Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Diederik van Dijk over de stemming in het Europees Parlement over het burgerinitiatief My Voice, My Choice
Vragen van het lid Diederik van Dijk (SGP) aan de Minister van Buitenlandse Zaken en de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over de stemming in het Europees Parlement over het burgerinitiatief My Voice, My Choice (ingezonden 22 december 2025).
Antwoord van Staatssecretaris Tielen (Volksgezondheid, Welzijn en Sport), mede namens
de Minister van Buitenlandse Zaken (ontvangen 29 januari 2026). Zie ook Aanhangsel
Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 812.
Vraag 1
Heeft het kabinet kennisgenomen van de resolutie van het Europees Parlement die het
burgerinitiatief My Voice, My Choice verwelkomt, waarin opgeroepen wordt om abortus te vergoeden die ondergaan wordt in
een EU-lidstaat met ruimere abortuswetgeving?1
Antwoord 1
Ja, ik ben bekend met de resolutie van het Europees Parlement en met het burgerinitiatief
My Voice, My Choice.
Vraag 2
Kunt u bevestigen dat beleid en wetgeving over abortus geen Europese, maar een nationale
bevoegdheid is?
Antwoord 2
De verdeling van bevoegdheden binnen de Europese Unie is vastgelegd in het Verdrag
betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU).2 Dit verdrag bepaalt dat het aan de lidstaten is om hun beleid voor gezondheidszorg
in te richten.3 De EU kan het optreden van de lidstaten wel ondersteunen, coördineren en aanvullen.4 De EU mag op dit terrein geen maatregelen vaststellen die de lidstaten verplichten
hun wet- en regelgeving te harmoniseren.5 EU-lidstaten zijn hiermee, in beginsel, zelf bevoegd besluiten te nemen met betrekking
tot hun nationale abortuswetgeving.
In specifieke situaties kan abortus binnen de werkingssfeer van het Unierecht vallen.
Zo heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie abortus aangemerkt als een dienst6 en kunnen de lidstaten dus gebonden zijn aan de Unierechtelijke vrij-verkeersregels.
Vraag 3
Erkent u dat met dit burgerinitiatief de nationale soevereiniteit van EU-lidstaten
in de praktijk wordt geschonden?
Antwoord 3
Nee. Het initiatief roept op om lidstaten financieel te steunen bij abortuszorg voor
vrouwen die hier in hun eigen land geen veilige of legale toegang tot hebben. Het
is aan de Europese Commissie (hierna: de Commissie) om hier een besluit over te nemen.
Mocht de Commissie gehoor geven aan dit initiatief, dan kunnen lidstaten nog steeds
zelf hun wet- en regelgeving over abortus bepalen.
De Commissie heeft het burgerinitiatief geregistreerd.7 Registratie van een burgerinitiatief vindt enkel plaats wanneer de Commissie tot
de conclusie komt dat is voldaan aan de relevante criteria voor registratie uit Verordening
2019/788 inzake het Europees burgerinitiatief. Eén van de criteria is dat het initiatief
een onderwerp moet betreffen waarvoor de Commissie bevoegd is een voorstel in te dienen.
Daarnaast mag het initiatief niet indruisen tegen de waarden van de Unie.8 Als het burgerinitiatief de nationale soevereiniteit zoals vastgelegd in het VWEU
zou schenden, zou de Commissie het initiatief dus niet hebben geregistreerd.
Vraag 4 en 5
Bent u het ermee eens dat het onwenselijk is dat andere lidstaten of Europese gremia
zich gaan bemoeien met op democratische wijze tot stand gekomen beleid en wetgeving
ten aanzien van abortus in lidstaten?
Hoe wenselijk zou u het vinden als Europese instanties of andere EU-lidstaten zich
actief zouden gaan bemoeien met het Nederlandse beleid ten aanzien van abortus?
Antwoord 4 en 5
Het zou onwenselijk zijn als de EU of haar lidstaten zouden handelen in strijd met
de bevoegdheden die zijn vastgelegd in het VWEU. Bijvoorbeeld als de EU aan Nederland
zou opleggen om de Wet afbreking zwangerschap (Wafz) aan te passen. Als het om (seksuele
en reproductieve) gezondheid gaat, is de EU bevoegd om lidstaten in hun beleid te
ondersteunen, te coördineren en aan te vullen, zoals ook is toegelicht in het antwoord
op vraag 1. Bovendien is het binnen internationale en Europese samenwerking gebruikelijk
dat landen het gesprek met elkaar aangaan over verschillende onderwerpen, óók over
kwesties die tot de nationale bevoegdheden behoren. Zolang dit gesprek plaatsvindt
binnen de kaders van het VWEU en met respect voor nationale democratische besluitvorming,
is dit niet onwenselijk maar juist een belangrijk onderdeel van internationale samenwerking.
