Inbreng verslag schriftelijk overleg : Inbreng verslag van een schriftelijk overleg inzake Stand van zaken gevolgen gewijzigde financiële voorwaarden subsidieregeling Maatschappelijke Diensttijd 2025 (Kamerstuk 35034-33)
2026D01357 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
Binnen de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap hebben enkele fracties
de behoefte om vragen en opmerkingen voor te leggen over de brief van de Staatssecretaris
d.d. 4 december 2025 inzake de Stand van zaken gevolgen gewijzigde financiële voorwaarden
subsidieregeling Maatschappelijke Diensttijd 2025 (Kamerstuk 35 034, nr. 33).
De fungerend voorzitter van de commissie,
Bromet
Adjunct-griffier van de commissie,
Easton
Inhoud
I
Vragen en opmerkingen uit de fracties
•
Inbreng van de leden van de D66-fractie
•
Inbreng van de leden van de VVD-fractie
•
Inbreng van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
•
Inbreng van de leden van de CDA-fractie
•
Inbreng van de leden van de BBB-fractie
•
Inbreng van de leden van de ChristenUnie-fractie
II
Reactie van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
I Vragen en opmerkingen uit de fracties
Inbreng van de leden van de D66-fractie
De leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van de stand van zaken met betrekking
tot de maatschappelijke diensttijd. Deze leden hebben momenteel geen vragen hierover.
Inbreng van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de Kamerbrief over
de stand van zaken gevolgen gewijzigde financiële voorwaarden subsidieregeling Maatschappelijke
Diensttijd 2025 en hebben daarover geen vragen.
Inbreng van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de
brief over de stand van zaken gevolgen gewijzigde financiële voorwaarden subsidieregeling
Maatschappelijke Diensttijd (MDT) 2025. Deze leden hebben daarover nog enkele vragen.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie willen vooropstellen dat zij het belangrijk
vinden dat jongeren de mogelijkheid hebben om iets te doen voor de samenleving. Deze
leden zien dat MDT voor sommige jongeren die mogelijkheid gedeeltelijk biedt. Deze
leden zijn al vaker kritisch geweest over de verhouding tussen het geld dat naar MDT
gaat ten opzichte van de subsidies die bestaande jongerenorganisaties krijgen. Terwijl
bestaande jongerenorganisaties moeite hebben met financieel gezond blijven, werd er
veel geld vrijgemaakt om een nieuwe MDT-structuur te bouwen. Deze leden vinden het
nog steeds een gemiste kans dat er niet veel meer is gekeken naar het versterken en
uitbreiden van de structuren die er al bestaan rondom het doen van vrijwilligerswerk
voor jongeren.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat er meerdere signalen waren van misbruik
en oneigenlijk gebruik van de middelen voor MDT. Kan de Staatssecretaris deze leden
inzicht geven in de hoeveelheid signalen waar het om gaat en wat de ordegrootte is
qua geld? Verder lezen deze leden in de brief dat er in de nieuwe regeling van organisaties
een minimale solvabiliteit van 25 procent wordt verwacht en een werkkapitaal van minimaal
tien procent ten opzichte van het aangevraagde subsidiebedrag. Nu blijkt dat voor
een deel van de in voorgaande jaren gesubsidieerde MDT-organisaties de solvabiliteitseis
niet haalbaar is. De Staatssecretaris geeft aan dat dit deel groter is dan verwacht.
Kan de Staatssecretaris inzichtelijk maken hoeveel organisaties dit zijn, in absolute
aantallen en percentage van de aanvragen? Klopt het beeld van deze leden dat de afwijzingen
vooral kleinschalige organisaties zijn zonder winstoogmerk? Vindt de Staatssecretaris
dat het doel van MDT nog steeds overeind staat als kleinschalige vrijwilligersorganisaties
geen aanvraag meer kunnen doen voor subsidie?
