Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Russcher over verbruiksbelasting en gevolgen voor het ondernemingsklimaat
Vragen van het lid Russcher (FVD) aan de Minister van Economische Zaken over de invloed van de suikertaks op sportsupplementbedrijven zoals XXL Nutrition en de gevolgen voor het Nederlandse ondernemersklimaat. (ingezonden 16 januari 2026).
Antwoord van Minister Karremans (Economische Zaken) (ontvangen 12 februari 2026)
Vraag 1
Bent u bekend met het nieuwsitem van Nieuws van de Dag waarin wordt gesteld dat de
suikertaks ertoe leidt dat het bedrijf XXL Nutrition overweegt om naar het buitenland
te verhuizen vanwege de toenemende regeldruk?1
Antwoord 1
Ja. Voorafgaand aan de verdere beantwoording wil ik u meegeven dat ik vanwege de fiscale
geheimhoudingsplicht2 en mogelijk lopende procedures niet op individuele gevallen kan ingaan.
Vraag 2
Acht u het wenselijk dat steeds meer bedrijven overwegen om Nederland te verlaten
als gevolg van regelgeving en fiscale druk?
Antwoord 2
Nee, ik acht het in beginsel niet wenselijk dat bedrijven overwegen Nederland te verlaten
als gevolg van regelgeving en fiscale druk. Uit de meest recente Monitor Ondernemingsklimaat3 blijkt dat het aandeel bedrijven dat overweegt te vertrekken vergelijkbaar hoog is
met voorgaande jaren. Wel laten de bevindingen zien dat de plannen van deze bedrijven
om daadwerkelijk stappen te zetten concreter en serieuzer worden. Dat acht ik een
zorgelijke ontwikkeling.
Het kabinet hecht groot belang aan een gunstig ondernemingsklimaat met optimale randvoorwaarden,
want dat is cruciaal voor het succes en groei van bedrijven. Dat is niet alleen van
belang voor de bedrijven, maar ook voor ons verdienvermogen. Het kabinet zet zich
daarom in voor het verbeteren van belangrijke randvoorwaarden, zoals bijvoorbeeld
vermindering regeldruk, beschikbaarheid van talent of netcongestie. Belangrijk daarbij
is dat we met elkaar de urgentie van een sterk ondernemingsklimaat blijven onderkennen
en de aanpak van al deze randvoorwaarden hoog op de politieke agenda houden.
Vraag 3
In het geval van XXL Nutrition moet suikertaks worden betaald over eiwit- en maaltijdshakes,
omdat deze door de overheid worden aangemerkt als «limonade»; bent u het ermee eens
dat een eiwitshake – en ook een maaltijdshake – niet gelijk te stellen zijn aan limonade
of frisdrank?
Antwoord 3
De in het bericht genoemde «suikertaks» betreft de verbruiksbelasting van alcoholvrije
dranken, opgenomen in de Wet op de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken (WVAD).
Dit is een belasting op alcoholvrije dranken (in vaste of vloeibare vorm) met een
vlak tarief van € 26,13 per hectoliter, ongeacht het suikergehalte van de drank. Op
dit moment kennen wij in Nederland geen belasting of heffing op basis van het suikergehalte
van een drank. Er is dan ook geen sprake van een «suikertaks».
Onder de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken worden kort gezegd gearomatiseerde
alcoholvrije dranken belast die zijn bestemd om onverwarmd te worden gedronken.4 Mineraalwater en zuivel- en sojadranken zijn van de verbruiksbelasting uitgezonderd.5 Ook alcoholvrije dranken in vaste vorm (bijvoorbeeld poeder) of als concentraat waarvan
door aanlenging (bijvoorbeeld met water) alcoholvrije drank kan worden gemaakt, vallen
onder de verbruiksbelasting. Eiwit- en maaltijdshakes die zijn bestemd om te worden
gedronken als gearomatiseerde alcoholvrije drank zoals hierboven bedoeld, zijn daarom
met verbruiksbelasting belast. Dat over dit soort producten verbruiksbelasting is
verschuldigd, is al het geval sinds de introductie van de verbruiksbelasting van alcoholvrije
dranken in 1993.6
In de wet wordt dit soort dranken inderdaad gedefinieerd als limonade. In het taalgebruik
wordt onder het begrip limonade echter veelal verstaan «verkoelende drank van water,
suiker en vruchtensap». In de praktijk zijn er daarom verschillende alcoholvrije dranken
die niet bekendstaan als limonade, maar wel onder de definitie van limonade vallen
zoals opgenomen in de WVAD. Dit geldt bijvoorbeeld voor alcoholvrij bier, havermelk
en, afhankelijk van de samenstelling van de drank, mogelijk ook voor bepaalde maaltijdshakes.
