Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Bushoff over het bericht ‘Hoe kwetsbare ouderen slachtoffer worden van commerciële tandartsketens’
Vragen van het lid Bushoff (GroenLinks-PvdA) aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over het bericht «Hoe kwetsbare ouderen slachtoffer worden van commerciële tandartsketens» (ingezonden 17 december 2025).
Antwoord van Minister Bruijn (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) (ontvangen 26 januari
2026)Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 820
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Hoe kwetsbare ouderen slachtoffer worden van commerciële
tandartsketens»1 en wat is daarop uw reactie?
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Hoe kijkt u naar de ontwikkeling dat steeds meer tandheelkundige zorg voor verpleeghuizen
wordt overgenomen door commerciële mondzorgketens in het algemeen en in Groningen
in het bijzonder?
Antwoord 2
In algemene zin ben ik van mening dat financieel gewin nooit de boventoon mag voeren
in de zorg. Het is verwerpelijk als zorgorganisaties worden gekocht door commerciële
partijen om daar, op korte termijn, zoveel mogelijk geld aan te verdienen. Zeker wanneer
daarbij geen oog is voor het belang van patiënt en voor de kwaliteit, betaalbaarheid
en toegankelijkheid van zorg.
Er zijn bij mij geen signalen bekend dat dit overmatig plaatsvindt bij de tandheelkundige
zorg in verpleeghuizen in Groningen. Het kan voorkomen dat er verschillen bestaan
per locatie tussen het aantal commerciële partijen die zorg verlenen. Dit komt doordat
zorgkantoren voor tandartsenzorg vanuit de Wlz moeten voldoen aan hun zorgplicht.
Door schaarste hebben zorgkantoren niet altijd de ruimte om selectief te zijn in hun
contractering. Wanneer een tandartspraktijk wordt overgenomen door een commerciële
partij en dit de kwaliteit, continuïteit en toegankelijkheid van zorg ten goede komt,
is het een positieve ontwikkeling voor de patiënt en het zorglandschap. Dan kan winstgevendheid
deel uitmaken van een gezonde bedrijfsvoering en leiden tot investeringen in kwaliteit.
Alle organisaties die tandartsenzorg leveren, commercieel en niet-commercieel, moeten
zich aan Nederlandse wet- en regelgeving houden, waaronder de standaarden voor kwalitatief
goede tandartsenzorg. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) ziet toe op de kwaliteit
en veiligheid van de zorg die mondzorgprofessionals leveren. Hiernaast houdt de NZa
toezicht op professionele bedrijfsvoering en goed bestuur van zorgaanbieders.
Vraag 3
Erkent u dat juist in verpleeghuizen, deels bewoont door kwetsbare ouderen, het belang
van betrouwbare zorgverleners met vaste tijden, vaste gezichten en de juiste apparatuur
en expertise essentieel is?
Antwoord 3
Ik erken voor iedereen – dus ook voor kwetsbare ouderen in het verpleeghuis – het
belang van betrouwbare zorgverleners met de juiste expertise en apparatuur. De dagelijkse
mondzorg (hulp bij schoonhouden van het gebit/poetsen en dergelijke) in het verpleeghuis
is onderdeel van de dagelijkse zorgverlening en zal ook zo veel mogelijk door een
vast team van zorgmedewerkers worden uitgeoefend. Het is van belang dat er daarnaast
ook een goede samenwerking is met de professionele mondzorgverleners voor de tandheelkundige
zorg waarbij uiteraard ook de juiste apparatuur en expertise wordt ingezet. De IGJ
houdt daar ook toezicht op.
Vraag 4
In hoeverre ziet u paralellen tussen de casus Co-Med en Vitadent, zoals beschreven
in het artikel van EenVandaag?2
Antwoord 4
Ik ben onvoldoende bekend met Vitadent en hun werkwijze en kan daarom niet aangeven
of er paralellen zijn tussen de casus Co-Med en Vitadent. Het is aan de onafhankelijke
toezichthouders en inkopende partijen (in dit geval zorgkantoren) om toe te zien op
de kwaliteit en het rechtmatig declareren van een specifieke aanbieder.
