Schriftelijke vragen : De ‘pijplijnactie’
Vragen van het lid Van Houwelingen (FVD) aan de Minister van Buitenlandse Zaken over de «pijplijnactie» (ingezonden 10 februari 2026).
Vraag 1
Naar welke «pijplijnactie» verwees u in dit debatfragment1? Wordt er verwezen naar het opblazen van de Nordstream? Of betreft het een incident
met een andere pijplijn? Zo ja, welke pijplijn?
Vraag 2
Maakte Nederland (al dan niet indirect) gebruik van de getroffen pijplijn? Indien
dat niet het geval is, waarom was het kabinet dan geïnteresseerd in een gesprek hierover
met deze officier?
Vraag 3
In welk land wordt «de Oekraïense officier» verdacht van betrokkenheid bij de pijplijnactie?
Kunt u meer informatie geven over deze verdenking?
Vraag 4
Door welk ander Europees land was deze Oekraïense officier op de lijst van het Schengeninformatiesysteem
(SIS) geplaatst?
Vraag 5
Waarom is er een uitzondering gemaakt en is aan deze officier toch toegang verleend
tot Nederland?
Vraag 6
Hoe is Nederland in contact gekomen met deze Oekraïense officier? Heeft deze officier
Nederlandse instanties zelf benaderd? Zo ja, welke instanties en waarom deed hij dat?
Of kwam het initiatief voor dit gesprek vanuit het kabinet? Zo ja, waarom? Wat was
de reden, de aanleiding?
Vraag 7
Kan de Kamer het gespreksverslag ontvangen van het gesprek met deze Oekraïense officier?
Zo nee, waarom niet?
Vraag 8
Kan de Kamer het gespreksverslag van het gesprek met deze Oekraïense officier in vertrouwen
ter inzage aangeboden krijgen? Zo nee, waarom niet?
Vraag 9
In welke hoedanigheid werd deze officier toegang tot Nederland verleend, als privépersoon
of als luitenant-kolonel van het Oekraïense leger?
Vraag 10
Is er, naast deze Oekraïense luitenant-kolonel, door het kabinet met nog meer mensen
gesproken over deze «pijplijnactie»? Zo ja, met wie?
Vraag 11
Kunt u de bovenstaande vragen afzonderlijk beantwoorden?
Indieners
-
Gericht aan
D.M. van Weel, minister van Buitenlandse Zaken -
Indiener
Pepijn van Houwelingen, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.