Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Van Duijvenvoorde over het structureel voorrang verlenen aan militaire transporten op het spoor ten koste van regulier reizigers- en goederenvervoer
Vragen van het lid Van Duijvenvoorde (FVD) aan de Minister van Infrastructuur en Waterstaat over het structureel voorrang verlenen aan militaire transporten op het spoor ten koste van regulier reizigers- en goederenvervoer (ingezonden 15 december 2025).
Antwoord van Staatssecretaris Aartsen (Infrastructuur en Waterstaat) (ontvangen 23 januari
2026)
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Leger krijgt in 2026 voorrang: «Treinen rijden de komende twee uur niet, want er
is een militair transport»?1
Antwoord 1
Ja, daarmee ben ik bekend.
Vraag 2
Bent u bekend met de Kamerbrief van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat
van 13 oktober 2025 over weerbaarheid en militaire mobiliteit per spoor (Kamerstuk
30 821, nr. 321)?
Antwoord 2
Ja, daarmee ben ik bekend.
Vraag 3
Klopt het dat het kabinet voornemens is om militaire transporten op het spoor vanaf
eind 2026 structureel voorrang te geven boven het reguliere personen- en goederenvervoer,
ook indien dit leidt tot het urenlang stilleggen van treinverbindingen voor reizigers?
Antwoord 3
Nee, dat klopt niet. Er is alleen sprake van voorrang voor militaire transporten in
specifieke situaties. In de nu voorliggende wijziging wordt voorgesteld om militaire
transporten op het spoor voorrang te geven als ze urgent zijn en er geen ad hoc capaciteit
(reservecapaciteit op het spoor) beschikbaar is.
Vraag 4
Kunt u bevestigen dat deze prioritering geen tijdelijke noodmaatregel betreft, maar
een structurele beleidswijziging die wordt verankerd via een wijziging van het Besluit
Capaciteitsverdeling, zoals aangekondigd in de voornoemde Kamerbrief?
Antwoord 4
In de nu voorliggende wijziging wordt voorgesteld om militaire transporten op het
spoor voorrang te geven als ze urgent zijn en er geen ad hoc capaciteit (reservecapaciteit
op het spoor) beschikbaar is. Hiervoor wordt het Besluit capaciteitsverdeling aangepast.
Vraag 5
Hoe verhoudt deze maatregel zich tot de wettelijke zorgplicht van de overheid om te
voorzien in betrouwbare, toegankelijke en voorspelbare mobiliteit voor burgers, studenten
en forenzen?
Antwoord 5
Het belang van betrouwbaar en toegankelijk openbaar vervoer blijft een uitgangspunt
van mijn beleid. Daar doet dit wijzigingsbesluit niets aan af. In het wijzigingsbesluit
is aangegeven in welke specifieke situaties militaire transporten voorrang kunnen
krijgen. In de nu voorliggende wijziging wordt voorgesteld om militaire transporten
op het spoor voorrang te geven als ze urgent zijn en er geen ad hoc capaciteit (reservecapaciteit
op het spoor) beschikbaar is. Het valt niet uit te sluiten dat reizigers dit merken,
al zal het om uitzonderlijke situaties gaan.
Vraag 6
Acht u het aanvaardbaar dat reizigers zonder reëel alternatief geconfronteerd kunnen
worden met de mededeling dat «treinen de komende twee uur niet rijden» vanwege een
militair transport?
Antwoord 6
Als er sprake is van een urgent militair transport zoekt ProRail naar de minst ingrijpende
maatregel om dit transport te laten rijden. Er wordt dus geprobeerd de overlast voor
reizigers en vervoerders2 zo beperkt mogelijk te houden. Daarnaast zullen de militaire transporten plaatsvinden
op een beperkt aantal corridors. Treinen op andere routes zullen daardoor grotendeels
kunnen blijven rijden. Daardoor hebben reizigers in een aantal gevallen de mogelijkheid
te reizen via een alternatieve route. Gezien de huidige geopolitieke situatie vind
ik daarmee de nu voorgestelde wijziging zeer aanvaardbaar.
Vraag 7
Op basis van welke concrete dreigingsanalyse acht het kabinet deze maatregel noodzakelijk
en kan deze analyse openbaar met de Kamer worden gedeeld?
Antwoord 7
Deze maatregel wordt noodzakelijk geacht gezien de ervaringen die de afgelopen jaren
zijn opgedaan met militaire transporten via het spoor door de ministeries van Defensie
en IenW en de oplopende geopolitieke spanningen die mogelijk leiden tot meer militaire
transporten. Uit die ervaringen is gebleken dat het spoorstelsel in Nederland niet
voldoende is voorbereid op een mogelijke toename van militaire transporten en dat
in de huidige regels geen mogelijkheid bestaat om voldoende capaciteit voor militaire
transporten te verzekeren.
