Schriftelijke vragen : Het spionageschandaal bij de NCTV
Vragen van het lid Van Duijvenvoorde (FVD) aan de Minister van Justitie en Veiligheid over het spionageschandaal bij de NCTV (ingezonden 11 februari 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht dat een voormalig medewerker van de Nationaal Coördinator
Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) jarenlang staatsgeheime informatie zou
hebben doorgespeeld aan de Marokkaanse geheime dienst?1
Vraag 2
Deelt u de mening dat deze zaak een van de grootste veiligheids- en spionageschandalen
uit de recente Nederlandse geschiedenis is? Zo nee, waarom niet?
Vraag 3
Hoe kan het dat een medewerker met toegang tot uiterst vertrouwelijke informatie van
de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) en Militaire Inlichtingen- en
Veiligheidsdienst (MIVD) jarenlang ongecontroleerd honderden staatsgeheime documenten
kon printen, meenemen en digitaliseren?
Vraag 4
Welke concrete tekortkomingen in toezicht, interne controle en informatiebeveiliging
hebben dit mogelijk gemaakt?
Vraag 5
Kunt u aangeven welke risico’s deze informatielekken hebben opgeleverd voor de nationale
veiligheid en de veiligheid van Nederlandse burgers?
Vraag 6
In hoeverre zijn door deze zaak lopende operaties, informatiebronnen of personen in
binnen- en buitenland in gevaar gebracht?
Vraag 7
Wanneer ontving de AIVD de eerste signalen van mogelijk ongeoorloofd contact tussen
de verdachte en buitenlandse inlichtingendiensten, en waarom is toen niet eerder ingegrepen?
Vraag 8
Deelt u de zorg dat Nederland structureel te naïef omgaat met buitenlandse inmenging
en spionage, met name vanuit landen die hier een grote diaspora hebben?
Vraag 9
Deelt u de zorg dat ambtenaren met sterke persoonlijke, familiale of buitenlandse
loyaliteiten kwetsbaar kunnen zijn voor belangenverstrengeling en het schenden van
het ambtsgeheim, zoals blijkt uit recente zaken waaronder die van Fouad A.?2
Vraag 10
Ziet u aanleiding om te onderzoeken of er sprake is van structurele patronen bij het
schenden van het ambtsgeheim, waaronder het beschermen van bekenden, en of huidige
screenings- en toezichtmechanismen daarbij tekortschieten?
Vraag 11
Hoe beoordeelt u de rol van de Marokkaanse staat in deze zaak, gezien de verdenkingen
van direct contact tussen de verdachte en hoge functionarissen van de Marokkaanse
inlichtingendienst?
Vraag 12
Worden er, naar aanleiding van deze zaak, diplomatieke of veiligheidsmaatregelen overwogen
ten aanzien van de samenwerking met Marokko?
Vraag 13
Acht u de huidige screenings- en herbeoordelingsprocedures voor medewerkers met toegang
tot staatsgeheime informatie toereikend? Zo nee, welke aanscherpingen acht u noodzakelijk?
Vraag 14
Hoe heeft het kunnen gebeuren dat collega’s inloggegevens konden uitlenen zonder dat
dit direct werd gesignaleerd of gesanctioneerd?
Vraag 15
Deelt u de opvatting dat het uitlenen van accounts en het meenemen van staatsgeheime
stukken naar huis wijst op een gebrekkige veiligheidscultuur binnen de NCTV?
Vraag 16
Welke bestuurlijke of disciplinaire gevolgen zijn er verbonden aan het falen van interne
beveiligingsmaatregelen binnen de NCTV?
Vraag 17
In hoeverre wordt momenteel rekening gehouden met mogelijke kwetsbaarheden voor buitenlandse
beïnvloeding, zoals financiële voordelen, reizen of andere gunsten, bij medewerkers
in gevoelige functies?
Vraag 18
Bent u bereid om het beleid rondom het accepteren van geschenken, reizen en andere
voordelen van buitenlandse partijen verder aan te scherpen voor ambtenaren met toegang
tot staatsgeheimen?
Vraag 19
Welke lessen trekt u uit deze zaak voor de inrichting en het toezicht op de nationale
veiligheidsketen als geheel?
Vraag 20
Kunt u toezeggen dat de Kamer volledig en transparant wordt geïnformeerd over de uitkomsten
van evaluaties en eventuele hervormingen naar aanleiding van deze zaak?
Indieners
-
Gericht aan
F. van Oosten, minister van Justitie en Veiligheid -
Indiener
Peter van Duijvenvoorde, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.