Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Wendel over het bericht dat jongeren in de jeugdzorg niet durven te klagen over misstanden
Vragen van het lid Wendel (VVD) aan de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over het bericht dat jongeren in de jeugdzorg niet durven te klagen over misstanden (ingezonden 13 februari 2026).
Antwoord van Minister Sterk (Langdurige Zorg, Jeugd en Sport) (ontvangen 6 maart
2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het artikel «Kinderombudsman: jongeren in de jeugdzorg durven niet
te klagen over misstanden» in de Trouw d.d. 11 februari 2026?
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Deelt u de mening dat het van cruciaal belang is dat kinderen in de jeugdzorg zich
veilig genoeg voelen om een klacht in te dienen bij misstanden?
Antwoord 2
Ja. Het klachtrecht in de jeugdzorg is een belangrijke vorm van rechtsbescherming
voor jeugdigen en/of ouders. Jeugdigen en/of ouders moeten zich veilig genoeg voelen
om te klagen over de manier waarop een instantie hen helpt (onder meer over bejegening).
Klachtrecht is ervoor bedoeld dat jeugdigen en/of ouders zich gehoord voelen en dat
een klacht kan bijdragen aan het verbeteren van de kwaliteit van jeugdhulp.
Vraag 3
Wat vindt u ervan dat uit onderzoek van de Kinderombudsman blijkt dat kinderen problemen
in de jeugdzorg niet informeel durven aan te kaarten?
Antwoord 3
In het rapport «Je bent maar een kind, je durft gewoon niet»1 is één van de bevindingen dat jeugdigen problemen in de jeugdzorg niet informeel
durven aan te kaarten. Ik vind dit zorgelijk. De voormalige Staatssecretaris van Justitie
en Veiligheid en mijn ambtsvoorganger hebben vorig jaar onderzoek laten uitvoeren
om een actueel overzicht te krijgen van de uitvoeringspraktijken en verbeterpunten
van interne klachtbehandeling bij organisaties in het brede jeugdzorgdomein. Dit onderzoek
is 17 december jl. aan uw Kamer aangeboden2. Het rapport biedt aanknopingspunten om het klachtrecht te verbeteren. Het is een
omvangrijk rapport dat aanbevelingen doet op zowel juridisch gebied als op de uitvoering.
Momenteel bestuderen de Staatssecretaris van JenV en ik dit nader. Hiervoor voeren
het Ministerie van JenV en het Ministerie van VWS gesprekken met de betrokken organisaties,
zoals met de VNG en de brancheorganisaties. Ook gaan we in gesprek met jongeren als
onderdeel van de kinderrechtentoets. De bevindingen uit het rapport van de Kinderombudsman
nemen we hierin uiteraard mee. Voor de zomer van 2026 informeren de Staatssecretaris
van JenV en ik de Kamer via de reguliere jeugdzorgbrief over de te zetten stappen.
Vraag 4
Herkent u de signalen uit het onderzoek van de Kinderombudsman, waaruit blijkt dat
kinderen in de jeugdzorg vrijwel nooit een formele klacht durven in te dienen uit
angst voor repercussies? Wat vindt u hiervan?
Antwoord 4
Uit de cijfers van Jeugdstem blijkt dat zij de afgelopen drie jaar duizenden jongeren
en ouders hebben ondersteund bij een klachttraject, zie de tabel hieronder:
Klacht ondersteuningstrajecten
Jeugdigen
Ouders
2023
1.912
1.613
2024
2.521
1.832
2025
2.480
1.895
Ik vind het belangrijk dat jongeren zelfstandig een klacht kunnen indienen in een
veilig pedagogisch klimaat. Aanbieders zijn verantwoordelijk voor het creëren en het
waarborgen van een cultuur waar het veilig en toegankelijk is voor jeugdigen en ouders
om een klacht in te dienen. Ook is het van belang dat klachtenprocedures toegankelijk
zijn en er een organisatiecultuur is waarin geleerd wordt van feedback van jeugdigen
en ouders. Deze aanbeveling komt ook overeen met een aanbeveling uit het eerder genoemde
rapport3.
Daarom is het belangrijk dat zij een beroep kunnen doen op een vertrouwenspersoon
die hen kan ondersteunen bij het indienen van een klacht. Ik subsidieer hiervoor Jeugdstem,
een landelijke en onafhankelijke organisatie van vertrouwenspersonen in de jeugdzorg,
die hen een luisterend oor biedt. Deze gesprekken zijn veilig en vertrouwelijk. Jeugdigen
en ouders kunnen ook bij een vertrouwenspersoon terecht voor informatie en advies,
onder meer over hun rechtspositie.
Vraag 5
Bent u op de hoogte van de wijze waarop jeugdzorgorganisaties hun klachtenprocedures
inrichten?
