Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Neijenhuis over de handhaving op misstanden rond arbeidsmigranten
Vragen van het lid Neijenhuis (D66) aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over verschillende berichten over de handhaving op misstanden rond arbeidsmigranten (ingezonden 16 december 2025).
Antwoord van Minister Paul (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) (ontvangen 9 februari
2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 814.
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van de artikelen in De Groene Amsterdammer van 24 november jl.1 en het Financieele Dagblad van 11 december jl.2 over de handhaving door de Arbeidsinspectie op misstanden rond arbeidsmigranten en
kunt u daar in het algemeen een reactie op geven?
Antwoord 1
Ja. In de artikelen gaat het over de positie van illegaal in Nederland verblijvende
werknemers, de inzet van de Arbeidsinspectie en samenwerking van de Arbeidsinspectie
en de AVIM (afdeling vreemdelingenpolitie, identificatie en mensenhandel).
Illegaal verblijf en illegale tewerkstelling zijn twee afzonderlijke situaties. In
de praktijk zijn beide situaties echter nauw met elkaar verweven. Een vorm van inkomen,
bijvoorbeeld door arbeid, is vaak nodig om het illegaal verblijf in stand te houden
of aanleiding om illegaal in Nederland te verblijven. Door de verwevenheid van de
situaties is het voor de Arbeidsinspectie noodzakelijk om met de AVIM samen te werken
vanuit de eigen wettelijke taak. Net zoals die organisaties ook samenwerken met gemeenten
vanwege gemeentelijke taken voor (exploitatie) vergunningen en huisvestiging en met
de IND en het UWV vanwege de verstrekking van vergunningen voor verblijf en tewerkstelling.
De Arbeidsinspectie is, op grond van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav), verantwoordelijk
voor de aanpak van illegale tewerkstelling door werkgevers. De AVIM houdt toezicht
op de naleving van de Vreemdelingenwet, waaronder op de aanpak van illegaal verblijf.
Voor effectief overheidsoptreden is voor de Arbeidsinspectie samenwerking een noodzakelijke
voorwaarde.
Bij de aanpak van illegale tewerkstelling en illegaal verblijf is zichtbaar dat het
algemeen belang dat wettelijke bepalingen worden nageleefd op gespannen voet kan staan
met het individuele belang van werknemers.
Het is in het algemene belang dat illegale tewerkstelling en illegaal verblijf wordt
voorkomen en beëindigd. Het betreft over het algemeen mensen van buiten de EU die
qua redzaamheid (taal, integratie in de samenleving, sociaal netwerk) meestal kwetsbaar
zijn. Illegale tewerkstelling brengt hen dan ook nog eens in een arbeidsrelatie die
risicovol is omdat er sprake is van een zeer scheve machtsbalans met de werkgever.
Collectief hebben werknemers, burgers en bedrijven belang bij die wettelijke normen
en de naleving ervan. Dat algemene belang kan echter op gespannen voet staan met het
individuele belang van illegaal verblijvende werknemer. Namelijk het belang van individuele
werknemers dat de illegale tewerkstelling onopgemerkt blijft en voortduurt, net als
het illegaal verblijf. Een effectieve handhaving van de Wav, door samenwerking met
AVIM, kan spanning opleveren met het doel om de werknemer te beschermen.
Dit zou gevolgen kunnen hebben voor de bereidheid van werknemers om meldingen van
arbeidsmisstanden te doen bij de Arbeidsinspectie3.
In het algemeen zien we in situaties dat de terughoudendheid om met overheidsdiensten
in contact te treden groter is dan wenselijk, bijvoorbeeld vanwege culturele verschillen
of ervaringen in het herkomstland. Het kabinetsbeleid is erop gericht door voorlichting
(workinnl.nl), en handhaving (Arbeidsinspectie en meerdere andere overheidsinstanties)
die verschillen in behandeling weg te nemen of in ieder geval te verkleinen.