In een eerder debat op 14 november 2023 over MDT merkte het lid Westerveld op dat
de subsidieaanvragen erg scheef verdeeld zijn over Nederland. Zo waren er in Drenthe,
Zeeland en Limburg nul subsidieaanvragen en in Groningen en Flevoland slechts één.
In Noord-Holland waren er negentien aanvragen en in Zuid-Holland zeventien. Zijn de
aanvragen ondertussen beter verdeeld over Nederland? Kunnen nu ook Drentse, Zeeuwse
en Limburgse jongeren profiteren van het geld dat wordt gestoken in MDT?
Inbreng van de leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de brief van de Staatssecretaris
over de stand van zaken gevolgen gewijzigde financiële voorwaarden subsidieregeling
Maatschappelijke Diensttijd 2025. Deze leden maken graag gebruik van de mogelijkheid
over deze brief aanvullende en verduidelijkende vragen te stellen.
Ten eerste willen de leden van de CDA-fractie opmerken dat er vorig jaar bij de begrotingsbehandeling
OCW ook problemen speelden bij de subsidieregeling Maatschappelijke Diensttijd. Kan
de Staatssecretaris uiteenzetten in hoeverre dit dezelfde problemen zijn als genoemd
in de brief van 4 december 2025? Als er sprake is van dezelfde soort problematiek,
welke acties zijn er vervolgens ondernomen om dit probleem op te lossen?
De Staatssecretaris geeft twee argumenten om de financiële voorwaarden voor het verkrijgen
van een MDT-subsidie aan te scherpen. Enerzijds om te zorgen voor meer zekerheid over
de financiële gezondheid en stabiliteit van organisaties, anderzijds om misbruik en
oneigenlijk gebruik van subsidiegelden te voorkomen. Kan de Staatssecretaris aangeven
hoeveel organisaties subsidie voor de MDT terug hebben moeten geven omdat misbruik
of oneigenlijk gebruik is vastgesteld of waarbij onduidelijk is of de financiële middelen
goed zijn besteed? Klopt het dat bijna 70 procent van de organisaties niet in aanmerking
komt voor een subsidie? In hoeverre is het budget voor MDT 2025 ten bedrage van € 125 miljoen
besteed? Hoe groot is het deel van de organisaties dat vervolgens in aanmerking komt
voor een overbruggingssubsidieregeling? Hoeveel organisaties komen hier niet voor
in aanmerking? Kan de Staatssecretaris aangeven wat de gevolgen zijn van de aangescherpte
voorwaarden en de (beperkte?) overbruggingsregeling voor het aantal MDT-plekken en
de gevolgen voor jongeren die hierdoor mogelijk geen MDT-traject kunnen volgen?
Er is gebleken dat een aantal van deze organisaties, bijvoorbeeld vanwege hun ANBI-status
of vanwege het feit dat zij van meerdere subsidieverstrekkers subsidies ontvangen
voor het uitvoeren van verschillende projecten, beperkt zijn in het opbouwen en aanhouden
van eigen vermogen. Kan de Staatssecretaris aangeven hoeveel organisaties dit zijn
en waarom het er meer zijn dan verwacht? Betreft dit vooral organisaties uit een bepaalde
sector of loopt dit door alle sectoren heen? Speelt dit in bepaalde regio’s meer dan
in andere regio’s of niet?
De Staatssecretaris stelt dat de lessen van de MDT-regeling 2025 in de ontwikkeling
van de subsidieregeling MDT 2026 zoveel mogelijk worden meegenomen. Volgens de leden
van de CDA-fractie vraagt dit wat meer uitleg. Welke lessen worden er precies meegenomen
en welke niet? En waarom niet? Vindt de Staatssecretaris dat het veld hier voldoende
in is meegenomen? Immers, de eisen en criteria worden getoetst bij een aantal MDT-organisaties.
Waarom «een aantal», vragen de leden van de CDA-fractie zich af. Kan de Staatssecretaris
uiteenzetten in hoeverre MDT-organisaties betrokken worden bij het vaststellen, ontwerpen
of bijstellen van de eisen en criteria van de subsidieregeling?
