Schriftelijke vragen : De uitspraak van de rechtbank Amsterdam in de zaak Conservatrix Groep S.A.R.L. tegen De Nederlandsche Bank N.V.
Vragen van het lid Oosterhuis (D66) aan de Minister van Financiën over de uitspraak van de rechtbank Amsterdam in de zaak Conservatrix Groep S.A.R.L. tegen De Nederlandsche Bank N.V. (ingezonden 11 februari 2026).
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van de uitspraak van de rechtbank Amsterdam d.d. 5 februari
2026 in de zaak van Conservatrix Groep S.A.R.L. tegen De Nederlandsche Bank N.V.?1
Vraag 2
Wat is uw reactie op het oordeel van de rechtbank dat DNB in 2017 bedrog heeft gepleegd
door ten onrechte de rechtbank niet in te lichten over de met het overdrachtsplan
van Conservatrix aan Trier verbonden herverzekering bij Colorado Bankers Life Insurance
Company?
Vraag 3
Bent u van mening dat de in 2021 uitgevoerde evaluatie door de Evaluatiecommissie
Conservatrix het gepleegde bedrog voldoende heeft kunnen evalueren, aangezien het
rapport van de Evaluatiecommissie in de uitspraak van 5 februari 2026 een belangrijke
bron was om te komen tot het oordeel dat er sprake is geweest van bedrog? Leidt deze
uitspraak van de rechtbank nog tot aanvullende inzichten en lessen voor DNB?
Vraag 4
Wat zijn de (mogelijke) gevolgen van deze uitspraak voor DNB en de Staat?
Vraag 5
Welke financiële gevolgen kunnen zich hierdoor voordoen en op welke wijze wordt hier
door DNB en de Staat rekening mee gehouden?
Vraag 6
Welke juridische procedures lopen er op dit moment nog tussen Conservatrix Groep en
DNB of de Staat? Wat is de stand van zaken in deze procedures?
Indieners
-
Gericht aan
E. Heinen, minister van Financiën -
Indiener
Henk-Jan Oosterhuis, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.