Schriftelijke vragen : Mogelijke “kill switch” opties in Chinese OV-bussen
Vragen van het lid Van den Berg (JA21) aan de Staatssecretarissen van Infrastructuur en Waterstaat en van Economische Zaken en Klimaat over mogelijke «kill switch» opties in Chinese OV-bussen (ingezonden 26 februari 2026).
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van de berichtgeving over mogelijke «kill switch»/remote control-functionaliteiten
in elektrische bussen die in Nederlandse concessies worden ingezet?1
Vraag 2
Deelt u de analyse dat openbaar vervoer in de praktijk vitale infrastructuur is en
dat digitale afhankelijkheden in rollend materieel daarom een nationaal veiligheids-
en continuïteitsvraagstuk kunnen vormen? Zo nee, waarom niet?
Vraag 3
Kunt u bevestigen dat moderne (elektrische) bussen doorgaans beschikken over functionaliteiten
voor remote diagnostics en (over-the-air) software-updates, en dat dergelijke functies
ook risico’s voor continuïteit en sabotage of ongewenste beïnvloeding kunnen meebrengen?
Vraag 4
Kunt u een landelijk overzicht geven van welke ov-concessies in Nederland momenteel
bussen inzetten van Chinese of andere niet-EU leveranciers, welke aantallen het per
concessie betreft, en welke partijen het softwarebeheer uitvoeren?
Vraag 5
Is bij het Rijk bekend of in meer Nederlandse concessies bussen rijden of besteld
zijn waarbij de fabrikant of een gelieerde partij technisch in staat is om op afstand
rijfuncties te beperken, voertuigen stil te zetten, of kritieke subsystemen (zoals
aandrijving of batterijmanagement) te beïnvloeden? Zo ja, om welke concessies gaat
het? En welke risico’s spelen daar?
Vraag 6
Klopt het dat decentrale concessieverleners niet altijd kunnen uitsluiten dat voertuigen
op afstand kunnen worden beperkt of uitgeschakeld? Vindt u het acceptabel dat hierover
geen eenduidige landelijke norm bestaat?
Vraag 7
Deelt u de opvatting dat het onwenselijk is wanneer concessieverleners en vervoerders
geen harde garanties kunnen geven over het uitsluiten van «op afstand uitzetten door
derden»? Welke verantwoordelijkheid ziet u hierin voor het Rijk?
Vraag 8
Bent u bereid om, samen met de relevante veiligheids- en cybersecuritypartners, een
landelijke risicoanalyse uit te voeren naar remote access-mogelijkheden in ov-materieel
en de afhankelijkheden in de digitale keten (zoals connectiviteit, cloud, onderhoud
op afstand en updates)?
Vraag 9
Welke wettelijke en normatieve kaders gelden op dit moment voor cybersecurity en software-updates
van bussen en andere vormen van ov-materieel, en hoe is het toezicht en de handhaving
daarop in Nederland georganiseerd?
Vraag 10
Acht u deze kaders voldoende specifiek en afdwingbaar om risico’s van ongewenste remote
disablement of beïnvloeding in ov-concessies te minimaliseren? Zo ja, waar blijkt
dat uit? Zo nee, welke aanvullingen acht u noodzakelijk?
Vraag 11
Welke eisen worden in de praktijk gesteld aan eigenaarschap en controle over beheeraccounts,
encryptiesleutels en toegang tot voertuigsystemen, en hoe wordt geborgd dat de concessiehouder/vervoerder
niet afhankelijk blijft van de leverancier voor kritieke toegang?
Vraag 12
Welke eisen worden gesteld aan logging, detectie van ongeautoriseerde toegang en incidentrespons
rondom digitale verstoringen in het busmaterieel en de bijbehorende backend-systemen?
Vraag 13
Welke eisen worden gesteld aan netwerksegmentatie, «least privilege» en andere basismaatregelen
om te voorkomen dat (remote) onderhoudskanalen misbruikt kunnen worden?
Vraag 14
Bent u bereid te komen tot landelijke minimumeisen (modelbepalingen) voor ov-concessies
op het terrein van digitale soevereiniteit en cybersecurity, waaronder in ieder geval:
verplichte disclosure van alle remote access-functionaliteiten; mogelijkheid tot onafhankelijk
technisch onderzoek/audit vóór instroom; aantoonbare lokale operationele controle
(«operator override»); en contractuele sancties bij niet-gemelde functionaliteiten?
Vraag 15
Bent u bereid te onderzoeken of het mogelijk en wenselijk is om bij concessies te
eisen dat onderhoud op afstand alleen kan plaatsvinden via streng gecontroleerde,
tijdgebonden toegang, met beheer binnen de EU of door EU/NL-gebaseerde partijen?
Vraag 16
Welke rol ziet de Staatssecretaris Digitale Economie en Soevereiniteit in het opstellen
van een rijksbreed kader voor digitale soevereiniteit bij aanbestedingen van (semi-)vitale
infrastructuur zoals het openbaar vervoer, inclusief rollend materieel en bijbehorende
digitale systemen?
Vraag 17
Hoe kijkt u naar de groei van het aandeel bussen van Chinese (of andere niet-EU) leveranciers
die in Nederland plaatsvindt zonder uniform nationaal toetsingskader op remote access-
en ketenrisico’s?
Vraag 18
Bent u bereid om voor bestaande concessies met vervoerders en concessieverleners afspraken
te maken over mitigerende maatregelen, zoals onafhankelijke technische inspectie van
telematica en remote access-paden, herconfiguratie van netwerktoegang, en noodprocedures
om grootschalige uitval op te vangen?
Vraag 19
Bent u bereid richting concessieverleners te verduidelijken dat nationale veiligheid
en continuïteit zwaarwegende criteria moeten zijn in de selectie- en contracteringsfase,
zodat weerbaarheid niet structureel ondergeschikt raakt aan kosten- of andere beleidsdoelen?
Vraag 20
Hoe gaat u borgen dat in toekomstige concessies de Nederlandse vervoerder/concessiehouder
daadwerkelijk de volledige technische en digitale controle heeft over het ingezette
busmaterieel, inclusief beheerrechten, documentatie, toegang tot diagnose- en updatefuncties
en de mogelijkheid om zelfstandig te opereren bij incidenten?
Vraag 21
Kunt u de Kamer informeren over het tijdpad waarbinnen u een landelijk overzicht van
risicovolle afhankelijkheden en een set minimumeisen voor toekomstige concessies aan
de Kamer zult sturen, en welke rolverdeling u daarbij voorziet tussen I&W en EZK?
Indieners
-
Gericht aan
A.W.H. Bertram, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat -
Gericht aan
H.G. Herbert, minister van Economische Zaken en Klimaat -
Indiener
Daniël van den Berg, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.