Schriftelijke vragen : Het plan voor het verlagen van het hoogwaterbeschermingsniveau op de Waddeneilanden
Vragen van de leden Bromet, De Hoop (beiden GroenLinks/PvdA) en Vellinga-Beemsterboer (D66) aan de Minister van Infrastructuur en Waterstaat over het plan voor het verlagen van het hoogwaterbeschermingsniveau op de Waddeneilanden (ingezonden 2 februari 2026).
Vraag 1
Bent u zich bewust van de onrust die het plan voor het verlagen van het hoogwaterbeschermingsniveau
op de Waddeneilanden heeft veroorzaakt?
Vraag 2
Wat was de directe noodzaak om de beschermingsnorm voor de Waddeneilanden te verlagen en terug te komen op eerdere afspraken?
Vraag 3
Wat was de reactie van de bestuurders op de Waddeneilanden, waar u in uw brief van
27 januari over schrijft?1
Vraag 4
Kunt u de inbreng van de Waddeneilanden in de opgestelde veiligheidsstrategieën delen
met de Kamer en aangeven hoe deze is verwerkt?
Vraag 5
Deelt u de mening dat de Waddeneilanden in veel opzichten afwijken van het vaste land
en dat dit feit een afwijking van een uniforme landelijke systematiek zou rechtvaardigen?
Vraag 6
Kunt u omschrijven hoe volgens u een rampscenario met zeer hoog water en dijkdoorbraken
op de Waddeneilanden er voor de bewoners praktisch uit zou zien, als de uniforme landelijke
systematiek consequent wordt toegepast? Kunt u daarbij ingaan op wat «schuilmogelijkheden»,
inhouden en die nu de basis zijn voor de veiligheidsstrategie?
Vraag 7
Kunt u eenzelfde scenario omschrijven voor evacuatie na de storm en de situatie enkele
dagen tot weken later?
Vraag 8
Deelt u de mening dat het evacueren van woningen in overstromende uiterwaarden, hoe
vervelend ook, moeilijk vergelijkbaar is met overstromende Waddeneilanden? Of is dit
volgens u hetzelfde?
Vraag 9
Hoeveel geld wordt bespaard met het afwaarderen van de veiligheid van Schiermonnikoog
en wat zijn de realistische maatschappelijke kosten van een dijkdoorbraak?
Vraag 10
Wie moet betalen bij schade door het falen van een primaire waterkering?
Vraag 11
Waarom is eerst het beschermingsniveau verlaagd, terwijl volgens u de eilandsituatie
het van groot belang maakt de specifieke veiligheidsstrategie nader uit te werken?
Is dat niet de verkeerde volgorde? Kunt u zich voorstellen dat eilanders hiermee het
gevoel krijgen dat hun veiligheid op de tweede plaats komt?
Vraag 12
Klopt het dat met het verlagen van het vereiste beschermingsniveau de levensduur van
de versterking niet fysiek wordt vergroot maar slechts administratief, omdat eerder
falen bij een lagere norm eerder acceptabel is geworden? Kunt u zich voorstellen dat
eilandbewoners dit cynisch vinden?
Vraag 13
Kunt u deze vragen beantwoorden voor het komende commissiedebat Wadden op 12 februari
2026?
Indieners
-
Gericht aan
R. Tieman, minister van Infrastructuur en Waterstaat -
Indiener
Laura Bromet, Kamerlid -
Medeindiener
Marieke Vellinga-Beemsterboer, Kamerlid -
Medeindiener
Habtamu de Hoop, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.