Verslag commissie Verzoekschriften en de Burgerinitiatieven : Verslag van de commissie voor de Verzoekschriften en de Burgerinitiatieven over het verzoekschrift van de heer N. inzake het verwijderen van een signalering in het Schengen Informatiesysteem
36 615 Verslagen van de commissie voor de Verzoekschriften en de Burgerinitiatieven
Nr. 12
VERSLAG VAN DE COMMISSIE VOOR DE VERZOEKSCHRIFTEN EN DE BURGERINITIATIEVEN OVER HET
VERZOEKSCHRIFT VAN DE HEER N. INZAKE HET VERWIJDEREN VAN EEN SIGNALERING IN HET SCHENGEN
INFORMATIESYSTEEM
Vastgesteld 20 januari 2026
Inleiding
Dit verslag bevat de behandeling door de commissie voor de Verzoekschriften en de
Burgerinitiatieven (hierna: de commissie) van het verzoekschrift van de heer N. (hierna:
verzoeker) inzake het verwijderen van een signalering in het Schengen Informatiesysteem
(hierna: het SIS).
Achtereenvolgens wordt ingegaan op het verzoek en de daarbij horende feiten, de tijdens
de inlichtingenfase ontvangen informatie van de Minister van Asiel en Migratie, het
oordeel van de commissie naar aanleiding van de inlichtingenfase en tot slot het voorstel
van de commissie aan de Kamer.
Verzoek inclusief feitencomplex
Verzoeker heeft op 28 juni 2025 een verzoekschrift ingediend bij de commissie, waarin
hij aangeeft dat hij in 2022 een asielaanvraag heeft gedaan in Nederland en dat deze
is afgewezen. Op dit moment verblijft verzoeker in een andere EU-lidstaat en heeft
aldaar een verblijfsvergunning aangevraagd wegens werk. Deze vergunning wordt echter
geweigerd totdat een signalering met betrekking tot verzoeker in het SIS in Nederland
is verwijderd.
Verzoeker heeft voor de voornoemde verwijdering contact opgenomen met de Immigratie-
en Naturalisatiedienst (hierna: de IND). De IND heeft verzoeker vervolgens doorverwezen
naar de politie. De politie verwijst echter weer terug naar de IND, omdat de IND over
de inhoud van de signalering gaat; de politie heeft alleen het beheer over het SIS.
Verzoeker verzoekt de Kamer om hulp bij het verwijderen van de signalering in het
SIS, nu de IND en de politie naar elkaar verwijzen en verzoeker nog geen reactie heeft
gehad van een van beide organisaties op zijn verzoek tot verwijdering.
Inlichtingenfase
De commissie heeft de Ministers van Asiel en Migratie en van Justitie en Veiligheid
gezamenlijk om inlichtingen verzocht. In de verzoekbrief van 11 september 2025 is
gevraagd om in het bijzonder in hun inlichtingen in te gaan op de vraag welke instantie
bevoegd is om gegevens uit het SIS te verwijderen – de IND of de politie – en hoe
de procedure vervolgens verloopt bij het verwijderen van een signalering die is geplaatst
in het SIS, omdat in de zaak van verzoeker de IND en de politie naar elkaar verwijzen.
De commissie is namelijk van oordeel dat het voor burgers duidelijk moet zijn bij
welke instantie zij een aanvraag tot het verwijderen van informatie uit het SIS kunnen
indienen, hoe vervolgens de procedure tot het verwijderen van informatie verloopt
en dat deze aanvraag voortvarend wordt opgepakt.
Bij brief van 13 oktober 2025 zijn de inlichtingen vertrouwelijk verstrekt door de
Minister van Asiel en Migratie (hierna: de Minister). De Minister gaat allereerst
in op de taken van de IND in relatie tot het SIS. De Minister geeft aan dat de IND
tot taak heeft om twee specifieke signaleringen op te nemen in en te verwijderen uit
het SIS:
1. Signaleringen betreffende terugkeer. Het gaat hierbij om een signalering naar aanleiding
van een terugkeerbesluit, waarin staat dat het verblijf in Nederland voor een vreemdeling
illegaal is en de vreemdeling opgedragen wordt de EU te verlaten.