Vraag 5
Hoe kijkt u naar de aanbevelingen van hoogleraar geriatrische tandheelkunde Anita
Visser en andere experts voor zinnige tandartszorg: lagere tarieven voor laagopgeleide
zorgverleners, hogere voor specialisten; verbod op winstbejag, samenwerking met lokale
mondzorgprofessionals die de regio kennen en structurele aandacht voor mondzorg binnen
zorgteams?
Antwoord 5
De NZa stelt op grond van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) prestaties met
bijbehorende tarieven vast. Er is daarbij sprake van functionele bekostiging, hetgeen
betekent dat de NZa niet oplegt wie deze zorg mag leveren. De NZa gaat er daarbij
wel vanuit dat de uitvoerende zorgaanbieder bevoegd en bekwaam is. In de beantwoording
van vraag 2 ben ik al ingegaan op de rol van commerciële partijen binnen de tandartsenzorg.
De IGJ heeft een toetsingskader opgesteld voor mondzorg in de verpleeghuizen. Onderdeel
daarvan is ook structurele aandacht voor de mondzorg binnen mondzorgteams.
Vraag 6
Welke maatregelen bent u bereid te nemen om de perverse prikkels in het systeem tegen
te gaan bijvoorbeeld het meer zorg leveren dan noodzakelijk, zoals ook beschreven
in het EenVandaag artikel van 18 september 2025?3
Antwoord 6
De IGJ houdt toezicht op de mondzorg in verpleeghuizen en heeft daarvoor ook een toetsingskader.
Een onderdeel van dat toetsingskader is multidisciplinaire samenwerking tussen mondzorgprofessionals
en andere bij de zorg betrokken disciplines. De zorgkantoren houden in hun materiële
controles toezicht op de declaraties en hebben in een aantal gevallen ook bedragen
teruggevorderd.
Vraag 7
Bent u van mening dat de huidige regelgeving afdoende is om excessen, zoals meermaals
declareren, tandartsbehandelingen in de slaapkamer en het inzetten van onbevoegd personeel,
tegen te gaan? Zo ja, waarom gebeurt het dan op grote schaal?
Antwoord 7
De IGJ houdt toezicht op de inzet van bevoegd en bekwaam personeel. De zorgkantoren
houden in hun materiële controles toezicht op de declaraties en hebben in een aantal
gevallen ook bedragen teruggevorderd. Het behandelen van cliënten op hun eigen kamer
kan passend zijn, omdat een verplaatsing naar een behandelkamer of mobiele praktijkruimte
voor veel mensen in de doelgroep fysiek en/of psychisch belastend kan zijn. Behandeling
in de vertrouwde omgeving is dan vaak de minst ingrijpende en meest passende vorm
van zorg, waarbij er uiteraard grenzen zijn aan de mogelijkheden om dat ter plekke
te doen. Vooralsnog ben ik van mening dat de huidige regelgeving afdoende is om excessen
tegen te gaan.
Vraag 8
In hoeverre zou het huidige wetsvoorstel Wet integere bedrijfsvoering zorg- en jeugdhulpaanbieders
(Wibz) (Kamerstuk 36 686, nr. 2) de ontwikkeling dat steeds meer tandheelkundige zorg voor verpleeghuizen wordt overgenomen
door commerciële mondzorgketens en de eerder genoemde excessen tegen kunnen gaan?
