Schriftelijke vragen : Het onderzoek van de Gezondheidsraad naar het voorschrijven van puberteitsremmers aan minderjarigen met genderdysforie
Vragen van de leden Diederik van Dijk (SGP) en Bikker (ChristenUnie) aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over het onderzoek van de Gezondheidsraad naar het voorschrijven van puberteitsremmers aan minderjarigen met genderdysforie (ingezonden 13 januari 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het artikel van prof. mr. J.L. Smeehuijzen «De Gezondheidsraad en
het reguleringsklimaat rond puberteitsremming bij minderjarigen» in het Nederlands
Juristenblad?1
Vraag 2
Wat is uw reactie op de bevindingen van prof. Smeehuijzen ten aanzien van de onafhankelijkheid
en de schijn van belangenverstrengeling van de leden van de commissie van de Gezondheidsraad
die onderzoek doet naar gezondheidsrechtelijke en medische aspecten van het gebruik
van puberteitsremmers bij minderjarigen met genderdysforie?
Vraag 3
Hoe verhoudt in uw ogen de samenstelling van de genoemde commissie zich tot de «Code
ter voorkoming van oneigenlijke beïnvloeding door belangenverstrengeling» die de Gezondheidsraad
verplicht zijn commissies zo samen te stellen dat het risico op kleuring van de oordeelsvorming
door institutionele, professionele of persoonlijke belangen wordt geminimaliseerd
en de geloofwaardigheid van het advies gewaarborgd blijft?
Vraag 4
Hoe reageert u met name op het feit dat de helft van de commissie op een wezenlijke
manier verbonden is met de interventie die zij moet beoordelen?
Vraag 5
Kunt u aangeven hoe de interne controlemechanismen bij de Gezondheidsraad zijn georganiseerd
als het gaat om de onafhankelijkheid van haar onderzoeken en de betrokken onderzoekers?
Vraag 6
Hoe reflecteert u op de zeer beperkte juridische expertise die, blijkens de samenstelling
ervan, in de commissie aanwezig is? Heeft u er vertrouwen in dat de commissie in staat
is om een gefundeerd oordeel te vellen hoe de praktijk in Nederland zich verhoudt
tot het geldende gezondheidsrechtelijke kader?
Vraag 7
Wat is uw reactie op de zorgelijke opmerkingen die prof. Smeehuijzen maakt over het
bredere Nederlandse reguleringsklimaat rond puberteitsremming? Hoe wordt, bij alle
verwevenheid tussen klinische zorg, onderzoek en beleidsvorming, de onafhankelijkheid
en onbevangenheid van wetenschappelijk onderzoek gewaarborgd?
Vraag 8
Hoe waarborgt u als Minister van VWS uw eigen positie in dezen? Voert u, naast uw
contacten met de betrokken Universitair Medisch Centra (UMC’s), ook het gesprek met
artsen en wetenschappers die kritisch zijn op de Nederlandse praktijk ten aanzien
van puberteitsremmers? Zo ja, hoe krijgt dit gestalte en in welke mate?
Vraag 9
Kunt u aangeven wat de stand van zaken van het onderzoek van de Gezondheidsraad precies
is? Wanneer verwacht de commissie het onderzoek af te kunnen ronden?
Vraag 10
Is het de bedoeling dat de herziening van het Kwaliteitskader Transgenderzorg pas
wordt voltooid na ommekomst van het advies van het onderzoek van de Gezondheidsraad?
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
Diederik van Dijk, Tweede Kamerlid -
Mede ondertekenaar
Mirjam Bikker, Tweede Kamerlid