Vraag 8
Klopt het dat deze beleidswijziging mede voortvloeit uit NAVO-verplichtingen, waaronder
Host Nation Support, en uit internationale afspraken over militaire corridors richting
Oost-Europa, zoals de North Sea-Baltic Corridor?
Antwoord 8
Ik acht deze maatregel noodzakelijk gezien de ervaringen die de afgelopen jaren zijn
opgedaan met militaire transporten via het spoor door de ministeries van Defensie
en IenW. Uit die ervaringen is gebleken dat het spoorstelsel in Nederland niet voldoende
is voorbereid op een mogelijke toename van militaire transporten. Oplopende geopolitieke
spanningen in Europa leiden mogelijk tot meer militaire transporten. Nederland is
daarbij een belangrijk doorvoerland voor Host Nation Support en ligt aan het begin
van de North Sea-Baltic Corridor.
Vraag 9
In hoeverre betekent het streven naar een zogenoemd «militair Schengen» dat nationale
besluitvorming over het gebruik van vitale civiele infrastructuur, zoals het spoor,
wordt verschoven naar het internationale niveau?
Antwoord 9
Er wordt op dit moment in Europees verband gewerkt aan diverse afspraken in het kader
van militaire paraatheid. Binnen deze afspraken staat de harmonisatie van procedures
en wet- en regelgeving centraal. Hoe deze afspraken vorm krijgen, wordt nu besproken.
De Kamer wordt via BNC-fiches steeds nauw betrokken bij de Nederlandse inzet in de
gesprekken over deze afspraken.
Vraag 10
In hoeverre wordt het Nederlandse civiele spoor hiermee feitelijk ingezet als logistieke
schakel in internationale militaire operaties, waaronder vervoer van materieel richting
Oekraïne, zoals ook in de Kamerbrief wordt benoemd?
Antwoord 10
Het Nederlandse spoor wordt al jaren gebruikt voor het vervoer van reizigers en voor
het vervoer van een heel scala aan goederen, zowel nationaal als internationaal, en
zowel civiel als militair.
Daar verandert de nu voorliggende wijziging van het Besluit capaciteitsverdeling ten
principale niets aan.
Vraag 11
Acht u het wenselijk dat vitale civiele infrastructuur structureel ondergeschikt wordt
gemaakt aan internationale militaire agenda’s?
Antwoord 11
Het Nederlandse spoor wordt al jaren gebruikt voor het vervoer van reizigers en voor
het vervoer van een heel scala aan goederen, zowel nationaal als internationaal, en
zowel civiel als militair.
Daar verandert de nu voorliggende wijziging van het Besluit Capaciteitsverdeling niets
aan. Er is derhalve geen sprake van structureel ondergeschikt maken. In de nu voorliggende
wijziging wordt voorgesteld om militaire transporten op het spoor voorrang te geven
als ze urgent zijn en er geen ad hoc capaciteit (reservecapaciteit op het spoor) beschikbaar
is.
Vraag 12
Waarom wordt er niet primair ingezet op alternatieven die de maatschappelijke hinder
beperken, in plaats van het stilleggen van regulier reizigersvervoer?
Antwoord 12
In de nu voorliggende wijziging wordt voorgesteld om militaire transporten op het
spoor voorrang te geven als ze urgent zijn en er geen ad hoc capaciteit (reservecapaciteit
op het spoor) beschikbaar is. Het valt niet uit te sluiten dat reizigers dit merken,
al zal het om uitzonderlijke situaties gaan en zal worden geprobeerd om de hinder
voor reizigers en vervoerders zo minimaal mogelijk te laten zijn. Als onderdeel van
de militaire mobiliteitsopgave wordt overigens ingezet op dual-use investeringen die,
naast de militaire doeleinden, ook bijdragen aan het reguliere personen- en goederenvervoer.
Zo dragen deze investeringen niet alleen bij aan onze veiligheid, maar ook aan onze
economie. Voorbeelden zijn investeringen in voldoende spoorcapaciteit in de havens,
zoals de recente investeringen in de verplaatsing van het emplacement IJsselmonde
en in Kijfhoek. Ook het investeren in het kunnen rijden met 740 meter lange goederentreinen
is zowel voor Defensie als voor het commerciële spoorgoederenvervoer belangrijk.