Antwoord 8
Zonder in te gaan op deze specifieke casus, heeft de toezichthouder op dit moment
de mogelijkheid om bij signalen een onderzoek in te stellen en op basis van de uitkomst
van dit onderzoek kan de NZa eventueel maatregelen opleggen. Naast de bestaande wet-
en regelgeving en het toezicht daarop door de toezichthouders, zijn er verschillende
initiatieven aangekondigd om excessen te voorkomen. Zo is er op 29 januari 2025 het
Wetsvoorstel integere bedrijfsvoering zorg- en jeugdhulpaanbieders (Wibz) naar uw
Kamer gestuurd waarin eisen worden gesteld aan de zorgaanbieder, zoals een verbod
op onverantwoorde risico's bij het aantrekken of terugbetalen van eigen of vreemd
vermogen en worden er voorwaarden aan het uitkeren van winst gesteld4. De NZa houdt hier dan toezicht op. Ik ben mij momenteel aan het herbezinnen op het
wetsvoorstel. De reden om mij te herbezinnen is om te bezien waar het wetsvoorstel
aangescherpt kan worden. Ik informeer de Kamer op korte termijn over de resultaten
hiervan. Ook wordt er gewerkt aan het aanscherpen van de zorgspecifieke fusietoets
(Zft), waarbij de NZa meer mogelijkheden krijgt om fusies en overnames te toetsen
op kwaliteit van zorg, rechtmatig gedrag en de continuïteit van zorg5.
Vraag 9
Hoe verhouden deze schokkende berichten zoals in de vorige vraag beschreven zich tot
uw brief (Kamerstuk 36 686, nr. 7) waarin wordt aangegeven dat de Wibz wordt uitgesteld?
Antwoord 9
In algemene zin hebben zorgaanbieders waarbij financieel gewin de boventoon voert
geen plaats in ons zorglandschap. Met de Wibz wil ik dergelijke praktijken tegengaan.
De reden om mij te herbezinnen op het wetsvoorstel is niet om het wetsvoorstel uit
stellen of de regels te versoepelen, maar juist om het wetsvoorstel verder aan te
scherpen. Ik zal de mogelijkheden voor aanscherping van het wetsvoorstel zo grondig
mogelijk voorbereiden zodat mijn ambtsopvolger op korte termijn een weloverwogen besluit
kan nemen.
Vraag 10
In hoeverre bent u van mening dat het uitvoeringsbesluit WTZi artikel 3.1, aangaande
zorgaanbieders die winstoogmerk mogen hebben, moet worden herzien om verschrikkelijke
scenario’s zoals beschreven in bovenstaand bericht tegen te gaan?
Antwoord 10
Zorgaanbieders zijn van oudsher private organisaties. Winstgevendheid is daarbij noodzakelijk
om te kunnen innoveren en investeren in de zorg en noodzakelijk om onderhoud te kunnen
uitvoeren. Dit komt de zorg ten goede. Dat betekent niet dat financieel gewin de boventoon
mag voeren, zoals dat wel het geval is bij partijen die gericht zijn op snel geld
verdienen. Als tandartspraktijken worden gekocht door commerciële ketens met als voornaamste
doel om daar zoveel mogelijk geld aan te verdienen, zonder dat daarbij oog is voor
het belang van patiënt of voor de kwaliteit, betaalbaarheid en toegankelijkheid van
zorg, dan is dat verwerpelijk. Naar aanleiding van de recente uitspraak van de Raad
van State6 rondom het huidige winstuitkeringsverbod, neem ik dit ook mee in de herbezinning
van de Wibz.
Vraag 11
Neemt u de ontwikkeling dat steeds meer tandheelkundige zorg voor verpleeghuizen wordt
overgenomen door commerciële mondzorgketens en de eerder genoemde excessen mee in
uw herbezinning van de Wibz, zoals beschreven in uw brief (Kamerstuk 36 686, nr. 7)? Zo ja, op welke wijze doet u dat?
Antwoord 11
Zoals aangegeven in de Kamerbrief van 11 december 2025, wordt met de herbezinning
van de Wibz gekeken waar aanscherpingen kunnen plaatsvinden, waarbij ik ook actief
in gesprek ga met verschillende belanghebbenden7. Hierbij worden alle aspecten van het wetsvoorstel betrokken, maar richt ik mij in
het bijzonder op aanvullende mogelijkheden om de bepalingen ten aanzien van winstuitkering
en investeerders in de zorg en jeugdhulp verder aan te scherpen. Hierbij wordt ook
aandacht besteed aan het tegengaan van (het gedrag van) kwaadwillende commerciële
partijen.
Ondertekenaars
J.A. Bruijn, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.