Schriftelijke vragen : Het houd- en handelsverbod voor honden en katten die in Nederland niet mogen worden gefokt, maar wel nog worden geïmporteerd
Vragen van de leden Kostić (PvdD) en Den Hollander (VVD) aan de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over het houd- en handelsverbod voor honden en katten die in Nederland niet mogen worden gefokt, maar wel nog worden geïmporteerd (ingezonden 29 januari 2026).
Vraag 1
Bent u ermee bekend dat de Kamer in 2021 een motie van de Partij voor de Dieren (PvdD),
VVD en CDA heeft aangenomen (Kamerstuk 35 925 XIV, nr. 64) waarmee de regering wordt verzocht om te onderzoeken hoe de handel in en import
van doorgefokte gezelschapsdieren, zoals dieren met extreem korte snuiten, verboden
kan worden?
Vraag 2
Bent u ermee bekend dat de Kamer in 2024 opnieuw een motie heeft aangenomen, ditmaal
van de PVV en PvdD (Kamerstuk 36 600 XIV, nr. 36), waarmee de regering wordt verzocht om een handel- en houdverbod in te stellen voor
dieren die niet mogen worden gefokt in Nederland?
Vraag 3
Erkent u dat honden en katten met schadelijke uiterlijke kenmerken, zoals extreme
kortsnuitigheid, hun hele leven lang vermijdbaar en ondraaglijk lijden, zoals ook
opnieuw wordt bevestigd in de recente uitzending van EenVandaag?1
Vraag 4
Heeft u kennisgenomen van de uitspraak van dierenarts Hofman dat circa 60 procent
van het werk van dierenartsen te maken heeft met genetische of uiterlijke rasgebonden
kenmerken, en dat dit dierenleed grotendeels voorkomen had kunnen worden als deze
dieren niet zo waren doorgefokt? Onderschrijft u deze uitspraak? Wat vindt u hiervan?2
Vraag 5
Bent u ervan bewust dat schadelijke uiterlijke kenmerken, waaronder kortsnuitigheid,
extreem kleine lichaamsbouw, kaalheid en afwijkingen aan de staart, gepaard gaan met
verhoogde dierenartskosten gedurende het hele leven van deze dieren?
Vraag 6
Deelt u de analyse dat een houd- en handelsverbod voor honden en katten die in Nederland
niet mogen worden gefokt, kan leiden tot een substantiële daling van dierenartskosten
voor eigenaren? Zo nee, waarom niet?
Vraag 7
Deelt u de mening dat het zeer onwenselijk is dat honden en katten die in Nederland
niet meer mogen worden gefokt, wel nog steeds vanuit het buitenland naar Nederland
worden geïmporteerd? Zo nee, waarom niet?
Vraag 8
Kunt u aangeven wat de reden is voor het door u aangekondigde aanvullende onderzoek
naar pups van kortsnuitige honden? Deelt u de mening dat dit onderzoek niet moet leiden
tot uitstel van het houd- en handelsverbod met ten minste twee tot drie jaar, waardoor
vermijdbaar dierenleed van deze talloze (geïmporteerde) honden voortduurt? Zo nee,
waarom niet?3
Vraag 9
Hoe kijkt u aan tegen een handelsverbod waarbij bij de import van pups verplicht meetformulieren
van de ouderdieren moeten worden overlegd, zodat alleen pups worden geïmporteerd waarvan
beide ouderdieren aantoonbaar voldoen aan de geldende fokcriteria conform de Nederlandse
wetgeving? Heeft u deze optie onderzocht? Zo ja, kunt u de inzichten hierover naar
de Kamer sturen? Zo nee, waarom niet?
Vraag 10
Bent u bereid om vooruitlopend op bredere regelgeving een houd- en handelsverbod in
te stellen voor schadelijke uiterlijke kenmerken die wel al zichtbaar zijn op een
leeftijd van circa 7 tot 15 weken, zoals kaalheid bij honden, extreem korte poten
of afwezigheid van een functionele staart, gezien de grote gevolgen van deze kenmerken
voor het welzijn en de levenskwaliteit van de dieren? Zo nee, waarom niet?
Vraag 11
Klopt het dat het Bureau Risicobeoordeling & onderzoek van de NVWA een onderzoek heeft
uitgevoerd naar welke uiterlijke kenmerken lijden veroorzaken bij individuele dieren
(Kamerstuk 28 286, nr. 1324 en Kamerstuk 28 286, nr. 1397)? Wanneer gaat u dit onderzoek naar de Kamer sturen, aangezien eerder werd aangegeven
dat dit eind 2024 en vervolgens na de zomer van 2025 zou gebeuren?
Vraag 12
Kunt u aangeven wat de status is van de invulling van artikel 3.4 van het Besluit
houders van dieren in de context van overige schadelijke uiterlijke kenmerken, waaronder
criteria voor kortsnuitige katten, lichaamsformaat, (onwenselijke) staartlengte en
ontbrekende haarbedekking?
Vraag 13
Kunt u deze vragen één voor één en binnen de daarvoor gestelde termijn beantwoorden?
Indieners
-
Gericht aan
J.F. Rummenie, staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur -
Indiener
Ines Kostić, Kamerlid -
Medeindiener
Renate den Hollander, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.