Vraag 2
Klopt het dat ongedocumenteerden na een melding bij de Arbeidsinspectie in een uitzettingsprocedure
belanden? Zo ja, hoe verhoudt zich dat tot het feit dat zij zich ook moeten kunnen
melden bij diezelfde Arbeidsinspectie naar aanleiding van misstanden op het werk?
Antwoord 2
Nee, de Arbeidsinspectie houdt geen toezicht op het vreemdelingenrecht, dat is aan
de AVIM. Een melding van de Arbeidsinspectie leidt daarom niet (direct) tot een uitzettingsprocedure.
Meldingen bij de Arbeidsinspectie kunnen worden gedaan door iedereen en vanuit meerdere
perspectieven of belangen. Meldingen komen van werkenden, burgers, bedrijven, andere
(overheids)organisaties etc. En dat kan hun eigen situatie of die van anderen betreffen.
Er is een veelheid aan redenen waarom mensen arbeidsmisstanden wel of niet melden.
Ook daarbij kunnen belangen met elkaar op gespannen voet staan waardoor het juist
wel of niet tot melden komt.
Betrokkenheid van de politie of de AVIM betekent ook niet automatisch een uitzettingsprocedure.
Het kan ook leiden tot een (hernieuwde) aanvraag voor verblijf c.q. asielprocedure.
Ook kan er sprake zijn van verblijfsrecht in een andere EU-lidstaat waardoor terugkeer
naar dat land aan de orde is.
De Arbeidsinspectie houdt toezicht op de naleving van de arbeidswetten door werkgevers
en doet strafrechtelijke onderzoeken naar mensenhandel, georganiseerde fraude met
uitkeringen en subsidies, en zorgfraude.
De Arbeidsinspectie voert haar taken uit binnen een spanningsveld tussen belangen
van de individuele werknemer en het meer algemene belang, in dit geval om illegale
tewerkstelling te bestrijden. Vaak lopen het individuele en algemene belang gelijk
op. De Inspectie pakt overtreding van de bestuursrechtelijke arbeidswetten door werkgevers
aan en beschermt daarmee werknemers, ongeacht hun verblijfsstatus. En als na contact
tussen een illegaal verblijvende werknemer en de Opsporingsdienst van de Arbeidsinspectie
blijkt dat geen sprake is van (mogelijke) arbeidsuitbuiting, dan is deze vreemdeling
vrij om zijn weg te vervolgen.
De Arbeidsinspectie vindt dat haar taakuitoefening met zich meebrengt dat zij als
onderdeel van de overheid bijdraagt aan het structureel aanpakken van de praktijken
van illegale tewerkstelling. Dit sluit ook aan bij de bredere behoefte in de samenleving
en politiek aan overheidsorganisaties die samenwerken, bijvoorbeeld om ondermijning
tegen te gaan. Binnen dit soort samenwerkingen, zoals ook met gemeenten en het UWV,
gaat het om het gezamenlijk overheidsoptreden zoals het uitvoeren van inspecties en
om het onderling delen van meldingen die relevant zijn voor de uitoefening van de
taken door de verschillende organisaties. Deze organisaties bepalen vervolgens zelf,
vanuit de eigen wettelijke taak, wat zij met de ontvangen meldingen doen.
Vraag 3
Klopt het dat achterstallig loon of eventuele mishandeling geen onderdeel is van de
werkplekcontrole? Zo ja, waarom niet?
