Schriftelijke vragen : De juridische status, werking en het gebruik van de webmodule beoordeling arbeidsrelaties voor zzp’ers
Vragen van het lid Vermeer (BBB) aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over de juridische status, werking en het gebruik van de webmodule beoordeling arbeidsrelaties voor zzp’ers (ingezonden 2 februari 2026).
Vraag 1
Herinnert u zich dat u tijdens het commissiedebat Zzp van 18 december 2025 heeft gesteld
dat de webmodule «in lijn is gebracht met wet- en regelgeving en ook met geldende
jurisprudentie» en dat daarin rekening wordt gehouden met alle gezichtspunten uit
het Deliveroo-arrest, inclusief extern ondernemerschap?
Vraag 2
Op welke concrete jurisprudentie baseert u de stelling dat de webmodule in lijn is
met geldende jurisprudentie?
Vraag 3
Op welke wijze past de webmodule de door de Hoge Raad voorgeschreven holistische weging
van alle relevante gezichtspunten bij de kwalificatie van arbeidsrelaties toe?
Vraag 4
Klopt het dat de webmodule geen expliciete vragen bevat over elementen van extern
ondernemerschap, zoals het werken voor meerdere opdrachtgevers, acquisitie en het
dragen van ondernemersrisico?
Vraag 5
Kunt u de puntentoekenning en wegingssystematiek van de webmodule volledig inzichtelijk
maken, inclusief de juridische en beleidsmatige onderbouwing van de aan die systematiek
ten grondslag liggende keuzes?
Vraag 6
Kunt u bevestigen dat de webmodule binnen de Rijksoverheid en andere overheidsorganisaties
wordt gebruikt bij de inhuur van zzp’ers?
Vraag 7
Hoe verhoudt het gebruik van de webmodule bij de inhuur van zzp’ers door overheidsorganisaties
zich tot uw uitspraak in het commissiedebat van 18 december 2025 dat de webmodule
een indicatief hulpmiddel is en geen juridisch bindend karakter heeft?
Vraag 8
Kunt u bevestigen dat de Belastingdienst de webmodule gebruikt ter ondersteuning van
standpunten in (voor)overleg of handhavingscontexten?
Vraag 9
Hoe verhoudt het gebruik van de webmodule door de Belastingdienst zich tot het uitgangspunt
dat aan de webmodule geen rechten kunnen worden ontleend en dat deze geen juridisch
bindend instrument is?
Vraag 10
Bent u bekend met eventuele interne juridische adviezen, signalen of aandachtspunten
binnen uw ministerie, de Belastingdienst of andere betrokken uitvoeringsorganisaties
waarin wordt gewezen op mogelijke spanning tussen de webmodule en recente jurisprudentie
over de kwalificatie van arbeidsrelaties?
Vraag 11
Op welke wijze zijn dergelijke signalen, indien aanwezig, betrokken bij de ontwikkeling
en het gebruik van de webmodule?
Indieners
-
Gericht aan
A.A. Aartsen, minister van Werk en Participatie -
Indiener
Henk Vermeer, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.