Schriftelijke vragen : Financiële en personele tekorten voor bescherming tegen spionage en sabotage in de Noordzee
Vragen van het lid Diederik van Dijk (SGP) aan de Minister van Defensie over financiële en personele tekorten voor bescherming tegen spionage en sabotage in de Noordzee (ingezonden 15 januari 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met de recente berichtgeving waarin wordt gesteld dat financiële en
personele tekorten bij de Nederlandse Kustwacht leiden tot verhoogde risico’s op sabotage
en spionage? Hoe reflecteert u op deze verontrustende berichten?1
Vraag 2
Klopt het dat het tekort aan geld en personeel bij de Kustwacht zo nijpend is dat
de dienst tot zeker 2027 niet kan worden ingezet om internet- en elektriciteitskabels,
pijpleidingen en andere infrastructuur op de Noordzee te beschermen tegen sabotage
en spionage?
Vraag 3
Kunt u aangeven of er een causale relatie bestaat tussen het capaciteitstekort bij
de Kustwacht en concrete incidenten, zoals het Russische spionageschip Eagle S dat
twee uur lang ongestoord boven onderzeese kabels bij Terschelling kon varen op 24 november
2023?
Vraag 4
Welke acties onderneemt het kabinet om heel snel een einde te maken aan het gesteggel
over geld tussen de departementen die betrokken zijn bij het Programma Bescherming
Noordzee Infrastructuur (PBNI)?
Vraag 5
Ziet het kabinet mogelijkheden om een deel van de financiële tekorten via Europese
middelen te dekken, gelet op het feit dat Nederland een belangrijke Europese toegangspoort
vormt voor trans-Atlantische datakabels?
Vraag 6
Ziet het kabinet daarnaast een rol voor de NAVO bij het versterken van de bescherming
van onderzeese datakabels en andere kritieke maritieme infrastructuur?
Toelichting:
Deze vragen dienen ter aanvulling op eerdere vragen terzake van de leden Boelsma-Hoekstra,
Van Lanschot en Boswijk (allen CDA), ingezonden 15 januari 2026 (vraagnummer 2026Z00591)
Indieners
-
Gericht aan
R.P. Brekelmans, minister van Defensie -
Indiener
Diederik van Dijk, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.