Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Flach over het niet verlengen van de pilot mineralenconcentraat
Vragen van het lid Flach (SGP) aan de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over het niet verlengen van de pilot mineralenconcentraat (ingezonden 12 december 2025).
Antwoord van Minister Wiersma (Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur) (ontvangen
20 januari 2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 836
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van de zorgen over het niet verlengen van de pilot mineralenconcentraat?1
Antwoord 1
Deze zorgen zijn mij bekend.
Vraag 2
Vanaf wanneer kunnen Renure-producten worden toegepast?
Antwoord 2
In het Nitraatcomité van 19 september jl. is positief geadviseerd over de door de
Europese Commissie voorgestelde toelating van Renure-producten als kunstmestvervanger
binnen de Europese Unie. Tot en met 8 januari konden de Raad en het Europees parlement
nog bezwaar maken. Dit is niet gebeurd, zodat de Europese Commissie het voorstel zal
vaststellen. Momenteel wordt er gewerkt aan de voorbereiding van de implementatie.
De internetconsultatie over dit voorstel is 8 december gesloten. Ik zal op korte termijn
de concept regeling voor Renure ter notificatie aanbieden aan de Europese Commissie.
De verwachting is dat de daadwerkelijke implementatie in de nationale regelgeving
in het tweede kwartaal van 2026 zal plaatsvinden.
Vraag 3
Deelt u de analyse dat ook de omschakeling naar Renure in bedrijfsprocessen tijd nodig
heeft?
Antwoord 3
De analyse dat de omschakeling naar Renure in bedrijfsprocessen tijd nodig heeft deel
ik. De in het antwoord op vraag 2 genoemde regeling voor Renure is in internetconsultatie
geweest, waarmee de producenten kennis hebben kunnen nemen van de voorgenomen plannen
en hiermee de eerste voorbereidingen kunnen gaan treffen.
Vraag 4
Deelt u de analyse dat het niet verlengen van de pilot mineralenconcentraat, terwijl
er nog geen Renure-producten kunnen worden toegepast, risico’s met zich meebrengt
voor onder meer de bedrijfsprocessen van betrokken bedrijven?
Antwoord 4
Deze analyse deel ik. Om geen gat te laten vallen in de productie tussen het einde
van de pilot en de daadwerkelijke toelating van Renure en de continuïteit binnen de
keten te waarborgen heb ik voorzien in een overgangssituatie. Op 19 december jl. heb
ik uw kamer hierover geïnformeerd (Kamerstuk 33 037, nr. 636).
Vraag 5
Bent u bereid de pilot mineralenconcentraat te verlengen tot Renure in de praktijk
toepasbaar is?
Antwoord 5
Ja, zoals ik in mijn brief van 19 december 2025 (Kamerstuk 33 037, nr. 636) heb aangegeven heb ik voorzien in een overgangssituatie tussen de pilot mineralenconcentraat
en de inwerkingtreding van de algemene Nederlandse regelgeving voor producenten en
afnemers van Renure-meststoffen die in 2025 deelnamen aan de pilot. Hetzelfde geldt
voor de pilot Kunstmestvrije Achterhoek uit het 7e actieprogramma.
Deze overgangssituatie geldt vanaf het einde van de bezwaarperiode van de Raad en
het Europees parlement (8 januari) tot 6 weken na inwerkingtreding van de Renure-regeling,
of – als dat eerder is – tot het moment dat de producent is geregistreerd of gecertificeerd.
Daarbij gelden de voorwaarden en voorschriften van de eerdere pilots, de voorwaarden
uit de aangepaste Nitraatrichtlijn én van de notificatieversie van de beoogde Renure-implementatieregeling.
Dit betekent dat al voor inwerkingtreding van de Renure-regeling mineralenconcentraat
in lijn met het voorstel voor Renure, tot maximaal 80 kilogram stikstof per hectare
mag worden gebruikt bovenop de norm voor stikstof uit dierlijke mest. Het mineralenconcentraat
dat voor inwerkingtreding van de Renure-regeling wordt gebruikt telt daarbij mee voor
de 80 kilogram Renure die per kalenderjaar en per hectare bovenop de gebruiksnorm
dierlijke mest mag worden gebruikt, als de nationale regeling die uitvoering geeft
aan de Europese Renuretoelating (de Renure-implementatieregeling) in werking is getreden.
De producenten van mineralenconcentraat blijven tijdens de overgangsperiode mestcode
120 gebruiken voor het melden van het transport in rVDM.
De voornoemde deelnemers aan de pilots zijn nader geïnformeerd over de exacte voorwaarden.
Ondertekenaars
F.M. Wiersma, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.