Vraag 13
Klopt het dat een voorganger van de huidige Staatssecretaris eerder nog stelde dat
voorrang voor militaire transporten «op gespannen voet» staat met andere maatschappelijke
belangen en kunt u delen wat er inhoudelijk is veranderd waardoor deze bezwaren nu
worden losgelaten?
Antwoord 13
Het klopt dat in de consultatieversie van een vorige wijziging van het Besluit capaciteitsverdeling
werd voorgenomen om in de jaardienstregeling capaciteit te reserveren t.b.v. militaire
transporten over het spoor. Op dat voorstel zijn veel reacties binnengekomen en daarom
heeft mijn voorganger besloten op zoek te gaan naar een andere manier om te voorzien
in de benodigde capaciteit voor militaire transporten. Dat voorstel zorgde niet voor
de zekerheid die Defensie nodig heeft en kon potentieel wel veel beslag leggen op
capaciteit voor andere typen vervoer. In de nu voorgestelde wijziging is gezocht naar
een balans tussen het beschermen van het belang van de reiziger en de vervoerder en
het belang van het faciliteren van militaire transporten.
Vraag 14
Wie bepaalt in de praktijk of een militair transport als «urgent» wordt aangemerkt,
welke objectieve criteria worden daarbij gehanteerd en welke democratische controle
bestaat hierop?
Antwoord 14
In de nu voorliggende wijziging van het Besluit capaciteitsverdeling worden in de
Nota van Toelichting objectieve criteria genoemd die bepalen of een transport als
urgent kan worden aangemerkt. Dat is aan de orde als sprake is van bijzondere eisen
voor een transport, zoals constante bewaking bij een munitietransport. Ook het dreigingsbeeld
kan aanleiding zijn om een transport aan te merken als urgent. Ook zijn er treinen
die echt op een bepaald moment op een bepaalde plek moeten aankomen. Om voor ProRail
inzichtelijk te maken dat dit het geval is geven de Ministers van Infrastructuur en
Waterstaat en Defensie samen daartoe een verklaring af. De Kamer controleert dit handelen
van beide Ministers.
Vraag 15
Hoe wordt voorkomen dat het begrip «urgent» in de praktijk steeds ruimer wordt geïnterpreteerd,
waardoor structurele prioritering van militair vervoer de norm wordt in plaats van
de uitzondering?
Antwoord 15
In het nu voorliggende wijzigingsbesluit en de bijbehorende Nota van Toelichting wordt
aangegeven wanneer sprake is van een urgent militair transport.
Vraag 16
Kan worden uitgesloten dat de kosten en gevolgen van deze prioritering – waaronder
verstoringen, infrastructurele aanpassingen en capaciteitsverlies – uiteindelijk worden
afgewenteld op reizigers via hogere tarieven of een verslechterde dienstverlening?
Antwoord 16
In de nu voorliggende wijziging wordt voorgesteld om militaire transporten op het
spoor voorrang te geven als ze urgent zijn en er geen ad hoc capaciteit (reservecapaciteit
op het spoor) beschikbaar is. Het valt niet uit te sluiten dat reizigers dit merken,
al zal het om uitzonderlijke situaties gaan. De nu voorliggende wijziging van het
Besluit capaciteitsverdeling leidt niet tot infrastructurele aanpassingen.
Vraag 17
Acht u het wenselijk dat Ministers via uitvoeringsbesluiten, zonder voorafgaande instemming
van de Kamer, kunnen besluiten tot maatregelen met zulke ingrijpende gevolgen voor
het dagelijks leven van burgers?
Antwoord 17
Het kabinet volgt bij dit wijzigingsbesluit de gebruikelijke stappen voor het wijzigen
van wet- en regelgeving. Er is dan ook geen sprake van een besluit dat wordt genomen
zonder dat de Kamer hiervan in kennis wordt gesteld.
Op dit moment ligt de wijziging van het Besluit capaciteitsverdeling hoofdspoorweginfrastructuur
voor ter internetconsultatie. Daarnaast is, zoals gebruikelijk bij dit soort besluiten,
aan de Autoriteit Consument en Markt gevraagd een handhaafbaarheidstoets uit te voeren
en aan ProRail gevraagd om een uitvoerbaarheidstoets te doen.
Dit wijzigingsbesluit wordt na verwerking van de reacties uit de consultatie en de
uitkomsten van de uitvoerbaarheids- en handhaafbaarheidstoetsen voorgehangen bij beide
Kamers der Staten-Generaal. Daarna volgt advisering door de Raad van State. Na inwerkingtreding
van het Besluit kunnen de Ministers van Defensie en Infrastructuur en Waterstaat een
verklaring afgeven als een militair transport voldoet aan de voorwaarden.
Ondertekenaars
A.A. Aartsen, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.