Het kabinet is zich bewust van het feit dat het voornoemde kan zorgen voor onduidelijkheden.
Mede om die reden heeft het kabinet in het Belastingplan 2026 aangekondigd dat het
begrip limonade per 2027 wordt vervangen door «overige alcoholvrije drank».7 Het gaat hierbij om een verduidelijkende, tekstuele aanpassing zonder inhoudelijke
gevolgen. Dat gearomatiseerde eiwit- en maaltijdshakes die zijn bestemd om te worden
geconsumeerd als alcoholvrije drank («kennelijk bestemd om onverwarmd te worden gedronken»)
worden belast met verbruiksbelasting, verandert hiermee niet. Dit beoogt het kabinet
ook niet.
Vraag 4
Indien het antwoord op vraag 3 ja luidt, acht u het dan niet rechtvaardiger om eiwit-
en maaltijdshakes uit te zonderen van de suikertaks?
Antwoord 4
Volgens de definitie van de wet zijn eiwit- of maaltijdshakes die zijn bedoeld om
gearomatiseerde alcoholvrije dranken te maken die zijn bestemd om onverwarmd te worden
gedronken, belast met verbruiksbelasting. Zoals eerder opgemerkt is dit al sinds 1993
het geval.8 Dit is geen onbedoeld gevolg van de wet.
Vraag 5
Op basis van welke juridische basis wordt een eiwitshake momenteel aangemerkt als
«limonade» voor de toepassing van de suikertaks?
Antwoord 5
Zoals beschreven in de beantwoording van vraag 3 betreft dit artikel 9, eerste lid
van de Wet verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken (WVAD). Ook in vaste vorm of
als concentraat vallen deze dranken onder de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken,
zie hiervoor artikel 9, tweede lid, WVAD.
Vraag 6
Acht u het wenselijk dat producten die primair bedoeld zijn voor sport en gezondheid
onder dezelfde fiscale categorie vallen als frisdrank?
Antwoord 6
In zijn algemeenheid geldt het advies om water te drinken voor de vochtbehoefte tijdens
en na het sporten. Wat betreft producten zoals eiwit- en maaltijdshakes geldt dat
deze geen onderdeel uitmaken van de richtlijnen Goede Voeding van de Gezondheidsraad.
Er zijn dan ook geen gezondheidsargumenten om deze producten een uitzonderingspositie
te geven.
Vraag 7
Kunt u inzichtelijk maken of de invoering van de suikertaks daadwerkelijk het beoogde
effect heeft gehad op het gezonder maken van de bevolking?
Antwoord 7
De huidige verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken heeft een vlak tarief ongeacht
het suikergehalte van de drank. De belasting heeft dus in zijn algemeenheid geen beoogd
effect van het gezonder maken van de bevolking.
Wel wordt momenteel nagedacht over een mogelijke omzetting van de huidige verbruiksbelasting
met één vlak tarief voor alle belaste alcoholvrije dranken naar een belasting op basis
van het suikergehalte van de drank.9 De beoogde omzetting heeft wel een gezondheidsdoel, namelijk het verminderen van
de suikerconsumptie via alcoholvrije dranken. Zoals toegezegd bij de behandeling van
de het Pakket Belastingplan 2026 informeert het kabinet uw Kamer medio februari over
de te maken keuzes met betrekking tot deze omzetting. De uiteindelijke keuze of wordt
overgegaan tot de omzetting laat ik aan een nieuw kabinet of aan uw Kamer.
Vraag 8
In hoeverre acht u deze interpretatie in lijn met het rechtszekerheidsbeginsel, gezien
de onduidelijkheid voor ondernemers?
Antwoord 8
Vooropstaat dat de wet altijd leidend is. Die wet wordt geacht kenbaar te zijn voor
belastingplichtigen. Wat betreft terminologie en de producten die onder de verbruiksbelasting
van alcoholvrije dranken vallen, geldt dat de wet sinds 1993 zo goed als ongewijzigd
is gebleven.10 Het kabinet acht dit dus ook niet in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel.
Vraag 9
Kunt u aangeven welke extra administratieve lasten de suikertaks met zich meebrengt
voor middelgrote en grote producenten van voedingssupplementen?
Antwoord 9
Op basis van de WVAD geldt dat voor de productie van verbruiksbelastinggoederen de
ondernemer een vergunning «Inrichting voor verbruiksbelastinggoederen» (IVV) moet
hebben aangevraagd bij de inspecteur. Als aan de voorwaarden wordt voldaan, geeft
de inspecteur deze vergunning af. De vergunninghouder stelt zekerheid voor de belasting
die verschuldigd is of kan worden (het belastingbelang). Voor goederen die zijn uitgezonderd
van de verbruiksbelasting is een dergelijke vergunning wettelijk niet vereist.
