Schriftelijke vragen : Het bericht 'Vier op de tien jongeren zien strafbare of gewelddadige pornobeelden: ’Soms kunnen ze het niet van hun netvlies krijgen’'
Vragen van het lid Tijs van den Brink (CDA) aan de Minister van Justitie en Veiligheid over het bericht «Vier op de tien jongeren zien strafbare of gewelddadige pornobeelden: «Soms kunnen ze het niet van hun netvlies krijgen»» (ingezonden 28 januari 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Vier op de tien jongeren zien strafbare of gewelddadige
pornobeelden: «Soms kunnen ze het niet van hun netvlies krijgen»»?1
Vraag 2
Deelt u de mening dat het schokkend en zeer zorgelijk is dat 1 op de 6 jonge mannen
tussen de 18 en 25 jaar ooit pornografische beelden heeft gezien waarin seksueel misbruik
van minderjarigen wordt afgebeeld?
Vraag 3
Wat is uw reactie op de constatering dat die beelden doorgaans ongewild via advertenties
op pornowebsites verschijnen of via doorkliklinks op sociale media te zien zijn?
Vraag 4
Is dit naar uw oordeel in strijd met de zorgplicht die op grond van nationale en Europese
wetgeving op deze platforms rust?
Vraag 5
Bent u van mening dat jongeren die ongewild te maken krijgen met dergelijke beelden
weten waar zij terecht kunnen voor hulp en acht u de huidige informatievoorziening
hierover voldoende?
Vraag 6
Deelt u de zorg dat blootstelling aan dergelijk beeldmateriaal kan leiden tot psychologische
impact of vervormde beeldvorming over seksualiteit en relaties bij jongeren?
Vraag 7
Welke maatregelen worden genomen om te voorkomen dat jongeren toegang krijgen tot
strafbare of gewelddadige pornografie via online platforms?
Vraag 8
Welke concrete stappen gaat u, naast het bestaande beleid, nemen richting grote sociale
mediaplatforms die hun verantwoordelijkheid niet nemen, om ervoor te zorgen dat dergelijke
beelden niet blijven circuleren?
Vraag 9
In hoeverre kunnen pornoplatforms en sociale-mediabedrijven strafrechtelijk of bestuursrechtelijk
aansprakelijk worden gesteld wanneer zij onvoldoende optreden tegen strafbare content
die op hun platform wordt verspreid en acht u dit instrumentarium voldoende toereikend?
Vraag 10
Bent u bereid om te onderzoeken of aan platforms een actieve en afdwingbare zorgplicht
opgelegd kan worden om strafbare pornografische content te detecteren en te verwijderen,
in plaats van alleen te reageren op meldingen?
Vraag 11
Heeft u inzicht in de gemiddelde doorlooptijd van verwijderverzoeken aan de sociale
mediaplatforms van strafbare en gewelddadige beelden en zo nee, bent u bereid om dit
in kaart te brengen en de Kamer hierover te informeren?
Vraag 12
Op welke manier worden kwetsbare vrouwen beschermd tegen uitbuiting, illegale prostitutie
en andere seksuele misdrijven binnen de porno-industrie en acht u deze bescherming
in de praktijk voldoende?
Vraag 13
Welke rol speelt de Autoriteit Online Terroristisch en Kinderpornografisch Materiaal
bij de aanpak van deze problematiek?
Vraag 14
Bent u bekend met de schriftelijke vragen over misstanden in de porno-industrie en
de motie-Krul over het starten van een WODC-onderzoek naar misstanden in de porno-industrie?2,
3
Vraag 15
Wat is de stand van zaken van dit WODC-onderzoek en wanneer wordt het onderzoek afgerond?
Vraag 16
Deelt u de mening dat er wel degelijk aanleiding is om te vermoeden dat misstanden
plaatsvinden in de Nederlandse porno-industrie, terwijl u dit eerder niet aannemelijk
achtte op basis van een korte en beperkte verkenning?
Vraag 17
Zijn er inmiddels signalen bij u, hulpverleningsinstanties of de Arbeidsinspectie
bekend van mogelijke misstanden in de porno-industrie, zoals mogelijke mensenhandel
of seksuele uitbuiting? En zo ja, hoe worden deze opgevolgd?
Indieners
-
Gericht aan
F. van Oosten, minister van Justitie en Veiligheid -
Indiener
Tijs van den Brink, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.