Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Den Hollander over het bericht 'Omwonenden mogen wel degelijk weten welk gif er wordt gespoten'
Vragen van het lid Den Hollander (VVD) aan de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over het bericht «Omwonenden mogen wel degelijk weten welk gif er wordt gespoten» (ingezonden 23 januari 2026).
Antwoord van Minister Wiersma (Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur) (ontvangen
18 februari 2026)
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van het bericht «Omwonenden mogen wel degelijk weten welk gif
er wordt gespoten» en van de recente uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland (ECLI:NL:RBNNE:2026:130)
(ECLI:NL:RBNNE:2026:129)?1
Antwoord 1
Ja, ik heb kennis genomen van de recente uitspraken.
Vraag 2
Deelt u de opvatting dat deze uitspraak grote gevolgen heeft voor de verhouding tussen
omwonenden, agrariërs en de overheid?
Antwoord 2
De kern van de uitspraken is dat de Minister van LVVN op grond van artikel 67, eerste
lid, van de Verordening gewasbeschermingsmiddelen (1107/2009) bevoegd en gehouden
is om een professionele gebruiker te verzoeken informatie te verstrekken uit hun registers
over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, indien een derde partij een verzoek
tot inzage heeft ingediend. Derde partijen zijn in ieder geval drinkwaterindustrie,
detailhandelaren en omwonenden. De uitspraken zorgen ervoor dat professionele gebruikers
van gewasbeschermingsmiddelen (m.n. telers) vaker informatie zullen moeten verstrekken
over dat gebruik aan partijen buiten de overheid.
Vraag 3
Bent u voornemens om uitvoering te geven aan deze rechterlijke uitspraak? Zo ja, op
welke wijze? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 3
Ik ben voornemens om hoger beroep in te gaan stellen. Dit zal een pro-forma beroep
zijn om de opties open te houden voor mijn ambtsopvolger om een keuze te maken aan
de hand van een nader onderzoek naar de uitspraken en deze niet bij voorbaat te beperken.
Een van de overwegingen daarbij is dat de uitleg van een Europese Verordening is voorbehouden
aan het Europese Hof van de EU, dit ook met het oog op een gelijk speelveld tussen
lidstaten.
Daarnaast ben ik voornemens om een voorlopige voorziening te vragen. Daarmee wordt
voorkomen dat de opdracht van de rechtbank om alsnog te beslissen moet worden uitgevoerd,
voordat op het hoger beroep is beslist.
Ik heb reeds een aantal verzoeken om toegang tot spuitgegevens ontvangen. Ik ga deze
verzoeken, en de mogelijke verzoeken die nog volgen, aanhouden tot er juridische duidelijkheid
is. De indieners van deze verzoeken stel ik hiervan op de hoogte.
Vraag 4
Bent u voornemens om tegen deze uitspraak in hoger beroep te gaan? Zo ja, op welke
gronden? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 4
Ja. Zie het antwoord op vraag 3.
Vraag 5
Hoe gaat u het recht wat omwonenden op basis van deze uitspraak hebben om inzicht
te krijgen in spuitgegevens praktisch en zorgvuldig vormgeven?
Antwoord 5
Er zullen hier twee sporen uitgewerkt moeten worden. Een juridisch spoor voor de korte
termijn en een beleidsmatig spoor voor de lange termijn. De precieze uitwerking voor
de korte termijn ben ik nu aan het vormgeven. Het spoor voor de lange termijn laat
ik over aan mijn ambtsopvolger.
Ik kan me goed kan voorstellen dat we uiteindelijk toegaan naar een ander systeem,
dat veel meer inzicht geeft in de individuele toepassing door bedrijven. Zo’n systeem
zou vergelijkbaar van opzet kunnen zijn zoals in de diergeneeskunde, waar het al heel
gebruikelijk is dat toegepaste middelen worden verantwoord en geregistreerd.
Vraag 6
Hoe voorkomt u dat individuele boeren worden geconfronteerd met een opeenstapeling
van verzoeken en discussies met afzonderlijke omwonenden over hun dagelijkse bedrijfsvoering?
Antwoord 6
Mijn beleid is altijd gericht op het «goed nabuurschap». Hierbij stimuleren we professionele
gebruikers van gewasbeschermingsmiddelen om in gesprek te gaan met hun omgeving. Goede
gesprekken tussen buren zullen de frequentie van dit soort formele verzoeken via mijn
ministerie tot een minimum beperken. Ook verwijs ik u naar het antwoord op vraag 5.
Vraag 7
Op welke wijze kan volgens u transparantie worden ingevuld, zonder dat dit leidt tot
onwerkbare situaties voor agrariërs of tot een verdere verharding van de relatie tussen
boer en omgeving?
Antwoord 7
Zie het antwoord op vraag 5.
Vraag 8
Wat is volgens u de verwachte impact van deze uitspraak op de agrarische sector, in
het bijzonder voor telers die werken met toegelaten gewasbeschermingsmiddelen?
Antwoord 8
Zie het antwoord op vraag 2.
Vraag 9
Deelt u de zorg dat het vrijgeven van spuitgegevens aan leken kan leiden tot onbegrip,
onrust of onterechte conclusies over de veiligheid van middelen die door het College
voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) zijn toegelaten?
Antwoord 9
Het is van belang om deze gegevens in de juiste context te plaatsen. De professionele
gebruiker kan dit het beste zelf doen, zoals ik aangaf in het antwoord op vraag 6.
Hoe dit gewaarborgd kan worden in het geval dat er verzoeken bij mijn ministerie ingediend
worden, wordt onderdeel van het proces dat voor de lange termijn vormgegeven wordt
zoals vermeld in het antwoord op vraag 5.
Vraag 10
Hoe gaat u ervoor zorgen dat de informatie die op verzoek van omwonenden wordt verstrekt
begrijpelijk, duidbaar en is voorzien van context, zodat deze niet leidt tot misinterpretatie
of onrust?
Antwoord 10
Zie het antwoord op vraag 9.
Vraag 11
Bent u bereid om samen met de sector, toezichthouders en gezondheidsinstanties te
verkennen hoe deze informatie op een gestandaardiseerde en toegankelijke manier kan
worden ontsloten?
Antwoord 11
Dit zal onderdeel uitmaken van het spoor voor de lange termijn zoals benoemd in het
antwoord op vraag 5.
Vraag 12
Hoe borgt u dat de bescherming van de gezondheid van omwonenden hand in hand gaat
met rechtszekerheid, uitvoerbaarheid en vertrouwen voor boeren?
Antwoord 12
Dit zal onderdeel uitmaken van het spoor voor de lange termijn zoals benoemd in het
antwoord op vraag 5.
Vraag 13
Bent u bereid deze vragen één voor één te beantwoorden?
Antwoord 13
Dit heb ik gedaan.
Ondertekenaars
F.M. Wiersma, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.