Schriftelijke vragen : Het onderbrengen van nareizigers in hotels door het COA
Vragen van het lid Ceulemans (JA21) aan de Minister voor Asiel en Migratie over het onderbrengen van nareizigers in hotels door het COA (ingezonden 19 februari 2026).
Vraag 1
Kunt u nauwgezet aangeven welke stappen er gezet zijn door het Centraal Orgaan opvang
asielzoekers (COA) en u sinds uw aankondiging in december rond het onderbrengen van
nareizigers in hotels?1
Vraag 2
Klopt het dat het COA voornemens is om deze of volgende week de eerste lichting nareizigers
gaat onderbrengen in een hotel in de gemeente Schouwen-Duiveland?2 Zo nee, wanneer dan wel?
Vraag 3
Kunt u de Kamer voorzien van een overzicht van voorgenomen plaatsingen die op dit
moment bekend zijn en/of reeds verricht zijn? Zo nee, waarom niet?
Vraag 4
Kunt u de Kamer tevens voorzien van alle communicatie vanuit het Rijk en/of het COA
richting gemeenten over deze regeling?
Vraag 5
Klopt het dat gemeenten hooguit geïnformeerd worden door het COA wanneer er nareizigers
in een hotel worden ondergebracht, maar verder geen zeggenschap hebben?
Vraag 6
Bij hoeveel procent van de nareizigers die u voornemens bent in hotels te plaatsen
is er sprake van dat het nagereisde familielid al wel huisvesting heeft in de koppelgemeente,
maar dat deze niet geschikt wordt geacht voor meerdere bewoners?
Vraag 7
Wat wordt in dezen verstaan onder al dan niet geschikt voor meerdere bewoners? Welke
criteria gelden hiervoor en wie bepaalt deze?
Vraag 8
Deelt u de mening dat het onuitlegbaar is om nareizigers op kosten van de belastingbetaler
onder te brengen in hotels wanneer hun familielid al huisvesting in diezelfde gemeente
heeft, ook als die misschien niet ideaal is voor meerdere bewoners? Zo nee, waarom
niet?
Vraag 9
Waarom geeft u het COA expliciet de opdracht om nareizigers in hotels in of nabij
de koppelgemeente te plaatsen, terwijl u op 23 september jl. in uw Kamerbrief nog
sprak over intrekken door de nareizigers bij hun familielid of het samen met de gemeente
zoeken naar andere huisvesting in de buurt (Kamerstuk 19 637, nr. 3476)? Deelt u de conclusie dat uw Kamerbrief op essentiële onderdelen afwijkt van de
manier waarop deze regeling vervolgens is uitgerold?
Vraag 10
Wat heeft u doen besluiten om de koers te verleggen naar onderbrengen van nareizigers
in hotels buiten gemeenten om?
Vraag 11
Wat is uw reactie geweest op gemeenten, waaronder in ieder geval de gemeente Castricum,
die u hebben aangesproken op deze koerswijziging en de onduidelijkheid daaromtrent?
Vraag 12
Wat zijn de totale voorziene kosten van deze hele operatie, inclusief het financieren
van het hotelverblijf gedurende de eerste zes maanden door het COA?
Vraag 13
Kunt u nauwgezet uiteenzetten hoe het semipermanent (ten minste een half jaar) huisvesten
van nareizigers in hotels zich verhoudt tot landelijke en lokale wet- en regelgeving?
Vraag 14
Wat is uw inschatting van de economische schade voor ondernemers in gemeenten waar
hotelkamers worden gehuurd voor nareizigers in plaats van door toeristen en andere
bezoekers?
Vraag 15
Wat verwacht u van gemeenten met betrekking tot de financiering van de huisvesting
van nareizigers in hotels wanneer het hen niet lukt om binnen zes maanden vervangende
huisvesting voor hen te regelen?
Vraag 16
Hoe verhoudt het onderbrengen van nareizigers in hotels zich tot de reguliere wettelijke
taakstelling voor de huisvesting van statushouders? Deelt u de conclusie dat u met
deze werkwijze de reguliere interventieladder omzeilt? Zo nee, waarom niet? Zo ja,
op welke gronden denkt u dit te kunnen doen?
Vraag 17
Deelt u de conclusie dat het buiten de gemeente om huisvesten van nareizigers in hotels
een maatregel is die feitelijk neerkomt op indeplaatsstelling conform de hoogste trede
op de interventieladder? Zo nee, waarom niet en wat is het verschil?
Vraag 18
Indien u ook voornemens bent nareizigers te plaatsen in hotels in gemeenten die zich
op een lagere trede van de interventieladder bevinden, erkent u dan dat u dergelijke
gemeenten hiermee opzadelt met een bovenwettelijke last? Zo nee, waarom niet?
Vraag 19
Erkent u dat deze maatregel opnieuw een schoolvoorbeeld is van dweilen met de kraan
open? Zo nee, waarom niet?
Vraag 20
Deelt u de conclusie dat Nederland de 53.000 verzoeken om nareis die momenteel in
de pijplijn zitten simpelweg niet aankan? Zo ja, bent u bereid om in navolging van
Oostenrijk alle mogelijkheden aan te grijpen om nareis te stoppen, in plaats van de
hotelbranche voor astronomische bedragen om te vormen tot onderdeel van het COA?
Indieners
-
Gericht aan
M.C.G. Keijzer, minister voor Asiel en Migratie -
Indiener
Simon Ceulemans, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.