Schriftelijke vragen : Het buitenspel zetten van de rechter en het overtreden van de wet door de NVWA bij de behandeling van Woo-verzoeken
Vragen van de leden Kostić (PvdD) en Dassen (Volt) aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over het buitenspel zetten van de rechter en het overtreden van de wet door de NVWA bij de behandeling van Woo-verzoeken. (ingezonden 14 januari 2026).
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van het artikel «Inspectie zet rechter buitenspel en overtreedt
de wet onder druk van boerenlobby» van Follow The Money?1
Vraag 2
Kunt u bevestigen dat belangenorganisaties uit de vee-industrie grootschalig gecoördineerde
acties hebben georganiseerd tegen het openbaar maken van informatie, waardoor de Nederlandse
Voedsel en Warenautoriteit (NVWA) werd geconfronteerd met talloze bezwaren en verzoeken
om voorlopige voorzieningen tegen Wet open overheid (Woo)-besluiten?2
Vraag 3
Kunt u bevestigen dat de NVWA naar aanleiding hiervan besloot om deze procedures niet
volgens de regels af te handelen, maar overging op een nieuwe werkwijze waarbij gegevens
van alle bezwaarmakers niet meer openbaar worden gemaakt zolang het bezwaar loopt,
wat er in feite op neerkomt dat de rechter er niet meer te pas komt bij het beoordelen
van voorlopige voorzieningen en bezwaarschriften?
Vraag 4
Erkent u het belang van toetsing door de voorzieningenrechter om te voorkomen dat
met evident kansloze bezwaren de openbaarmaking van informatie ernstig wordt vertraagd?
Zo nee, waarom niet?
Vraag 5
Erkent u dat dit er in de praktijk toe leidt dat indieners van Woo-verzoeken een stuk
later de gevraagde informatie krijgen en om verder uitstel te voorkomen zijn aangewezen
op een civiele procedure, wat leidt tot aanzienlijk hogere kosten en drempels? Wat
vindt u hiervan?
Vraag 6
Heeft u kennisgenomen van de zorgen van Woo-jurist Tim van Alten, die in de praktijk
ervaart dat deze nieuwe werkwijze van de NVWA leidt tot onevenredige inspanningen
en drempels voor indieners van Woo-verzoeken, waardoor het moeilijker wordt om bijvoorbeeld
misstanden in de vee-industrie aan het licht te brengen?3 Deelt u deze zorgen?
Vraag 7
Bent u ermee bekend dat als gevolg van de huidige werkwijze bij de NVWA Woo-verzoekers
worden geconfronteerd met een situatie waarin de bezwaartermijn tegen een Woo-besluit
aanvangt, terwijl de onderliggende documenten nog voor onbepaalde tijd niet zijn verstrekt?
Vraag 8
Erkent u dat deze werkwijze ertoe leidt dat Woo-verzoekers bezwaar moeten maken tegen
een besluit zonder de onderliggende documenten te hebben kunnen inzien, en dat het
daardoor feitelijk onmogelijk is om te beoordelen of de openbaarmaking volledig is
en of informatie ten onrechte is geweigerd of gelakt? Zo nee, waarom niet?
Vraag 9
Deelt u de opvatting dat het onder deze omstandigheden voor Woo-verzoekers praktisch
ondoenlijk is om binnen de geldende bezwaartermijn inhoudelijke bezwaargronden te
formuleren en dat dit de rechtsbescherming van Woo-verzoekers ernstig onder druk zet?
Zo nee, waarom niet?
Vraag 10
Hoe beoordeelt u het feit dat de NVWA in deze situaties in de regel weigert om de
termijn voor het indienen van inhoudelijke bezwaargronden te verlengen tot een moment
waarop de documenten daadwerkelijk zijn verstrekt en hooguit een beperkte hersteltermijn
van maximaal acht weken hanteert, terwijl binnen die termijn zelden op de bezwaren
van derde-belanghebbenden is beslist?
Vraag 11
Erkent u dat Woo-verzoekers onder normale omstandigheden zes weken de tijd hebben
om, met kennisneming van de verstrekte documenten, hun bezwaar inhoudelijk te onderbouwen,
en dat deze systematiek door de huidige werkwijze van de NVWA feitelijk wordt doorkruist?
Vraag 12
Deelt u de opvatting dat deze praktijk onwenselijk is vanuit het oogpunt van effectieve
rechtsbescherming en strijdig is met het doel en de strekking van de Wet open overheid?
Zo nee, waarom niet?
Vraag 13
Erkent u het belang van toetsing door de voorzieningenrechter om te voorkomen dat
met evident kansloze bezwaren de openbaarmaking van informatie onevenredig wordt vertraagd?
Zo nee, waarom niet?
Vraag 14
Kunt u bevestigen dat de NVWA bij invoering van deze nieuwe werkwijze zelf heeft aangegeven
dat deze «niet geheel in overeenstemming is met hetgeen bepaald is in de Algemene
wet bestuursrecht (Awb) en de Woo»? Onderschrijft u deze constatering? Zo nee, waarom
niet en op welk juridisch advies baseert u zich dan (graag het advies meesturen)?
