Schriftelijke vragen : De brief ' Stand van Zaken Aanpak Schaduwvloot'
Vragen van de leden Van der Werf, Paternotte (beiden D66) en Boswijk (CDA) aan de Ministers van Buitenlandse Zaken, van Infrastructuur en Waterstaat en van Defensie over de brief «Stand van Zaken Aanpak Schaduwvloot» (ingezonden 2 februari 2026).
Vraag 1
Deelt u de opvatting dat, gelet op de snel veranderende veiligheidssituatie, lopende
vredesonderhandelingen en de voortdurende financiering van de Russische oorlogsinspanningen
via de schaduwvloot, de in de brief genoemde urgentie zich niet verhoudt tot het voorgenomen
tijdpad tot de zomer voor het indienen van aanvullende wetgeving?1
Vraag 2
Betekent dit tijdpad dat daadwerkelijke inspectie, aanhouding of het dwingen tot uitwijken
van schepen die onder een valse vlag varen in de Nederlandse exclusieve economische
zone (EEZ) in de praktijk pas mogelijk zal zijn na inwerkingtreding van deze wetgeving?
Vraag 3
Betekent dit tevens dat het handelingsperspectief ten aanzien van vermoedelijk vals
gevlagde schepen zich tot die tijd beperkt tot het benaderen van schepen en het registreren
daarvan in systemen als SafeSeaNet en Thetis?
Vraag 4
Kan actievere fysieke handhaving van vals gevlagde schepen plaatsvinden zonder inwerkingtreding
van aanvullende nationale wetgeving? Zo ja, op welke termijn verwacht u hiermee aan
te kunnen vangen? Zo nee, waarin schiet de huidige juridische ruimte precies tekort?
Vraag 5
Kan het aangekondigde wetgevingsproces worden versneld? Zo nee, waarom niet?
Vraag 6
Waarin verschilt de Nederlandse opvatting hierover van die van bijvoorbeeld Frankrijk,
dat – voor zover uit openbare bronnen blijkt – lijkt te hebben gehandeld zonder zich
te baseren op aanvullende nationale wetgeving?
Vraag 7
Betreft de door de u aangekondigde wetgeving nieuwe wetgeving of een aanvulling op
bestaande (sanctie-)wetgeving?
Vraag 8
Kan Nederland in de tussentijd (fysieke) ondersteuning leveren bij handhaving buiten
de eigen EEZ, bijvoorbeeld in nabijgelegen MRS-gebieden (Mandatory Reporting of Ships)
van bondgenoten, zoals in samenwerking met Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk in
het Kanaal?
Indieners
-
Gericht aan
R.P. Brekelmans, minister van Defensie -
Gericht aan
D.M. van Weel, minister van Buitenlandse Zaken -
Gericht aan
R. Tieman, minister van Infrastructuur en Waterstaat -
Indiener
Hanneke van der Werf, Kamerlid -
Medeindiener
Jan Paternotte, Kamerlid -
Medeindiener
D.G. Boswijk, Tweede Kamerlid