Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Bart van den Brink over het bericht 'Minder asielaanvragen door IND ingewilligd, vooral door verbeterde situatie in Syrië'
Vragen van het lid Bart van denBrink (CDA) aan de Minister van Asiel en Migratie over het bericht «Minder asielaanvragen door IND ingewilligd, vooral door verbeterde situatie in Syrië» (ingezonden 15 januari 2026).
Antwoord van Minister Van Weel (Asiel en Migratie), mede namens de Minister voor Asiel
en Migratie (ontvangen 20 februari 2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar
2025–2026, nr. 1059.
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Minder asielaanvragen door IND ingewilligd, vooral
door verbeterde situatie in Syrië»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Zijn er los van de verbeterde situatie in Syrië meer redenen dat het inwilligingspercentage
van eerste asielaanvragen gedaald is tot rond het Europese gemiddelde?
Antwoord 2
Het inwilligingspercentage laat zich niet makkelijk verklaren. De gemiddelde uitkomst
van asielaanvragen wordt gevormd door een samenhang van allerlei relevante variabelen,
zoals de samenstelling van de instroom en de actuele situatie in landen van herkomst.
Ook beleidswijzigingen zijn van invloed.
In 2024 is een nieuw beoordelingskader geïntroduceerd. In dit beoordelingskader is
de geloofwaardigheidsbeoordeling meer in lijn gebracht met de Europese richtlijn en
is er voor de beoordeling van de vrees een meer individuele beoordeling geïntroduceerd.
Sinds juni 2025 wordt beleidsmatig voor Syrië niet langer in het algemeen uitgegaan
van een reëel risico op ernstige schade bij terugkeer, zoals voorheen. Verder is het
landenbeleid Jemen in 2024 wezenlijk veranderd. Eerder gold een generiek beschermingsbeleid
voor personen uit Jemen, dat is inmiddels niet meer zo. Het betreft nu een meer individuele
beoordeling. Dat het inwilligingspercentage daardoor is gezakt, is een gevolg van
deze veranderde veiligheidssituatie in dat land. In 2023 en 2024 zijn nog een groot
aantal Syrische en Jemenitische zaken afgedaan onder het oude beleid, in het project
Bespoediging Afdoening Asiel (BAA). Dit project liep halverwege 2024 af. Vanwege het
grote aantal en hoge inwilligingspercentage van deze zaken heeft dat invloed op de
ontwikkelingen in de inwilligingscijfers.
Tot slot hebben er ook andere wijzigingen in het landenbeleid plaatsgevonden, bijvoorbeeld
ten aanzien van Irak. Ook dit kan van invloed zijn op de inwilligingspercentages,
omdat het relatief grote groepen betreft.
Vraag 3
In hoeverre heeft de daling van het aantal ingewilligde asielaanvragen geleid tot
kortere doorlooptijden bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND)?
Antwoord 3
Er is in het algemeen geen sprake van kortere doorlooptijden. De oplopende doorlooptijden
worden veroorzaakt doordat er de afgelopen jaren meer asielaanvragen zijn binnengekomen
dan waar de IND op is ingericht.
Het afwijzen van een aanvraag kost in beginsel ook meer tijd dan het inwilligen ervan.
Dat komt doordat er op dit moment bij een afwijzing eerst een voornemen geschreven
moet worden waarin kenbaar gemotiveerd moet worden waarom de IND voornemens is de
aanvraag af te wijzen. De advocaat kan hier middels een zienswijze op reageren, waarna
de IND een definitief besluit neemt waarbij de IND ook inhoudelijk in gaat op de zienswijze.
In het geval van een inwilliging is een voornemen niet nodig en hoeft de beslissing
in het besluit slechts kort gemotiveerd te worden. Daarom kost een afwijzing in de
regel meer tijd dan een inwilliging.
Vraag 4
Wat was in 2025 het inwilligingspercentage als Syrische asielzoekers niet worden meegerekend
en hoe staat dit in verhouding tot het Europese gemiddelde?
Antwoord 4
Inwilligingspercentage over de eerste drie kwartalen van 2025
Totaal
Zonder Syriërs
Gemiddeld EU-27 landen
37%
37%
Nederland
48%
48%
Bron: Eurostat, geraadpleegd op 3-2-2026. De gegevens van kwartaal 4 2025 zijn nog
niet volledig beschikbaar.
Inwilligingspercentage over 2024
Totaal
Zonder Syriërs
Gemiddeld EU-27 landen
51%
42%
Nederland
75%
55%
Bron: Eurostat, geraadpleegd op 3-2-2026.
Omdat een vergelijk wordt gevraagd naar het Europees gemiddelde is gebruik gemaakt
van de gegevens in Eurostat over beslissingen in eerste aanleg, ook voor Nederland.