Antwoord 3
Nee, dit klopt niet. Achterstallig loon, slapen op de werkplek of vormen van eventuele
mishandeling zijn signalen van arbeidsuitbuiting. De Arbeidsinspectie neemt deze signalen
mee bij een inspectie. Daarnaast kan de werknemer in geval van mishandeling zelf aangifte
bij de politie doen. De Arbeidsinspectie kan daarbij adviseren en doorverwijzen. Dit
doet zij ook in de praktijk.4
De Arbeidsinspectie houdt risicogericht toezicht op naleving van de Wet minimumloon
en minimumvakantiebijslag (Wml). Als er indicaties zijn dat werknemers niet het wettelijk
minimumloon krijgen, dan wordt hierop gecontroleerd ongeacht de verblijfsstatus van
de werknemers. Indien er onderbetaling wordt vastgesteld door de inspecteur, dan wordt
er een nabetalingsbrief gestuurd aan de werkgever. De werkgever krijgt vier weken
de tijd om een nabetaling te doen. Er kan een last onder dwangsom worden opgelegd
als er niet is nabetaald. De werknemer ontvangt een brief, waarin wordt aangegeven
dat onderbetaling is geconstateerd. Deze werknemersbrief is in verschillende talen
beschikbaar. Omdat de Arbeidsinspectie alleen controleert op het bruto minimumuurloon,
wordt in deze brief naar het Juridisch Loket verwezen voor het eventuele problemen
met het ontvangen cao-loon.
De Arbeidsinspectie heeft geen bevoegdheid om loon terug te vorderen namens de werknemer,
ongeacht of het een vreemdeling is die illegaal is tewerkgesteld. Op grond van artikel 23
van de Wet arbeid vreemdelingen kan de illegaal tewerkgestelde vreemdeling door middel
van een rechtsvermoeden zelf een loonvordering instellen tegen zijn werkgever. Dit
betreft enkel een civielrechtelijke mogelijkheid. De Arbeidsinspectie informeert de
werknemer over diens rechten en plichten door tijdens controles een visitekaartje
uit te delen van de website workinnl.nl. Daarnaast worden de overtredingen van de
Wav mét bedrijfsnamen openbaar gemaakt via de website «inspectieresultaten» van de
Arbeidsinspectie. Daarmee is ook voor een (voormalig) werknemer zichtbaar dat de werkgever
is beboet en kan deze gedupeerde en/of diens gemachtigde een civielrechtelijke procedure
starten.
Vraag 4
Waarom houdt de Arbeidsinspectie geen cijfers bij van collegiale meldingen? Kunnen
deze cijfers alsnog inzichtelijk gemaakt worden voor de Kamer?
Antwoord 4
De Arbeidsinspectie kan uit haar systemen informatie over gezamenlijke inspecties
met andere organisaties opmaken. In 2024 hebben er 123 inspecties plaatsgevonden waaraan
de Arbeidsinspectie en de AVIM deelnamen. Dat geeft een indicatie van het aantal keren
dat er sprake was van (mogelijke) samenloop van illegale tewerkstelling en illegaal
verblijf. Het is niet mogelijk specifiek cijfers over de collegiale meldingen te verstrekken.
Dat komt door het volgende.
Het Meldingen Informatie Centrum (MIC) is het centraal loket van de Arbeidsinspectie
voor alle meldingen en verzoeken over ongezond, onveilig en oneerlijk werk. Alle meldingen
worden geregistreerd, beoordeeld en – indien ze in aanmerking komen voor opvolging
– doorgeleid naar het team van inspecteurs in de desbetreffende regio of naar een
actief programma. Ontvangen meldingen die buiten het werkterrein van de Arbeidsinspectie
vallen, worden doorgestuurd naar relevante organisaties. Bij dit meldingenproces geldt
de Nationale Politie als zendende of ontvangende partij; zij bepaalt vervolgens zelf
of en naar wie binnen de politie (zoals de AVIM) een melding wordt doorgestuurd. De
Arbeidsinspectie heeft zodoende geen gegevens over meldingen die specifiek naar de
AVIM worden gestuurd. Naast dit centrale loket hebben inspecteurs veel contacten met
gemeenten, de politie en de AVIM bij verzoeken voor gezamenlijke inspecties. Die verzoeken
worden ook gedaan door lokale of regionale informatie- en expertisecentra (RIEC’s)
met als doel om ondermijning tegen te gaan. Deze contacten worden niet altijd vastgelegd
of niet op een manier die voor statistische doeleinden te ontsluiten is, omdat dat
heel vaak niet nodig is voor de voorliggende zaak.
