Schriftelijke vragen : De Genocidezaak van Zuid-Afrika tegen Israël bij het Internationaal Gerechtshof
Vragen van het lid Teunissen (PvdD) aan de Minister van Buitenlandse Zaken over de Genocidezaak van Zuid-Afrika tegen Israël bij het Internationaal Gerechtshof (ingezonden 9 maart 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met de mogelijkheid voor staten om op grond van artikel 63 van het Statuut
van het Internationaal Gerechtshof te interveniëren in de procedure die Zuid-Afrika
heeft aangespannen tegen Israël inzake het Genocideverdrag?
Vraag 2
Klopt het dat staten tot omstreeks 12 maart 2026 nog een interventieverklaring kunnen
indienen in verband met de procesplanning van het Hof? Zo ja, beschouwt u dit als
een relevant beslismoment voor Nederland?
Vraag 3
Heeft de Nederlandse regering overwogen om gebruik te maken van het recht tot interventie
in deze zaak? Zo ja, wanneer is deze afweging gemaakt en welke ministeries waren daarbij
betrokken?
Vraag 4
Welke juridische, diplomatieke en politieke overwegingen spelen een rol bij de beslissing
om al dan niet te interveniëren?
Vraag 5
Deelt u de opvatting dat interventie op grond van artikel 63 primair betrekking heeft
op de interpretatie van het Genocideverdrag en niet betekent dat een staat partij
kiest in het onderliggende conflict? Zo nee, waarom niet?
Vraag 6
Hoe verhoudt een eventueel besluit om niet te interveniëren zich tot: de verplichting
van staten onder het Genocideverdrag om genocide te voorkomen; de Nederlandse inzet
voor versterking van de internationale rechtsorde en de bijzondere positie van Nederland
als gastland van internationale gerechtshoven?
Vraag 7
Welke EU-lidstaten hebben inmiddels een interventie ingediend of aangekondigd, en
heeft hierover afstemming plaatsgevonden binnen de Europese Unie?
Vraag 8
Op welke wijze geeft Nederland momenteel invulling aan zijn verplichting om genocide
te voorkomen in relatie tot de lopende procedure bij het Internationaal Gerechtshof?
Vraag 9
Bent u bereid om deze vragen vóór 11 maart te beantwoorden?
Indieners
-
Gericht aan
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken -
Indiener
Christine Teunissen, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.