Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Mohandis over de aanwijzingsprocedure voor regionale publieke omroepen
Vragen van het lid Mohandis (GroenLinks-PvdA) aan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over de aanwijzingsprocedure voor regionale publieke omroepen (ingezonden 12 januari 2026).
Antwoord van Minister Moes (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) (ontvangen 23 januari
2026).
Vraag 1
Bent u zich ervan bewust dat het voorkeursadvies van de Friese politiek ten gunste
van Omrop Fryslân1, gevolgd door de aanwijzing op 16 december 2025 door het Commissariaat voor de Media
vooralsnog voor medewerkers, kijkers en luisteraars nog geen duidelijkheid betekent,
doordat de concurrent stichting ORT FRL nog tot eind januari 2026 beroep kan aantekenen
tegen de beslissing van het Commissariaat voor de Media aangezien de beroepsprocedure
nog tot eind maart kan voortduren, terwijl de aanwijzing al op 1 januari 2026 is ingegaan?
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Deelt u de mening dat de huidige procedure voor concessieverlening en aanwijzing bij
de dertien regionale publieke omroepen een ernstige bedreiging voor een gezonde bedrijfsvoering
kan vormen als er daardoor iedere vijf jaar een einde kan komen aan hun bestaan, doordat
deze omroepen dan onvoldoende kunnen vooruitplannen en hun continuïteit ter discussie
komt te staan, met alle gevolgen van dien voor de contracten met leveranciers, voor
onderhoud en met freelancers?
Antwoord 2
De aanwijzingsprocedure voor regionale publieke media-instellingen is geregeld in
de Mediawet 2008. Kerngedachte hierachter is dat het gaat om een (vijfjaarlijkse)
open procedure en dat wie voldoet aan de wettelijke eisen en als het meest geschikt
naar voren komt, wordt aangewezen. Bij aanvang van de verlening is de duur en financiële
omvang van de aanwijzing voor eenieder bekend.
Vraag 3
Welke rol ziet u voor zichzelf bij de aanwijzingsprocedure voor regionale omroepen
indien een nieuweling zich meldt?
Antwoord 3
Ik heb geen rol in de aanwijzingsprocedure voor regionale publieke media-instellingen.
Die bevoegdheid ligt geheel bij het Commissariaat voor de Media die via de Beleidsregel
aanwijzingsprocedure regionale publieke media-instellingen 2024 nadere invulling geeft
aan de procedure. Provinciale staten geven daarbij een advies.
Vraag 4
Mocht men in een regio overstappen naar een nieuwe omroep, wat is er dan geregeld
voor de overgang van onderneming, dus voor de medewerkers en freelancers, voor het
gebouw en voor de kostbare technische voorzieningen?
Antwoord 4
Zie ook het antwoord op vraag 3. Op grond van de Mediawet 2008 is er een systeem van
schaarse vergunningen. Deze vergunningen hebben een vaste looptijd van vijf jaar en
vervallen vervolgens van rechtswege. Inherent aan dit systeem is de kans dat een andere
partij wordt aangewezen als regionale publieke media-instelling.
De Mediawet 2008 voorziet in zo’n geval niet in een overgangsregeling. Wel heeft het
Commissariaat voor de Media in zijn Beleidsregel aanwijzingsprocedure regionale publieke
media-instellingen 2024 opgenomen dat er onder omstandigheden voorzien kan worden
in een korte overgangsperiode tussen de voorgaande aanwijzingsperiode en de nog aan
te vangen aanwijzingsperiode, zodat de overgang van de regionale publieke media-instelling
op de nieuw aangewezen regionale publieke media-instelling in praktische zin goed
kan verlopen. Van de provincie en de betrokken media-instellingen wordt verwacht dat
zij hier onderling afspraken over maken.
De regels van overgang van een onderneming in privaatrechtelijke zin strekken tot
bescherming van werknemers die bij de overgang van ondernemingsactiviteiten zijn betrokken.
De twee betrokken instellingen zouden kunnen besluiten tot een (privaatrechtelijke)
overgang van een onderneming in de zin van artikel 7:662 e.v. BW. Dat staat echter
los van de (publiekrechtelijke) aanwijzing als regionale publieke omroep op grond
van de Mediawet 2008.
Vraag 5
Hoe denkt u over de mogelijkheid dat regionale omroepen taakomroepen zouden worden,
met beleidsplannen en prestatieafspraken, zoals dit ook bij de NPO/NOS/NTR gebeurt?
Antwoord 5
Veel bepalingen in de Mediawet 2008 gelden voor alle lagen van de publieke omroep;
lokaal, regionaal en landelijk. Zo geldt voor alle lagen dat zij geacht worden de
publieke mediaopdracht, zoals neergelegd in artikel 2.1 van de Mediawet 2008, uit
te voeren. Zowel voor de RPO als de NPO geldt daarnaast dat zij een concessiebeleidsplan
indienen en dat er een prestatieovereenkomst wordt gesloten.
Verschil tussen deze lagen is dat de landelijke publieke omroep op dit moment twee
zogeheten «taakomroepen» kent met een vaste plek in het bestel, NTR en NOS, aan wie
het verzorgen van specifiek aanbod, als nadere invulling van de publieke mediaopdracht
is opgedragen. De NPO is geen taakomroep.
De regionale laag kent dergelijke taakomroepen op dit moment niet. Het feit dat regionale
publieke omroepen beleidsplannen maken en dat er met hen prestatieafspraken gemaakt
worden, staat daarbij los van het feit of zij wel of geen taakomroep zijn. Hier zijn
geen wijzigingen in voorzien.
Vraag 6
Kunt u deze vragen beantwoorden vóórafgaand aan het wetgevingsoverleg over de mediabegroting
van 26 januari 2026?
Antwoord 6
Hiermee beantwoord ik uw vragen voordat dit wetgevingsoverleg plaatsvindt.
Ondertekenaars
G. Moes, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.