Antwoord 5
Met het hierboven genoemde onderzoek is een beeld gegeven van de klachtenprocedures
in het jeugdzorgdomein. Het is de taak van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ)
om toe te zien of een jeugdhulpaanbieder beschikt over een klachtenprocedure die voldoet
aan de Jeugdwet.
Vraag 6
Het onderzoek stelt dat de klachtenprocedures te ingewikkeld zijn en het voor jongeren
vaak niet duidelijk is hoe de klachtenprocedure werkt, herkent u de conclusies uit
het onderzoek van de Kinderombudsman over de gebreken in de klachtenprocedures van
de jeugdzorg?
Antwoord 6
Ik herken dit beeld. Dit wordt ook bevestigd in het onlangs gepubliceerde onderzoek
naar klachtbehandeling bij organisaties in het jeugdzorgdomein4, dat in opdracht van het Ministerie van Justitie en Veiligheid en het Ministerie
van VWS is uitgevoerd.
Vraag 7
Wat gaat u doen om ervoor te zorgen dat de klachtenprocedures in de jeugdzorg verbeterd
worden en kinderen zich veilig voelen om informeel, dan wel formeel te melden?
Antwoord 7
Zoals ik in het antwoord op vraag 3 heb aangegeven, wordt uw Kamer voor de zomer van
2026 geïnformeerd over te zetten stappen.
Vraag 8
Klopt het dat in sommige gevallen een officiële klacht ingediend moet worden via een
begeleider?
Antwoord 8
Op grond van de Jeugdwet mogen jeugdigen en/of ouders zelfstandig een klacht indienen.
Hier is geen begeleider voor nodig. Desgewenst kunnen jeugdigen en/of ouders een beroep
doen op ondersteuning indien dit wenselijk wordt geacht.
Vraag 9
Het onderzoek van de Kinderombudsman stelt ook dat de afhandeling van klachten onvoldoende
verloopt, herkent u dit beeld en zo ja hoe gaat u ervoor zorgen dat dit wordt verbeterd?
Antwoord 9
Ja, ik herken dit beeld. Voor de zomer van 2026 informeren we de Kamer via de reguliere
jeugdzorgbrief over de voortgang van de te zetten stappen.
Vraag 10
Deelt u de mening dat een gebrek aan lerend vermogen bij de organisatie naar aanleiding
van een klacht de drempels hiertoe voor een jongere nog hoger maakt? Hoe kunt u ervoor
zorgen dat dit lerend vermogen toeneemt?
Antwoord 10
Dit zou niet zo moeten zijn. Zoals ik in het antwoord op vraag 3 heb aangegeven, dient
het klachtrecht onder meer bij te dragen aan het verbeteren van de kwaliteit van jeugdhulp.
Het eerdergenoemde onderzoek5 geeft op dit punt ook een aanbeveling. Mede hierover voeren het Ministerie van JenV
en het Ministerie van VWS gesprekken met de betrokken organisaties
Vraag 11
Kunt u aangeven op welke manier klachtenprocedures binnen de residentiële jeugdhulp
beter kunnen aansluiten bij de aanbevelingen die de Kinderombudsman in 2016 hierover
heeft gedaan?
Antwoord 11
In de vervolgstappen op het eerder genoemde onderzoek zullen ook de bevindingen uit
het recente rapport van de Kinderombudsman en de aanbevelingen van de Kinderombudsman
uit 2016 worden meegenomen. Overigens zijn er sindsdien 2016 wel ontwikkelingen geweest.
Zo heeft Jeugdstem in 2023 materiaal ontwikkeld, waarmee professionals in een vroeg
stadium met cliënten het gesprek aan kunnen gaan over welke stap het beste genomen
kan worden wanneer ze ontevreden zijn. Het doel hiervan is om de informatievoorziening
voor jeugdigen en ouders te verbeteren en de toegankelijkheid van klachtenprocedures
te vergroten. Ook heeft Jeugdstem opleidingsmateriaal over klachtafhandeling ontwikkeld
voor professionals.6
Vraag 12
Hoe ziet u uw rol als stelselverantwoordelijke ten aanzien van de jeugdzorg in het
verbeteren van de klachtenprocedures?
Antwoord 12
Als Minister ben ik verantwoordelijk voor de wettelijke kaders voor de klachtenprocedures
bij jeugdzorgorganisatie. Organisaties in het jeugdzorgdomein kunnen binnen deze kaders
hun eigen interne klachtenprocedure inrichten. Met de Staatssecretaris van JenV kijk
ik naar de mogelijkheden om klachtenprocedures te versterken.
Vraag 13
Kunt u deze vragen individueel beantwoorden?
Antwoord 13
Ja, zie antwoorden hierboven.
Ondertekenaars
W.R.C. Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.