Vraag 5
Erkent u dat de dubbele taak van de Arbeidsinspectie, beschermen van werknemers en
het handhaven op verblijfsstatus, onwerkbaar is? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 5
Zoals bij vraag 2 aangegeven, is de toezichtstaak op het vreemdelingenrecht bij de
AVIM belegd, niet bij de Arbeidsinspectie. Er is zodoende geen sprake van een dubbele
taak voor de Arbeidsinspectie. Dit laat onverlet dat de Arbeidsinspectie bij haar
taakuitoefening in een spanningsveld van belangen werkt.
Vraag 6
Hoe duidt u de samenwerking tussen de Arbeidsinspectie en de Vreemdelingenpolitie?
Hoe verhoudt zich dit tot (inter)nationale verdragen en afspraken?
Antwoord 6
Samenwerking tussen de Arbeidsinspectie, de politie waaronder de AVIM vindt plaats
zodat deze organisaties beter in staat zijn om hun wettelijke taak uit te voeren.
Dit is in overeenstemming met de maatschappelijke en politieke wens dat overheidsorganisaties
samenwerken.
De politie gaat geregeld met inspecties, ook van andere diensten, mee om de veiligheid
van inspecteurs te waarborgen. Ook helpt de politie om voertuigen van de openbare
weg te halen en naar locaties te begeleiden waar naleving van de arbeidswetten kan
worden gecontroleerd, bijvoorbeeld voor chauffeurs van vrachtwagens en voor maaltijdbezorgers.
Inspecteurs van de Arbeidsinspectie worden opgeleid om mensen te kunnen identificeren
en om documenten op echtheid te kunnen verifiëren. Als dit in de praktijk te complex
blijkt, dan kunnen zij een beroep op specialistische expertise van de AVIM doen. Omdat
de politie ook voor de Wav als toezichthouder is aangewezen, kan de Arbeidsinspectie
via processen-verbaal van de politie acteren op hun bevindingen. Ook de Opsporingsdienst
van de Arbeidsinspectie heeft de AVIM nodig bij haar taken. De Opsporingsdienst doet
onderzoek naar mensensmokkel als er een vermoeden is dat arbeidsmigranten gefaciliteerd
worden bij illegale tewerkstelling. Dan moet de identiteit van een vreemdeling, waaronder
diens verblijfsstatus, worden vastgesteld voor bewijsvoering. Dit doet de AVIM, omdat
de Arbeidsinspectie geen toezicht op de Vreemdelingenwet houdt. In onderzoeken naar
arbeidsuitbuiting kan conform de B8/3-regeling uit de Vreemdelingencirculaire een
bedenktijd worden aangeboden aan een mogelijk slachtoffer, die geen rechtmatig verblijf
in Nederland heeft. Tijdens de bedenktijd wordt de plicht tot vertrek uit Nederland
opgeschort en kan het slachtoffer opvang en ondersteuning krijgen. Op voorspraak van
de Arbeidsinspectie dient de AVIM middels het M55-formulier deze aanvraag in bij de
IND en stelt daartoe de identiteit van de vreemdeling vast. Als het mogelijke slachtoffer
na de bedenktijd besluit om aangifte van arbeidsuitbuiting bij de Arbeidsinspectie
te doen, is er opnieuw contact met de AVIM om een tijdelijke verblijfsvergunning aan
te vragen, welke verblijfsrecht geeft gedurende het strafrechtproces.
