Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Van Duijvenvoorde over de brand in de Vondelkerk te Amsterdam en het aanstaande herstel daarvan
Vragen van het lid Van Duijvenvoorde (FVD) aan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over de brand in de Vondelkerk te Amsterdam en het aanstaande herstel daarvan (ingezonden 2 januari 2026).
Antwoord van Minister Moes (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) (ontvangen 13 januari
2026).
Vraag 1
Bent u bekend met de brand in de Vondelkerk te Amsterdam, een rijksmonument ontworpen
door Pierre Cuypers?
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Klopt het dat bij deze brand de hoofdmuren van de kerk behouden zijn gebleven en dat
ook een aanzienlijk deel van het historische glaswerk intact is gebleven, waardoor
het gebouw als geheel constructief behouden is gebleven?
Antwoord 2
Ja, het klopt dat delen van de gevels en het glas nog aanwezig zijn, mede door het
zorgvuldige bluswerk van de brandweer. Er wordt nu door de eigenaar, Stadsherstel
Amsterdam, samen met een constructeur, gekeken hoe de gevels te stutten. Daarna worden
de verbrande elementen uit de kerk verwijderd. Pas dan kan er een definitieve analyse
gemaakt worden van de constructieve staat.
Vraag 3
Is het kabinet bekend met het feit dat de Vondelkerk in 1904 reeds deels door brand
is getroffen en dat de destijds beschadigde onderdelen historisch getrouw zijn hersteld,
zonder moderniserende of interpretatieve ingrepen?
Antwoord 3
Dit is niet geheel juist. De Vondelkerk is inderdaad in 1904 eerder getroffen door
brand. Daarbij is onder meer de toren verwoest. Deze is toen herbouwd volgens een
gewijzigd plan. Ook in latere tijd is de kerk verbouwd. In het bijzonder toen de kerk
in de jaren ’80 door Stadsherstel Amsterdam werd gerestaureerd en herbestemd voor
maatschappelijk gebruik. Zoals veel historische gebouwen toont de Vondelkerk in zijn
huidige staat het resultaat van een reeks van bouwfases.
Vraag 4
Deelt u de opvatting dat dit eerdere herstel na de brand van 1904 een relevant precedent
vormt voor de wijze waarop ook nu met de herbouw van dit rijksmonument dient te worden
omgegaan?
Antwoord 4
Gebouwen (en andere objecten) zijn beschermd als rijksmonument vanwege hun bijzondere
erfgoedwaarden. Uitgangspunt in de omgang daarmee is het in stand houden van deze
erfgoedwaarden. Tegelijkertijd zijn de meeste gebouwen voor de eigenaar een gebruiksobject.
Het doel van de monumentenzorg is om behoud en gebruik op zorgvuldige wijze te verenigen.
De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed heeft dit vastgelegd in de Uitgangspunten
voor de adviespraktijk (laatste versie 2024,
Uitgangspunten en overwegingen advisering gebouwde en groene rijksmonumenten | Rijksdienst
voor het Cultureel Erfgoed).
Vraag 5
Deelt u de opvatting dat bij rijksmonumenten die door calamiteiten zijn beschadigd,
historische reconstructie op basis van beschikbare documentatie het uitgangspunt dient
te zijn?
Antwoord 5
Wat er na een calamiteit met een rijksmonument gebeurt, is in de eerste plaats aan
de eigenaar. Bij de Vondelkerk heeft de eigenaar al verklaard dat alles er op gericht
is de kerk te herstellen. Bij de huidige eigenaar is alle kennis over de vorige restauratie
nog aanwezig. Zie verder het antwoord op vraag 4.
Vraag 6
Acht u het wenselijk dat bij de herbouw van de Vondelkerk wordt gekozen voor eigentijdse
of interpretatieve ingrepen (zoals een moderne of glazen dakconstructie), indien een
historisch getrouwe reconstructie technisch mogelijk is?
