Schriftelijke vragen : Het (af)bouwen van de functie van Regeringscommissaris seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld
Vragen van de leden Mutluer, Moorman (beiden GroenLinks-PvdA), Kostić (PvdD), Dassen (Volt), Dobbe (SP) en Van Brenk (50PLUS) aan de Ministers van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid over het (af)bouwen van de functie van regeringscommissaris seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld (ingezonden 2 maart 2026).
Vraag 1
Kent u de brief van de regeringscommissaris seksueel grensoverschrijdend gedrag en
seksueel geweld van 11 februari 2026 betreffende de aanpak seksueel grensoverschrijdend
gedrag en de brief van Movisie van 20 februari 2026 en de oproep van de Emancipator?1
Vraag 2
Klopt het dat het Nationaal Actieprogramma Aanpak seksueel grensoverschrijdend gedrag
en seksueel geweld (NAP) en de functie van regeringscommissaris in 2026 wordt afgebouwd,
ondanks de opgedane ervaringen en de ingezette, eenduidige aanpak? Zo ja, wat is de
reden voor deze afbouw en per wanneer gaat dit in?
Vraag 3
Wanneer is dit besluit genomen en hoe is de Kamer hierover geïnformeerd?
Vraag 4
Heeft deze afbouw te maken met het aflopen van het Nationaal Actieprogramma en daarmee
de opdracht van de regeringscommissaris? Zo ja, kan geconcludeerd worden dat het werk
in voldoende mate kan worden afgerond en op grond waarvan wordt dit geconcludeerd?
Vraag 5
Hoe verhoudt dit zich tot het kritische advies van GREVIO over de Nederlandse aanpak
van geweld tegen vrouwen, waarin tevens wordt geconstateerd dat het Nationaal Actieprogramma
en de regeringscommissaris daarvan positieve elementen zijn binnen de Nederlandse
aanpak en hoe rijmt het afbouwen hiervan met dit advies en deze constatering?
Vraag 6
Hoe verhoudt deze afbouw zich tot de implementatie van het Verdrag van Istanbul en
de eerder geuite kritieken vanuit de VN op de uitvoering van dit verdrag in Nederland?
Vraag 7
Is het de bedoeling dat het Nationaal Actieprogramma en de rol van de regeringscommissaris
wordt vervangen door het nieuwe programma geweld tegen vrouwen en de in het coalitieakkoord
genoemde Nationaal Coördinator (ingesteld naar aanleiding van de wens van de Kamer
om geweld tegen vrouwen en femicide aan te pakken)? Zo ja, waar blijkt dat uit?
Vraag 8
Bent u het met ons eens dat dit twee verschillende functies zijn? Zo nee, waarom niet?
Vraag 9
Deelt u de mening dat de positie van de huidige regeringscommissaris die van een onafhankelijke
aanjager is terwijl de Nationaal Coördinator vanuit zijn positie zich juist ten aanzien
van de ambtelijke organisatie met het coördineren van activiteiten bezig moet houden?
Vraag 10
Kunt u het verschil beschrijven in positie, taken, bevoegdheden en mate van onafhankelijkheid
tussen een regeringscommissaris seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld
en de in het coalitieakkoord genoemde Nationaal Coördinator? Welke kerntaken moet
de Nationaal Coördinator vervullen?
Vraag 11
Deelt u de mening van de regeringscommissaris dat er zowel in tijd als in inhoud een
gat te dreigt te vallen in de aanpak van seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel
geweld, omdat er nog geen Nationaal Coördinator is aangesteld en niet wordt benoemd
in het coalitieakkoord hoe de aanpak van (seksueel) grensoverschrijdend gedrag van
de afgelopen jaren verankerd zal worden? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?
Vraag 12
Deelt u de opvatting dat het Nationaal Actieprogramma, dat gericht is op de onderliggende
patronen van seksueel geweld en geweld tegen vrouwen, met een onafhankelijke regeringscommissaris
als aanjager en boegbeeld van de maatschappelijke cultuurverandering (nog steeds)
nodig is en blijft om seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld blijvend
en structureel te kunnen aanpakken? Zo ja, waarom wordt de financiering van de regeringscommissaris
dan afgebouwd? Zo nee, waarom deelt u die mening niet en hoe kan worden voorkomen
dat wat er de afgelopen jaren door de regeringscommissaris opgebouwd is verloren gaat?
Indieners
-
Gericht aan
K.T. van Bruggen, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid -
Gericht aan
S.T.M. Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport -
Gericht aan
R.M. Letschert, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap -
Indiener
Songül Mutluer, Kamerlid -
Medeindiener
Marjolein Moorman, Kamerlid -
Medeindiener
Ines Kostić, Kamerlid -
Medeindiener
Laurens Dassen, Kamerlid -
Medeindiener
Corrie van Brenk, Kamerlid -
Medeindiener
Sarah Dobbe, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.