Schriftelijke vragen : De militaire campagnes van Syrische regeringstroepen tegen Koerden
Vragen van de leden Piri (GroenLinks-PvdA), Van der Werf (D66) en Boswijk (CDA) aan de Minister van Buitenlandse Zaken over de militaire campagnes van Syrische regeringstroepen tegen Koerden (ingezonden 26 januari 2026).
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van de militaire campagne door troepen van de Syrische overgangsregering
tegen de Democratische Autonome Administratie van Noord- en Oost-Syrië en van de totale
blokkade van de stad Kobani?1
Vraag 2
Kwalificeert het kabinet het volledig afsluiten van een bevolking van water, elektriciteit
en internet als een oorlogsmisdaad? Zo nee, waarom niet?
Vraag 3
Op welke manier oefent het kabinet, eventueel in samenwerking met de Europese Unie
(EU), druk uit op de Syrische regering om de blokkade van Kobani en de gewapende strijd
tegen de Koerden onmiddellijk te stoppen?
Vraag 4
Hoe beoordeelt u de recente acties van de Syrische overgangsregering en de aan haar
gelieerde milities ten aanzien van de Syrian Democratic Forces in Noord-Syrië?
Vraag 5
Maakt het kabinet zich zorgen over mogelijke slachtpartij tegen Koerden, na de gebeurtenissen
in Suweida tegen Druzen en in de kustregio tegen Alawieten? Zo nee, waarom niet?
Vraag 6
Kan het kabinet bevestigen dat Turkije een actieve rol speelt bij de militaire campagne
tegen de Koerden, onder meer door financiering en opleiding van de Syrische strijdkrachten
en het gebruik van drones bij ernstige mensenrechtenschendingen, alsook het uitoefenen
van diplomatieke druk?
Vraag 7
Is het kabinet ervan op de hoogte dat het Syrische leger jihadistische elementen,
voormalige ISIS en Al Qaeda strijders bevat en er inmiddels voldoende bewijzen zijn
dat onderdelen van het leger en aan Damascus gelieerde milities zich schuldig hebben
gemaakt aan ernstige mensenrechtenschendingen? Zo nee, op welke manier vergaart het
kabinet informatie over de situatie in Syrië?
Vraag 8
Erkent het kabinet de belangrijke rol die de Koerdische strijdkrachten hebben gespeeld
bij het verslaan van ISIS en het ontmantelen van het IS kalifaat, en het bewaken van
9.000 IS gevangenen? Zo ja, voelt het kabinet dan ook de verplichting om nu de Koerden
bij te staan?
Vraag 9
Hoe beoordeelt het kabinet de veiligheidssituatie nu een aantal IS-gevangenissen zijn
overgenomen door het Syrische leger en ook honderden IS-strijders lijken te zijn ontsnapt/bevrijd?
Op welke manier vormt dit een veiligheidsrisico voor Nederland?
Vraag 10
Deelt het kabinet de mening dat het verankeren van autonomie, erkenning van culturele
en politieke rechten in de nieuwe Syrische Grondwet voor Koerden en andere minderheden
in Syrië essentieel zijn om vrede te bewaren? Zo nee, waarom niet?
Vraag 11
In de Koerdische regio Rojava worden de rechten van vrouwen gewaarborgd en is er in
het bestuur en de rechtspraak sprake van gelijkwaardigheid tussen man en vrouw, welke
concrete stappen neemt het kabinet om deze gelijkwaardigheid te beschermen?
Vraag 12
Welke invloed heeft het recente handelen van de Syrische autoriteiten op eventuele
normalisatie van relaties tussen Syrië enerzijds, en Nederland en de EU anderzijds?
Vraag 13
Op welke manier levert het kabinet druk uit binnen de EU om de voorwaarden voor hulpgelden
streng na te leven? En vindt het kabinet dat de voorwaarden op dit moment door het
Syrische regime voldoende worden nageleefd?
Vraag 14
Op welke manier heeft u de aangenomen motie Piri uitgevoerd, die het kabinet verzocht
in alle contacten met Syrische autoriteiten aan te blijven dringen op onafhankelijke
monitoring, berechting van misdaden en de bescherming van minderheden?2
Vraag 15
In het licht van alle aanvallen tegen minderheden, waarom heeft u besloten om geen
aanvullende middelen vrij te maken voor het Syrische Observatorium voor de Mensenrechten,
waar de aangenomen motie Piri c.s. om verzocht?3 Bent u bereid uw besluit te herzien? Zo nee, waarom niet?
Vraag 16
Wat vindt u van het einde van de Amerikaanse steun aan de Koerden, na vijftien jaar
bondgenootschap in de strijd tegen IS?
Vraag 17
Heeft u in de afgelopen weken contact gehad met de Koerdische diaspora in Nederland
en geluisterd naar hun zorgen? Zo nee, bent u bereid dat te doen?
Vraag 18
Kunt u bovenstaande vragen elk afzonderlijk beantwoorden?
Indieners
-
Gericht aan
D.M. van Weel, minister van Buitenlandse Zaken -
Indiener
Kati Piri, Kamerlid -
Medeindiener
D.G. Boswijk, Tweede Kamerlid -
Medeindiener
Hanneke van der Werf, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.