Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Kröger, Bushoff en Teunissen over het bericht 'Omstreden gasproject in Mozambique weer van start, met Nederlandse hulp'
Vragen van de leden Kröger, Bushoff (beiden GroenLinks-PvdA) en Teunissen (PvdD) aan de Minister van Financiën en de Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken over het bericht «Omstreden gasproject in Mozambique weer van start, met Nederlandse hulp» (ingezonden 5 februari 2026).
Antwoord van Minister Heinen (Financiën), mede namens de Staatssecretaris van Buitenlandse
Zaken (ontvangen 19 februari 2026).
Vraag 1
Kent u het bericht «Omstreden gasproject in Mozambique weer van start, met Nederlandse
hulp» van 29 januari jongstleden, waarin wordt beschreven dat het omstreden gasproject
in Mozambique weer van start gaat en Nederland betrokken blijft via de exporteurspolis
aan Van Oord?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Waarom acht u het verstandig om de exporteurspolis te laten doorlopen en een Nederlands
bedrijf met publieke dekking van de Nederlandse belastingbetaler door te laten gaan
met werkzaamheden aan dit project?
Antwoord 2
Zoals uiteengezet in mijn brieven van 11 november 2025 en 1 december 2025 is er voor
de exporteurspolis geen sprake van een nieuw wegingsmoment.2 Volgend uit Nederlands verzekeringsrecht kan de Staat deze polis alleen pauzeren
of beëindigen wanneer er sprake is van aantoonbare fraude of nalatigheid door Van
Oord. Hiervan is geen sprake.
Vraag 3
Hoe ziet u toe op de naleving van internationale regelgeving en richtlijnen van de
werkzaamheden van Van Oord?
Antwoord 3
Van Oord rapporteert sinds begin 2021 middels reguliere monitoringsrapportages over
hun werkzaamheden aan ekv-uitvoerder Atradius Dutch State Business (ADSB). Er is afgesproken
dat zij dit blijven doen. Op deze manier monitort ADSB of de werkzaamheden van Van
Oord in lijn zijn met internationale standaarden.
Vraag 4
Herinnert u zich het onderzoek van Clingendael dat u met de Kamer heeft gedeeld waarin
een beeld wordt geschetst van structurele mensenrechtenschendingen door Mozambikaanse
veiligheidsdiensten in de regio, begaan bij de bescherming van dit gasproject?3
Antwoord 4
Ja.
Vraag 5
Waarom blijft u werkzaamheden aan dit gasproject via een exporteurspolis dekken terwijl
onderzoek – nota bene in uw opdracht – heeft geconcludeerd dat de bescherming van
het project gepaard ging met structurele mensenrechtenschendingen? Hoe rijmt dit met
wat u op 1 september 2025 aan de Kamer schreef: «In algemene zin kan ik bevestigen
dat Nederland geen exportkredietverzekering verstrekt aan projecten waarbij sprake
is van onacceptabele mensenrechtenrisico’s»?4
Antwoord 5
Besluitvorming over het verstrekken van een ekv vindt plaats voorafgaand aan polis
afgifte. Dan wordt getoetst of het project in lijn is met het Nederlandse beleid voor
de ekv. Projecten met onacceptabele risico’s zullen niet in verzekering worden genomen.
Na afgifte van de polis kan deze alleen worden ingetrokken wanneer er sprake is van
aantoonbare fraude of nalatigheid door de verzekerde partij, in dit geval Van Oord.
Hiervan is geen sprake.
Vraag 6
Welke, bijvoorbeeld juridische, risico’s ziet u hier voor de Nederlandse overheid
die deze werkzaamheden dekt en op die manier nog altijd betrokken is bij dit project?
Antwoord 6
De Staat loopt een financieel risico dat is gelijk aan het maximale verzekerde schadebedrag
onder de exporteurspolis. Verder is de Staat onder Nederlands verzekeringsrecht gehouden
aan het nakomen van zijn verplichtingen als verzekeraar onder de exporteurspolis.
Indien dit niet gebeurt kan dit juridische consequenties met zich meebrengen.
Vraag 7
Kunt u precies uiteenzetten wat het verschil is tussen de financieringspolis en de
exporteurspolis en waarom de financieringspolis wel is stopgezet, maar Nederland de
exporteurspolis niet stop wil of kan zetten?