In ILO-verdrag 81 betreffende de Arbeidsinspectie in de industrie en de handel (hierna:
ILO-verdrag) zijn taken van inspecties beschreven. Hier staat dat de taak van de Arbeidsinspectie
is om te verzekeren dat de arbeidsvoorwaarden en bescherming van werknemers worden
gewaarborgd. Daarbij is aangegeven dat aan de Arbeidsinspectie op nationaal niveau
ook andere taken kunnen worden opgedragen, maar dat de andere functie niet mag hinderen
in de uitoefening van de voornaamste functies en geen afbreuk mag doen aan het gezag
of de onpartijdigheid van de inspecteurs. Daarnaast heeft het Verdragscomité bij het
Internationaal Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten (IVESCR) in
oktober 2025 aanbevelingen aan Nederland gedaan.
Op het terrein van Arbeidsinspectie heeft het comité aanbevolen om inspecties te verstevigen
en deze te scheiden van migratie controle functies en effectieve monitoring en sancties
te waarborgen tegen misstanden jegens arbeidsmigranten.5 Het Verdragscomité baseert deze aanbeveling op artikelen 2, 6 en 7 van IVESCR.
Artikel 6 en 7 zien respectievelijk op het «right to work» en «right to just and favourable
conditions of work,» op basis van artikel 2 (2) non-discriminatie brengt het Verdragscomité
dit in relatie tot arbeidsmigranten/vreemdelingen.
In lijn met de internationale verdragen en aanbevelingen zijn de taken met betrekking
tot de arbeidswetten en het vreemdelingenrecht in Nederland bij twee separate organisaties
belegd. Zoals eerder aangegeven kan bij de Wav het belang van individuele werknemers
op gespannen voet staan met het algemeen belang en kan er spanning ontstaan met het
doel de individuele werknemer te beschermen. In concrete situaties waar zich dat voordoet,
wordt afhankelijk van de feiten en omstandigheden binnen de taken van de Arbeidsinspectie
een afweging gemaakt tussen bescherming van individuele werknemers en het algemeen
belang van het aanpakken van illegale tewerkstelling en daarmee verweven illegaal
verblijf.
Vraag 7
Volgens de ILO moet er een zogenaamde «firewall» zijn tussen handhaving van arbeidswetten
en vreemdelingenrecht, waarom is dit in Nederland niet toegepast?
Antwoord 7
Het opzetten van «firewalls» tussen de arbeidsinspectie en de handhaving van vreemdelingenrecht
wordt door de ILO genoemd als goede praktijk om de rechten van arbeidsmigranten in
de praktijk te waarborgen.6 In Nederland vindt het toezicht op deze rechtsgebieden door verschillende organisaties
plaats. Overigens betekent deze «firewall» niet dat er geen samenwerking tussen deze
organisaties kan en mag zijn, mits deze de primaire taken van de Arbeidsinspectie
namelijk het beschermen van werknemers, zoals gedefinieerd in het ILO-verdrag, niet
in de weg staan. De ILO benoemt deze samenwerking ook. In de «Guidelines on general
principles of labour inspection»7 wordt bijvoorbeeld aangegeven dat arbeidsinspecties samenwerkingsafspraken behoren
te maken met organisaties met wie zij doelen en taken delen, waaronder de politie
en immigratiediensten. In de Technical brief bij «Labour inspection and monitoring
of recruitment of migrant workers»8 wordt benoemd dat dit soort samenwerkingen effect laten zien, o.a. in het Verenigd
Koninkrijk, België en Nederland.
Vraag 8
Hoe plaatst u de hoogte van de boetes van illegale tewerkstelling in relatie tot het
financiële voordeel van werkgevers? Vindt u deze in verhouding?
Antwoord 8
Eerder heeft de Arbeidsinspectie een signaal over de snelle terugverdientijd van boetes
opgesteld dat door de Minister van SZW aan de Tweede Kamer is gestuurd. Mede hierop
is onderzoek door SEO verricht naar de effectiviteit van boeteverhogingen, voor alle
eerlijk werk wetten. Uit dit onderzoek genaamd «Hard waar het moet, zacht waar het
kan»9 volgt dat de afgelopen jaren, door het achterwege laten van indexering, de reële
waarde van boetes door welvaartsstijging en inflatie is gedaald. Dit ondermijnt zowel
de preventieve werking (het ontmoedigen van overtredingen) als de reactieve werking
(het voorkomen van herhaling) van boetes. In juli 2025 heeft het kabinet daarom aangekondigd
deze boetes eenmalig te verhogen door rekening te houden met een fictieve indexatie
over de afgelopen jaren en hierna jaarlijks te gaan indexeren. Aan het einde van het
eerste kwartaal 2026 wordt uw Kamer hierover nader geïnformeerd.