Antwoord 6
Het is nu te vroeg om daar een uitspraak over te doen. Eerst moet worden bekeken wat
de schade precies is. Alle inspanningen zijn erop gericht de Vondelkerk te herstellen.
Voor deze herstelwerkzaamheden zal door de eigenaar een vergunningaanvraag worden
ingediend waarover de RCE advies zal uitbrengen aan de gemeente Amsterdam. Zie verder
het antwoord op vraag 4.
Vraag 7
Deelt u de mening dat van historische reconstructie uitsluitend mag worden afgeweken
indien sprake is van aantoonbare technische of veiligheidsnoodzaak, en niet op basis
van esthetische, beleidsmatige of functionele voorkeuren?
Antwoord 7
Zie het antwoord op vraag 4.
Vraag 8
Welke rol ziet u voor de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) bij het vaststellen
van de uitgangspunten voor de herbouw van de Vondelkerk, en bent u bereid deze uitgangspunten
expliciet vast te leggen voordat ontwerptrajecten of architectenselecties plaatsvinden?
Antwoord 8
De RCE adviseert de gemeente Amsterdam (vergunningverlener) en de eigenaar. Er is
reeds intensief contact tussen de eigenaar, Stadsherstel Amsterdam, de gemeente en
de RCE. Bij de vergunningverlening voor ingrijpende wijzigingen aan rijksmonumenten
is een advies van de RCE noodzakelijk. Op die manier wordt bewaakt dat zoveel mogelijk
erfgoedwaarden in stand blijven. Zie verder het antwoord op vraag 4.
Vraag 9
In hoeverre acht u het van belang dat bij de herbouw recht wordt gedaan aan het oorspronkelijke
ontwerp, de materiaalkeuze en het architectonisch silhouet van Pierre Cuypers, mede
gezien de nationale betekenis van diens oeuvre?
Antwoord 9
De kerk is niet voor niets een rijksmonument. Voor nu is het uitgangspunt van alle
betrokkenen om de kerk te herstellen, afhankelijk van de (technische) mogelijkheden
en de financiering. Zie verder het antwoord op vraag 4.
Vraag 10
Bent u bereid rijksmiddelen voor herstel of herbouw van de Vondelkerk te verbinden
aan de voorwaarde van historisch getrouwe reconstructie conform het oorspronkelijke
ontwerp, en zo ja, onder welke voorwaarden?
Antwoord 10
De financiering van het herstel van de Vondelkerk is in eerste instantie een zaak
tussen de eigenaar en de verzekeraar.
Vraag 11
Hoe voorkomt u dat bij de herbouw van rijksmonumenten na calamiteiten een precedent
ontstaat waarbij «reconstructie» in de praktijk leidt tot modernisering of herinterpretatie
van monumentaal erfgoed?
Antwoord 11
Bij herstel van rijksmonumenten na calamiteiten staat het behoud van de monumentale
waarden centraal. Advisering door de RCE aan de gemeente Amsterdam over herstel en
eventuele reconstructie vindt plaats binnen de hierboven aangehaalde uitgangspunten,
waarin zorgvuldigheid, terughoudendheid en het behoud van authenticiteit leidend zijn.
Daarbij kan ook ruimte zijn voor bijvoorbeeld energiebesparende maatregelen, indien
die ondersteunend zijn aan het behoud en de toekomstige instandhouding van het monument
en geen afbreuk doen aan de monumentale waarden. De te nemen maatregelen worden uiteindelijk
door de vergunningverlener, de gemeente Amsterdam, afzonderlijk en integraal afgewogen.
Vraag 12
Kunt u toezeggen de Kamer te informeren over de door het kabinet en de Rijksdienst
voor het Cultureel Erfgoed gehanteerde uitgangspunten voor de herbouw van de Vondelkerk,
voordat onomkeerbare ontwerpkeuzes worden gemaakt?
Antwoord 12
De uitgangspunten die bij de advisering door de RCE worden gehanteerd zijn reeds openbaar.
Zie het antwoord op vraag 4.
Ondertekenaars
G. Moes, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.