Antwoord 7
De exporteurspolis dekt het risico dat Van Oord niet betaald krijgt voor uitgevoerde
werkzaamheden. De financieringspolis voor Standard Chartered Bank dekt het risico
dat de lening die verstrekt wordt aan het project niet wordt terugbetaald. Het gaat
om twee verzekeringen met verschillende partijen, die los van elkaar staan. Voor een
uitgebreide uiteenzetting van het verschil tussen de financieringspolis en de exporteurspolis
en het daaruit volgende handelingsperspectief voor de Staat verwijs ik naar mijn brieven
van 11 november 2025 en 1 december 2025.5
Vraag 8
Hoe is het stopzetten van de financieringspolis gebeurd? Kunt u bevestigen dat de
Nederlandse exportkredietverzekeraar Atradius DSB, samen met de Britse exportkredietverzekeraar,
de deelname aan het project niet opnieuw had bevestigd en dat TotalEnergies daarom
heeft besloten zonder Nederlandse en Britse financiering verder te gaan met het project?
Antwoord 8
TotalEnergies (Total) heeft ADSB op 24 november 2025 via een zogeheten cancellation noticelaten weten af te zien van het door Nederland verzekerde deel van de financiering
van het project. Het besluit van Total heeft de Nederlandse besluitvorming over de
aanpassing van de financieringspolis doorkruist. Over het besluitvormingsproces in
het Verenigd Koninkrijk kan ik geen uitspraken doen.
Vraag 9
Waarom heeft u niet eerder deze financieringspolis uit eigen beweging stop gezet?
Waarom heeft u dit niet gedaan na verschijnen van het onderzoek van Clingendael op
7 november 2025? Waarom heeft u dit niet gedaan na één van de sinds 2021 toenemende
waarschuwingssignalen die u bereikten over geweld, klimaat- en milieuschade? Was dit
een kwestie van niet kunnen of niet willen?
Antwoord 9
Het kabinet heeft altijd aangegeven vast te houden aan een gedegen besluitvormingsproces
waarin alle risico’s zorgvuldig worden gewogen.6 Hiertoe achtte ik het noodzakelijk om over een zo volledig mogelijk beeld te beschikken.
Juist vanwege zorgwekkende signalen over de veiligheidssituatie heb ik in december
2024 besloten om aanvullend onafhankelijk advies in te winnen.7 De onderzoekers van Clingendael en Pangea Risk hebben hun adviesrapporten op 7 november
2025 opgeleverd. Met deze adviesrapporten had het kabinet, samen met de adviezen van
ADSB en hun onafhankelijke consultants en de input vanuit lokale stakeholders en de
Nederlandse ambassade in Maputo, voldoende informatie om tot besluitvorming over te
gaan. Tot besluitvorming over de aanpassing van de financieringspolis is het echter
niet gekomen vanwege het besluit van Total.
Vraag 10
Welke stappen heeft u wél ondernomen na verschijning van het Clingendael-onderzoek
op 7 november 2025?
Antwoord 10
Zoals in voorgaand antwoord toegelicht was er pas na 7 november 2025 voldoende informatie
om te starten met de voorbereiding van de besluitvorming over de aanpassing van de
financieringspolis. Doordat het besluit van Total de Nederlandse besluitvorming doorkruiste
zijn door het kabinet, naast het openbaar maken van de eerder genoemde adviesrapporten,
geen besluiten genomen over de ekv-polissen voor onderhavig project.
Vraag 11
Aangezien Nederland tot voor kort medefinancier was van het project, welke verantwoordelijk
vloeit hieruit voort? Heeft Nederland volgens u een verantwoordelijkheid – zo niet
juridisch, danwel moreel en politiek – bij het zorgen voor rechtvaardigheid voor slachtoffers
en nabestaanden van het geweld? Bent u voornemens medewerking te verlenen aan de verschillende
strafprocedures die lopen, onder andere in de vorm van toegang tot alle relevante
documentatie? Neemt Nederland die verantwoordelijkheid ook op andere wijzen? Zo ja,
hoe? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 11
Nederland zet zich bij alle projecten waarbij het via een ekv-polis is betrokken in
voor naleving van internationale standaarden. Indien er tijdens de uitvoering van
het project sprake is van misstanden dan zal Nederland altijd de invloed die het heeft
maximaal inzetten om verbetering voor betrokken partijen te realiseren. Nu Nederland
niet langer betrokken is bij de financiering van het project kan het via die weg geen
invloed meer uitoefenen. Het kabinet heeft wel het adviesrapport van Clingendael gedeeld
met de autoriteiten in Mozambique zodat zij deze kunnen gebruiken voor hun eigen onderzoeken.
