Schriftelijke vragen : De misstanden en onveiligheid in het wooncomplex Stek Oost met statushouders
Vragen van de leden Clemminck en Ceulemans (beiden JA21) aan de Ministers van Asiel en Migratie en voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening over de misstanden en onveiligheid in het wooncomplex Stek Oost met statushouders. (ingezonden 20 januari 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met de berichtgeving over Stek Oost, waaronder de artikelen in het Parool
en op AT5 waaruit blijkt dat woningcorporatie Stadgenoot al jaren wil stoppen met
het gemengd wonen van statushouders en jongeren in Stek Oost vanwege ernstige onveiligheid,
maar dat de gemeente Amsterdam dit heeft tegengehouden?1
2
Vraag 2
Kunt u een volledig feitenrelaas geven over de situatie in Stek Oost sinds de start
in 2018, inclusief het aantal bewoners (onderscheid statushouders/jongeren) per jaar,
de aard en ernst van de incidenten, het aantal meldingen bij politie, het aantal aangiften
en het aantal huisuitzettingen?
Vraag 3
Klopt het dat er in een periode van circa anderhalf jaar minimaal twintig aangiften
zijn gedaan door bewoners en oud-bewoners, onder meer wegens aanranding, geweld, steek-
en vechtpartijen, stalking, diefstal, LHBTIQ+-gerelateerde intimidatie en andere vormen
van grensoverschrijdend gedrag? Zo nee, wat zijn dan de exacte aantallen per delictcategorie
sinds de start van het project?
Vraag 4
Hoe beoordeelt u het oordeel van Stadgenoot dat de veiligheid in Stek Oost niet gegarandeerd
kon worden en dat de corporatie daarom heeft willen stoppen met het gemengd wonen
op deze locatie?
Vraag 5
Deelt u de zorg dat de gemeente Amsterdam, door beëindiging van het gemengd wonen
in Stek Oost tegen te houden, de veiligheid van (met name vrouwelijke en LHBTIQ+-)
Nederlandse bewoners en andere omwonenden ondergeschikt heeft gemaakt aan haar eigen
beleidsdoel om statushouders gemengd te huisvesten?
Vraag 6
Heeft u of uw voorgangers signalen ontvangen van Stadgenoot, bewoners, politie, de
Arbeidsinspectie of andere instanties over structurele onveiligheid en overlast in
Stek Oost en vergelijkbare projecten? Zo ja, om welke signalen ging het concreet,
op welke data zijn deze signalen ontvangen en welke acties zijn daarop door het Rijk
ondernomen?
Vraag 7
Kunt u een overzicht geven van alle gemengde wooncomplexen in Nederland waar statushouders
samen met Nederlandse jongeren of andere doelgroepen wonen, uitgesplitst naar gemeente,
omvang (aantal bewoners) en samenstelling (percentage statushouders)?
Vraag 8
In hoeveel van deze complexen zijn de afgelopen vijf jaar incidenten geregistreerd
die betrekking hebben op geweld, zedendelicten, intimidatie/stalking, drugshandel,
ernstige overlast en LHBTIQ+-gerelateerde discriminatie of geweld? Kunt u dit per
complex en per delictcategorie specificeren, inclusief aantallen meldingen en, voor
zover bekend, het aantal incidenten waarbij LHBTIQ+-bewoners betrokken waren als slachtoffer?
Vraag 9
Erkent u dat de combinatie van een grote schaal, een hoge concentratie statushouders
(circa 50% of meer) en een relatief homogene groep statushouders (zelfde herkomstlanden,
leeftijd, alleenstaande mannen) een belangrijke risicofactor is voor onveiligheid
en mislukte integratie, zoals onder meer door Stadgenoot is geschetst? Zo nee, waarom
niet?
Vraag 10
Hoe waarborgt u dat Nederlandse jongeren, studenten en starters niet opnieuw in feitelijk
onveilige pilotprojecten of experimenten terechtkomen, waarbij zij als het ware proefpersonen
zijn voor integratiebeleid en de nadelige gevolgen van verkeerde beleidskeuzes dragen?
Vraag 11
Bent u, gelet op de jarenlange signalen over ernstige onveiligheid in Stek Oost en
andere gemengde wooncomplexen en de waarschuwingen van woningcorporaties, bereid bewoners,
in het bijzonder vrouwelijke en LHBTIQ+-bewoners, die daar slachtoffer zijn geworden
van zedenmisdrijven, geweld, stalking of andere ernstige feiten te compenseren en/of
hen prioritaire toegang tot andere, wél veilige huisvesting te geven, bijvoorbeeld
door hen een vorm van urgentie of voorrang bij herhuisvesting toe te kennen?
Vraag 12
Hoe verhouden de ervaringen en incidenten bij gemengde complexen zoals Stek Oost zich
tot het wetsvoorstel om de voorrang voor statushouders in de sociale huur te schrappen
en gemeenten te stimuleren om «doorstroomlocaties' te openen waar ook andere woningzoekenden
een plek kunnen krijgen? Acht u het, in het licht van de misstanden in Stek Oost en
andere projecten, verantwoord om juist dit type gemengde, tijdelijke woonvormen als
oplossing te presenteren en welke extra waarborgen voor veiligheid, in het bijzonder
voor vrouwen en LHBTIQ+-bewoners, bent u voornemens hierin wettelijk vast te leggen?
Vraag 13
Bent u bereid een onafhankelijke, landelijke evaluatie te laten uitvoeren van alle
gemengde woonprojecten met statushouders, inclusief de veiligheidssituatie en ervaringen
van bewoners, op basis daarvan scenario’s uit te werken waarin met gemengde projecten
wordt gestopt of deze drastisch worden beperkt tot kleinschalige, strikt gereguleerde
initiatieven en de Kamer hierover uiterlijk vóór het zomerreces 2026 te informeren?
Vraag 14
Wilt u deze vragen uiterlijk maandag 2 februari 2026, één voor één beantwoorden?
Indieners
-
Gericht aan
M.C.G. Keijzer, minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
Gericht aan
D.M. van Weel, minister van Asiel en Migratie -
Indiener
Ranjith Clemminck, Kamerlid -
Medeindiener
Simon Ceulemans, Kamerlid