Vraag 9
Onderschrijft u het beeld van de Nationaal Rapporteur Mensenhandel dat de bescherming
van ongedocumenteerden onder druk staat door de taak van de Arbeidsinspectie om illegale
tewerkstelling te bestrijden?
Antwoord 9
De signalen van de Nationaal Rapporteur Mensenhandel zijn belangrijk. In de opsporingspraktijk
beoordelen gecertificeerde rechercheurs mensenhandel of sprake is van de geringste
aanwijzing van arbeidsuitbuiting tijdens het intakeproces.10 Indien daarvan sprake is, wordt de bedenktijd aangeboden. Vervolgens komen op basis
van de B8/3-regeling slachtoffers en getuigen van mensenhandel die aangifte doen of
op een andere manier meewerken aan het strafproces in aanmerking voor een tijdelijke
verblijfsvergunning en de daaraan verbonden voorzieningen zoals opvang en onderdak.
Dit wordt beoordeeld tegen de achtergrond van het delict mensenhandel, omdat het in
het verlengde van de taakopdracht van de Opsporingsdienst van de Arbeidsinspectie
ligt om dit strafbare feit te stoppen en de verdachte daarvan op te sporen. Het slachtoffer-
en opsporingsperspectief botsen hier soms met elkaar. De Arbeidsinspectie heeft geen
hulpverleningstaken en dat is ook logisch, het past ook niet bij toezicht en opsporing.
Voor de Arbeidsinspectie staat het toezichts- en opsporingsbelang voorop. Indien het
politiek wenselijk zou zijn dat het hulpverleningsperspectief primaat krijgt, dan
zal dat logischerwijs niet bij de Arbeidsinspectie moeten liggen.
Vraag 10
Hoe kan het dat de Arbeidsinspectie verwijst naar FairWork voor verantwoordelijkheden
die bij het takenpakket van de Arbeidsinspectie zelf horen?
Antwoord 10
Het is goed dat de Inspectie verwijst naar NGO’s voor hulp en empowerment. Het is
niet correct dat ze dit zou doen voor haar eigen taken. De ILO beveelt zo’n samenwerking
juist aan.11 Concreet gaat het hier om loon dat de werkgever aan vreemdelingen moet betalen.
Deze verplichting is neergelegd in art. 23 van de Wav. Uit de wet volgt dat dit civielrechtelijk
kan worden afgedwongen en NGO’s, zoals FairWork, kunnen cliënten daar eventueel bij
bijstaan. Deze bepaling geeft dus geen mogelijkheden voor bestuursrechtelijke handhaving.
Vraag 11
Bent u het eens dat het nutteloos is de loonadministratie alleen als basis te nemen
voor een potentiële loonvordering bij de werkgever voor een ongedocumenteerde werknemer?
Ziet u ook dat het de loonadministratie juist aan deze gegevens ontbreekt in deze
context?
Antwoord 11
Zoals in antwoord 10 is aangegeven, gaat het hier om een rechtsvermoeden dat civielrechtelijk
moet worden afgedwongen. Daarbij kan de werkende bij de rechter alle informatie aandragen
die hij hiervoor relevant vindt, dus ook ontvangen bedragen, digitale kwitanties of
facturen.
Vraag 12
Hoe stuurt u op de prioritering van de taken bij de Arbeidsinspectie? Bent u het eens
dat de veiligheid en bescherming van ongedocumenteerde mensen voorop staat en de controle
op de vreemdelingenwet daarop volgt, en niet andersom?