Producenten van bijvoorbeeld voedingssupplementen die zijn belast met verbruiksbelasting
dienen ook aangifte verbruiksbelasting te doen. Vergunninghouders IVV doen periodieke
aangifte (maandaangifte).
Vraag 10
Bent u het ermee eens dat de suikertaks in de praktijk vooral een middel is gebleken
om meer belastinginkomsten te genereren, in plaats van een effectief instrument voor
de volksgezondheid?
Antwoord 10
Zoals beschreven in het antwoord op vraag 7, kent de huidige verbruiksbelasting van
alcoholvrije dranken primair geen gezondheidsdoelstelling. Er is op dit moment geen
sprake van een suikertaks maar van een gelijke belasting van alle belaste alcoholvrije
dranken (€ 26,13 per hectoliter).
Vraag 11
Hoe rijmt u de suikertaks met uw beleid om oneerlijke concurrentie voor Nederlandse
bedrijven tegen te gaan, aangezien diverse andere landen geen suikertaks kennen?
Antwoord 11
De verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken is een nationale (verbruiks)belasting.
Deze belasting is niet op Europees niveau geharmoniseerd zoals de accijns en btw.
Buiten de accijns en btw kunnen EU-lidstaten andere indirecte belastingen heffen.
De keuze om dergelijke nationale belastingen wel of niet te hanteren, betreft een
nationale aangelegenheid waarbij EU-lidstaten verschillende keuzes kunnen maken. Zo
heeft Nederland een verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken, maar Duitsland niet.
Duitsland heeft bijvoorbeeld wel een belasting op koffie, die Nederland niet heeft.
Vraag 12
In het genoemde voorbeeld overweegt XXL Nutrition een verhuizing naar Duitsland, mede
vanwege de daar ervaren grotere ondernemingsvrijheid; hoe gaat u zorgen voor een aantrekkelijker
vestigingsklimaat in Nederland, zodat bedrijven als XXL Nutrition niet vertrekken
of juist terugkeren?
Antwoord 12
Zie antwoord 2
Vraag 13
U heeft op 15 december 2025 aangekondigd om vóór de zomer van 2026, 500 regels te
willen schrappen die het ondernemen bemoeilijken; valt de suikertaks hier ook onder?11
Antwoord 13
De verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken maakt geen deel uit van de eerste 218
regels die ik voor de kerst naar uw Kamer heb gestuurd. De verbruiksbelasting van
alcoholvrije dranken ligt primair op het terrein het Ministerie van Financiën.
Vraag 14
Volgens het item van Nieuws van de Dag zijn tot op heden slechts zeven van de beoogde
500 regels aangepast; hoe verklaart u deze beperkte voortgang?
Antwoord 14
Dat tot op heden niet alle beoogde 500 regels zijn aangepast, komt doordat de met
deze aanpassingen samenhangende wetstrajecten de nodige zorgvuldigheid vereisen en
daarmee tijd vergen. Voor 27 van deze regels is de voortgang van regeldrukvermindering
wel al beschreven, en de teller laat daarnaast zien dat 191 regels door het kabinet
in behandeling zijn genomen om de daarmee samenhangende regeldruk te verminderen.
Hiermee is sprake van duidelijke voortgang binnen de nieuwe 500-regel aanpak.12
Vraag 15
Hoe bent u concreet van plan om uw doelstelling – het schrappen van 500 regels vóór
de zomer van 2026 – alsnog te realiseren?
Antwoord 15
Doordat het hele kabinet zich heeft gecommitteerd aan de target van 500 regels, hebben
we na een paar maanden al de eerste 218 bestaande regels kunnen identificeren waar
we regeldruk gaan verminderen. De komende maanden zal het hele kabinet hard blijven
doorwerken aan het schrappen en administratief luwer maken van de regels die reeds
in kaart zijn gebracht, en het in kaart brengen van meer regels om het target van
500 regels voor de zomer te halen.
Vraag 16
Op welke wijze kan deze fractie u ondersteunen bij het zo spoedig mogelijk behalen
van deze doelstellingen, zodat ondernemen in Nederland weer aantrekkelijk wordt en
Nederlandse bedrijven behouden blijven voor Nederland?
Antwoord 16
Het verminderen en voorkomen van regeldruk is een opgave voor het hele kabinet. Veel
regels waar ondernemers last van hebben, liggen op het terrein van mijn collega’s
in het kabinet. Kamerleden kunnen in alle commissies van uw Kamer aandacht blijven
geven aan dit thema. Hiermee ondersteunt de Kamer het kabinet bij het zo spoedig mogelijk
behalen van deze doelstellingen.
Ondertekenaars
V.P.G. Karremans, minister van Economische Zaken
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.