Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Coenradie over het bericht 'Lale Gül overweegt toekomst in de politiek om beveiligd te blijven: 'Enige hoop''
Vragen van het lid Coenradie (JA21) aan de Minister van Justitie en Veiligheid over het bericht «Lale Gül overweegt toekomst in de politiek om beveiligd te blijven: «Enige hoop»» (ingezonden 15 december 2025).
Antwoord van Minister Van Oosten (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 30 januari 2026).
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 791.
Vraag 1
Hoe reflecteert u op de informatie waaruit blijkt dat mevrouw Gül destijds is benaderd
om in het stelsel te worden opgenomen en dat, ondanks het uitblijven van veranderingen
in aard dan wel frequentie van de dreigingen, deze beveiliging plotseling is stopgezet?1
Antwoord 1
Over de maatregelen ten aanzien van een te beveiligen persoon zal ik nooit in het
openbaar uitspraken kunnen doen. Dit kan namelijk de veiligheid van de te beveiligen
persoon zelf, medewerkers van de bij de beveiliging betrokken uitvoerende diensten
of van andere te beveiligen personen in gevaar brengen.
In zijn algemeenheid is het zo dat wanneer een persoon wordt opgenomen in het stelsel,
er een breed palet aan maatregelen kan worden ingezet om weerstand te bieden tegen
de dreiging. Dit kan variëren van zogenaamde lichte tot zware maatregelen. Deze afweging
wordt gemaakt op basis van het dreigingsbeeld en een zorgvuldige en uniforme afweging,
waarbij de overheid tot een samenhangend pakket aan beveiligingsmaatregelen komt.
De inschatting van de dreiging is leidend voor het vaststellen van de benodigde beveiligingsmaatregelen.
Vraag 2
Indien de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) van mening
is dat beveiliging niet langer hoeft plaats te vinden op het niveau dat men eerder
noodzakelijk achtte, op welke wijze worden betrokkenen hierop voorbereid?
Antwoord 2
De te beveiligen persoon wordt zoveel als mogelijk geïnformeerd over de aard van de
dreiging en de getroffen maatregelen. Te beveiligen personen worden periodiek geïnformeerd
over het verloop van de dreiging en de getroffen maatregelen door vertegenwoordigers
van de uitvoerende organisatie en vertegenwoordigers van het gezag (de NCTV namens
de Minister van Justitie en Veiligheid). Ook een wijziging in de benodigde maatregelen
is aanleiding om met de te beveiligen persoon in gesprek te gaan. In dit gesprek streven
de betrokken organisaties ernaar om de persoon zo goed als mogelijk voor te bereiden
op de verandering door uit te leggen welke maatregelen niet meer nodig zijn en waarom.
En om toe te lichten welke eventuele maatregelen nog wel in stand gehouden worden.
Daarnaast is er aandacht voor het welzijn en de psychosociale weerstand van de te
beveiligen personen aangezien beveiligingsmaatregelen maar ook de afbouw daarvan veel
impact kunnen hebben op de persoon en diens omgeving. Er worden verschillende tools
aangereikt zoals weerbaarheidsgesprekken, een buddytraject of digitale modules. De
inzet van deze tools varieert per te beveiligen persoon en hangt af van de behoefte
van de te beveiligen persoon en de aard en duur van de maatregelen.
Vraag 3
Wat is volgens u het verschil tussen dreigingsniveau 2 en dreigingsniveau 3?
Antwoord 3
Op basis van informatieproducten van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, en opsporings-
en intelligenceorganisaties van de politie en Koninklijke Marechaussee bepaalt het
gezag (de NCTV namens de Minister van Justitie en Veiligheid) of en wat ze aanvullend
onderneemt tegen een dreiging. In deze producten komen deze diensten en organisaties
tot een inschatting – gebaseerd op feiten en/of omstandigheden – met betrekking tot
een dreiging en de ernst en waarschijnlijkheid van het manifesteren van de dreiging.
In deze producten wordt gewerkt met speciaal ontwikkelde tabellen met een dubbele
kwalificering om het dreigingsniveau vast te stellen. Aan de hand van deze tabellen
wordt namelijk een inschatting gemaakt van de mate van «ernst» en «waarschijnlijkheid»
van de dreiging. De tabellen geven inzicht in de afwegingen en uitkomst van de inschatting
van de ernst van de gebeurtenis en de waarschijnlijkheid van het manifesteren van
deze gebeurtenis. De tabellen zijn als bijlage bij de Circulaire met betrekking tot de bewaking en beveiliging van personen, objecten en
diensten 2023 gevoegd.2 Op basis hiervan wordt gefundeerd overwogen ten aanzien van welke personen, objecten
en diensten bewaking en beveiliging nodig is.
Vraag 4 en 5
Vanaf welk moment vormt het openbaarmaken van diverse persoonlijke gegevens voor de
NCTV dan wel de politie aanleiding om bepaalde (veiligheids)maatregelen te treffen?
Deelt u de mening dat online bedreigingen kunnen overgaan in daadwerkelijk fysiek
geweld?
Antwoord 4 en 5
De keuze welke veiligheidsmaatregelen er worden getroffen is gebaseerd op verschillende
informatieproducten van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, en opsporings- en
intelligenceorganisaties van de politie en Koninklijke Marechaussee. De inschatting
van de dreiging is gebaseerd op feiten of omstandigheden met betrekking tot een dreiging
en de ernst en waarschijnlijkheid van het manifesteren van de dreiging. De beelden
en producten van deze diensten en organisaties richten zich op het hele spectrum aan
gebeurtenissen in zowel de fysieke wereld als de online-wereld. Ook de te beveiligen
persoon (TBP) zelf kan bij de politie meldingen en/of aangiftes doen van online uitingen.
De politie handelt op basis van de producten van de diensten of meldingen c.q. aangiftes
van de te beveiligen persoon.
Vraag 6
Deelt u de mening dat een personeelstekort nimmer een reden mag zijn om noodzakelijke
beveiligingsmaatregelen niet (langer) in te zetten?
Antwoord 6
Ja, capaciteit en schaarste spelen geen rol bij de afweging of er maatregelen van
overheidswege dienen te worden ingezet.
Vraag 7
Bent u bereid om samen met relevante veiligheidsactoren, zoals de NCTV en de politie,
opnieuw met mevrouw Gül in gesprek te gaan teneinde te komen tot een oplossing waar
alle betrokkenen mee uit de voeten kunnen? Zo nee, waarom bent u hiertoe niet bereid?
Antwoord 7
De Minister van Justitie en Veiligheid, en namens deze de NCTV, streeft ernaar om
gedurende het gehele proces in goed contact te blijven met een te beveiligen persoon.
Over specifieke stappen in deze individuele casus doe ik vanzelfsprekend geen uitspraken.
Ondertekenaars
F. van Oosten, minister van Justitie en Veiligheid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.