Vraag 15
Heeft u kennisgenomen van de uitspraak van Cornelis van der Sluis, advocaat en oprichter
van het Nederlands Kenniscentrum Open Overheid, die deze werkwijze van de NVWA «volledig
in strijd met de wet» noemt? Wat gaat u hiermee doen?
Vraag 16
Wanneer bent u, als politiek eindverantwoordelijk bewindspersoon voor de Wet open
overheid, geïnformeerd over het besluit van de NVWA om deze nieuwe werkwijze in te
voeren?
Vraag 17
Kunt u aangeven op welk moment u de Kamer heeft geïnformeerd over dit ingrijpende
besluit van de NVWA om af te wijken van de wettelijke procedures uit de Awb en de
Woo?
Vraag 18
Kunt u bevestigen dat de NVWA al over was gegaan op deze nieuwe werkwijze voordat
de motie van het lid Van der Plas over Woo-verzoeken werd aangenomen door de Kamer?4 Hoe verklaart u dit?
Vraag 19
Kunt u bevestigen dat de NVWA deze werkwijze vervolgens heeft uitgebreid naar Woo-verzoeken
met minder dan vijftig belanghebbenden, terwijl uw ministerie op dat moment nog bezig
was met een juridische analyse? Wat vindt u hiervan?
Vraag 20
Kunt u bevestigen dat de Kamer niet werd geïnformeerd op het moment dat de NVWA overging
op deze nieuwe werkwijze en deze later uitbreidde? Waarom is dat niet gebeurd en wat
vindt u hiervan?
Vraag 21
Kunt u bevestigen dat door uw ministerie aan Follow the Money is geantwoord dat de
motie-Van der Plas nog niet kan worden uitgevoerd omdat hiervoor «een wetswijziging
nodig [is]»?
Vraag 22
Hoe verhoudt deze constatering zich tot het feit dat de NVWA al langere tijd een nieuwe
werkwijze toepast waarmee wordt afgeweken van de bestaande wettelijke kaders?
Vraag 23
Onderschrijft u dat de NVWA met deze nieuwe werkwijze in strijd met de Woo en de Awb
handelt? Zo nee, waarom niet?
Vraag 24
Bent u bereid om de NVWA op te roepen deze werkwijze te beëindigen en te waarborgen
dat Woo-verzoekers pas worden gehouden aan het formuleren van inhoudelijke bezwaargronden
nadat alle onder het Woo-besluit vallende documenten daadwerkelijk aan hen zijn verstrekt,
met een redelijke termijn van ten minste vier weken? Zo nee, waarom niet?
Vraag 25
Erkent u het fundamentele belang van openbaarheid van overheidsinformatie voor het
functioneren van een democratische rechtsstaat en de controle op de overheid, wat
daarnaast ook nog vele andere voordelen heeft voor de maatschappij zoals in kaart
gebracht in het recente onderzoek De baten van transparantie van Instituut Maatschappelijke Innovatie en de Open State Foundation?5
Vraag 26
Erkent u dat tijdige toegang tot informatie essentieel is voor die controle en dat
langdurige procedures en vertragingen ertoe kunnen leiden dat informatie haar waarde,
nut en maatschappelijke relevantie verliest?
Vraag 27
Bent u bereid om de NVWA op te roepen om de nieuwe werkwijze in te trekken en de Woo-verzoeken,
bezwaren en voorlopige voorzieningen te behandelen conform de geldende wetgeving?
Zo nee, waarom niet?
Vraag 28
Heeft u gezien dat mediaorganisaties er bij het opvragen van informatie op basis van
de Woo ook nog eens tegenaanlopen dat de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid
en Natuur (LVVN) haar bevoegdheid misbruikt, waardoor informatie niet, of pas veel
later, wordt geopenbaard?6
Vraag 29
Heeft u gezien dat deze mediaorganisaties zich genoodzaakt voelen om opnieuw juridische
stappen te ondernemen tegen de Minister van LVVN, omdat «vrije nieuwsgaring onmogelijk»
wordt gemaakt? Wat vindt u hiervan?
Vraag 30
Heeft u gezien dat het Adviescollege Openbaarheid en Informatiehuishouding zich tot
twee keer toe heeft uitgesproken tegen de handelwijze van de Minister van LVVN, maar
dat haar advies nog altijd niet worden opgevolgd?7
Vraag 31
Bent u bereid om de Minister van LVVN op te roepen om een einde te maken aan dit misbruik
van haar bevoegdheden? Zo nee, waarom niet?
Vraag 32
Kunt u deze vragen één voor één en binnen de daarvoor gestelde termijn beantwoorden?
Indieners
-
Gericht aan
F. Rijkaart, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
Indiener
Ines Kostić, Kamerlid -
Medeindiener
Laurens Dassen, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.