Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Ceder over de protesten in Iran
Vragen van het lid Ceder (ChristenUnie) aan de Minister van Buitenlandse Zaken over de protesten in Iran (ingezonden 12 januari 2026).
Antwoord van Minister Van Weel (Buitenlandse Zaken) (ontvangen 22 januari 2026).
Vraag 1 en 2
Hoe luidt uw reactie op de protesten tegen het regime van Iran, waar onder meer Euronews
over bericht?1
Deelt u de mening dat deze protesten steun verdienen van de Nederlandse regering?
Is de premier bereid om per direct steun uit te spreken voor het Iraanse volk en alle
pogingen om de vreedzame protesten te onderdrukken te veroordelen? Zo nee, waarom
niet?
Antwoord 1 en 2
Het kabinet staat pal achter het Iraanse volk en diens recht op vrijheid van meningsuiting,
vereniging en vreedzaam protest. De situatie in Iran is ernstig: vreedzame demonstranten
worden met harde hand onderdrukt en er zijn al vele dodelijke slachtoffers gevallen.
Het kabinet roept het Iraanse regime dan ook dringend op het geweld te staken, alle
onterecht gevangengenomen personen vrij te laten en de toegang tot het internet volledig
te herstellen.
Vraag 3
Deelt u de mening dat de protesten steun verdienen van de Europese Unie (EU)? Bent
u bereid om in EU-verband te pleiten voor een gezamenlijk statement? Zo nee, waarom
niet?
Antwoord 3
Op 9 januari jl. is een verklaring uitgegaan waarin de EU haar solidariteit uitspreekt
met het Iraanse volk in hun legitieme streven naar een beter leven, vrijheid en waardigheid.
In de verklaring veroordeelt de EU het gebruik van geweld, willekeurige arrestaties
en intimidatie door veiligheidstroepen tegen demonstranten, en roept op tot de onmiddellijke
vrijlating van allen die onterecht zijn vastgehouden. Daarnaast dringt de EU er bij
de Iraanse autoriteiten op aan hun internationale verplichtingen na te komen, fundamentele
vrijheden te respecteren en de toegang tot informatie, inclusief internettoegang,
te herstellen.
Daarenboven zet het kabinet zich in voor verdere mensenrechtensancties tegen Iran
en voor de terrorisme-listing van de Islamitische Revolutionaire Garde.
Vraag 4
Op welke manier zet u zich er voor in, ook in EU-verband, dat Iraniërs hun grondrechten,
zoals het recht op vrije meningsuiting en vergadering, kunnen uitoefenen? Bent u bereid
om uw inzet hierop te vergroten? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 4
De mensenrechtensituatie in Iran is al lange tijd zorgwekkend. Nederland zet zich
actief en structureel in voor de mensenrechten in Iran, zowel vóór als achter de schermen.
Nederland is bovendien al langer van mening dat de Islamitische Revolutionaire Garde
op de EU-terreurlijst thuishoort en dat er sancties moeten worden opgelegd aan personen
en organisaties die mensenrechten schenden en de bevolking onderdrukken, onder meer
door communicatiekanalen af te sluiten.
Vraag 5
Kunt u deze vragen beantwoorden vóór het commissiedebat op 13 januari 2026 van de
Raad Buitenlandse Zaken van 29 januari 2026?
Antwoord 5
De vragen zijn zo spoedig mogelijk beantwoord.
Ondertekenaars
D.M. van Weel, minister van Buitenlandse Zaken
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.