De definities over beslissingen in eerste aanleg in Eurostat verschillen van de gebruikelijke
nationale definities. De tabellen in Eurostat zien op het totaal aantal afdoeningen
van eerste asielaanvragen, herhaalde asielaanvragen en herplaatsing (relocatie). Daarnaast
zijn Dublinafdoeningen niet in de Eurostat-cijfers opgenomen.
Volgens de gebruikelijke Nederlandse definities wordt het inwilligingspercentage berekend
als het aantal ingewilligde eerste asielaanvragen t.o.v. het totaal aantal beslissingen
op eerste asielaanvragen.
De inwilligingspercentages, berekend op basis van Eurostat, vallen daardoor hoger
uit dan wanneer wordt gekeken naar rapportages volgens de gebruikelijke Nederlandse
definities.
Vraag 5
Wat is het effect van de verbeterde situatie in Syrië op het aantal Syrische asielzoekers
in de locaties van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA)?
Antwoord 5
Het aantal Syrische asielzoekers dat verblijft in de opvanglocaties van het COA is
de afgelopen jaren stabiel gebleven. Het aantal Syriërs in de opvang wordt niet alleen
bepaald door de actuele situatie in het land van herkomst en het bijbehorende toelatingsbeleid,
maar ook door factoren zoals eerdere instroom, de duur van asielprocedures, en de
beperkte uitstroom naar huisvesting. Eventuele veranderingen in de veiligheidssituatie
in Syrië vertalen zich daarom niet onmiddellijk in lagere aantallen asielzoekers in
de opvang. Het kabinet blijft de ontwikkelingen in Syrië nauwlettend volgen en betrekt
deze bij het landenbeleid.
Vraag 6
Verwacht u dat een daling van het aantal ingewilligde asielaanvragen zal leiden tot
verlichting van de druk op het COA?
Antwoord 6
Een daling van het aantal ingewilligde asielaanvragen kan, zeker gecombineerd met
effectief terugkeerbeleid, verlichting bieden op de opvangdruk. Vanwege de vele factoren
die invloed hebben is echter niet te zeggen dat of wanneer dit zich vertaalt naar
een verminderde vraag voor opvangplekken. Het kabinet investeert op alle mogelijke
manieren in een veilig, stabiel Syrië waar terugkeer van Syriërs mogelijk is inclusief
beleid voor terugkeerondersteuning.
Vraag 7
Kunt u een overzicht geven van de doorlooptijden bij de IND van de verschillende stromen
zoals deze zich in de periode 2021–2025 hebben ontwikkeld?
Antwoord 7
De gemiddelde doorlooptijd van een eerste aanvraag in spoor 1 bedroeg in 2021 97 dagen, in 2022 182 dagen, in 2023 160 dagen, in 2024 126 dagen
en in 2025 92 dagen.
De gemiddelde doorlooptijd van een eerste aanvraag in spoor 2 bedroeg in 2021 50 dagen, in 2022 70 dagen, in 2023 83 dagen, in 2024 95 dagen en
in 2025 117 dagen.
De gemiddelde doorlooptijd van een eerste aanvraag in spoor 4bedroeg in 2021 335 dagen, in 2022 222 dagen, in 2023 349 dagen, in 2024 429 dagen
en in 2025 582 dagen.
De gemiddelde doorlooptijd is niet hetzelfde als de tijd die daadwerkelijk nodig is
om tot een beslissing te komen, omdat daaronder vooral de tijd wordt begrepen dat
een aanvraag moet wachten op behandeling. De doorlooptijden zijn dan ook slechts in
beperkte mate relevant voor beantwoording van de vraag naar de verhouding tussen behandelduur
en uitkomst van de aanvraag.
Vraag 8 en 9
Kunt u de meest recente cijfers geven over het jaar 2025 op het gebied van de instroom
van asielzoekers in Nederland?
Kunt u de cijfers van 2025 afzetten tegen de cijfers van de instroom van asielzoekers
van de afgelopen 10 jaren?
Antwoord 8 en 9
Eerste asielaanvragen per jaar
2015
43.090
2016
18.170
2017
14.720
2018
20.350
2019
22.530
2020
13.670
2021
24.690
2022
35.540
2023
38.380
2024
32.180
2025
24.070
Bronnen: Rapportage Vreemdelingenketen, Staat van Migratie en Asylum Trends IND, afgerond
op tientallen.
Vraag 10
Heeft u een overzicht van dezelfde instroomcijfers van de landen om ons heen, zoals
Frankrijk, België, Duitsland en Denemarken?
Antwoord 10
In de tabel staan de eerste asielaanvragen van België, Denemarken, Duitsland, Frankrijk
en Nederland.
