbij blijven zij in dienst van een
werkgever in het thuisland of opereren zij als een, in het thuisland gevestigde, zelfstandige.
Het gaat derhalve om hooggekwalificeerde arbeid die tijdelijk wordt verricht in specifieke
sectoren, zodat het risico op verdringing op de Nederlandse arbeidsmarkt minimaal
is. Daar komt bij dat Nederlandse dienstverleners op hun beurt betere toegang krijgen
tot de Indiase dienstenmarkt.
Vraag 5
Hoe wordt voorkomen dat deze regeling in de praktijk zal leiden tot druk op de salarissen
van Nederlandse arbeidskrachten?
Antwoord 5
Zoals het antwoord op vraag 4 uiteenzet is het niet zo dat dienstverleners die op
basis van een EU-handelsovereenkomst hun dienst in de andere verdragspartij aanbieden
de arbeidsmarkt van dat land betreden. Ook blijven alle toepasselijke Europese en
nationale wetgeving over toegang, verblijf, sociale zekerheid en werk, waaronder regels
over minimumlonen, onverminderd van toepassing.
Vraag 6
Welke waarborgen zijn opgenomen om misbruik van tijdelijke visa (zoals overstaying
of schijnzelfstandigheid) door Indiase arbeidsmigranten te voorkomen?
Antwoord 6
Zoals in voorgaande antwoorden uiteengezet gelden afspraken in EU-handelsovereenkomsten
voor specifieke categorieën hooggekwalificeerde dienstverleners die op tijdelijke
basis en alleen voor het aanbieden van een bepaalde dienst in de EU verblijven. Deze
afspraken laten toepasselijke visaregels onverminderd van toepassing en beletten EU-lidstaten
niet om maatregelen te treffen ter bescherming van de integriteit van hun landsgrenzen
of ter regulering van een gecontroleerd verkeer van personen over die grenzen.
Vraag 7
Hoe verhoudt de verruiming van mobiliteit voor Indiase studenten en professionals
zich tot de huidige druk op huisvesting, onderwijs en publieke voorzieningen in Nederland?
Antwoord 7
Zoals in voorgaande antwoorden omschreven geldt in zijn algemeenheid dat afspraken
in EU-handelsovereenkomsten alleen toezien op specifieke hooggekwalificeerde categorieën
dienstverleners die op tijdelijke basis en enkel voor het aanbieden van een specifieke
dienst in de andere verdragspartij verblijven. Afspraken over mobiliteit van studenten
vallen doorgaans buiten de reikwijdte van EU-handelsovereenkomsten. Daarbij behouden
EU-lidstaten beleidsruimte om maatregelen toe te passen om de toegang tot en het tijdelijke
verblijf van buitenlandse dienstverleners op hun grondgebied te reguleren.
Vraag 8
Bent u bereid om per sector en per lidstaat plafonds te hanteren voor het aantal Indiase
professionals dat via dit akkoord toegang krijgt, of wordt dit volledig aan de markt
overgelaten?
Antwoord 8
Zoals in voorgaande antwoorden omschreven geldt in algemene zin dat afspraken over
het tijdelijke verkeer van hooggekwalificeerde dienstverleners in EU-handelsakkoorden
alleen voor specifieke categorieën dienstverleners gelden. Daarbij gaat het om afspraken
voor het leveren van een dienst op tijdelijke basis. De mogelijkheden voor professionals
om hier tijdelijk te verblijven met het oog op het aanbieden van bepaalde diensten
zijn dus reeds op verschillende manieren ingeperkt. Het hanteren van een plafond is
volgens het kabinet derhalve nu niet aan de orde. Nadat de Europese Commissie de definitieve
teksten ter besluitvorming aan de Raad heeft voorgelegd zult u een volledige kabinetsappreciatie
van de EU-India handelsovereenkomst ontvangen.
Vraag 9
In hoeverre kunnen gezinsleden van Indiase werknemers meereizen naar Nederland en
welke gevolgen heeft dit voor gezinsmigratie op de middellange termijn?
Antwoord 9
Zoals hierboven uiteengezet zijn de definitieve teksten van de EU-India handelsovereenkomst
nog niet publiekelijk beschikbaar, maar geldt in algemene zin dat afspraken over het
tijdelijke verkeer van personen in EU-handelsovereenkomsten alleen van toepassing
zijn op specifieke hooggekwalificeerde categorieën dienstverleners die voor de levering
van een specifieke dienst tijdelijk in de andere verdragspartij verblijven. Daarbij
behouden EU-lidstaten, waaronder Nederland, beleidsruimte om maatregelen te treffen
ter bescherming van de integriteit van landsgrenzen en het verzekeren van een ordelijk
verkeer van personen over die grenzen.