Vervolgens streeft de Staatssecretaris naar nieuwe financiële eisen en toetsingscriteria
die enerzijds meer zekerheid over de financiële gezondheid van organisaties geven
en die anderzijds beter passen bij de diversiteit van het MDT-netwerk. Deze eisen
en criteria moeten vervolgens voldoen aan de Rijksbrede financiële kaders. Hoe verhouden
deze Rijksbrede financiële kaders zich tot het feit dat veel verenigingen en stichtingen
een ANBI-status hebben of van meerdere subsidieverstrekkers gebruik moeten maken?
De aanvullende financiële eisen (werkkapitaal en solvabiliteit) leiden in de praktijk
toch tot verschillen in behandeling van aanvragen door bv’s en stichtingen of verenigingen?
Kan de Staatssecretaris hier uitgebreid op in gaan?
Hoe zorgt de Staatssecretaris ervoor dat de toekomstige subsidieregelingen eenvoudiger
worden, gebaseerd op kwaliteit en gericht op een duurzame opbouw van de organisaties
in het MDT-netwerk?
Kan de beantwoording van dit schriftelijk overleg voor de behandeling van de begroting
OCW 2026 naar de Kamer worden gezonden?
Inbreng van de leden van de BBB-fractie
De leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de brief over de stand van zaken
gevolgen gewijzigde financiële voorwaarden subsidieregeling Maatschappelijke Diensttijd
2025. Deze leden hebben de volgende vragen aan de Staatssecretaris.
De leden van de BBB-fractie constateren dat door de aangescherpte eisen voor solvabiliteit
en werkkapitaal een aanzienlijk deel van de bestaande organisaties voor MDT niet langer
in aanmerking komt voor subsidie. Dit leidt ertoe dat waardevolle maatschappelijke
initiatieven, vaak met een ANBI-status of afhankelijk van meerdere subsidieverstrekkers,
hun activiteiten moeten staken of overbruggen tot de volgende subsidieronde. Het kabinet
erkent dat deze uitkomst onwenselijk is, maar biedt voor de huidige ronde geen oplossing.
Hoe wordt geborgd dat de nieuwe eisen voor 2026 daadwerkelijk recht doen aan de spreiding
van het netwerk van MDT zodat ook kleinere en maatschappelijk relevante organisaties
kunnen blijven deelnemen? Is de Staatssecretaris bereid om vooruitlopend op de nieuwe
regeling te onderzoeken of er alsnog een tijdelijke oplossing kan worden geboden voor
de groep organisaties die nu buiten de boot valt, zodat opgebouwde maatschappelijke
waarde niet verloren gaat? Op welke wijze worden de lessen uit deze subsidieronde
concreet meegenomen in de ontwikkeling van de regeling voor 2026 en hoe worden betrokken
organisaties hierbij actief betrokken?
Inbreng van de leden van de ChristenUnie-fractie
De leden van de ChristenUnie-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de stand
van zaken van de gevolgen van de gewijzigde financiële voorwaarden van de subsidieregeling
Maatschappelijke Diensttijd 2025. Deze leden begrijpen vanuit het veld dat de gevolgen
door de gewijzigde financiële voorwaarden groot zijn, voor de maatschappelijke organisaties
en daarmee voor de vele jongeren die een MDT-traject doen. Deze leden hebben daarom
een aantal vragen.
De leden van de ChristenUnie-fractie missen in de brief van de Staatssecretaris informatie
over de schaal van de gevolgen. Kan de Staatssecretaris een indicatie geven van het
aantal organisaties dat géén subsidie heeft kunnen aanvragen door de nieuwe financiële
voorwaarden? Hoeveel van deze organisaties waren de afgelopen jaren wél onderdeel
van het MDT-netwerk?
