Schriftelijke vragen : De onrust onder inwoners van Moerdijk.
Vragen van het lid Zalinyan (GroenLinks-PvdA) aan de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening over de onrust onder inwoners van Moerdijk (ingezonden 16 februari 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Moerdijk leeft tussen hoop en vrees: «Ik heb hier huilende
mensen gehad»» op Omroep Brabant?1
Vraag 2
Deelt u de opvatting dat langdurige bestuurlijke onzekerheid over het voortbestaan
van een dorp diep ingrijpt in het dagelijks leven van inwoners en dat het Rijk hierin
een eigen verantwoordelijkheid heeft, nu het mede-initiatiefnemer is van de gebiedsontwikkeling?
Vraag 3
Deelt u de mening dat het zeer onwenselijk is dat de inwoners van Moerdijk als gevolg
van het handelen van de Rijksoverheid nog langer in onzekerheid blijven?
Vraag 4
Welke stappen onderneemt u, vooruitlopend op een principebesluit, om de spanning en
onzekerheid van de inwoners van Moerdijk te verzachten en rechtszekerheid en duidelijkheid
voor inwoners te vergroten om verdere sociale ontwrichting te voorkomen?
Vraag 5
Kunt u uiteenzetten welke uitgangspunten het kabinet hanteert bij de beoordeling of
het opheffen van een dorp proportioneel en subsidiair is, en hoe deze toets zich verhoudt
tot het uitgangspunt van een leefbare woonomgeving in de Nota Ruimte?
Vraag 6
Hoe ziet het verplaatsen van het dorp Moerdijk eruit zowel als het gaat om het administratieve
proces als de ruimtelijke kaders?
Vraag 7
Bent u bekend met het aangenomen voorstel van de gemeenteraad van Moerdijk (19 november
2025) dat een voorkeur voor de variant Oost uitspreekt omdat deze het minst schadelijk
is voor de gemeente als geheel? Zo ja, wat is uw visie over de inhoud?
Vraag 8
Bent u in het kader van het aangenomen Moerdijkse raadsvoorstel «Ophalen toestemming
voor besluit Powerport 1 december 2025» ermee bekend dat bij het oorspronkelijke raadsvoorstel
meerdere amendementen zijn aangenomen ten behoeve van de leefbaarheid na de realisatie
van Powerport, zoals de verbreding van de A16 bij de Moerdijkbrug?
Vraag 9
Deelt u de visie zoals neergelegd door de Moerdijkse gemeenteraad, of heeft u een
andere visie?
Vraag 10
Waaraan denkt het kabinet als het gaat om «redelijke compensatie»?
Vraag 11
Wordt er een integrale maatschappelijke kosten-batenanalyse opgesteld waarin ook psychosociale
effecten, verlies van erfgoed, waardedaling van omliggende dorpen en effecten op vertrouwen
in de overheid worden meegewogen? Zo ja, wanneer ontvangt de Kamer deze? Zo nee, waarom
wordt deze niet opgesteld?
Vraag 12
Wat is uw huidige inschatting van de totale publieke kosten van de verschillende varianten
(Oost en Zuid-Oost), inclusief verwerving, compensatie, herhuisvesting, infrastructuur,
leefbaarheidsmaatregelen en eventuele planschade?
Vraag 13
Hoe worden deze kosten verdeeld tussen Rijk, provincie, gemeente, havenbedrijf en
netbeheerders, en welke middelen zijn reeds gereserveerd op de Rijksbegroting?
Vraag 14
Wat is de termijn waarop deze middelen beschikbaar kunnen zijn?
Vraag 15
Hoeveel extra milieubelasting (geluid, stikstof, verkeersbewegingen, veiligheidsrisico’s)
ondervinden omliggende kernen zoals Zevenbergen, Langeweg en Zevenbergschen Hoek in
beide varianten, en hoe weegt u deze effecten ruimtelijk en sociaal tegen elkaar af?
Vraag 16
Aan welke (lopende) extra onderzoeken werd door de Minister gerefereerd tijdens het
persmoment op 1 december 2025 in het gemeentehuis te Zevenbergen?
Vraag 17
Wanneer wordt de Kamer geïnformeerd over deze onderzoeken?
Vraag 18
Kunt u specificeren welke onderzoeken tussen december 2025 en juni 2026 worden uitgevoerd
(bijvoorbeeld naar alternatieven, brede welvaart, sociaal-maatschappelijke impact,
juridische haalbaarheid en milieueffecten), wie deze uitvoert en welke scenario’s
daarin worden meegenomen?
Vraag 19
Hoeveel meer overlast gaan de bewoners van Zevenberg, Langeweg en Zevenberse Hoek
ondervinden wanneer het kabinet kiest voor de Zuid-Oost variant en hoe weegt u de
kosten van die overlast ten opzichte van de kosten van het verplaatsen van het dorp
Moerdijk?
Vraag 20
Kunt u concreet aangeven welke typen bedrijvigheid onder de gereserveerde 450 hectare
voor de uitbreiding van het haven en industriegebied vallen en op basis van welke
ruimtelijke en milieukaders deze selectie plaatsvindt?
Vraag 21
Welke waarborgen worden ingebouwd om te voorkomen dat deze ruimte uiteindelijk wordt
ingevuld met andersoortige, ruimte-intensieve of overlastgevende functies die niet
direct samenhangen met de energietransitie of circulaire economie?
Vraag 22
Hoe past deze ontwikkeling binnen het rijksbeleid om zorgvuldig om te gaan met schaarse
ruimte, functiemenging te beperken waar leefbaarheid onder druk staat en verdozing
van het landschap tegen te gaan?
Vraag 23
Op welke wijze wordt het vertrouwen van inwoners in de overheid actief gemonitord
en versterkt in dit proces, en welke lessen trekt u hieruit voor toekomstige grootschalige
ruimtelijke ingrepen elders in Nederland?
Vraag 24
Kunt u bevestigen dat zonder een uitgewerkt en financieel gedekt pakket voor herhuisvesting,
compensatie en behoud van sociale samenhang geen onomkeerbare stappen worden gezet?
Indieners
-
Gericht aan
M.C.G. Keijzer, minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
Indiener
Ani Zalinyan, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.