Antwoord 12
De Arbeidsinspectie houdt geen toezicht op de naleving van het vreemdelingenrecht.
Prioritering van de Arbeidsinspectie vindt plaats in haar meerjarenprogramma en de
jaarplannen. Deze plannen worden door de Minister van SZW aan de Kamer aangeboden.
In verband met de noodzakelijke onafhankelijke taakuitvoering overeenkomstig de aanwijzingen
van de Minister-President inzake Rijksinspecties12, vindt input en sturing transparant en openbaar plaats. Binnen de regelgevende kaders
is de Arbeidsinspectie onafhankelijk bij de uitvoering van het toezicht, de selectie
van zaken en prioritering.
Vraag 13
Klopt het dat boetes voor illegale tewerkstelling vaak binnen een jaar kunnen worden
terugverdiend? Zo ja, is dat al eerder gesignaleerd en welke actie wordt hierop ondernomen?
Antwoord 13
Dit blijkt inderdaad uit de onderzochte gevallen zoals opgenomen in het signaal van
de Arbeidsinspectie (april 2024). Het boetebeleid van de Wet arbeid vreemdelingen
2022 (Wav) is per 1 februari 2025 aangepast. Hierdoor moet bij het bepalen van de
hoogte van de boete voor overtredingen van de Wav rekening worden gehouden met de
verschillende gradaties van verwijtbaarheid en de ernst van de overtreding. Zoals
in het antwoord op vraag 8 is aangegeven, werkt het kabinet aan verhoging van de boetes
van de arbeidswetten naar aanleiding van het SEO-onderzoek «Hard waar het moet, zacht
waar het kan». U wordt daarover aan het einde van het eerste kwartaal 2026 nader geïnformeerd.
Vraag 14
Welke oplossing wordt opgesteld voor uitzendbureaus die medewerkers op staande voet
ontslaan waardoor zij geen aanspraak meer maken op achterstallig loon en vakantiegeld?
Antwoord 14
Zoals mijn voorganger eerder in reactie op Kamervragen heeft aangegeven, kunnen werknemers
bij vermeend onterecht ontslag op staande voet dit zelf civielrechtelijk aanvechten.
Het is begrijpelijk dat dit voor sommige mensen, zoals arbeidsmigranten, lastig te
organiseren is. Met het project Work in NL wordt de toegang tot het recht vergemakkelijkt,
onder andere door betere dienstverlening vanuit het Juridisch Loket.13 Het Juridisch Loket heeft een specifiek team ingericht waarin 35 native-speakerjuristen
eerstelijns rechtshulp aan arbeidsmigranten bieden. Sinds de start in mei 2024 heeft
dit team reeds aan ruim 1.500 mensen hulp geboden. Die hulp betrof voornamelijk advies
en doorverwijzing in arbeidsrechtelijke kwesties zoals ontslag op staande voet en
geen of nauwelijks uitbetaald loon. Recent oordeelde de civiele rechter dat een slachterij
een aantal Hongaarse arbeidsmigranten alsnog moet nabetalen, waarbij de arbeidsmigranten
ondersteund zijn door het Juridisch Loket.14 Zij zullen dit jaar verder groeien in capaciteit waardoor ook het aantal geholpen
arbeidsmigranten zal toenemen. Daarnaast informeren vakbonden vanuit hun rol arbeidsmigranten
en staan zij hen bij in hun eigen taal.
Verder gebruiken de Belastingdienst en Arbeidsinspectie informatie over grootschalig
ontslag op staande voet bij werkgevers als risico-indicator voor het toezicht op hun
taakgebieden. Recent heeft de Arbeidsinspectie een boete voor overtreding van de Wml
opgelegd aan een uitzendbureau, voornamelijk vanwege ontslag op staande voet.
Ondertekenaars
M.L.J. Paul, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.