De leden van de ChristenUnie-fractie vragen hoeveel subsidieaanvragen voor de subsidieregeling
MDT 2025 zijn ingediend. Hoeveel zijn er daarvan toegekend en hoeveel zijn er afgewezen?
Hoeveel van de afgewezen organisaties waren in het verleden wel onderdeel van het
MDT-netwerk en hebben subsidie ontvangen? Hoeveel van de organisaties zijn afgewezen
op basis van werkkapitaal en/of solvabiliteit? Hoeveel van de organisaties die op
grond van deze eisen zijn afgewezen, hebben eerder wél MDT-subsidie ontvangen? Hoeveel
jongeren hebben daardoor geen MDT-traject kunnen volgen?
De leden van de ChristenUnie-fractie vragen of het afwijzen van de aanvragen gepaard
is gegaan met toelichting of onderbouwing en/of met de toepassing van wederhoor. Als
dat niet is gebeurd, waarom?
De leden van de ChristenUnie-fractie vragen voor hoeveel miljoen euro er subsidie
in totaal is aangevraagd. De leden vragen of het budget voor MDT voor 2025 volledig
wordt besteed. Zo nee, hoeveel budget is er over?
De leden van de ChristenUnie-fractie lezen in de beslisnota dat er meerdere signalen
waren van misbruik en oneigenlijk gebruik bij MDT. Kan de Staatssecretaris dit verder
toelichten? Om hoeveel signalen ging dit? Welk percentage van het MDT-netwerk raakt
dit?
De leden van de ChristenUnie-fractie lezen dat er met MDT-organisaties ambtelijke
gesprekken zijn gevoerd en dat er mogelijkheden zijn verkend om voor deze groep aanvullende
maatregelen ter overbrugging te treffen, maar dat deze niet haalbaar en uitvoerbaar
bleken. Kan de Staatssecretaris toelichten aan welke mogelijkheden werd gedacht en
waarom deze niet haalbaar en uitvoerbaar bleken?
De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de Staatssecretaris aan welke aanpassingen
wordt gedacht voor de subsidieregeling van 2026. Op welke wijze wordt geborgd dat
ook ANBI-stichtingen en -verenigingen, die te maken hebben met regels voor het aanhouden
van eigen vermogen, straks aan de voorwaarden kunnen voldoen? Welke concrete lessen
trekt de Staatssecretaris uit de ervaringen met deze subsidieregeling voor de volgende?
Op welke wijze worden ook MDT-organisaties betrokken bij de vormgeving van de nieuwe
regeling en hoe wordt voorkomen dat deze straks weer worden geconfronteerd met criteria
waar zij niet aan kunnen voldoen?
De leden van de ChristenUnie-fractie merken op dat voorheen het MDT-prooflabel bestond,
een soort kwaliteitskeurmerk bedoeld om het subsidieaanvraagproces te vereenvoudigen
en dat liet zien dat organisaties bewezen kwaliteit leverden. Waarom bestaat dit label
niet meer, zo vragen deze leden. Van hoeveel MDT-organisaties die in het verleden
over dat label beschikten, is de subsidieaanvraag afgewezen? Hoe zorgt de Staatssecretaris
ervoor dat volgende subsidieregelingen worden vereenvoudigd, gericht zijn op duurzame
opbouw en samenwerking, waarbij geleverde kwaliteit een belangrijke rol speelt?
De leden van de ChristenUnie-fractie vragen wanneer de Kamer het meerjarenplan rondom
MDT kan verwachten. Is daarin een visie opgenomen om een duurzame samenwerking met
het MDT-netwerk (met bijbehorende financiering) te borgen zodat ook in de toekomst
jongeren de waardevolle MDT-trajecten kunnen volgen?
De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de Staatssecretaris om nog voor de aanstaande
begrotingsbehandeling van OCW het verslag van het schriftelijk overleg naar de Kamer
te sturen.
II Reactie van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
L. Bromet, voorzitter van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap -
Mede ondertekenaar
A.E.W. Easton, adjunct-griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.