Jaar
België
Denemarken
Duitsland
Frankrijk
Nederland
2015
39.065
20.855
441.900
70.570
43.035
2016
14.290
6.070
722.365
76.790
19.285
2017
14.055
3.140
198.310
91.965
16.090
2018
18.160
3.495
161.930
126.580
20.465
2019
23.140
2.645
142.510
138.290
22.540
2020
12.930
1.435
102.580
81.735
13.720
2021
19.605
2.015
148.235
103.810
24.755
2022
32.140
4.505
217.775
137.605
35.530
2023
29.305
2.380
329.120
145.160
38.370
2024
32.710
2.210
229.750
129.910
32.000
2025 t/m oktober
23.740
1.545
97.910
104.890
18.980
Bron: Eurostat, geraadpleegd op 2-2-2026. Afgerond op vijftallen. De gegevens na oktober
2025 zijn nog niet volledig beschikbaar. De cijfers voor Nederland verschillen van
de cijfers bij vraag 9 omdat, conform de definities in Eurostat, onder andere herplaatsing
is meegeteld. Daarnaast wordt in Eurostat een andere peildatum gehanteerd. Voor Nederland
zijn de aantallen in de Staat van Migratie en Asylum Trends leidend.
Vraag 11
Welke maatregelen zijn er genomen of gaat u nog nemen om de doorlooptijden bij de
IND de komende tijd te verbeteren?
Antwoord 11
De nieuwe asielprocedure volgend uit het Asiel- en Migratiepact treedt op 12 juni
2026 in werking. Dit is gericht op een goede doorstroom van nieuwe aanvragen en biedt
kansen voor een efficiëntere inrichting van de procedure. Dit kan de IND helpen om
de doorlooptijden van nieuwe asielaanvragen te verbeteren. De procedure wordt vereenvoudigd
en zorgt voor meer flexibiliteit in de procedure. Daardoor verwacht de IND op basis
van de huidige inzichten de nieuwe termijnen te kunnen naleven en de instroom te kunnen
bijhouden.
Vraag 12
Kunt u aangeven hoeveel COA-locaties op dit moment volledig bezet zijn en hoeveel
noodopvanglocaties nog in gebruik zijn, uitgesplitst naar reguliere opvang en crisisnoodopvang?
Antwoord 12
Op 1 januari 2026 waren 362 opvanglocaties operationeel. Uitgesplitst zijn dit 111 reguliere
locaties, 215 noodopvanglocaties en 43 Tijdelijke Gemeentelijke Opvanglocaties (TGO’s).
COA kampt al tijden met hoge druk op de asielopvang. De bezettingsgraad ligt rond
de 101%. Dat betekent dat veel opvanglocaties (over)vol zitten en er beperkte bewegingsvrijheid
is. Ook de doorstroom vanuit Ter Apel wordt hierdoor bemoeilijkt. Het COA en het kabinet
zetten zich er dagelijks voor in om de bezettingsdruk te doen afnemen en de bestaande
capaciteit maximaal uit te blijven nutten.
Vraag 13
Is de bezetting van bewoners in COA-locaties in 2025 toegenomen? Hoeveel van deze
bewoners zijn statushouders die wachten op een doorstroomwoning?
Antwoord 13
De bezetting is toegenomen. Op 1 januari 2025 was de bezetting ca 72.500 bewoners
op COA-locaties en op 1 januari 2026 ca 79.830. Dit is een toename van ca 7.320 bewoners.
Het aantal statushouders in de COA-opvang was op peildatum 1 januari 2026 ca 18.420
(waarvan ca 12.310 bewoners al langer dan 14 weken in de opvang zitten).
Vraag 14
Wat is nu al het effect van de genomen maatregel om nareizigers niet langer in COA-locaties
onder te brengen?
Antwoord 14
Het aantal nareizigers dat in de opvang verblijft blijft erg hoog. Op 23 september
jl.2 is een tijdelijke actie aangekondigd om nareizigers van wie de referent reeds gehuisvest
was direct bij de referent onder te brengen. In de praktijk was dit mogelijk bij kleinere
gezinnen. Grote gezinnen konden alleen in overleg met betreffende gemeente worden
uitgeplaatst. Door toepassing van deze maatregel zijn er circa 500 nareizigers versneld
uitgestroomd. Het effect van deze maatregel is nog niet zichtbaar in de bezettingscijfers
omdat er eerst enige aanlooptijd noodzakelijk is voordat nareizigers daadwerkelijk
uitgeplaatst konden worden.
Daarnaast is de Regeling stimuleren uitstroom vergunninghouders uit de asielopvang
2026 (HAR+) op 27 januari jl. gepubliceerd.
Vraag 15
Kunt u deze vragen beantwoorden voor de behandeling van de begroting van Asiel en
Migratie?
Antwoord 15
Dit is helaas niet gelukt.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
D.M. van Weel, minister van Asiel en Migratie -
Mede namens
M.C.G. Keijzer, minister voor Asiel en Migratie
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.