Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Faber over groene boa’s
Vragen van het lid Faber (PVV) aan de Minister van Justitie en Veiligheid over groene boa’s (ingezonden 12 december 2025).
Antwoord van Minister Van Oosten (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 19 januari 2026).
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 784.
Vraag 1
Bent u op de hoogte dat er diverse groene buitengewoon opsporingsambtenaren (boa's)
geen verlenging krijgen voor het gebruik van het dienstpistool omdat dienst Justis
stelt dat er een aparte aanwijzing nodig zou zijn door de provincie?
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Bent u het ermee eens dat het onverantwoordelijk is om een groene boa op pad te sturen
zonder dienstwapen, ook gezien het oordeel van de rechter dat het aannemelijk is dat
op het moment dat je belast bent met handhaving van onder andere wildstroperij het
aannemelijk is dat je met vuurwapens geconfronteerd kunt worden?1
Antwoord 2
Werkgevers van boa’s kunnen op basis van de bevoegdheid en taak van hun boa, zoals
vastgelegd in de akte, een verzoek doen tot toekenning van geweldsmiddelen, mits dit
noodzakelijk is voor de uitvoering van hun taak. Boa’s uit Domein II, waaronder de
groene boa’s, kunnen ook de beschikking krijgen over een vuurwapen. Om aanspraak te
maken op een vuurwapen dient te worden vastgesteld dat de boa bij de uitoefening van
zijn functie in de (onvoorziene) omstandigheid komt te verkeren dat hij of anderen
met onmiddellijk vuurwapengebruik of onmiddellijke dreiging met een vuurwapen wordt
geconfronteerd. Hiervan is bijvoorbeeld sprake bij de handhaving van gewapende stroperij
op basis van de Omgevingswet. In dat geval dient de boa door gedeputeerde staten van
de betreffende provincie, als bestuursorgaan belast met de handhaving van stroperij,
te zijn aangewezen. De provincies zijn dus aan zet om de boa’s aan te wijzen. Ik heb,
vanwege het belang dat uw Kamer en ik hieraan hechten, zoals ook blijkt uit de motie
van de leden Michon-Derkzen en Boswijk2, de provincies hier expliciet op gewezen en zij zijn hier actief mee aan de slag
gegaan. Zo zijn provinciebestuurders hierover de afgelopen maanden in de twee relevante
commissies van het Interprovinciaal Overleg (IPO) geïnformeerd. Het IPO heeft mijn
ministerie laten weten dat provinciebestuurders zich bewust zijn van de noodzaak voor
een aanwijzing en de snelheid die in dat kader gewenst is.
Indien de boa niet is aangewezen en daardoor niet bevoegd is om te handhaven op bijvoorbeeld
gewapende wildstroperij, dan kunnen deze feiten niet tot de taak van de boa behoren
en kan de boa niet op basis van deze feiten aanspraak maken op een vuurwapen. De boa
is in dat geval niet bevoegd en dient zich terug te trekken uit de situatie en de
politie in te schakelen.
Vraag 3
Kunt u uitleg geven waarom groene boa's niet meer bevoegd zijn voor de handhaving
van natuurwetgeving, conform de Omgevingswet, nu de uitvoeringsinstantie van het ministerie,
de dienst Justis, stelt dat een aparte aanwijzing noodzakelijk is?
Antwoord 3
De handhaving van gewapende stroperij, zoals bedoeld in de Omgevingswet, is belegd
bij de gedeputeerde staten van de Provincies. Enkel de boa’s die voor het handhaven
op gewapende stroperij zijn aangewezen door gedeputeerde staten zijn bevoegd hierop
te handhaven en hebben dit daarmee als taak. De provincies zijn dus aan zet om de
boa’s aan te wijzen. Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 2, heb ik de provincies
hier expliciet op gewezen en zijn zij hier actief mee aan de slag gegaan.
Vraag 4
Waarom laat u deze bevoegdheid bij de provincies, zoals geschetst in de Kamerbrief,
en neemt hij niet zelf, mogelijk in samenspraak met de Minister van Natuur en Stikstof,
een aanwijzing Rijksbesluit conform artikel 18.6 Omgevingswet, waardoor alle groene
Boa's bevoegd zijn?
Antwoord 4
Op basis van de Omgevingswet kan enkel gedeputeerde staten deze aanwijzing geven.
De provincies zijn de regisseurs van het groene domein. Zij bepalen vanuit die verantwoordelijkheid
hoe en door wie er handhavend dient te worden. Indien zij het noodzakelijk achten
dat er handhavend wordt opgetreden tegen gewapende stroperij kunnen zij een boa een
aanwijzing geven. Zoals hierboven ook aangegeven heb ik de provincies hier expliciet
op gewezen, zijn provinciebestuurders hierover de afgelopen maanden in de twee relevante
commissies van het IPO geïnformeerd en heeft het IPO mijn ministerie laten weten dat
provinciebestuurders zich bewust zijn van de noodzaak voor een aanwijzing en de snelheid
die in dat kader gewenst is.
Vraag 5
Hoelang duurt het voor dat u maatregelen gaat nemen voor dit urgente probleem, nu
er diverse beroepszaken lopen waarbij groene boa's geen dienstpistool krijgen toegekend
en anderen onbevoegd zouden zijn?
Antwoord 5
In aanvulling op mijn antwoord op vraag 2, werk ik momenteel aan het aanpassen van
de Beleidsregels boa om ervoor te zorgen dat de criteria voor de toekenning van geweldsmiddelen
worden verduidelijkt en er minder discussie ontstaat. De nieuwe criteria zien op de
in de akte vastgelegde rol en taak op basis van de bevoegdheden van de boa in plaats
van op vastgelegde incidenten en eventuele situaties waarbij bewapening wenselijk
was (de zogenaamde kan-bepaling). Niet het aantal processen-verbaal, maar de rol en
taak van de boa zullen leidend zijn in de afweging voor toekenning van geweldsmiddelen.
Ik ben voornemens de aangepaste beleidsregels begin 2026 te publiceren en in te laten
gaan.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
F. van Oosten, minister van Justitie en Veiligheid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.