Amendement : Amendement van het lid Grinwis over het bij reguliere voordelen stellen van een norm van ten minste 300 dagen voor het verhuren van een woning
36 748 Wijziging van de Wet inkomstenbelasting 2001 om werkelijke inkomsten uit bezittingen en schulden in box 3 te belasten (Wet werkelijk rendement box 3)
Nr. 29
AMENDEMENT VAN HET LID GRINWIS
Ontvangen 3 februari 2026
De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
In artikel I, onderdeel R, wordt in het voorgestelde artikel 5.15, tweede lid, «de
gehele of nagenoeg gehele periode in het» vervangen door «ten minste 300 dagen van
het».
Toelichting
Dit amendement regelt dat verhuurders die op basis van de huurinkomsten worden belast
langer de tijd hebben voordat een woning die leegstaat (bijvoorbeeld na het vertrek
van een huurder) in het regime voor gemengd gebruik terechtkomt. Dit schept meer ruimte
voor verhuurders om een woning te renoveren en/of te verduurzamen. Indiener beoogt
hiermee het voor verhuurders van sociaal en anderszins betaalbaar verhuurde woningen
makkelijker te maken om de woning te verbouwen en te verduurzamen. In de Wet werkelijk
rendement box 3 geldt deze uitzondering nu wanneer «nagenoeg de gehele periode in
het kalenderjaar» de woning verhuurd is. Zoals volgt uit de memorie van toelichting
(p. 94) wordt met «nagenoeg de gehele periode» 90% van een kalenderjaar bedoeld, ofwel
328 dagen. Dit levert met name voor sociaal als anderszins betaalbaar verhuurde woningen
het risico op dat een verbouwing net iets langer in beslag neemt dan deze vrijgestelde
periode van 37 dagen (365 minus 328). En zeker voor betaalbaar verhuurde woningen
met een relatief hoge WOZ-waarde kan dat nadelig uitpakken. Om deze reden verruimt
indiener deze periode met een kleine maand tot 300 dagen per jaar.
Grinwis
Ondertekenaars
Pieter Grinwis, Tweede Kamerlid