Vraag 10
Hoe wordt geborgd dat dit akkoord geen precedent schept voor vergelijkbare mobiliteitsafspraken
met andere landen, wat kan leiden tot een structurele toename van arbeids- en studiemigratie
naar de EU?
Antwoord 10
Afspraken over personen die hun diensten op tijdelijke basis in de andere verdragspartij
willen aanbieden zijn een gebruikelijk onderdeel van EU-handelsovereenkomsten. Dergelijke
afspraken zijn bijvoorbeeld opgenomen in de recente handelsakkoorden met Canada, Zuid-Korea,
Japan, Vietnam, Nieuw-Zeeland, Mexico, de Mercosur-landen en het Verenigd Koninkrijk.
Het gaat bij deze afspraken niet om permanente vestiging van buitenlandse dienstverleners
in de EU, maar alleen om het tijdelijk aanbieden van een specifieke dienst waarvoor
de aanwezigheid van de dienstverlener in de andere verdragspartij nodig is.
Vraag 11
Welke mogelijkheden heeft Nederland om zich (tijdelijk of structureel) te onttrekken
aan onderdelen van het mobiliteitskader indien de maatschappelijke gevolgen groter
blijken dan voorzien?
Antwoord 11
Zoals voorgaande antwoorden uiteenzetten zien afspraken in EU-handelsakkoorden op
specifieke categorieën hooggekwalificeerde dienstverleners die alleen op tijdelijke
basis hun dienst in de andere verdragspartij leveren. Daarnaast behouden EU-lidstaten,
waaronder Nederland, beleidsruimte om maatregelen te treffen ter regulering van de
toegang en het (tijdelijk) verblijf van dienstverleners uit de andere verdragspartij.
Voor wat betreft het Memorandum van Overeenstemming dat de Europese Commissie met
India heeft gesloten geldt dat het om een niet juridisch bindend afsprakenkader gaat.
Dat betekent dat de huidige, nationale competenties op het gebied van bijvoorbeeld
toelating in stand blijven en dat Nederland dus ook zelf bepaalt hoe het invulling
geeft aan de afspraken die zijn gemaakt.
Vraag 12
Bent u het ermee eens dat handelsakkoorden primair economisch van aard zouden moeten
zijn en niet via de achterdeur moeten leiden tot verruiming van immigratiebeleid?
Zo nee, waarom niet?
Antwoord 12
Ja, dat is het kabinet met u eens. Afspraken over (diensten)handel dienen een wederzijds
economisch belang en staan los van migratiebeleid. Diensten spelen een steeds grotere
economische rol in grensoverschrijdende handel. Zo was de dienstensector in 2024 goed
voor ruim driekwart van de Nederlandse economie en verdiende Nederland in 2023 15,7%
van zijn BBP met de export van diensten.3 Ook internationaal groeit de economische omvang van de wereldwijde dienstenhandel:
diensten zijn inmiddels goed voor een vijfde van de mondiale exportverdiensten.4 Voorspelbare internationale afspraken over grensoverschrijdende dienstenhandel vormen
daarmee een belangrijk onderdeel van commerciële betekenisvolle EU-handelsovereenkomsten.
Het is dan ook gebruikelijk dat de EU afspraken over grensoverschrijdende dienstenhandel
in handelsakkoorden met derde landen maakt, waaronder over het tijdelijke verkeer
van dienstverleners.
Vraag 13
Op welke manier wordt de Kamer betrokken bij toekomstige besluiten over de verdere
uitwerking van mobiliteitsafspraken binnen het EU-India kader?
Antwoord 13
Zoals aangegeven in antwoord op vraag 1 heeft uw Kamer reeds een appreciatie van de
EU-India Memorandum van Overeenstemming ontvangen en zal de Kamer voorafgaand aan
besluitvorming in de Raad over de definitieve teksten van de EU-India handelsovereenkomst
een beschrijving van de inhoud met bijbehorende kabinetsappreciatie ontvangen. Daarmee
wordt uw Kamer in staat gesteld hierover desgewenst in debat te gaan met het kabinet,
alvorens het kabinet een definitief standpunt inneemt bij de besluitvorming binnen
de EU.
Vraag 14
Kunt u deze vragen afzonderlijk, compleet en binnen de daarvoor gestelde termijn beantwoorden?
Antwoord 14
Deze vragen zijn zo spoedig mogelijk beantwoord.
Ondertekenaars
S.W. Sjoerdsma, minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.