Tevens heeft de Nederlandse ambassade in Maputo bij de relevante Mozambikaanse organisaties
(het Ministerie van Buitenlandse Zaken, het Ministerie van Justitie en het Openbaar
Ministerie van Mozambique) het belang onderstreept dat Nederland aan deze onderzoeken
hecht en dat de voortgang ervan nauwlettend zal worden gevolgd.
Vraag 12
Hoe beoordeelt u de huidige contractuele clausules die moeten waarborgen dat opdrachtnemers
voldoen aan IMVO-richtlijnen en internationale mensenrechtenstandaarden? Deelt u onze
analyse dat de nog steeds uitstaande exporteurspolis voor Van Oord laat zien dat deze
verplichtingen mogelijk onvoldoende stevig zijn verankerd in de contracten die Atradius
DSB afsluit? Zo ja, welke maatregelen gaat u nemen om deze bepalingen te versterken
en herhaling te voorkomen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 12
Elke exporteur ondertekent bij het indienen van een verzekeringsaanvraag een inspanningsverplichting
voor het naleven van de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen. ADSB controleert
in hun milieu- en sociale beoordeling of het beleid van exporteurs daarvoor voldoende
is. Voor hoog risicoprojecten wordt deze naleving door de exporteur ook tijdens de
uitvoering van het project of de levering van het kapitaalgoed gecontroleerd. Indien
de verzekerde partij zich niet houdt aan gemaakte afspraken dan kan dit in het uiterste
geval gevolgen hebben voor het recht op schade-uitkering. Deze situatie is voor onderhavige
exporteurspolis niet aan de orde omdat ik geen reden heb om aan te nemen dat Van Oord
zich niet aan internationale standaarden heeft gehouden. Ik zie dan ook geen aanleiding
om de bestaande procedures aan te passen.
Vraag 13
Kunt u beschrijven op welke manier u en Atradius DSB afgelopen maanden contact hebben
gehad met TotalEnergies?
Antwoord 13
Sinds ADSB betrokken is bij het project is er regelmatig contact geweest tussen ADSB
en Total voor de beoordeling van de financiële, milieu- en sociale, compliance en
veiligheidsrisico’s van het project. Dit is conform de reguliere werkwijze van ADSB
en ging door middel van gesprekken en site-visits. ADSB heeft na de beslissing van
Total om af te zien van het door Nederland verzekerde deel van de financiering geen
contact meer gehad met Total over de financiering van het project.
De Nederlandse ambassade in Maputo heeft op verschillende momenten contact gehad met
de leiding van Total in Mozambique, onder andere over mensenrechten. Op laagambtelijk
niveau is er contact geweest tussen de Ministeries van Financiën en Buitenlandse Zaken
en Total over het project en om contact tussen de onderzoekers van Pangea Risk en
Clingendael tot stand te laten komen. De onderzoekers hebben hun bevindingen aan vertegenwoordigers
van Total toegelicht. Daarnaast heeft het Ministerie van Financiën op verzoek van
Total op vier momenten in 2025 op hoogambtelijk niveau contact gehad met vertegenwoordigers
van het bedrijf. Tijdens deze gesprekken is het ministerie gevraagd naar het Nederlandse
besluitvormingsproces en het werk van de eerder genoemde onderzoekers. Tot slot heb
ik zelf op initiatief van Total op 1 december 2025 telefonisch gesproken met de President
Exploration and Production, waarbij ik heb aangegeven de adviezen van Clingendael
en Pangea openbaar te zullen maken. De betreffende rapporten zijn dezelfde dag naar
de Tweede Kamer gestuurd.
Vraag 14
Op welke manier brengt TotalEnergies verslag uit van het project richting Atradius
DSB? Welke informatie over het project wordt met u gedeeld en hoe ziet deze verslaglegging
eruit?
Antwoord 14
Met het beëindigen van de financieringspolis zijn ook de rapportageverplichtingen
van Total richting ADSB vervallen. Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 3 levert
Van Oord nog wel reguliere monitoringsrapportages aan over hun eigen werkzaamheden
binnen het project.
Vraag 15
Kunt u deze vragen afzonderlijk en binnen drie weken beantwoorden?
Antwoord 15
Ja.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
E. Heinen, minister van Financiën -
Mede namens
A. de Vries, staatssecretaris van Buitenlandse Zaken
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.