Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Struijs over het gebruik van foutieve algoritmes bij de reclassering
Vragen van het lid Struijs (50PLUS) aan de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid over het gebruik van foutieve algoritmes bij de reclassering (ingezonden 13 februari 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Van Bruggen (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 4 maart
2026).
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van het rapport «Risicovol algoritmegebruik» van de Inspectie
Justitie en Veiligheid (IJenV) waaruit blijkt dat de reclassering jarenlang een gebrekkig
algoritme gebruikte om recidiverisico’s te voorspellen?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Hoelang worden deze foutieve algoritmes gebruikt?
Antwoord 2
De reclassering heeft de OxRec in 2018 in gebruik genomen.
Vraag 3
Hoelang was u al op de hoogte van deze problemen bij de reclassering?
Antwoord 3
De aard en omvang van de problemen rondom de algoritmes bij de reclassering zijn bij
mij in beeld gekomen door het onderzoek van de Inspectie Justitie en Veiligheid (hierna:
de Inspectie). De Inspectie heeft de reclassering en het ministerie medio 2025 bericht
over de voorlopige bevindingen. Het definitieve rapport is in december 2025 opgeleverd
door de Inspectie.
Vraag 4
Waarom zijn deze foutieve algoritmes niet eerder stopgezet?
Antwoord 4
Het pauzeren van de OxRec heeft impact op de wijze waarop adviezen tot stand komen
en raakt daarmee het dagelijks werk van vele reclasseringswerkers. Zo’n wijziging
lijkt op zichzelf klein, maar heeft flinke impact, zeker omdat deze veel medewerkers
raakt. Een goede voorbereiding van de pauzering door nieuwe werkafspraken te maken,
was essentieel om de kwaliteit van de adviezen te kunnen blijven garanderen. Dit kostte
tijd. Het eerder op verantwoorde wijze pauzeren van de OxRec dan 12 februari jl. werd
niet mogelijk geacht.
Vraag 5, 6, 7, 8 en 9
Hoeveel plegers van ernstige geweldsmisdrijven zijn door deze foutieve algoritmen
eerder op straat gekomen?
Hoe beoordeelt u de conclusie van de IJenV dat in circa een kwart van de gevallen
het recidiverisico te hoog of te laag is ingeschat door fouten in het algoritme?
In hoeverre kunt u vaststellen dat op basis van deze gebrekkige algoritmes er verkeerde
beslissingen worden genomen?
Acht u het mogelijk dat fouten als gevolg van gebrekkige algoritmes invloed hebben
op de veiligheid van de samenleving of de rechtspositie van betrokkenen?
Gaat u onderzoek doen naar de gevolgen van het gebruik van deze algoritmes door de
reclassering?
Antwoord 5, 6, 7, 8 en 9
De inspectie concludeert dat de OxRec door de implementatiegebreken in circa 21 procent
(bij algemene recidive) en 6 procent (bij gewelddadige recidive) van de gevallen tot
een andere risicocategorie zou zijn gekomen. Dat betreur ik zeer. In het verbetertraject
van de reclassering worden alle aanbevelingen van de Inspectie overgenomen. Het is
helaas niet mogelijk om binnen dit traject met terugwerkende kracht vast te stellen
of reclasseringswerkers door de implementatiegebreken in de OxRec tot andere adviezen
zijn gekomen, laat staan of dit tot andere strafrechtelijke beslissingen zou hebben
geleid. Reclasseringsadviezen zijn namelijk altijd gebaseerd op een menselijk oordeel,
en dit menselijk oordeel kan niet achteraf opnieuw worden geconstrueerd.2
Vraag 10
Hoe oordeelt u over de conclusie van het College voor de Rechten van de Mens dat door
het gebruik van kenmerken als postcode en inkomen in algoritmen, er indirect sprake
kan zijn van discriminatie?
Antwoord 10
Volgens de Inspectie kunnen de parameters «buurtscore» en «hoogte van het inkomen»
mogelijk leiden tot indirecte discriminatie. Onderscheid op basis van deze factoren
kan onder strikte voorwaarden gerechtvaardigd zijn.3
Zoals mijn voorganger in de beleidsreactie op het rapport van de Inspectie Justitie
en Veiligheid over het gebruik van algoritmes door de reclassering heeft aangegeven,
wordt in een verbetertraject van de reclassering onderzoek gedaan naar eventueel discriminerende
elementen in de OxRec.4
Vraag 11
Welke concrete maatregelen gaat u nemen om de fouten door het gebruik van gebrekkige
algoritmen te herstellen en het systeem te verbeteren om herhaling te voorkomen?
Antwoord 11
Alle conclusies en aanbevelingen uit het rapport van de Inspectie worden in het verbetertraject
door de reclassering opgepakt.
Vraag 12
Wanneer verwacht u de Kamer informeren over de voortgang van het herstel en de verbeteringen?
Antwoord 12
Ik verwacht de Kamer in het najaar van dit jaar te kunnen informeren over de opvolging
van de aanbevelingen.
Ondertekenaars
K.T. van Bruggen, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.