2. Signalering betreffende weigering toegang en verblijf. Het gaat hierbij om maatregelen
waarmee een vreemdeling voor een bepaalde periode uit Nederland of een andere EU-lidstaat
wordt geweerd, zoals bij een inreisverbod.
De Minister vervolgt zijn brief met het toelichten van drie verschillende wijzen waarop
een signalering wordt verwijderd uit het SIS door de IND:
1. Een signalering betreffende terugkeer wordt verwijderd als de vreemdeling is uitgereisd
uit het EU-grondgebied en zijn vertrek bij de IND bekend is. Een signalering betreffende
weigering toegang en verblijf wordt verwijderd als het vertrek van de vreemdeling
bij de IND bekend is en de duur van het opgelegde inreisverbod is verstreken.
2. Een signalering wordt verwijderd als een EU-lidstaat de vreemdeling verblijfsrecht
heeft toegekend en de Nederlandse autoriteiten hierover zijn geïnformeerd.
3. Een vreemdeling kan zelf om verwijdering verzoeken bij de IND. Hoewel een dergelijk
verzoek vormvrij is, staat op de website van de IND1 een formulier daarvoor. Op de website worden de voorwaarden voor verwijdering genoemd
evenals de documenten die benodigd zijn voor het verzoek. De IND moet dan binnen acht
weken een beslissing nemen op het verzoek. De Minister geeft aan dat er op dit moment
wel een voorraad is met dergelijke verzoeken en dat de IND werkt aan het vergroten
van de behandelcapaciteit.
In zijn inlichtingen geeft de Minister vervolgens aan dat een vreemdeling die gesignaleerd
staat, een verzoek tot het verwijderen van onrechtmatig opgeslagen gegevens kan doen
bij de privacyfunctionaris van de politie. Als het gaat om het verwijderen van de
twee hiervoor genoemde signaleringen zelf – de signalering betreffende terugkeer en
de signalering betreffende weigering toegang en verblijf – is de IND echter verantwoordelijk.
Indien een verzoek tot verwijdering van deze signaleringen bij de politie binnenkomt,
zal zij het verzoek doorsturen naar de IND.
De Minister geeft aan dat in de kwestie van verzoeker de signalering verband houdt
met een inreisverbod. Verzoeker heeft op 8 april 2025 een verzoek tot verwijdering
van de signalering gedaan bij de politie. De politie heeft dit verzoek naar de IND
doorgestuurd, omdat de IND over een dergelijk verzoek moet oordelen.
De Minister schrijft dat verzoeker op 10 april 2025 een verzoek tot verwijdering van
de signalering heeft ingediend bij de IND. Op 9 september 2025 heeft verzoeker een
negatief besluit daarop ontvangen van de IND, omdat verzoeker niet voldoet aan de
voorwaarden voor de opheffing van zijn inreisverbod.
Ten slotte geeft de Minister aan dat hij het betreurt dat het voor verzoeker niet
duidelijk was waar hij zijn verzoek tot verwijdering van de signalering moest indienen.
Hij geeft aan dat de IND zo goed als mogelijk informatie over dergelijke verzoeken
tracht te verstrekken via zijn website.2
Verzoeker is vervolgens per brief van 3 november 2025 verzocht om een reactie te geven
op de inlichtingen van de Minister. Aan hem is gevraagd om uiterlijk 1 december 2025
deze reactie toe te sturen of, indien hij geen reactie wenst te geven, dit ook voor
die datum aan te geven. Verzoeker heeft echter niets meer van zich laten horen ondanks
herhaaldelijk rappel. Daarom is niet om nadere inlichtingen van de Minister gevraagd.
Oordeel van de commissie
De commissie kan het betoog van de Minister volgen. Nu aan het verzoek van verzoeker
is voldaan – verzoeker heeft immers op 9 september 2025 een besluit van de IND ontvangen
– en verzoeker verder heeft afgezien van communicatie met de commissie, is de commissie
van oordeel dat het verzoekschrift afdoende is behandeld.
Voorstel aan de Kamer
Er is geen aanleiding om een voorstel aan de Kamer te doen.
De fungerend voorzitter van de commissie, Van Houwelingen
Adjunct-griffier van de commissie, Paauwe
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
Pepijn van Houwelingen, Tweede Kamerlid -
Mede ondertekenaar
B.A. Paauwe, adjunct-griffier