Schriftelijke vragen : Het bericht 'Nederland laat illegale tanker met Venezolaanse olie toe in Curaçao'
Vragen van de leden Van Ark, Boswijk en Tijs van den Brink (allen CDA) aan de Staatssecretaris en Minister van Buitenlandse Zaken en de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over het bericht «Nederland laat illegale tanker met Venezolaanse olie toe in Curaçao» (ingezonden 10 februari 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met de NRC-artikelen «Nederland laat illegale tanker met Venezolaanse
olie toe in Curaçao» van 21 januari 2026 en «Olietankers uit Venezuela door Nederland
en Curaçao aan de ketting gelegd» van 7 februari 2026?1, 2
Vraag 2
Klopt het dat de olietanker Regina op 15 januari 2026 Venezolaanse olie heeft gelost in Curaçao terwijl het schip voer
onder een frauduleuze vlag van Oost-Timor, de verplichte Automatic Identification
System (AIS)-transponder langdurig was uitgeschakeld, het schip vermeld stond op een
Amerikaanse sanctielijst en het opgegeven Maritime Mobile Service Identity (MMSI)-nummer
niet bij dit schip hoorde? Zo ja, hoe verklaart u dat dit schip desondanks toestemming
heeft gekregen om aan te meren en te lossen?
Vraag 3
Wanneer waren het Ministerie van Buitenlandse Zaken, de Inspectie Leefomgeving en
Transport en andere betrokken Nederlandse autoriteiten voor het eerst op de hoogte
van deze overtredingen en signalen, waaronder de internationale waarschuwingen van
Oost-Timor aan Internationale Maritieme Organisatie (IMO)-lidstaten over frauduleuze
vlagvoering?
Vraag 4
Hoe verhoudt de eerdere verklaring van het Ministerie van Buitenlandse Zaken dat Nederland
pas na vragen van NRC op 21 januari 2026 kennisnam van de valse vlag en andere schendingen
zich tot het feit dat de Curaçaose Maritieme Autoriteit al eerder twijfels had over
de vlagvoering en hierover contact opnam met Nederland?
Vraag 5
Klopt het dat de Regina pas bij het tweede aanmeren op 28 januari 2026 aan de ketting is gelegd, nadat vanuit
Den Haag was bevestigd dat sprake was van valse vlagvoering en vermoedelijke schendingen
van Europese sanctieregels? Wat zegt dit volgens u over het eerdere toezicht en de
informatie-uitwisseling?
Vraag 6
Welke verantwoordelijkheid draagt Nederland dan wel Curaçao voor de veiligheid, rechtspositie
en het welzijn van de Filipijnse bemanning van de Regina, die door het aan de ketting leggen van het schip vast is komen te zitten, en welke
stappen zijn hierin gezet?
Vraag 7
Klopt het dat ook andere tankers die op internationale sanctielijsten staan, zoals
de Volans en mogelijk de Albedo, onderweg zijn of waren naar Curaçao? Welke maatregelen zijn genomen om te voorkomen
dat opnieuw schepen met vergelijkbare risico’s worden toegelaten?
Vraag 8
Klopt het dat oliehandelaar Trafigura door de Amerikaanse overheid is ingehuurd om
Venezolaanse olie te commercialiseren en dat daarvoor een vergunning van de Amerikaanse
sanctie-autoriteit OFAC is verleend? Is de Nederlandse regering vooraf geïnformeerd
over deze constructie en de daaraan verbonden juridische en politieke risico’s?
Vraag 9
Heeft de Verenigde Staten contact met Nederland of Curaçao gezocht naar aanleiding
van het aan de ketting leggen van de schepen?
Vraag 10
Hoe beoordeelt u het risico dat Curaçao en Nederland door het faciliteren van deze
olietransporten en -opslag worden betrokken bij het omzeilen van sancties en mogelijk
schendingen van internationaal recht?
Vraag 11
Deelt u de opvatting van verschillende hoogleraren internationaal recht en Caribisch
staatsrecht dat deze kwestie niet kan worden aangemerkt als een louter commerciële
transactie, maar raakt aan de buitenlandse betrekkingen van het Koninkrijk? Zo nee,
waarom niet?
Vraag 12
Is deze kwestie in de Rijksministerraad besproken, waar Nederland een belangrijke
(meerderheids)stem heeft? Zo nee, waarom niet? Bent u voornemens dit alsnog te agenderen?
Bent u van mening dat het in deze casus van groot belang is dat Nederland en Curaçao
gezamenlijk optrekken, gezien de rijksverantwoordelijkheid voor buitenlandse betrekkingen,
sanctieregimes en de naleving van internationaal recht?
Indieners
-
Gericht aan
D.M. van Weel, minister van Buitenlandse Zaken -
Gericht aan
E. van Marum, staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
Gericht aan
A. de Vries, staatssecretaris van Buitenlandse Zaken -
Indiener
Elles van Ark, Kamerlid -
Medeindiener
Tijs van den Brink, Kamerlid -
Medeindiener
D.G. Boswijk, Tweede Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.