Vraag 6
Is het kabinet het eens dat de wens van het burgerinitiatief en het Europees Parlement
in strijd is met artikel 2 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, dat stelt dat eenieder recht heeft op bescherming – en dus ook het ongeboren leven?
Antwoord 6
Nee, dit burgerinitiatief (en toegang tot abortus in algemene zin) is niet in strijd
met Europese grondrechten. In artikel 2 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie staat dat eenieder recht heeft op leven, maar ongeborenen worden niet expliciet genoemd.
Hoewel er geen overeenstemming bestaat over de vraag of mensenrechten van toepassing
zijn op ongeborenen, zijn de verdragen waarin mensenrechten zijn vastgelegd over het
algemeen pas na de geboorte van toepassing. Dat volgt onder andere uit artikel 1 van
de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM). Dit artikel stelt dat
«alle mensen worden geboren in vrijheid en gelijkheid in waardigheid en rechten». Als het burgerinitiatief in
strijd zou zijn met EU-grondrechten had de Commissie het initiatief niet geregistreerd.
De Commissie registreert een burgerinitiatief immers alleen als deze voldoet aan de
relevante criteria voor registratie in de Verordening 2019/788 inzake het Europees
burgerinitiatief.
Vraag 7
Deelt het kabinet de opvatting dat «grensverkeer» voor abortus – vanuit onder meer
Polen, Malta, maar ook Duitsland en België – in de meeste gevallen geen betrekking
heeft op medische noodsituaties waarin het leven van de moeder direct gevaar loopt?
Antwoord 7
In Nederland wordt niet geregistreerd waarom vrouwen kiezen voor een abortus. Dat
geldt ook voor buitenlandse vrouwen die voor een zwangerschapsafbreking naar Nederland
zijn afgereisd. Het is dus niet bekend hoeveel van deze vrouwen hun zwangerschap om
medische redenen wil afbreken. De reden van hun keuze doet er ook niet toe. Een belangrijk
uitgangspunt in de Wafz is immers dat de vrouw zélf bepaalt wat voor haar een noodsituatie
is. Het maakt in die zin dus niet uit of haar noodsituatie van (ernstige) medische
of van andere aard is.
Vraag 8
Kunt u aangeven hoe het beleid en de wetgeving in Nederland zich verhoudt tot dit
burgerinitiatief? Vergoedt Nederland op dit moment al abortussen van buitenlandse
vrouwen?
Antwoord 8
In het burgerinitiatief wordt de Commissie opgeroepen om een financieringsmechanisme
te ontwikkelen dat lidstaten kan ondersteunen bij toegang tot abortuszorg voor vrouwen
die hier in hun eigen land geen veilige of legale toegang tot hebben.De subsidieregelingen
voor abortus zijn van toepassing op behandelingen aan vrouwen die verzekerd zijn volgens
de Wet langdurige zorg (Wlz). In principe is dit iedereen die vast in Nederland woont
of werkt. Voor vrouwen die voor abortuszorg vanuit het buitenland naar Nederland reizen
is geen vergoeding.
Vraag 9 en 10
Wat is de positie van Nederland ten aanzien van de inhoud van het burgerinitiatief?
Welke wegen ziet u om te bevorderen dat de Commissie niet meegaat in dit burgerinitiatief?
Antwoord 9 en 10
Het is aan de Commissie om een besluit te nemen over het burgerinitiatief. Binnen
zes maanden na de bekendmaking van het initiatief maakt de Commissie haar juridische
en politieke conclusies over het initiatief bekend in een mededeling. Daarbij vermeldt
de Commissie eveneens waarom zij al dan niet maatregelen neemt, en zo ja, welke maatregelen
zij van plan is te nemen.9 Naar aanleiding van de mededeling van de Commissie zal het kabinet het Nederlandse
standpunt interdepartementaal afstemmen via het gebruikelijke afstemmingsproces. Uw
Kamer ontvang daarover dan een BNC-fiche.10
Vraag 11
Hoe geeft het kabinet invulling aan de aangenomen motie-Stoffer c.s. over zich actief
verzetten tegen pogingen om abortus als mensenrecht op te nemen in Europese verdragen
(Kamerstuk 36 247, nr. 9)?
Antwoord 11
De motie-Stoffer c.s. verzoekt ons om ons actief te verzetten tegen pogingen om abortus
als mensenrecht op te nemen in Europese Verdragen. Op dit moment zijn er geen concrete
pogingen om abortus als mensenrecht op te nemen in de Europese Verdragen en is opvolging
nu niet aan de orde.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J.Z.C.M. Tielen, staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport -
Mede namens
D.M. van Weel, minister van Buitenlandse Zaken
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.